Week 16 (5 juli t/m 9 juli 1999)
Maandag, 5 juli 1999
Wij hadden goed geslapen en stonden om 06.30 uur op. Ik
klopte Heinz en Janneke en Joel wakker. Wij aten en om 07.00
uur stonden wij buiten en brachten de sleutels terug naar de
hostal en dronken er een kop koffie. Om 07.45 vertrokken wij
door het oude dorp Arzúa, zodat wij toch nog wat oude
huizen en straatjes zagen. Wij liepen het dal in en aan de andere
kant weer omhoog en hadden een aardig gezicht op de stad. Nog
steeds ging het op en neer, zigzaggend langs de N-547, de autoweg
naar Santiago, soms er iets van af, dan weer op een ventweg erlangs,
een tijdje links ervan en dan een tijdje rechts ervan. Het was
zwaar bewolkt en later in de ochtend hadden wij af en toe een
bui.
Om 09.00 uur was er een boerderij
met schuur waar koffie was. Onder een afdak waren wat banken
neergezet en een tafel met een pot koffie. Na dit opkikkertje
gingen wij verder, regelmatig door eiken- en eucalyptusbossen.
De dorpjes werden verspreide huizen, het zag er steeds beter
uit. Wij liepen door Raido, Cotorbe, Ferreiros, Boavista en om
10.30 uur kwamen wij in Salceda, waar weer een café met
koffie was. Via Brea, Empalme, Santa Irene, waar weer een refugio
was, liepen wij naar Rúa. Honderd meter voor een restaurant
brak er een bui los. Wij aten dus maar een bocadillo met soep.
Na de bui en het eten gingen wij met Joel verder. Wij deden het
rustig aan, want Joel was langzamer. Ergens kwamen wij een meisje
tegen met een mandje. Zij verkocht een soort koek (zoet) per
pakje. Wij kochten een pakje en snoepten het onder het lopen
op. Om 16.30 kwamen wij in Lavacolla, het betekende letterlijk
zoiets als Waspik. Vroeger wasten de pelgrims zich hier voor
zij Santiago binnenliepen. Er was een café en wij dronken
een biertje. Er was nog 5 kilometer te gaan. Bij een bushalte
stopte een bus en het Franse echtpaar, dat met ons van St. Jean
Pied de Port over de Pyreneeën naar Roncevalles liep, stapte
uit. Zij herkenden ons direct. Zij waren gisteren in Santiago
aangekomen en sliepen in een hotel in Lavacolla. Na even bijpraten
gingen wij weer heuvel op en er weer af. Beneden stond een tv-ploeg
van TVE en wij werden ondervraagd over onze tocht, waarom ik
de schelp droeg, hoe lang en hoe ver en vanwaar wij onderweg
waren, eerst ik, toen Heinz en Janneke en daarna ook Joel. Zij
waren behoorlijk onder de indruk en alles werd gefilmd, ook toen
wij wegliepen. Wij beklommen de laatste heuvel, Monte del Gozo,
vroeger hadden de pelgrims vanaf deze heuvel het eerste gezicht
op Santiago, nu stond er een afzichtelijk monument en tussen
de heuvel en de stad was zoveel gebouwd dat er geen uitzicht
meer was. Wij kwamen bij een gebouwencomplex, een soort vakantiepark,
dat in zijn geheel als refugio kon dienen (800 bedden!), met
restaurants en winkels. Wij werden verwelkomd (18.30 uur) door
een vrijwilliger, die zichzelf heel interessant vond en een heel
verhaal begon over de kamer en de sleutel en over morgen 08.00
uur ontbijten en vóór 12.00 uur in de kathedraal
zijn. Wij lieten hem maar kletsen. Na het installeren gingen
wij naar de cafetaria wat eten en drinken, wij ontmoetten hier
weer enkele Spanjaarden en Brazilianen, die wij onderweg al een
tijdje kwijt waren. Ook Johan Wagenaar, de Zuid-Afrikaanse Canadees,
was al hier. Terug in het gebouw (nr.10) waar wij op kamer 137
ons bed hadden, bleek het nog behoorlijk onrustig. Er waren steeds
veel mensen in de gang, de toilet- en doucheruimte was heel vies
(zelfs vuile pannen stonden in een wasbak). Om 23.30 lagen wij
te bed.
Dinsdag, 6 juli 1999
Wij stonden om 07.00 uur op na een goede nacht. Het inpakken
was een fluitje van een cent en om 08.00 uur zaten wij in het
restaurant
met koffie en wat te eten.
Om 09.00 uur gingen wij richting Santiago. Het was niet moeilijk
te vinden, het stond nog steeds goed aangegeven. Wij liepen weliswaar
langs de weg, maar er was ruimte en het was maar iets meer dan
3 kilometer. Eerlijk gezegd deed de aankomst in Santiago ons
niet veel, wij waren wat uitgelaten en wij begrepen dat het voorbij
was, onze tocht, er was geen ontroering, meer opluchting en zeker
een gevoel van trots en kracht. Het was onbewolkt en zonnig,
wij konden in de stad al van de schaduw profiteren. Hoe dichter
wij bij de kathedraal kwamen, hoe drukker het werd: een "stroom"
pelgrims wurmde zich tussen de toeristen door. Bij de kathedraal
gekomen gingen wij eerst naar het kantoor voor onze "Compostelana".
Het was 10.00 uur. Wij moesten daar een lijst invullen met onze
gegevens en een mevrouw controleerde de credencial (stempelkaart)
en zocht in een boek de Latijnse vertaling van onze naam en schreef
dat op de Compostelana. Naast ons stond iemand die niet genoeg
stempels op zijn credencial had, die kreeg de oorkonde dus niet!
Na dit officiële deel wilden wij de kathedraal in, onze
bagage lieten wij bij het kantoor achter.
Wij liepen de trappen op en halverwege werd ik staande
gehouden door iemand van de Zwitserse radio, die mij vroeg hoe
ik mij voelde zo dicht bij het doel en waarom en hoe lang en
hij vroeg: "zag ik jou van de week niet in de bus stappen?".
"Jaja", zei ik meewarig en zuchtte. Hij lachte en vroeg
nog iets over mijn religieuze gevoelens. Dit alles zou in Zwitserland
uitgezonden worden in een programma over het Heilig Jaar van
Santiago 1999. In de kathedraal was het een gekkenhuis. Rond
de crypte stond een rij mensen, die via de zijbeuk door de kerkdeur
naar buiten op het plein ging! Allemaal toeristen, geen pelgrim
te zien. Het was 11.00 uur en alle plaatsen waren al bezet of
werden bezet gehouden, terwijl ook enkele paden al dichtgeslibd
waren. En de mis begon pas om 12.00 uur! Wij gingen bij een pilaar
staan, met zicht op het altaar en de botafumeiro en bekeken deze
heksenketel en het gedrag van deze "bedevaartgangers".
Het was een gezongen mis (jongenskoor) met 5 of meer heren, waarvan
zeker één de bisschop was. Eerst werden de nationaliteiten
van de pelgrims, die vandaag waren binnengekomen, genoemd en
vanwaar zij gestart waren. Tijdens de mis ging regelmatig een
mobiele telefoon over en die
mensen antwoordden dat telefoontje ook nog! Het "ter communie
gaan" ging als volgt: zeker 7 of 8 priesters zwermden uit
de kathedraal in onder begeleiding van een "padvinder",
als zij vastliepen in de menigte, stak de "padvinder"
een blauwwitte paraplu op en de mensen daar kregen de communie;
er bij komen ging niet, zo vol stond alles. Na de mis werd het
wierookvat, de botafumeiro, door 2 man het altaar opgedragen,
aangestoken, en door 7 man opgehesen en door de opperslingeraar
aangeslingerd. Daarna werd de botafumeiro door de 7 mannen met
hijsen en vieren door de kerk geslingerd. Het was nogal spectaculair
en zeker een kunst en nadat de opperslingeraar het vat heel handig
weer had opgevangen, klonk er luid applaus door de kerk, als
gold het een circusvoorstelling. Na dit alles probeerden wij
nogmaals bij Jacobus te komen, maar de rij was alleen maar langer
geworden. Erna en ik zochten de refugio op in het Seminario Menor
en Heinz en Janneke én Joel gingen in een pension in de
buurt van de kathedraal. De gebouwen van het seminarie lagen
iets buiten de binnenstad, heuvel op vanaf het kantoor van ontvangst,
heuvel af de binnenstad uit, dan weer heuvel op. Wij hadden een
mooi uitzicht op de stad. De refugio was op de 3e verdieping,
wij konden er 2 nachten slapen (500 Pts p.p.p.n.) en de deur
bleef tot 24.00 uur open! Het waren allemaal eenpersoonsbedden,
de douches en de wc zagen er goed uit. Op de afgesproken tijd
waren wij weer terug in de binnenstad, wij pikten een terrasje
en bespraken wat ons te doen stond. Heinz, Janneke en Joel gingen
naar een internetcafé, proberen iets over de trein op
te zoeken.. Erna en ik liepen nogmaals de kathedraal in, maar
de situatie rond St. Jacob was nog niet veranderd. Wij schreven
35 kaarten. Weer op een terras, via internet werden wij niet
wijzer, dus gingen Heinz en ik naar een reisbureau. Helaas, dit
soort treinreizen konden wij alleen bij de spoorwegen regelen.
Dus op naar het station. Daar was het eigenlijk vrij snel geregeld:
Donderdag vertrek 09.00 uur, aankomst Hendaya 20.30 uur Vertrek
slaaptrein 22.30 uur, aankomst Parijs vrijdag 07.14 uur Daarna
moesten wij het zelf maar uitzoeken. Wij namen nog een biertje
en gingen daarna naar het postkantoor. Wij kregen alleen de doos
met de tent, voor de rest was er niets voor ons, zei de beambte.
Wij baalden! Wij zaten tegenover het postkantoor op een terras
toen Mieke van Vessem opdook, erbij kwam zitten en later ook
mee ging eten. Na lang tafelen liepen Erna en ik om 23.30 richting
refugio. Plotseling knalde er weer vuurwerk achter ons boven
de stad. Al plassend in het donkere dalletje tussen stad en seminarie
konden wij er van genieten. In het waslokaal van de refugio stonden
wij ineens tegenover Diego en even later was Klaus er ook. Dat
werd met een rondedansje gevierd! Later bleek ook de Italiaan
er rond te lopen. Vanaf León hadden wij hem al zien lopen,
soms alleen, soms met de Argentijn Gonzalo. Om 00.15 lagen wij
in bed.
Woensdag, 7 juli 1999
Na een goede nacht stonden wij om 06.30 uur op, want
wij gingen vroeg weg met de bus (08.00 uur).
Eerst namen wij hartelijk afscheid van Diego, hij
had zich geschoren! Hij vertelde dat Klaus al naar de bus was.
Tijdens de wandeling naar het busstation kochten wij snel bij
een hotel wat broodjes (toen wij binnenstonden liepen Diego en
de Italiaan voorbij). Bij het busstation konden wij de ingang
niet vinden, wij gingen maar via de uitgang van de bus naar binnen.
Klaus en Diego stonden al te zwaaien op het middenperron. (Het
station was als het ware een eiland, waar de bussen met de kop
schuin naar binnen tegenaan stonden, het leek mij niet handig).
Nogmaals schudden wij Diego de hand, hij ging vandaag weer naar
huis in Zuid-Spanje, en wij stapten de bus in. Boven kwamen Heinz
en Janneke Diego ook nog tegen, zij waren nog op tijd voor de
bus. Ook de Italiaan zat in de bus. De reis duurde 2 uur en een
kwartier (over deze route was het 110 kilometer). Het laatste
stuk was heel mooi, eerst bergachtig en dan ineens een baai,
de blauwe oceaan, bootjes: Concubion en dan het schiereiland
met aan het einde het plaatsje Fisterra, aan de binnenkant op
een landtong als verbinding met de laatste heuvel met vuurtoren:
"Het einde van de wereld". Bij de haven dronken wij
eerst koffie op een terras met Klaus, hij zou vannacht hier blijven
in de refugio. De wandeling naar de kaap duurde ongeveer 3 kwartier,
een steeds langzaam stijgende weg. Er stond weinig wind, de baai
was rimpelloos, het was warm. Aan het einde stond een gebouw,
dat verbouwd werd tot refugio (bijna klaar) en daarachter een
gebouw met een vuurtoren. Onderweg kwamen wij de jonge Belg tegen,
die eerder op de Camino met 4 zwagers liep. Hij had in 3 dagen
van Santiago gelopen naar Fisterra, waarvan één
dag van meer dan 50 kilometer, omdat hij geen slaapplaats kon
vinden! Toen ik dat hoorde werd ik ontzettend moe bij de gedachte
alleen en was blij dat wij het met de bus hadden gedaan. Op de
kaap ging hij zijn stokken ritueel verbranden. Ook de Italiaan
had op de kaap iets ritueels gedaan, hij ging al weer terug.
Na de vuurtoren zaten wij een tijdje op de rotsen, hoog boven
de oceaan. Ik kon de verleiding niet weerstaan en daalde af naar
het water (13.00 uur). Nadat ik mijn handen waste, klauterde
ik weer omhoog, dat was ook nog even werken. Het werd druk met
toeristen, dus wij gingen weer terug. In Fisterra dronken wij
een biertje op een terras, Erna ging in de baai even met haar
voeten in het water en ik deed een dutje. Om 16.00 uur ging de
bus terug, om 17.00 uur moesten wij overstappen en om 18.15 uur
waren wij weer terug in Santiago. Erna en ik zijn de kathedraal
weer ingegaan om te kijken hoe druk of het was. In een kwartier
waren wij bij Jacobus en langs de crypte! Wij hadden om 19.00
uur afgesproken met Mieke van Vessem op het terras. Wij kwamen
Johan Wagenaar ook nog tegen, hij was met een huurauto naar de
Kaap geweest. Met Mieke erbij zochten wij een restaurant en aten
heerlijk. Intussen was ik ook nog even bij het postkantoor geweest
en nu kreeg ik wél de post die wij verwachtten! Tijdens
het eten kwamen 2 van de 3 Franse dames voorbij. Na het afscheid
met Mieke liepen Erna en ik met Heinz en Janneke mee naar hun
pension en haalden de doos op met onze tent en gingen naar de
refugio. Wij liepen in een donkere straat de heuvel op toen een
luide kreet klonk en daar verscheen "onze Braziliaan"
voor ons. Ondanks het duister had hij ons herkend! Hij was helemaal
wild toen hij ons zag en moest even huilen. Wij maakten kennis
met zijn nieuwe "love", een Belgische vrouw. Na wat
heen en weer gepraat over hoe en wanneer en de reis naar huis
namen wij ontroerd en hartelijk afscheid. Lopende naar het seminarie
waren wij nog helemaal beduusd. Hoe was het mogelijk dat wij
hem nog op het nippertje zagen, destijds had hij het wel gezegd!
Vandaag namen wij van 3 mensen afscheid: Diego, Klaus en de Braziliaan,
3 mensen die voor Erna en mij een heerlijk deel van de Camino
waren. Om 24.00 uur lagen wij in bed.
Donderdag, 8 juli 1999
Om 06.45 stonden wij op, de rugzakken werden weer goed ingepakt en rond 07.45 liepen wij naar het station. Tegenover het station dronken wij koffie in een café dat net open ging. Om 08.30 was het goed druk op het station, veel pelgrims gingen met dezelfde trein. Met 15 minuten vertraging vertrok de trein om 09.15 uur in zuidoostelijke richting en na een mooie rit, rustig aan door de bergen, kwamen wij om 10.30 aan in Ourense. Daarna ging de reis in noordoostelijke richting verder, soms hoog de bergen in. Eén keer hadden wij twee maal hetzelfde uitzicht, alleen een stuk hoger. Rond 13.00 uur waren wij weer in Astorga, om 14.45 uur in León, 15.15 uur in Sahagùn en 16.45 in Burgos. Met de trein leek de Meseta wel langer dan toen wij er zelf liepen, 2 weken geleden. Alles was ook veel geler en hier en daar was het al kaal. Wij zagen nog pelgrims gaan. Na Burgos ging de trein meer noordoostelijk, wij verlieten de Meseta en gingen tussen de bergen door, het was zeer spectaculair. Om 17.40 uur waren wij in Miranda de Ebro, om 18.15 uur in Vitoria, om 18.40 uur in Alsasua en weer reden wij tussen de bergen door, om 19.06 uur stopte de trein in Zumarraga, om 19.55 uur in San Sebastian, na vertrek zagen wij ineens de haven, het zeegat, de Golf van Biskaje! Om 20.20 uur waren wij in Irún, de laatste plaats in Spanje, de grens, en wij arriveerden om 20.36 uur in Hendaya, de eerste plaats in Frankrijk. Op het station van Hendaya aten wij een "plat de jour". Er stond een trein gereed voor Parijs met alleen maar bedden, in 6 persoonscoupés. Wij hadden geluk, er kwam niemand bij. Om 22.46 uur vertrok de trein, omdat er alleen maar bedden waren, doken wij er maar gelijk in.
Vrijdag, 9 juli 1999

Om 06.45 uur werden wij gewekt via de luidsprekers, wij hadden redelijk geslapen. Om 07.15 uur stapten wij uit in Parijs op station Austerlitz. Op het perron tijdens een kop koffie, belde Hetty Klepper, waar of wij zaten! Zij waren met de camper onderweg naar Santiago en hoopten ons onderweg te ontmoeten, helaas te laat. Het duurde nog even voordat wij uitgezocht hadden waar wij heen moesten om informatie. Hoe het verder moest, wisten ze op Gare du Nord! Wij gingen met de metro naar Gare du Nord en meldden ons bij de informatiebalie. Wij wilden niet met de TGV, maar dat betekende wel enige keren overstappen!
Het vertrek
was om 10.08 uur van Gare du Nord |

Homepage | Voorwoord | Nawoord | Reacties | Route | Links | Week 1 | Week 2 | Week 3 | Week 4 | Week 5 | Week 6 | Week 7 | Week 8 | Week 9 | Week 10 | Week 11 | Week 12 | Week 13 | Week 14 | Week 15 | Week 16 |