Voorwoord

Ik speelde al een jaar of acht met de gedachte om eens naar Santiago de Compostela te lopen, naar aanleiding van een boek dat ik destijds gekregen had. Sinds wij op Thedingsweert wonen, wandelen wij onregelmatig met enkele buren een stuk van een van de vele wandelpaden in Nederland. Zo begonnen wij met het Lingepad, van Leerdam naar Nijmegen door de Betuwe. Daarna het Vier-stromen- pad, van Bennekom naar 's Hertogenbosch over de rivieren en vorig jaar het Pelgrimspad, van 's Hertogenbosch naar Visé (net over de grens in België, onder Maastricht) door Brabant en Limburg. Het Pelgrimspad is al verweven met het de reis naar het graf van de Apostel Jacobus, eigenlijk is het een soort aanloop- route. Toen wij vorig najaar eindigden in Visé zeiden wij (de kern van de wandelclub: onze buren Heinz en Janneke, Erna en ik): "nu moeten wij in een keer door naar Rome of Santiago!" Wij hadden echter nog geen idee wanneer. Buurman Heinz werkte niet meer en bedacht dit voorjaar dat hij in maart wilde ver- trekken naar Santiago. Na overleg met mijn medefirmanten in Odin kreeg ik vier maanden tijd om deze reis te maken. Ik schrijf het wat simpel, het had natuurlijk wel wat voeten in de aarde voor alles geregeld was. Heinz en Janneke hebben geen kinderen, onze Thijs bleef thuis want hij werkt en de andere buren zouden een oogje in het zeil houden. Onze hond ging naar Caro in West-Graftdijk. Omdat wij ons niet wilden haasten hebben wij niet de geijkte weg naar Santiago (de langste via Vezelay en Le Puy in Frankrijk) genomen, dat is nl. ongeveer 2700 km. `Met de liniaal trokken wij een lijn op de kaart van Visé naar St.Jean Pied de Port in de Pyreneeën en rond die lijn stippelden wij onze route uit in dagmarsen van 20 tot 25 km. In principe zouden wij zo veel mogelijk langs GR-paden (Grande Randonnee) lopen, daar hadden wij weliswaar geen routebeschrijvingen van, maar over het algemeen worden deze routes goed aangegeven met rood-wit. Zo kregen wij een te lopen afstand van ongeveer 1450 km in België en Frankrijk en 750 km in Spanje. De route in Spanje staat vast, de beschrijving is echter niet in het Nederlands maar de beweg- wijzering is duidelijk: allemaal gele pijlen.


In februari en maart hebben wij zo veel mogelijk samen onze uitrusting gekocht en daarbij vooral naar de kwaliteit gekeken, een tent (2,3 kg), slaapzakken (tegen -12 gr. C.), zelfopblaasbare slaapmatjes (300 gram), enz., ook de kleding lichtgewicht. Alles bij elkaar had Erna 13 kg op haar rug en ik 15 kg. Door zorgvuldig overal over na te denken hadden wij een uitrusting bij ons waar wij heel blij mee waren en waar ook bijna niets te veel bij zat. Wij hebben geen overbodige spullen hoeven terugsturen.

 

Op maandag 22 maart werden wij door 2 van onze buren/collegae naar Visé gebracht. Het regende die dag langdurig en ook de volgende dag hadden wij nog veel regen. Wij waren niet echt getraind, maar de dagmarsen hadden wij de eerste dagen kort gehouden (ongeveer 20 km) om er in te komen. Omdat het nog vroeg in het jaar was, de Ardennen niet vlak zijn en onze conditie nog niet op peil was, hadden wij in het begin de hele dag nodig om de 20 km te halen en was het 's avonds vaak haasten om , voor het donker werd, de tenten te zetten en eten te maken. Foto 2: een redelijk GR pad


Het plan om langs GR-paden te lopen lieten wij snel vallen want deze paden waren door het slechte weer onbegaanbaar, soms liepen wij tot over onze enkels in de prut of was het pad een riviertje geworden. Een andere keer was een half bos gekapt en waren alle rood-wit merktekens verdwenen. Dus al gauw liepen wij over zg. 'witte weggetjes' op de kaart (schaal 1:100.000), de meest rustige weggetjes.

 

De Ardennen waren prachtig, het weer werd iets droger, het lopen ging steeds beter en de achtste dag stapten wij Frankrijk binnen. Wij liepen van het noordoosten naar het zuidwesten en kregen zo een aardige dwars- doorsnede van het landschap van Frankrijk: de pittige heuvels van de Franse Ardennen, de bolle, maar nog kale graanvelden van de Noord-Champagne met zijn eindeloze wegen en de net zo eindeloze wijngaarden van de Zuid-Champagne. Het bereiken van bepaalde grote rivieren, zoals de Seine en de Loire, ervoeren wij als mijlpalen. Verder liepen wij door de gigantisch uitgestrekte bossen in het midden, door de Dordogne met gevarieerd bos- en heggenlandschap, en dan de heuvels in het zuiden, die langzaam hoger werden, met opeens zicht op besneeuwde bergen: De Pyreneeën. Het was nog 5 dagen lopen voor wij de eerste uitlopers van deze bergen bereikten. Een van de hoogtepunten, letterlijk en figuurlijk, was onze tocht vanaf St.Jean Pied de Port aan de Franse kant over de pas naar Roncevalles aan de Spaanse kant, eerst een klim van 260m naar 1500 m over 20 km en een steile afdaling naar 1000 m over 4 km. Wij hadden er tegen op gezien, maar wij deden het zeer rustig aan met veel pauzes en het weer was heel mooi, zodat wij prachtige vergezichten hadden, afgewisseld met donkere wolkpartijen en buien in de verte. Achteraf voelden wij ons geweldig, deze barrière hadden wij zonder grote moeite of problemen genomen.

Het weer dat wij hadden in Frankrijk was over het algemeen aan de frisse kant. Twee dagen heeft het de hele dag geregend, maar voor de rest wel eens een bui of bewolkt of zon, pas tegen de Pyreneeën werd het warmer, dus over het algemeen ideaal wandelweer. Wij gingen er van uit de hele reis te kamperen, daar hadden wij ons speciaal op uitgerust! In België en Frankrijk kampeerden wij voornamelijk. Echter in Frankrijk bleken heel veel campings nog gesloten (te vroeg in het seizoen). Wij werden dan "gedwongen" wild te kamperen, hetgeen in het begin nogal op persoonlijke bezwaren stuitte, omdat wij niet overal zomaar onze tenten durfden op te zetten. Later werden wij daar (door ervaring) een stuk gemakkelijker in. Als wij dan een paar keer door wild te kamperen geld uitgespaard hadden, konden wij ons een enkele maal een hotelovernachting veroorloven. In de Dordogne hebben wij 3 nachten achtereen geslapen bij Nederlanders, opeenvolgend steeds weer kennissen van de vorige mensen en steeds weer een dagmars verder wonend op onze route. Twee nachten sliepen wij bij kennissen van ons uit de tijd dat wij in Bovenkarspel woonden, Gerard en Afra Ruitenberg. Zij zijn in 1980 met paard en wagen Europa ingetrokken en in de Dordogne blijven hangen.

Eind mei kwamen de kinderen een paar dagen over naar Zuid-Frankrijk (incl. onze kleinzoon en de hond). Zij trokken met ons mee en vervoerden 3 dagen onze rugzakken, heerlijk na zo'n tijd even geen gewicht op onze rug! En natuurlijk was het afscheid moeilijk toen zij weer naar huis gingen. In Frankrijk waren wij geheel op onszelf aangewezen, het leven was heel simpel: eten en slapen waren onze problemen. Lichamelijk ging het steeds beter, geen blaren en geen stijve spieren meer. Wij ontmoetten in België en in Frankrijk tot de GR 65 slechts één medepelgrim, eenmaal op de GR 65, de aanloop naar de Pyreneeën, een stuk of vijf. In Spanje veranderde er veel: de route is uitgebreid beschreven en aangegeven met gele pijlen. Wij liepen niet meer alleen en wij sliepen ook niet meer alleen! Wij hoefden niet meer te kamperen, want om de (gemiddeld) 10 km konden wij slapen in een 'refugio', speciale herbergen voor pelgrims waar weinig of niets voor betaald moest worden. Wij probeerden enkele nachten en het beviel ons ( Erna en Jan zeker) zo goed dat wij onze tenten en kookspullen vooruitstuurden naar Santiago, waardoor wij ook minder gewicht te dragen hadden. Eten deden wij in restaurants of andere gelegenheden, want dat was goedkoper dan zelf inkopen en koken.

In de refugio's ontmoetten wij heel veel medepelgrims; daar liepen wij niet mee samen, want iedereen had zijn eigen dagindeling. Soms kwamen wij onderweg dezelfde pelgrims tegen, maar over het algemeen liepen wij toch vaak alleen. Het werd er wel een stuk gezelliger door, wij leerden veel mensen kennen en wij hebben er wat contacten aan over gehouden. Ook het weer veranderde, het werd droger en wat warmer, maar nog steeds niet te heet. Maar wat vooral veranderde was onze omgang met de bewoners van het land. De Spanjaarden zijn heel open, behulpzaam en zeer spraakzaam tot op het lawaaiige af, maar vooral: zij leven veel meer buiten en tot 's avonds laat. Het lopen in Spanje was in vergelijking met Frankrijk voor ons een feest, gezellig, geen zorgen over eten en slapen. Er was veel te zien aan monumenten: kerken, 2000 jaar oude wegen, bruggen en alles verweven met (de geschiedenis van) de apostel Jacobus. Erna en ik zijn in veel kerken geweest en hebben genoten van en waren vol bewondering over de prachtige religieuze kunstwerken. Ongelofelijk wat mensenhanden konden (en kunnen) maken. Wij liepen in Spanje van oost naar west parallel aan de kust van de Golf van Biskaje ongeveer 100 km naar het zuiden, eerst door de uitlopers van de Pyreneeën naar Pamplona, daarna door een wisselend heuvellandschap naar Burgos waarna wij op de Meseta kwamen: een hoogvlakte (700 m boven de zeespiegel, vrijwel boomloos, waar hoofdzakelijk graan verbouwd wordt (de graanschuur van Spanje). Over een lengte van 200 km liepen wij over deze vlakte, wind en zon in de rug, af en toe een dal waar een dorp of stad in lag. Via de stad Léon ging dat tot Astorga, toen kregen wij weer bergen tot 1500m hoogte en daarachter begon de provincie Galicië weer wisselend heuvelachtig aflopend naar de Atlantische kust. Het Spaanse landschap was toch ook anders dan het Franse: minder dieren zagen wij, geen wilde zoogdieren, minder insecten, geen hagedissen, minder vogels maar wel veel meer ooievaars! Elk dorp of stad heeft ten minste een nest, maar vaak meerdere nesten op de kerktoren(s). De huizen zijn in Spanje fleuriger en gevarieerder, maar net als in Frankrijk de bouwvallen worden niet opgeruimd: de huizen komen leeg, vervallen, storten in en worden overwoekerd en dat proces laat iedereen gewoon gebeuren. Wij zien veel vijgenbomen, olijfbomen, palmen, maar er zijn ook uitgestrekte eikenbossen en dennenbossen, helemaal in het westen (de provincie Galicië) groeien eucalyptusbomen.

Op de aankomst in Santiago de Compostela hadden wij ons geestelijk voorbereid. Onderweg hadden wij al vernomen dat het heel druk was en het dus behoorlijk tegen kon vallen. Het bleek ook wel. Het was echt druk, de kathedraal al een uur voor de mis stampvol, bussenvol toeristen, die net als de toeristen in Volendam allemaal snuisterijen kochten, zoals pelgrimsstokken, pelgrimsjakobsschelpen, en pelgrimshoeden. Een dag hebben wij dit aangezien, de volgende dag zijn wij met de bus naar Kaap Finisterre, het einde van de wereld, gereden om de Atlantische Oceaan te zien en de dag daarna stapten wij in de trein, die ons in 12 uur terugbracht naar de Franse grens Irun/Hendaye. Met de slaaptrein gingen wij naar Parijs en daar  vandaan met diverse boemeltjes naar huis, 2 dagen reizen!

 

 

Homepage | Voorwoord | Nawoord | Reacties | Route | Links | Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 | Week 5 | Week 6 | Week 7 | Week 8 | Week 9 | Week 10 | Week 11 | Week 12 | Week 13 | Week 14 | Week 15 | Week 16 |