Naar Index
Andere kleuren

Niet visueel maar concreet

Ik hoor vaak dat autisten visuele denkers zijn, maar ik denk dat dat niet helemaal klopt. Ik heb meer het idee dat wij concrete denkers zijn, die mechanismen duidelijk willen maken. Vaak zichtbaar, maar ook voelbaar of hoorbaar. Bepaalde dingen "zie" ik namelijk niet, maar "voel" ik meer: ik voel bijvoorbeeld hoe een beweging zou moeten, ipv dat ik het voor me zie.
Wat vooral belangrijk is is dat onze vorm van geheugen zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid ligt. De informatie wordt opgelsagen zoals die binnenkomt, en niet of nauwelijks bewerkt.

Bij een gesprek wordt bijvoorbeeld niet de loop van het verhaal opgeslagen, maar de woorden en de toon van iemands stem etc.
Van een beeld wordt ook niet het geheel opgeslagen (dus niet het begrip "stoel") maar meer de details, zo als het is (als een foto van een bepaalde stoel dus).
Van een beweging wordt vaak de motoriek onthouden (zo kan ik bijvoorbeeld pianostukken spelen, waar ik niet eens meer precies weet hoe ze klinken, maar waarvan de beweging zo in mijn vingers zit dat ik het nog steeds kan).

Het is voor mij (en ik denk voor anderen met autisme) vrij lastig om die informatie om te schakelen (om te rekenen, te vertalen). Van info die je krijgt via taal kan het bijvoorbeeld lastig zijn om een beeld te vormen. (Zoals de mensen die liever een plattegrond hebben dan een routebeschrijving). En andersom zelfs nog meer: om een beeld goed onder woorden te brengen is heel moeilijk.
Van een geluid (wat iemand zegt) kan het moeilijk zijn om de informatie die erin ligt eruit te filteren. Een voorbeeld: ik ken van honderden (engelstalige) liedjes best de tekst, of meer: de klank. Ik kan het precies mee zingen. Maar ik heb GEEN idee waar het over gaat, terwijl ik toch prima Engels kan. Als ik de betekenis wil weten moet ik heel bewust gaan luisteren naar de inhoud.
Of een beweging: een sportlereaar kan best zeggen: met je hele lichaam mee draaien als je gooit, maar dat lukt me pas als ik het zelf VOEL. Het is voor mij heel lastig om te leren van zien en luisteren, ik leer alleen van het zelf te doen. Dat kost dus veel meer tijd, waardoor gym mij veel problemen opleverde.

Voor abstractere dingen worden vaak analogieen verzonnen die invoelbaar, inhoorbaar of zichtbaar zijn. Meestal zijn dat beelden: die bevatten heel veel mogelijkheden, veel meer dan bijvoorbeeld geluiden.Ik denk dat voor elke abstracte vorm een andere vorm gekozen wordt die er het dichtst bijligt.
Een aantal processen (met name tijd en ruimte) zijn heel goed visueel voor te stellen. Een aantal andere (bijvoorbeeld een lijst met feiten, teksten over redelijk abstracte zaken, bv. emoties of muziek) zijn veel moeilijker te visualiseren.

Om een informatieverwerkingsproces zo makkelijk mogelijk te laten verlopen moet dus een aanbieding plaats vinden die zo dicht mogelijk bij de "voorstelling" ligt. Dan hoeft het minste omrekenen plaats te vinden, en zijn er ook minder problemen.
Daarom werken picto's en tijdschema's heel goed: de voorstelling van tijd ligt heel dicht bij (mijn) innerlijke voorstelling van tijd.

Daarentegen als ik het voorbeeld muziek neem: dit is een puur auditief gebeuren. Je kunt het visualiseren met noten, maar dat is niet nodig. Het is namelijk direct te kopieren uit het auditief geheugen en direct te gebruiken. Er hoeft niets omgerekend te worden (of het moet zijn vanuit het auditieve naar het fysieke, als je een instrument wilt spelen). Hierdoor onthoud ik muziek ook vrij precies.
Als ik vanaf notenschrift wil spelen, moet dat er wel omgerekend worden. Dit gaat bij mij dan ook moeizaam, en kost tijd
Meestal gebeurt dat als volgt: ik zet het van visueel (noten) om naar fysiek (welke toets op de piano moet ik indrukken) daardoor hoor ik het, en kan ik het makkelijk in mijn auditieve geheugen plaatsen. Daarna gebruik ik beide methoden naast elkaar: van visueel naar fysiek (kwestie van associeren, meer dan van echt notenlezen: op die plaats moest ik ongeveer dat doen.... ) en ik hoor wat er moet komen, en dat kan ik dan spelen.

Hetzelfde werkt het ook bij overhoringen op de middelbare school. Bijvoorbeeld bij geschiedenis kon ik me vaak nog letterlijk herinneren wat de docent in een bepaalde les had gezegd, en zo het antwoord opschrijven.
Tekst is meer een auditieve aanbieding dan een visuele, maar het voordeel is dat het een beetje van beide is: je kunt tekst heel visueel maken d.m.v pijltjes, lijnen, schema's etc. Langere teksten vooral (bij mij) heel auditief worden opgeslagen. Ik hoor dan in mijn gedachten een stem de tekst voorlezen.
Losse woordjes zijn vooral visueel. Ik kan daarom nu nog steeds herinneren op welke plaats (linksboven, of rechts van het midden bijvoorbeeld) een bepaald woord stond in mijn boek voor Frans.

Ik denk dan ook dat het niet alleen visueel is, maar vooral heel concreet en onbewerkt onthouden. Dit is een groot verschil met NT-ers, waar herinneringen vaak gekleurd worden door iemands stemming.
Deze manier van herinneren en denken heeft zowel voordelen als nadelen. Het goede geheugen en groot inzicht in bepaalde dingen (bijvoorbeeld natuurkunde) is hiermee te verklaren.
Van de andere kant verklaart het waarom we soms zo traag kunnen zijn. Dan kost het omrekenen veel tijd, en duurt het een poos voor het kwartje valt.