|
Update:
7 Jan. 2010 (subject: Kroos)
In
morse hoort u: TFA de PBVQ ARR ocean station Alpha K (Reykjavik
Radio de Cumulus arriveert op ocean station Alpha. Over!)
ZIJ
DIE VAN DE SONDE LEVEN
They
who live of sin (sin = zonde) var. on sonde
MIJN
VAARTIJD BIJ DE RIJKSLUCHTVAARTDIENST A/B VAN DE WEERSCHEPEN IN DE
ATLANTISCHE OCEAAN
My
service with the Dutch Civil Aeronautical Service on board weather ships
in the Atlantic Ocean
by
radio operator Jan Fernhout
28
december 1964 - 28 april 1965
1 april 1972 - 4 mei 1981
Na de koopvaardij, gevolgd door de
dienstplicht bij de Koninklijke Marine als korporaal telegrafist met
certificaat (KTC), in gezelschap van zes aanvankelijk teleurgestelde
aanstaande RH-collega's, begon ik op 28 december 1964 mijn eerste reis aan
boord van het weerschip Cumulus.
After
working in the merchant navy, followed by compulsory service with the
Royal Dutch Navy as a corporal telegraph operator, certificated to (CTC)
in company with six initially disappointed merchant navy collegues to be, I started my first voyage on December 28th 1964 on board
the weather
ship Cumulus.
Weerschip
(ocean station vessel) CUMULUS (1963-1996)
Dit motorschip verving
het s.s. Cumulus/PBVD en werd in 1963 voor de
Rijksluchtvaartdienst (RLD) gebouwd door Gebr. v.d. Werf in Deest bij
Nijmegen, 1974,22 brt, lengte 71,20 m, br. 12,50 m en diepgang 4.20 m.
Accomodatie voor 52 personen. Het werd voortgedreven door een Werkspoor
4ew 6 cyl. 1400 pk diesel, goed voor 10-12 knopen bij 350-370 omw. v.d. schroef.
Thuishaven: RLD, ’s Gravenhage. Het schip leek op een klein
passagiersschip en is 33 jaren in dienst geweest, zag er door goed
onderhoud nog als nieuw uit en de motor had door het vele drijven op de
Atlantic natuurlijk veel minder draaiuren gemaakt dan die van een
vrachtschip. Het andere weerschip was de s.s. Cirrus/PBVC.
This
motor vessel replaced the s.s. Cumulus/PBVD and was built in 1963 by Gebr. v.d. Werf in Deest near
Nijmegen
for the Dutch Civil Aviation Service.
She
was 1974,22 Gross
Tonnage and
had a
length of
71,20 meters, width
12,50 meters,
draft 4,20 meters
and with a
52 persons accommodation. She was powered by a Werkspoor (Neth.) 4ew
6 cyl. 1400 hp diesel, powerful enough
to reach 10-12 knots (350-370 rpm of the
screw). Home
port:
The
Hague. The ship looked like a small passenger vessel and was in service
during
33 years, looked as good as new, due to good
maintenance
and the
engine of
course worked many
hours less
due drifting in the Atlantic of course, compared to a merchant
vessel.
The other weather ship was the s.s. Cirrus/PBVC, in service
(1947-1970)

Wolken Cirrus (Ci)
en Cumulus (Cu) - Clouds Ci and Cu
De
oude weerschepen / The old weather ships Cumulus en Cirrus

De oude
Cumulus (PBVD) 1947-1963 aan de Parkkade te Rotterdam. The old Cumulus in
Rotterdam.

De oude Cumulus / PBVD 1947-1963
Op de romp/At the hull: Rijksluchtvaartdienst Civil Aeronautical Service

Oude Cumulus in windkracht
10 - The old Cumulus. (Foto links van Chief Cook Klaas van
Beukelen. Foto rechts van telegrafist Sjef Levens )
Schilderij
van de Cirrus die arriveert aan de Parkkade - Painting
of the Cirrus, which arrives at the Parkkade, Rotterdam:

Henk
van de Veer
http://www.arendnet.com/henkvdv2.htm
DE BOUW VAN DE NIEUWE CUMULUS IN DEEST BIJ NIJMEGEN (1962-63) - BUILDING THE NEW
CUMULUS


View at
the river Waal near Nijmegen.

Nieuwbouw: het radiostation aansluiten aan het
scheepsnet - Usual new ship's troubles
"Zo,
en dat noemen jullie lichtnet aansluiten?!" - "So you call this
connecting electrical power?!"
You
wanna see more cartoons? Click chapter KOOPVAARDIJ and choose the ships in
the blue list at the left side.

April
1963 De proeftocht van de nieuwe Cumulus / PBVQ. The trial trip of the new
Cumulus.

April 1963. De
overdracht van de nieuwe Cumulus aan gezagvoerder Harm A. de Boer. Hand
over to captain De Boer.
De taak van de weerschepen was het doen van
weerwaarnemingen, weerballonnen oplaten, oceanografisch onderzoek en het
onderhouden van de communicatie met luchtverkeersleiding en vliegtuigen
boven het stationsgebied op de oceaan. De exploitatie werd volgens een
formule van ICAO betaald door alle luchtvaartmaatschappijen die over de
Atlantic vlogen. De ex radio-officieren onder de lezers herinneren zich
nog wel het gele boekwerk List of Special Services, waarin de radiobakens,
de tijdseinstations, etc. waren opgenomen. Een hoofdstuk hierin was
getiteld: Ocean Station Vessels. De Cumulus was dus zo'n OSV.
The
task of the weather ships was doing weather observations, launching
weather balloons, oceanographic survey and maintaining communications with
oceanic air traffic control and air traffic over the station area. The exploitation
was paid - according a rule of ICAO - by all airlines who crossed the
Atlantic Ocean. Former radio officers among our readers will remember
the yellow book List of Special Services, in which the radio beacons, time
signal stations, etc were included. One chapter in this was titled: Ocean
Station Vessels. The Cumulus was such a vessel.
Het lukte me dus op het
nieuwe weerschip als R/O Communicatieambtenaar te worden aangesteld. De
oude Cumulus, in dienst sinds 1950 (een omgebouwd fregat uit W.O. II),
was naar de sloop gegaan. De Cirrus, eveneens een omgebouwd
fregat uit de oorlog en eigenlijk ook al versleten, was het laatste
Nederlandse zeeschip met triple expansiemachines (armen en benen). Ze ging
op 6 augustus 1970 uit dienst met 163 reizen op haar naam.
So
I managed to be appointed on board the new weather ship as a radio officer/communications
servant.
The old Cumulus, in
service since 1950 (an adapted U.S. frigate from W.W.II), went to a demolition
yard. The Cirrus , an adapted US frigate as well, and as you can say
in the meantime really exhausted, was the last Dutch seagoing vessel with triple expansion
engines. She was taken out of service on August 6th 1970 after having made
163 voyages.

Ocean
station vessel CIRRUS. On the hull: Rijksluchtvaartdienst
Civil Aeronautical Service

De
Cirrus arriveert op station en brengt de post met een
sloep naar de Cumulus - Cirrus arrives on
station and transferring mail to the Cumulus with a
lifeboat.
Toen de
Cirrus”
werd afgevoerd, was het m.s. Cumulus het enige Nederlandse OSV. Er werd door V&W geen
geld meer beschikbaar gesteld voor een nieuw schip. Ook de andere
deelnemende landen voerden dezelfde policy. Frankrijk had twee moderne
schepen in de vaart en in 1975 verving Noorwegen nog twee oudjes door de
bouw van een nieuw schip, de Polarfront, dat als laatste
weerschip dienst deed op de poolcirkel t/m 28 november 2009. Engeland voer met vier versleten schepen, die
later nog eens vervangen werden door twee minder aftandse, gevolgd door
een aangepast visserijfabrieksschip. Men dacht al rond 1970, dat het wel
gauw afgelopen zou zijn met de weerschepen, mede door de weersatellieten
die in opmars waren. Maar wat de weerballon nog dagelijks moet presteren,
kunnen de satellieten blijkbaar nog steeds niet. Nu is het tijdperk van de
weerschepen (1947-1996) dan toch geschiedenis geworden.
Na vier maanden Cumulus (1964-65), kon ik op
Scheveningen Radio PCH terecht. Daar werkte ik zeven jaren, om dan in 1972
toch
weer terug te keren op het weerschip, gedurende negen jaren.
When the Cirrus was taken out of service finally, the mv Cumulus
became the only Dutch OSV. The Ministry of Transport did
not make money available for a new ship. Also the other countries taking
part, conducted the same policy. France had two modern ships in service and
in 1975 Norway replaced two old ones by a brand new ship, the
Polarfront, that served station Mike between Norway and Iceland
until Nov 28th 2009. England
sailed with four worn out ships, who
later on were replaced by two less worn out,
followed by an adapted fishery/factory vessel. It was considered a
possibility around 1970, that Europe might be finished with the weather
ships, because weather satellites were operating already. But what a
weather balloon has to produce daily still, satellites still can’t do!
Now the era of the weather ships (1947-1996) has become history finally.
After four months serving on Cumulus (1964-65), I managed to be
appointed to Scheveningen Radio PCH. There I served seven years, but
returned to the weather ship in 1972 to serve with great pleasure until
1981.
TV
DOCUMENTAIRE
Over de laatste reis van de Cirrus is
in 1970 door de NCRV, met reporter Jan van Hillo c.s., de documentaire 'Station Kilo standby' gemaakt, die 50 minuten duurt en die
destijds tweemaal werd uitgezonden op tv. Zij vertrokken op 1 april met de
Cirrus uit Rotterdam filmend en
interviewend mee en stapten op 4 april bij het aflossen op Station Kilo over
op de Cumulus, die op 8 april in Rotterdam terugkeerde. De
vakkundige montage suggereert dat het een hele reis betreft, omdat alle
werkzaamheden, zoals oceanografie (waarvoor onderweg de machine gestopt
werd) en de postdropping door het marinevliegtuig (wat nep was bij Hoek
van Holland) werden vastgelegd. Nu heb ik er een kopie van op video en dvd, maar toen
ik de 35-mm film aan boord kreeg om aan de bemanning te vertonen, was er
geen geluid bij. Dat schijnt tegenwoordig bij de omroep nog steeds
gescheiden te zijn. Onze 35-mm projector was niet geschikt voor geluid
apart. Maar toen de documentaire werd uitgezonden, was ik thuis en nam het
geluid op met een bandrecorder, aangesloten op de luidspreker van de tv.
Dus draaiden we de film en bandrecorder tegelijk, waarbij de band een
ietsie pietsie sneller liep dan de film. Gelukkig, want ik hoefde alleen
de tape even af te remmen met de vinger en dan liep het weer een tijdje
synchroon. In werkelijkheid maakte de Cirrus haar laatste reis
op 16 mei naar station India, ca 700 km ten westen van Schotland tot 17
juni 1970, maar omdat het weer daar stormachtig kan zijn werd
waarschijnlijk voor een reis eerder gekozen: het zuidelijk gelegen
station Kilo, 700 km west van Cabo Finisterre. Ook het vaarschema kan de
mogelijkheden hebben beperkt. Hierna heeft de Cumulus een tijdje
reizen gemaakt op La Coruña en een tijdje op Bergen i.p.v. Rotterdam. De
ambtenaren (RLD en KNMI) werden na 1 reis afgelost en de Nievelt crew
telkens na 2 reizen, uiteraard per vliegtuig.

Uit de film - From the documentary: Cumulus relieving Cirrus at
station Kilo (45N 16W)
During
the last voyage of the Cirrus (1970) Dutch Public TV with
reporter Jan van Hillo c.s. made the TV documentary 'Station Kilo, stand
by', which lasts 53 minutes. On
April 1st they left Rotterdam o/b of the Cirrus, filming
and interviewing, thence transferred to the Cumulus at the relief position
Kilo (45N 16W). Then filming and interviewing
during the voyage to Rotterdam. The result of the film suggests a complete
voyage on station, but several duties such as oceanography were done with
engine stopped and the mail drop by the navy patrol aircraft - normally on
station - was faked near Hook of Holland. I have a copy on video/dvd
now, but when I
got the 35-mm movie on board to show to the crew, there was no sound
included. This seems to be separated in broadcast business still nowadays. Our
35-mm machine was not fitted with separate sound. But when the documentary
was broadcasted, I was at home and I copied the sound with a tape recorder,
connected to the loudspeaker
of the TV set. Thus, I played the movie and my recorder simultaneously, where the
tape ran a teeny weenie faster than the film. Happily, all I needed to do
was to put a brake with a finger very shortly on the tape and then the
combination went smooth for a few minutes again. The real last voyage of
the Cirrus was May 16th 1970 to station India (59N20W) until June
17th. Because of the chance of stormy weather at station India - 700 km W of
Scotland - , the film crew preferred one voyage earlier, to the southerly
station Kilo, 700 km W of Spain. After
this the Cumulus sailed to and from La Coruña in Spain quite
a while en to and from Bergen (Norway) too, instead of Rotterdam. The civil
servants (radio and Metmen) were relieved every voyage and the company crew
every two voyages.
DE NIEUWE "CUMULUS" - 1963-1996 - THE NEW
"CUMULUS"

Foto: Ate Reitsma (KNMI)


Gezagvoerder Harm de Boer en 2e wtk Willem Gisius - Captain De Boer and
2nd Eng. Gisius

Stuurhuis, 2e Stuurman Peter Teekens - Wheelhouse, 2nd off. Peter Teekens
Kaartenkamer - Chart room
LICHTSCHIP
OF WEERSCHIP?
Buitenstaanders verwarden
weerschepen wel eens met lichtschepen. Lichtschepen bevinden zich in de
buurt van de kust, meestal in een aanlooproute, hebben een vuurtoren aan
dek en liggen zwaar verankerd. Weerschepen opereerden op de oceaan, zonder
vuurtoren, maar wel met een radiobaken, ongeveer 900 km uit de kust. Zij
verleenden informatie en assistentie bij de navigatie aan vliegtuigen m.b.v.
de weerradar en verstrekten aan deze de door de weerballon gemeten
temperaturen, windsnelheden en windrichting in het eigen luchtruim boven
de oceaan. Zo voorzagen ze de Europese meteorologische diensten van
essentiële informatie uit de bovenlucht, verrichtten oceanografisch
onderzoek en hielden een vogeljournaal bij. Soms voer een biostudent
(vogelaar, planktononderzoek) van Leiden mee. Omdat
we ook een amateurzendmachtiging met de roepletters PI1LC/MM aan boord
hadden, bereikten mij tijdens deze radiocontacten vaak de volgende vragen:
Liggen jullie voor anker? Uiteraard kan een schip vanwege de oceaandiepte
(1500-5000m) niet voor anker. Dus lagen we te drijven op wind en stroom en
met behulp van langeafstandsnavigatie (toen nog LORAN-C) en natuurlijk het
zonnetje schieten en stersbestekken, berekende men of het al weer nodig
was om naar de juiste positie te varen, om daarna de machine weer uit te
zetten en te gaan drijven, of langzaam te varen bij te veel wind. Worden
jullie met een heli afgelost? Ook dat zou onmogelijk zijn, want een kleine
duizend kilometer uit de kust is voor een heli onbereikbaar en bij slecht
weer zou aflossen ook een groot probleem worden. Er was
ook geen helispot aan dek.
LIGHTVESSEL
OR WEATHER SHIP?
Sometimes
outsiders confused weather
ships with lightships. Lightships are located in the vicinity of the
coast, mostly in approach lanes, have a lighthouse on deck and are lying
at heavy anchors. Weather ships were operating at the ocean, without a
lighthouse but instead, with a radio beacon, about 500 nm off the coast. They
provided information and assistance to the navigation of air traffic with the
weather radar and gave the measured temperatures, wind speed and wind
direction in their own airspace from the balloon over the ocean. They
provided essential information from the upper air to the European
meteorological centers, surveyed the ocean from the surface to the sea
floor and kept
bird records. Sometimes a bio-student (bird registration, plankton survey)
from the Leiden University sailed with us. As
we had an amateur radio license as well, with call sign PI1LC/MM on board,
the following questions reached me during these radio contacts: Are you
lying at anchor? Of course a ship can’t go at anchor because of the depth of
the ocean (1500-5000m); we were drifting on wind and current and with
help of long distance navigation (LORAN-C then) and of course shooting the
sun and stars, we reckoned if it was necessary to go to the right position,
switch off the engine and go
drifting, or sail slow ahead when wind speeds
were too high. Will
you be relieved by a helicopter? This also would be impossible, because
with a distance of little
less than a thousand kilometers is unreachable and in bad weather relief
would be a big problem. There wasn’t a heliport on deck either.
DE
OCEAN STATIONS:
De
weerschepen lagen op diverse stations:
1. Halverwege IJsland-Groenland 62.30N 35W, station Alpha/4YA tot juli
1975.
2. Halverwege Noorwegen-IJsland 66N 02O (Poolcirkel) station Mike/4YM,
later C7M
3.
700 km WNW Finisterre 45N 16W, station Kilo/4YK.
4. 700 km W Schotland 59N 19W, station India/4YI,
5.
900 km W Ierland 52.30N 20W, station Juliett/4YJ
6. Stations I, J en K werden in 1975 vervangen door Lima/C7L op 57N20W en
Romeo C7R op 47N17W.
De nationaliteit 4Y was toegewezen aan ICAO en in 1975 C7 aan de WMO.

The
weather ships were positioned at various places:
1.
Halfway Iceland-Greenland 62.30N 35W, station Alpha/4YA till July 1975
2.
Halfway Norway-Iceland 66N 02O (Arctic circle) station Mike/4YM, later C7M
3.
700 km WNW Finisterre 45N 16W, station Kilo/4YK
4.
700 km W Scotland 59N 19W, station India/4YI
5.
900 km W Ireland 52.30N 20W, station Juliett/4YJ
6.
In
1975 stations I, J and K were replaced by Lima/C7L
at
57N
20W
The nationality 4Y was allocated to ICAO and 1975 C7 to the WMO.
Deze
"Europese" stations werden d.m.v. een aflosschema bezet door
twee Nederlandse weerschepen, twee Franse, vier Engelse en twee Noorse
schepen. Een rouleerschema werd voor telkens 1 ½ jaar samengesteld en wel
zodanig dat elk schip tenminste eenmaal per twee jaar met Kerstmis thuis
was. De Verenigde Staten hadden coastguard/weerschepen op 4YB, 4YC, 4YD in
de westelijke helft van de Atlantische Oceaan. Zelfs in de Indische Oceaan
had Nederland in 1949 een weerschip met de Maleise naam: Ajer Mas
wat Goud Water betekent. De KLM vloog toen Mauritius-Batavia en werd vanwege
de politionele acties in Indië
door diverse Aziatische landen geboycot. De piloten hadden veel baat bij
het weerschip.
Best
grappig was het misverstand dat assistent werktuigkundige Peter Kroos
overkwam. Hij werd door de rederij geplaatst op de Cumulus en hij had nog
nooit gehoord van een weerschip. Normaal voer de rederij op Midden- en
Zuid-Amerika. "Waar gaat dat schip naar toe?" vroeg hij op
kantoor. "Naar India," was het antwoord. Eenmaal aan boord vroeg
hij aan een collega: "Hoe lang is het varen naar India?"
"Drie dagen." "Hè, drie dagen??? Hoe kan dat nou?..."
Rather
funny was the misunderstanding that ass. eng. Peter Kroos experienced. The
company appointed him to the Cumulus. He had never heard of weather
ships. Normally the company sailed to Central and South America. "Where
is this ship bound for?" he asked at the office.
"India", was the reply. Once on board Peter asked to a collegue:
"How many days does it take to India?" "Three days."
"Three days???....."

Een van de twee Franse weerschepen France I - France II
- One of the two French weather ships.

France
I is now a "musee maritime" and amateur radio station in the port of La Rochelle.

France
II relieving Cumulus

Een van de oude Noorse weerschepen Polarfront I - One
of
the two old Norwegian weather ships.

Het nieuwe Noorse weerschip
Polarfront -
1976 - The new Norwegian
weather ship Polarfront.
Dit
schip is uit dienst genomen op 28 nov. 2009 om 12.00 GMT. Served until nov
28th 2009 at 12.00 GMT.

Een
van de vier Britse weerschepen: WEATHER SURVEYOR

Radio
station WEATHER REPORTER

s.s. WEATHER MONITOR komt aflossen. ... about to
relieve.
These
“European” stations were manned by means of a relief schedule by two
Dutch weather ships, two French, four British and two Norwegian ships. A
relief schedule was made every 18 months. Every ship should be at home at
Christmas at least every two years. The U.S. had Coast Guard/weather ships
at 4YB, 4YC, 4YD in the western half of the Atlantic Ocean. Even in the
Indian Ocean during 1949, The Netherlands had a weather ship with the
Indonesian name Ajer Mas, which means Gold Water. KLM flew
Mauritius-Batavia (Djakarta) then, and was boycotted in airspace by a
number of Asian countries, due to Dutch colonial actions in Indonesia. The pilots experienced very
good help and support through the weather ship.
Elk
schip lag 24 dagen op station en voor ons was de uit- en thuisreis 3-5
dagen. Tijdens de binnenligperiode was de Parkkade onze vaste plek, boven
de Maastunnel. Veel Rotterdammers die daar een wandeling maakten zullen
met herkenning zeggen: "O ja, de Cumúlus;
was dat niet een lichtschip?" Jòh, dat heb ik nou net uitgelegd. Na
drie weken thuis te zijn geweest, vertrokken we weer om een ander schip af
te lossen. De drie weken verlof tussen de reizen kwamen niet overeen met
het opgebouwde verlof van vier weekends op zee, wat dus minder was, maar
de RLD maakte daar geen punt van. Wij (RLD), maakten vijf van de zes
reizen per jaar en bleven dus elk een reis thuis voor vakantie.
ONS
STEKKIE IN ROTTERDAM - OUR BIRTH BERTH IN ROTTERDAM

Airco Maastunnel (1940), ons plekkie - our berth
Na elke reis ongeveer 2 a 3 weken op de tunnel aan de Parkkade

Weather ship Cumulus at her home berth - at low tide - in the centre of
Rotterdam (Parkkade).
Every
ship spent 24 days on station and for us the outgoing and home going
voyage took 3-5 days, depending weather and distance. During the stay in
Rotterdam, the Parkkade (a street name)
was our fixed berth, above the river Maas tunnel. Many Rotterdam people who made
a walk along the quay, will say recognizing: “O yeah, the Cumulus, wasn’t she a
lightvessel?” Dummy, I just explained it all! After being three weeks at
home, we left again to relieve an other ship. Three weeks off did not
equal the built up free time during one voyage which consisted of four
weekends at sea, which was only 8 or 10 working days, but the RLD saw no objections
for its radio personnel. We
(the radio dept) made five voyages out of six in one year, so every r/o
stayed home for holidays during one voyage.
A really ideal working condition compared to the merchant navy, where one
voyage lasts three to nine months.
De
kapitein, officieren en bemanning behoorden tot de rederij Van Nievelt
Goudriaan & Co te Rotterdam, die naast haar eigen vloot, de Cirrus en Cumulus tegen een bepaalde vergoeding in
beheer had. Het zou voor de Rijksluchtvaartdienst om praktische en
logistieke redenen ondoenlijk zijn geweest zelf ook nog als rederij te
opereren. Voor de ene Nieveltman waren de weerschepen een straf, voor de
andere een sanatorium, waarmee je door het weinige werk heerlijk
ontspannen de reizen maakte.
The
master, officers and crew were employed by the merchant shipping company Van
Nievelt Goudiaan & Co in Rotterdam, who cared for the Cirrus and Cumulus, together with their own ships. They received a certain
payment for that. For the Dutch Civil Aeronautical Service for several
reasons it would be impracticable to run a ship like a shipping company
herself. Some Nievelt crew members felt the weather ships were a
punishment, others felt it was a health resort with which you could
make pleasant relaxing voyages.
De
thuishaven van de weerschepen was 's-Gravenhage en sinds 1975 De
Bilt. In internationaal verband voer men onder de vlag van de
International Civil Aviation Organisation (ICAO), de organisatie die
verantwoordelijk is voor de veiligheid in de luchtvaart en vanaf 1975
onder de WMO (World Meteorological Org.).
The home
port of the weather ships was the town of The Hague (Govt. Ministry of Transport)
and since 1975
the village of De Bilt
(where the Dutch Met Office is located). Internationally every weather
ship sailed under UN/ICAO flag, the organization which is responsible for
safety in air travel, and since 1975 under the flag of the UN/WMO.
HET
RADIOSTATION
Voor
leken nogal ingewikkeld, maar ik heb hier een paar leuke alternatieven:
Scroll in http://krlmuseum.nl/Nieuwsover.htm
naar "De Marconist" en geniet van dit prachtige lied van Wim
Kerkhof met de Amazing Stroopwafels, zoon van een marconist. Klik daarna op
vorige om terug te keren naar deze pagina. Voor wie dan tot roerens is
geraakt, volgt nu de kennismaking met het morsealfabet. Dat is dan weer
lachen: http://www.ham-radio.nl/radiogein/rithmorse[1].mp3
Klik op Play en beloof dat u daarna weer terug komt.
THE RADIO
STATION ON BOARD
This
may be complicated to outsiders, but here I have a funny replacement to
get acquainted to Morse: http://www.ham-radio.nl/radiogein/rithmorse[1].mp3
Press Play and please afterwards return to this page. There also is a
beautiful song in Dutch dedicated tot the the past profession of the
ship's radio operator: http://krlmuseum.nl/Nieuwsover.htm
Scroll down to De Marconist and press in the picture.
HET
RADIOSTATION A/B VAN DE CUMULUS.
Linkse
deel / Left part:

V.l.n.r.:
ontvangers Philips BX925. Midden en onder: afstandbediening vaste
zenders d.m.v. telefoonschijven.
Left
to right: 2 Philips rec BX925. Amidst: telephone dials to
control remote every HF/MF transmitters.
Below: volume knobs to every remote receiver and switches to every remote
every VHF/UHF transmitter.
Rechtse
deel van het radiostation, verbouwd / Right part of the radio station,
modified:

2
ontvangers
R2000. Sailor ontv. middengolf. 2 zenders S1250 1,2
kW. - 2 receivers R2000. Receiver
Sailor MW. 2 transmitters S1250 1,2kW.

Zijkant
van het radiostation: A1/A3-zender 1.5 KW met VFO 2-30 MHZ. Erop:
staandegolfmeter met afstandbediening naar antenne tuner elders op het
schip.
Sidepart
of the radiostation: Telegraphy/Telephony transmitter. On top: standing
wave monitor with remote control to antenna tuner elsewhere in the ship.
Het
radiostation, dat naar luchtvaartgebruik Operationele ruimte heette en de
grootste was die ik ooit heb meegemaakt, bevond zich op het hoofddek
achter de midscheeps. Negen meter breed en vier meter "diep". In
een aparte zenderkamer achter de brug stonden 17 vastafgestemde LG/MG/KG/VHF/UHF-zenders
in rekken opgesteld, die d.m.v. afstandbediening vanuit de operationele
ruimte voor telegrafie en telefonie konden worden gebruikt. Vanuit de
zenderkamer liepen 9 zendantennes voor LG-MG-KG omhoog. Ze hingen tussen
de voormast boven de brug en de portaalmast ter hoogte van de midscheeps.
Op de voormast 1 UHF-antenne, scheepsradar, marifoon en de regenmeter. Op
de portaalmast 5 VHF-antennes voor de luchtvaart. Tussen de portaalmast en
de achtermast hingen 5 ontvangantennes voor MG/KG, die achter de
schoorsteen leidden naar de radiohut. Op het topdek van de salon stond een
grote bus met rondom UHF-elementjes om de radiosonde van de weerballon op
403 MHZ te ontvangen. Op de achtermast zaten de anemometers, 1 horizontale
en 1 verticale antenne uit de tijd dat een ouder type radiosonde nog
tussen 27 en 30 MHZ werkte. Boven de behuizing op het achterschip (de
vulhut en de meteokamers), stond de cardanisch opgestelde schotel van de
weerradar, ook gebruikt voor vliegtuigen. Uit dit alles blijkt wel dat de Cumulus een heel antennepark aan boord had. Het leek dan ook
meer op een spionageschip dan een weerschip.
This
radio station, in aviation called the operations room, was the largest I
ever met on board ships. It was situated on the main deck behind the
midships. Nine meters wide end 4 meters “deep”. A separate unmanned
transmitter room behind
the wheelhouse contained 17 fixed tuned LW/MW/SW/VHF/UHF/ and emergency
transmitters, which could be activated by remote control (dialing) from the radio
station to obtain telegraphy and telephony. Out of this transmitter room nine
transmitting antennas were erected for LW-MW-SW. They hung between the
foremast above the bridge and the middle masts. At the foremast 1 UHF
antenna, ships radar, VHF and the pluviometer. Between the middle masts 5
VHF antennas for air traffic. Between the middle masts en the aft mast
there were 5 receiving aerials for MW/SW, which led to the opr. radio station.. On the roof of the saloon there was a big round drum
with UHF elements around, to receive the signals from the sonde of the weather balloon on
403 MHZ. At the aft mast were the anemometers. Also aerials from the time that
the older English radio sonde operated between 27
and 30 MHZ, one horizontal and one vertical antenna. On the superstructure
at the stern (the balloon filling room and the
Met office) there was the cardanic placed dish antenna of the weather radar, also
used for air traffic. Out of all of this, it appears that the
Cumulus had quite an assortment of
aerial equipment. She looked more like an
espionage ship than a weather ship.
In
het radiostation twee werktafels met consoles, voor twee telegrafisten met
elk dezelfde apparatuur: 2x BX925 per console, later 2 stuks vervangen
door de R2000. In de consoles 6 telefoonschijven voor de afstandbediening
met de zenderkamer voor het
gelijktijdig werken met meerdere vast afgestemde MG/KG-zenders, keuze:
A1/A2/A3. Een rij schakelaars voor aan/uit MG/VHF/UHF/LG-bakenzender en 6
volumeregelaars van vaste ontvangers. Een intercom naar de brug en de
meteo. Er stond ook een VFO-gestuurde A1/A3 1000 Watt-zender voor alle
frequenties tussen 2 en 30 MHZ die niet vastafgestemd waren. De output van
deze zender liep via coax naar een antennetuner in de zenderkamer en d.m.v.
een “staande golf"- meter zoals in gebruik bij zendamateurs, kon de
tuner op afstand afgestemd worden. Voor de amateurzender leenden we deze
antenne. Aan
de kW-zender werden later, vanwege de invoering van SSB nog eens twee
S1250 1,2 kW-zenders door RH toegevoegd en tevens geschikt gemaakt om ook
met deze zenders buiten de scheepsbanden (meteo, KG-luchtvaart, amateur
...) te kunnen blijven werken. Tegelijk hiermee werd
de installatie door RH uitgebreid met een Sailor vaste ontvanger voor 2182
en een Sailor voor de MG. In een kast stonden de 6 kristal-afgestemde
ontvangers voor KG/VHF/UHF. Er was een bandrecorder en een ontvanger AR88
voor resp. muziek en omroep. Naast de radiohut was een werkplaats voor de
radiotechnicus-R/O Remy v.d. Sande (PA0SAN) met de meest moderne meetapparatuur uit
die tijd, zoals een buizentester, HF- en LF-generator, meetzender,
oscilloscoop, digitale meetinstrumenten, frequentieteller enz. Allemaal
spullen waarover je op een koopvaardijschip niet beschikte. Een waar
paradijs voor de amateur.
In
the radio station there were two opr tables with consoles for two operators with
similar apparatus each: 2 Philips BX925 receivers in each console, later on 2
replaced by R2000 type. In the consoles 6 telephone dials for remote
control to the transmitters room with which you could work more
frequencies of the fixed tuned transmitters simultaneously A1/A2/A3. A
series of switches for on/off MW/VHF/UHF/LW- beacon and 6 volume knobs of
fixed tuned receivers. An intercom to the bridge and the met office.
Also there was a VFO A1/A3 1000W transmitter to operate on any frequency between 2 and 30 MHZ which wasn’t fixed-tuned. The output of
this transmitter was led through coax to a antenna tuner in the
transmitter room and by means of a “standing wave monitor” like used
by amateur radio the tuner could be steered. For my amateur transmitter I
borrowed this tuner and aerial. Later on, because of the introduction of
SSB, two new SSB 1,2 kW, were
added and made suitable to send outside the maritime bands as well, such
as meteo frequencies, aircraft in SW, amateur radio ...
At the same time each station got a Sailor fixed freq. for 2182 kHz
(emergency freq.) for ships with telephone only. In a case there were 6
crystal tuned receivers for SW/VHF/UHF. There was
a tape recorder and a receiver RCA AR88 to provide music and broadcast.
Next to the radio station there was a workroom for the radiotechnician/radio-off.
Remy v.d. Sande (PA0SAN) with the most modern measure instruments of those
times, like a tube tester, HF en LF generator measure transmitter,
oscilloscope, digital measure instruments, frequency counter, etc. All
kinds of stuff which did not exist in the radio room of a merchant ship.
Really a paradise for an amateur.

De
zenderkamer (afstandbediening) 17 zenders - Transmitters room (remote
controlled) - 17 transmitters

Antennepark Cumulus - tekening van/drawing by radio-off. Arie
van de Ruit.
HET
AANTAL
TELEGRAFISTEN
Doordat
naast het openbaar radioverkeer, ook het verzenden van meteorologische en
oceanografische gegevens naar de wal en het contact met de vliegtuigen
moest plaatsvinden, werd in tegenstelling tot de radiodienst op
vrachtschepen, met meerdere radio-officieren (Rijksluchtvaartdienst) en een
technicus-R/O van de
Rijksluchtvaartdienst (RLD) wachtgelopen. Op de stations I en J
waren we met 8 man en op de overige met 3-5.
Toen
de Cirrus in 1970 uit de vaart werd genomen stapten enkele
telegrafisten over op de Cumulus. Anderen kozen voor een baan aan de wal,
zoals Ronald Teesselink die zijn vader opvolgde als directeur van een
bejaardentehuis. Cees van Culenborg werd geplaatst als assistent
luchtverkeersleider op Rotterdam. Cees van der Bijl - ex Cirrus - werd ass.
luchtverkeersleider op Schiphol en Willem Kraal, die eerder ook nog bij de
koopvaardij (Radio-Holland) had gevaren, werd ass. luchtverkeersleider, later
luchtverkeersleider en zelfs chef verkeersleider op Tower/Approach,
Schiphol. Jan Severijnen ging naar Eurocontrol in Brussel.

Onze radiotelegrafisten Ronald
Teesselink, thans zendamateur PA3CWG (l) en Jan Severijnen (r) na 40 jaar, nog altijd Cirrus- en
Cumulus- fan. - Our former radio
operators Ronald, PA3CWG and Jan still fan of 'their Cirrus and Cumulus after
40 years.
THE
NUMBER
OF RADIO OPERATORS
As there was so
much traffic: public radio, sending meteorological and oceanographic
data and the radio contacts with aircraft, there were more than one radio
officer
of the Civil Aeronautical Service, plus a technician on board. On
stations India and Juliet we had 8 and on the other stations 3-5 radio
operators.
DE
METEO
Het
KNMI had drie groepen van zeven waarnemers van de radiosondedienst ter
beschikking, dus een groep per reis, "de natte ploeg" geheten.
Vierentwintig uur per dag deden ze - net als aan de wal - elk uur
weerwaarnemingen (het OBS), dat uitgebreider was dan dat van
koopvaardijschepen en lieten, net als in De Bilt, viermaal per dag, om 00,
06, 12 en 18 uur GMT de weerballon met sonde op. Dit gebeurt over heel de
wereld op hetzelfde tijdstip, zodat de meteorologen van de laatste
gegevens op diverse hoogteniveau's een weerkaart kunnen maken. Direct na
de lancering werd de ballon 'ingevangen' op de weerradar. Dit is
handmatig de richting en de hoogte vinden en daarna op automatisch zetten.
Dat betekent dat de cardanisch opgehangen schotel, onafhankelijk van de
bewegingen van het schip, de ballon blijft volgen. Zelfs bij orkanen was
dat geen probleem. Het zoeken naar een vliegtuig dat zich bij de
telegrafist gemeld had, gebeurde door hem uitsluitend handmatig. Deze
service kon uiteraard niet plaatsvinden als de ballon nog onderweg was.
N.b.
Het systeem van de cardanische ophanging is uitgevonden door de Italiaanse
wiskundige, geneeskundige en filosoof Cardano († 1576), waarbij het
kompas tussen twee ringen wordt opgehangen en daardoor de horizontale
stand behoudt, ondanks de bewegingen van het schip.

THE
METOFFICE
CREW
The
Dutch Met office had three groups of observers available, thus one group
each voyage, so called “the wet shift”. Twentyfour hours a day –
similar as ashore – they did observations (the OBS) every hour, which
were more extensive than those on
board merchant ships, and launched - same as in De Bilt - the weather
balloons fitted with a radio sonde four times a day
at 00, 06, 12 and 18 GMT. This
happens all over the world at the same time, so that the meteorologists
can make weather maps out of the last data from various levels of altitude.
Directly
after launch, the balloon was located on the weather radar which is: manually
finding
the direction and directly
after this
put
at
automatic
following.
Independently from the movements of the
ship, the cardanic construction under the antenna made automatic following
possible
(picture above). Even in hurricanes there was no problem. Searching
an aircraft which reported itself to the radio
operator, was done
manually.
This service
to air traffic was not available of course
when
the balloon was still underway.
Note:
The Italian mathematician, medical
doctor and philosepher Cardano († 1576), invented
the system whereby the compass
is hung up between two rings, keeping its horizontal attitude despite the
movements of a ship.
Weerballonnen
zijn ca twee meter hoog en worden in een windvrije ruimte, een soort
garage met rolluik op het achterschip, gevuld met waterstofgas – in 1766
ontdekt door Cavendish - wat
weliswaar brandgevaarlijk is, maar veel goedkoper dan helium. De sonde van
een weerballon bevatte toentertijd drie meetelementen: de barometer (met
de drukdoosjes) met een bereik van 1050 - 5 mB, goed voor een hoogte tot
30 km; de thermometer, een dun rondgebogen thermisch metaaltje, dat werkt
volgens het principe krimpen en uitzetten; de luchtvochtigheidsmeter,
bestaande uit een strookje lithium. D.m.v. een zendertje op 30 MHZ (later 403 MHZ) worden
de gegevens naar de grond gestuurd. In de sonde zit een spoel met heel
veel dun nylon draad. Het begin van de draad dat uit de sonde steekt, zit
vastgeknoopt aan de ballon. De radarreflector hangt onder de sonde. Door
het gewicht van de sonde en reflector loopt de spoel langzaam af en drijft
daardoor een draaiend schakelaartje aan, dat de drie meetelementen om de
beurt inschakelt en met het zendertje contact laat maken. De sonde komt
dus steeds verder van de ballon te hangen, maar dat speelt verder geen
rol. De ballon moet minimaal een hoogte van 16 km bereiken. Uiteindelijk
zal de ballon door de steeds lager wordende buitendruk zo groot worden dat
hij springt. Als hij onder 16 km springt moet een nieuwe worden opgelaten.
De heel goeie halen 30 km. D.m.v. de radarreflector verkrijgt men de
positie en daarmee de windrichtingen en windsnelheden. Een opstijging
duurt 1 tot 1,5 uur en de afstand kan wel tot 150 km oplopen, als er veel
wind staat. Merkwaardigerwijs is nog nergens ter wereld een vliegtuig er
tegenaan gevlogen, maar wel kregen we eens een melding van een piloot die
hem waarnam en vroeg of dat ding van ons was.
Overigens
dreef het schip dwars op de wind, dus echt windvrij was de vulhut op het
achterschip niet.
Daarom moest er met de kop op de wind gevaren worden bij meer dan 10
knopen wind (20 km/u) om problemen met de ballon te voorkomen.
Tegenwoordig
wordt de ballon niet meer in De Bilt gevolgd met radar. Hij is uitgerust
met GPS en zendt zelf zijn positie.
Weather
balloons are about 2 meters high and are being filled with hydrogen gas in a wind free
shelter - a sort of garage - at the stern. In 1766 hydrogen was discovered by Cavendish,
which is - it is
true – explosive, but much cheaper than helium. The radio sonde of a weather
balloon in those days contained three measure elements:
1. the barometer with a range 1050 – 5 mB, good enough to reach a
height of 30 km; 2. the thermometer, a thin round bended piece of metal which
works according to shrinking and expanding; 3. the humidity meter consisting
out of a very
thin slice of lithium. 4. By means of a tiny transmitter on 30
MHZ (403 MHZ nowadays),
the data is transmitted to the earth. In the sonde there is a coil with a long
thin nylon wire. The beginning of the wire, which sticks out of the sonde,
is fixed to the balloon. The radar reflector
is hanging under the sonde. Due to the
total weight of the sonde and
reflector, the coil wire is pulled out. It makes a switch turning around
the three contacts of the measuring
elements and let them make contact with
the transmitter. The balloon needs to reach an altitude of 16 km at
least. Eventually the balloon will get bigger and bigger due to the
outside pressure which is steadily decreasing, until it explodes. If this
happens below an altitude of 16 km (the upper flight levels), a new balloon will be launched. The good
ones reach a 30 km altitude. By means of the radar reflector you obtain the position,
the wind directions and wind speeds. A flight takes 1 to 1,5 hours and the
distance may increase to 150 km when there is much wind.
There has never been a collision with an aircraft, but once we got
a report from a pilot who observed a balloon and asked if this thing was
ours.
The
ship was drifting with the wind on portside. So the filling room at the
aft wasn't
really wind free. That's why we had to start engines when windspeed was
more than 10 knots (20 km/h) and hold the bow to the wind to avoid
troubles with the balloon.
Nowadays
the balloon from the Dutch Metoffice is not followed by radar anymore. It
is fitted with GPS and sends it position itself.

Hééé!! WE MOETEN VAREN VOOR
DE BALLON!!!
Hij hoort het niet, hè.
Hey! Hey !!! WE NEED THE ENGINES
FOR THE BALLOON!!!

Cocky
van Vliet preparing the balloon. He joined a meteorological Antarctic expedition too
during 1966
Bertus
Augustijn, Herman Donker, Walter Schuurmans-Stekhoven
Cocky van Vliet en Herman Donker

Meteo Bert de Vries is erg trots
op z'n eerste ballon. Bert
blijft lachen ...
Had u trouwens Berts hut al gezien?
Metman Bert is very proud with
his first balloon.
Bert keeps smiling ...
Beauties welcome Bert on his 1st voyage
Jos Broeke, nu weerman Omroep
Zeeland
Sonde zonder kapje -
The English radiosonde (without cover)

Ate Reitsma en Jon Nellestijn
lanceren de ballon. Launching the balloon.
Combination: balloon, radar
refelector, American radiosonde.
Vulhut - Filling room. Lancering ballon met radarreflector
- Launching the balloon with radar reflector.

De ballon
met sonde en radarreflector is gelanceerd - The balloon with radiosonde
and radar reflector has been launched.

Applaus voor de
ballonoplaters Ymke Hoogenhuis, Frank Kroonenberg *, Victor Bruyn van
Rozenburg, vooraan: Jan Roest.
*Frank, Jacob
Kuiper en Bert Beets staan nu ook sinds juni 2009 als poppetje in Madurodam op
het pleintje bij de KNMI-radartoren !!!

De radarantenne volgt de ballon - The radar antenna is following the
balloon.

De radar voor de ballon en de luchtvaart
- The radar scope for the balloon and aircraft.
Radarreparatie:
"Zullen we het zo maar laten?" Radar repair: "Shall we keep
it this way?"

De
computer verwerkt de gegevens die de ballon naar het schip zendt. The
computer processing te radio signals of the balloon.

Meteo's Ab Maas en Herman Donker
verwerken de signalen van de sonde - Processing the sonde signals.
Na enige jaren werd de Engelse radiosonde
vervangen door de Amerikaanse. Tot de Finse fabriek Vaisala in Tampere een
nieuwe sonde ontwierp die werd gepresenteerd door door hun
vertegenwoordiger, de jongeman Reijo Valtanen. Hij maakte in
februari/maart 1979 meteen een hele reis met ons mee. Al gauw was hij
ingeburgerd en het beviel hem zo goed dat het tijd werd om Neptunus uit te
nodigen. De oude man moest wel helemaal van de evenaar naar de Poolcirkel
komen zwemmen, een afstand van 66 x 111 km = 7326 km, maar dat had hij er
graag voor over. Wij van onze kant konden hem nog wel 10 km korting geven.
En zjo werd 't toch nog gezellig (met een Limburgse g) op 9 maart.
After some years the English radio sonde
was replaced by the American sonde. Until the Finnish factory Vaisala in
Tampere designed a new type, which was presented by their representative,
the young man Reijo Valtanen. Automatically he joined us the next sea
voyage in February/March 1979. Soon he got familiar with all the crew en
he liked it so much, that we felt it would be the right time to invite
Neptune. The old chap had to swim from the equator to the Polar Circle, a
distance of 66 x 111 km = 7236 km, but he would do it with great pleasure.
From our point of view we were able to provide a reduction of 10 km. So as
you can see, the feast became a topper during this voyage on March
9th.
Van R naar L: Pappa Yankee de Vries,
NEPtunus. Chiel Uythoven, piraat. Reijo het feestvarkentje. Willem
Rotgans, p.a. van Neppie.
En onder: het diploma voor zeemanschap

OCEANOGRAFIE
Afhankelijk
van het weer deden we ook metingen tot de oceaanbodem, zoals het
zoutgehalte in verschillende waterlagen en de temperaturen op diverse
niveaus. Circa 20 van deze instrumenten (zie foto) worden aan de kabel
bevestigd en te water gelaten, verdeeld over de afstand tot de zeebodem.
Als zij op niveau hangen wordt een gewichtje langs de kabel losgelaten.
Deze passeert elke thermometer en doet ze kantelen. De kwikdraad breekt af
en "bevriest" de gemeten temperatuur. Tegelijk wordt een
waterreservoirtje gevuld met het water op dat nivo. Als nu de kabel met de
winch weer omhoog wordt gehaald, komt elk instrument boven water en wordt
de temperatuur genoteerd en de watermonsters opgeslagen.


Oceanograaf Jan Schaap

Chef
meteo Nico Borst bezig met oceanografie - Chief
meteo doing oceanographic works:
Weather
depending, we took measurements to the sea floor, like
salinity in
different
layers and temperatures at different levels. About 20 instruments were
attached to a cable and let down to various levels till the sea bottom.
At these levels the thermometers measure the temperature. After some time
a weigh is let down along the cable, which passes the instruments en
tackles them upside down (reversing thermometers). At this moment the measured temperature "freezes"
and will stay at this temperature during pull up. Also a water reservoir (Nansen
bottle) will be filled with water of that level. Once every instrument has been
pulled up by the winch, the temperatures will be noted down and the water will be examined (density
and salinity).
Dan
was er ook nog bathythermografie t.b.v. de Navy. De bathy werd tweemaal
per dag te water gelaten tot 300 meter. Deze meet de temperatuur en stelt
vast waar de spronglagen, ofwel inversie's zich bevinden; net als een
front in de atmosfeer, waar de temperatuur voor en achter ook aanmerkelijk
verschilt. In het instrument bevindt zich een stift die de curve van de
temperatuur onderweg registreert. Onderzeeboten die zich onder de spronglaag bevinden zouden dan
niet of moeilijk op te sporen zijn, omdat sonar op die laag weerkaatst.
Ook vissen zoeken de spronglaag op, omdat daar het meeste voedsel zit.
Onze immer enthousiaste collega Niek van der Blom († 3-2-2005) zond als
service 's middags op zijn 12-16 wacht een speciaal bericht in het Frans
op een visserijfrequentie aan de Franse vissers bij station K, om ze op
weg te helpen naar de juiste diepte... Uiteraard kreeg hij reçu, waar hij
zeer verguld mee was en altijd afsloot met het advies: keep in touch with
the Dutch. Ook de vliegtuigen kregen immer deze wens mee.

Spaanse matroos gaat de bathy
doen.
De
bathy komt weer boven van 300m diepte.
Spanish sailor going to do the bathy.
The bathy emerging from a depth of 300 meters
There
also was bathy thermography on behalf
of the Navy. The bathy was dropped twice a day until it reached a depth of
300 m. It measures the temperature
and determines the inversions, like a front in the atmosphere, where temp
before and behind differs a lot. In this instrument there is a
registration device which marks the temp whilst going down. Submarines who are under such an
inversion, would be difficult to locate, because sonar
reflects on this layer. Also fish search these layers, because most of the
food is there.
Our
always enthousiastic colleague Niek v.d. Blom transmitted a special
message to the French fishing vessels near station Kilo in the afternoon,
to help them to the right depth
.… Of course he got receiving. reports, which he appreciated
very much and he always finished with the advise: keep in touch with the
Dutch. Air traffic always got this wish as well.
Des
zomers voeren ook oceanografen mee, die al het onderwaterwerk overnamen en
een golfhoogte meetboei te water lieten (als het mooi weer was). Je kon
met je eigen ogen ook wel zien hoe hoog de golven en de deining waren, maar het ging
erom dat de boei - uitgerust met een zendertje - naar verwachting werkte. Ze hadden een zodiac meegenomen,
waarmee we vaartripjes om het schip maakten. Als er walvissen in de buurt
kwamen, gingen we erheen om ze van dichtbij te bekijken. Uitstapjes
maakten we ook wel eens met een van de vier reddingboten, waarbij we
meteen de gelegenheid benutten om met de sloepzender verbinding te maken.
We tuften wel eens veel te ver van het schip, zodat ze ons bijna niet meer
zagen. Met de morseseinlamp werden we teruggeroepen. Ook passeerde er eens
een schip dat in eerste instantie dacht dat we schipbreukelingen waren en
dat ons schip verderop zinkende was.... Maar na uitgebreid okay gebaren en
hard roepen dat we midden op de oceaan slechts een pleziertochtje maakten
en dat we behoorden bij het verderop liggende weerschip, voer het schip
door.
WERKEN
MET SKYLAB
Toen het ruimtestation Skylab
in 1973 om de aarde vloog, deden we ter vergelijking samen golfmetingen.
Een ander project was Energiebalans en zonopname in het zeewater (HEKLA,
1971). Later
werden er CO2-onderzoeken gedaan.
In
summertimes oceanographers sailed with us too, taking over all the underwater
works. They launched a wave rider buoy (if weather was fine). Of course
you could see with your own eyes the height of the waves or swell, but the
point was that the buoy, fitted with a transmitter, was working allright. They
brought a zodiac (inflatable rib) with them, with which we made sailing
trips around the ship. If whales got in sight, we went to them to observe
nearer by. Some more trips we made with a lifeboat and took the
opportunity to test the emergency lifeboat transmitter. Sometimes we got
too far away from the ship. They hardly could see us at the end. With the
Morse signal lamp they ordered us to get closer. Also a merchant ship
passed us once. They thought we had abandoned our ship and that she was
sinking... But with expressions by hand and shouting, we made clear
we were just taking a pleasure trip in the middle of the ocean and that
the weather ship some miles overthere was in utmost shape.
When the
spacestation
Skylab was orbiting the earth in 1973, we did wave measurements
simultaneously.
An other project was Energy balance and sun absorbing sea water (HEKLA,
1971). Later on
there were CO2 investigations.
Pleziervaart
rond het schip - Pleasure trip around the ship

De speedboat van 2e wtk Willem Gisius gaat 's zomers ook mee.
2nd Eng. speedboat joins in summertime.
Ook
2e wtk Willem Gisius had 's zomers zijn eigen speedboot aan dek staan. Dan voeren
we op een soms spiegelgladde Atlantic, alsof het de Kralingse Plas betrof:
During
summer voyages 2nd Engineer Gisius had
his own speedboat on deck. Sometimes we speeded on an Atlantic as smooth
as glass:

De speedboat van 2e wtk Gisius
midden op de oceaan - The speedboat of 2nd Eng. Gisius in the middle of the
North Atlantic.

Ook
met een motorreddingboot werd gelijk ervaring opgedaan. Links 3e stm Hans
Aben - Lifeboat experience important too.
DE
MACHINEKAMER - THE ENGINE ROOM
De
machinekamer van 2e wtk Willem Gisius.
Stork Werkspoor 1400 hp
The engine room of 2nd Eng. mr. Gisius

Zuigers trekken, een periodieke bezigheid voor scheepswerktuigkundigen.
Dit is maar een kleintje!
Piston maintenance, a periodically job for ships engineers. This is only a
small one!
VERBINDINGSNET
OSV's
Aangezien
het radiostation elk uur een OBS van de meteo kreeg aangeboden en dus 24
uur opengesteld was, waren we met minimaal 3 telegrafisten aan boord, om
de stroom van gegevens per seinsleutel te verzenden. Naast het continue
bewaken van de noodfrequenties voor de scheepvaart, waren we ook H24
bereikbaar op de noodfreqs 121,5 en 243 en de werkfrequentie 126.7 MHZ
voor de luchtvaart, plus de luchtvaart routefrequenties voor de Atlantic
in de kortegolf, waarop wij wel eens bemiddelden tussen vliegtuig en
luchtverkeersleiding. Afhankelijk van het oceaanstation vielen we onder
Gander, Iceland, Bodö, Shanwick en Santa Maria Oceanic Control en
functioneerden we als RLD-luchtverkeersbeveiligingsstation. Daarnaast
was er net als op de koopvaardijschepen, het openbaar verkeer met o.a.
Scheveningen Radio, om te telefoneren en telegrammen te wisselen. Ook werd
de weerkaart van Portishead Radio/GKA in morse ontvangen, die door de
meteo werd getekend. Onze meteoberichten seinden
we op fixed frequenties zoals bij kuststations gelijktijdig in de 5, 7,
11, 13 MHZ naar Bracknell Meteo/GFT, het station van de weerdienst in
Engeland. Op 126,7 MHZ handelden we het radiocontact met het luchtverkeer
af en gaven daarbij dus ook radar service als de radar niet voor de
weerballon bezet was.
COMMUNICATION
SYSTEM OSV’s
As the radio got
offered an OBS from the meteo every hour and thus was opened 24 hours, we
had a minimum amount of 3 radio officers o/b, in order to send the stream
of data by Morse key. Besides guarding shipping emergency frequencies,
aircraft could contact us H24 on aviation emergency freq 121,5 and 243 MHZ
and the working freq 126,7, and in short wave on the Atlantic air traffic route frequencies where we intermediated sometimes between aircraft and
oceanic air traffic control. Station depending
we belonged to OAC oceanic air traffic control Gander (Can.), Iceland, Bodö (Norway),
Shanwick (UK) and Santa Maria (The Azores) Besides this, there was the
“normal” traffic with Scheveningen Radio for telephone calls,
telegrams and so on. We also received the weather map of Portishead in
Morse and then drawn on a map by the meteo. Our
met messages were sent on fixed freqs, like coast stations
simultaneously in the 5 7, 11, 13 MHZ to
Bracknell Meteo/GFT. On 126,7 MHZ we handled all the
radio contacts with air traffic and gave radar service if
this radar wasn’t occupied for the balloon.

GFT de PBVQ OBS
PBVQ de GFT K
Jan Fernhout zendt in morse elk uur een
weerrapport naar Bracknell Meteo. Jan Fernhout
sending the hourly
Noorderlicht - Aurora borealis
Op
station Alpha en Mike konden we 's winters regelmatig het prachtige
noorderlicht (aurora borealis) aanschouwen. De radioverbindingen in de
kortegolf werden dan slecht tot onmogelijk, zodat we met onze OBS'en en de
zeer lange weerballonberichten (86 cijfergroepen) moesten uitwijken naar
de middengolf en bij voorkeur op de telefonie met resp. Reykjavik/TFA en
Orlandet/LFO. Dit deed ik het liefst met radiotelefonie om dan alles naar
Orlandet in het Noors te doen.
During winter at
station Alpha and Mike we could see the beautiful Northern Light (Aurora
borealis). Radio propagation in short waves became bad to impossible; so we
had to divert to medium waves with our OBS and - very long - balloon data
messages to
Reykjavik and Orlandet (Norway). I preferred to do this on radiotelephony
and read figures in the Norwegian language.


LUCHTVERKEERSBEVEILIGING
Wat
het aantal vliegtuigen betreft, was het ene oceaanstation drukker dan het
andere. De stations ten westen van Ierland en Schotland waren uiteraard
het drukst vanwege de route Europa-Noord-Amerika v.v., zodat we daar de
8-mans bezetting hadden. Ik denk dat dit schip het grootste aantal R/O's
aan boord had. Tijdens de ochtendspits in het luchtverkeer naar Europa
werkten we met drie man tegelijk: één voor de uurlijkse OBS-telegrafie,
de 6-uurlijkse ballongegevens, HF-luchtvaart en het openbaar verkeer, één
voor het beantwoorden van de vliegtuigen op VHF en één aan de radar om
deze vliegtuigen op te zoeken, te peilen en hun positie te verstrekken,
dan wel te bevestigen. 's Middags was er de spits van Europa naar Amerika.
De navigatieapparatuur in de luchtvaart was destijds nog niet zo
geavanceerd als tegenwoordig. Het aantal vliegtuigen dat onze assistentie
verlangde, bedroeg per reis ca. 2500 op de stations J en I. Op station M
tussen Noorwegen en IJsland ongeveer 200. Op station A tussen Groenland en
IJsland ca. 700 en op station K tussen Portugal en de Azoren ongeveer 500.
We hadden
een langegolf radiobaken aan boord, om de vliegtuigen tijdig inzicht te
geven aan welke kant (noord, zuid of overhead) ze ons voorbij zouden
vliegen. Het oceaanstation was verdeeld in vakjes van 10 bij 10 mijl en de
vlieger hoorde aan het radiobaken met morsetekens (b.v. YJKK) in welk vak
het schip zich bevond. Het middelpunt van het station was OS (On Station).
Deze indeling stond ook met een tekening in ons hoofdstuk in de List of
Special Services. Het weerschip ligt in het onderstaande voorbeeld op
station J in het vak KK. Als we in het volgende vak dreven, of bij slecht
weer moesten varen, werd de ident door ons veranderd. Dat deed je, door op
een langzaam draaiende afneembare schijf pennetjes te verschuiven tot er
een andere morseletter ontstond. Een fotocel registreerde aan/uit d.m.v.
deze pennetjes en sleutelde daardoor de zender. Natuurlijk kwamen deze
gegevens van de stuurman op de brug die varend elk uur, of drijvend na
zijn wacht de positie van het schip vaststelde.
AIR TRAFFIC CONTROL
As the amount
of air traffic concerns, one ocean station got much more traffic than others.
The stations west of Ireland and Scotland were the busiest of course, due to the routes Europe-North America v.v. Here
we had 8 operators. I think this ship had the biggest amount of oprs o/b
compared to passenger vessels. During the morning peak in air traffic to
Europe we worked with 3 oprs: one for OBS and balloon, one in HF air freqs
and public traffic and one for aircraft at the radar, searching,
bearing and give exact position or confirm. In the afternoon there was
peak traffic from Europe to the United States. Navigation equipment
in aircraft wasn’t as good as it is now. The amount of aircraft who
asked for assistance was about 2,500 on station J an I every voyage. On
station Mike between Norway and Iceland it was about 200. On station Alpha
between Greenland and Iceland about 700 and on station Kilo between
Portugal and The Azores about 500. We
had a LW radio beacon on board, to enable the aircraft to determine in
time at which side they would pass us (north, south, overhead) The ocean
station was divided in little squares 10 by 10 nm and the pilot could hear
which square in
Morse code from the radio beacon, for example YJKK. YJOS means On
Station ( in the center). These graphics were also published in the List
of Special Services o/b merchant ships. If we drifted into the next square
(grid), or had to sail in bad weather, the ident was changed by us. Such
change we made by shifting little flat pens on the edge of a slowly
turning (take off) wheel to change the Morse code. A photo electric light
sensor registered on/off through the passing pens on the turning wheel and
so keyed the Morse code to the transmitting beacon. position.
Hier volgt een voorbeeld van een contact met een
vliegtuig als we op station Juliett lagen (officiële positie: 52.30N 20W)
en wat ik letterlijk van de bandrecorder heb overgenomen:
The
following is an example of a radio contact with an aircraft when we were
on Juliett, which
I copied from my old tape recorder:
"Ocean
Station Juliett, KLM 644, good morning."
"KL
644, station Juliett, de Cumulus, ook goeie morgen, go ahead."
Hé,
een landgenoot, denken de vliegers.
(A
country fellow, the pilots getting aware)
"KL
644 New York, Amsterdam, 350, departed New York 0200, estimate Amsterdam
0900, last position 53N30W 0609, estimate 5320N 20W 0645 endurance 21000
kg, track 090, groundspeed 450. Request radar fix and your position please."
"KLM
644, station Juliett, roger. The ship's position 5222N 1942W, grid KK, my
beacon on 370 kHz, the wind at 350 is 145 at 80 knots. Standby for
radar."
Korte
tijd later is het vliegtuig op de radar gevonden en krijgt van ons:
After
a short time, the aircraft is found on radar and
gets from us:
"KLM
644, station Juliett, fix at 0652: bearing 326 at 58 nautical miles."
"KLM
644, okay, ik zal even checken hoor."....
"KLM
644, dat komt aardig uit met wat ik gevonden heb, bedankt en tot
ziens." En soms: "Moet ik nog een berichtje voor thuis
doorgeven?"
“KLM
644 this checks rather good, according my calculations, thank you and see
you.” Sometimes: “Do I need to deliver a message to your family?”
Verklaring:
350 is de vlieghoogte van de KL 644, dus 35000 voet. Track 090 is de
koers, dus oost. Groundspeed 450: snelheid t.o.v. de grond (450 knopen is
833 km/u). Endurance: brandstofrestant 21000 KG. Ik geef hem de
windgegevens op zijn hoogte, want we hebben zojuist
de ballonopstijging achter de rug: op level 350 145 graden, 80 kn
(zuidoostelijk met 80 knopen = 148 km/u.)
Explanation:
350 is the flight level (35.000 ft). Track 090 is the magnetic course. I
am going to give him the wind info at his level, because shortly before
our balloon was there.

Mallemok
Een
janvangent rust uit aan dek - A janvangent (Dutch) - sula bassana - taking
a break on
deck.
POST
DROPPINGS
Elke
reis kregen we post van een Lockheed Neptune, een
langeafstands patrouillevliegtuig dat van het Marinevliegkamp Valkenburg
bij Katwijk vertrok. De Nederlandse schepen waren de enige die zich in
deze service konden verheugen.
MAIL
DROPS
Every
voyage we got mail, delivered by a Lockheed Neptune, a long distance
surveillance aircraft from the naval airbase Valkenburg near The Hague. The
Dutch vessels were the only vessels who enjoyed such a service.

De
Neptune verkent de situatie - The
Neptune scouting the scene before dropping

Na
vijf uren vliegen bereikten zij ons rond de middag, homend op ons
radiobaken. Meestal werden twee gele containertjes met parachute vanaf 50
meter, of vaak lager, gedropt aan SB-lijzijde van het schip. Bij goed weder
werden ze uit het water gehaald met een reddingboot:

Foto: Jon Nellestijn (KNMI)
Als dat niet
kon, lieten we ons naar de containers drijven en de beste hengelaars onder
ons waagden alvast een poging de parachutes aan de haak te slaan. Bertus
Augustijn van het KNMI was daar een meester in; onvoorstelbaar hoe vaak
hij op behoorlijke afstand met zijn werphengel beet had. De Neptune maakte
tot besluit nog een heel laag rondje over het schip en vloog dan weer naar
huis op zijn twee props en twee (reserve) jets. Die jets waren
noodzakelijk bij het opstijgen van een veld en als er zeer laag op enkele
meters boven zee werd gevlogen.
Als het stormde moest de
dropping wel eens worden uitgesteld of afbesteld, maar onze eigen meteo -
waar heb je die anders voor - meende er verstand van te hebben en deed
zijn uiterste best om de Ouwe ervan te overtuigen, dat het weer beter zou
zijn op het tijdstip van de dropping. Toch gebeurde het wel eens op
station M en A, dat de containers onzichtbaar geraakten in een
sneeuwstorm. Maar we zijn er nooit een kwijtgeraakt: Je kon tussen de
buien door aan de cirkelende meeuwen zien waar hij moest drijven! Ook
verdween een container bij storm wel eens onder het schip, om aan de
andere kant weer boven te komen. Het schip draaien, om het ding toch weer
aan lijzijde te krijgen was een hele toer.
Officier
waarnemer/navigator H.P. Varenhorst die meer dan 3000 vlieguren
boven zee bij de MLD maakte diept uit zijn logboeken het volgende op:
"12-3-1963 V202 naar ocean station Mike. Vroegtijdig terug: post
vergeten! 13-3-1963 V202 naar ocean station Mike. Navigatie zonder
electronische hulpmiddelen. Vluchtduur 10,4 uur. 17-7-1963 V204 naar ocean
station J. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,7 uur. 26-9-1963 V203 naar
ocean station K. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,1 uur. 3-1-1964 V205
naar ocean station J. Geen bijzonderheden. Vluchtduur 10,8 uur. 31-3-1964
V212 op weg naar Lajes (Azoren), overvliegen ocean station Kilo op 10.000
ft. 24-6-1964 V212 op weg naar Valkenburg, overvliegen ocean station Kilo
op 11.000 ft. 10-12-1969 V216 naar ocean station J. Op terugreis
uitgeweken naar RAF Ballykelly (N-Ierland)."
After
five hours flying they reached us around noon, homing to our radio
beacon. Normally two little yellow containers with parachute were dropped
from 50 meters height, or lower at lee-side of the ship. If fine weather
they were taken out of the water by a lifeboat (picture above). If this wasn’t possible,
we let us drift to the containers and the best fishermen among us tried to
catch one of the parachutes. Bertus Augustijn from the Metoffice was a
champion for this job, unbelievable how often he hit with his fishing reel.
The Neptune finally flew around the ship very low, and then took off,
proceeding home with its two props and two (spare) jets. Those jets were
necessary when climbing from an airfield and when they flew very low over
the waves at sea at an altitude of a few meters.
If it was very stormy (9 or
above) the dropping had to be postponed or cancelled, but our own meteo -
in fact especially for this event on board... - convinced of their own
experience, thought to be the experts and did their utmost best to
convince the Old Man that the weather should be better at dropping time.
Yet it happened sometimes on station Mike and station Alpha, that the
containers became invisible in a snow storm. But we never lost one!
Between the showers you could see curious circling birds, the place to be!
Other times the container got under the ship in heavy seas, to pop
up at the other side. Turning the ship's heading in order to get the container at the
lee-side was a hard job.
Officer
observator/navigator mr. H.P. Varenhorst who made over 3000 flying hours
over sea areas, produces from his log books: "March 12 1963 V202 to
ocean station Mike. Had to return halfway: forgotten the mail! March 13
1963 V202 to ocean station Mike. Electronic nav equipment unserviceble.
Flying time: 10,4 hrs. July 17 1963 V204 to ocean station J. Flying time
10,7 hrs. Sep 26 1963 V203 to ocean station K. Flying time 10,1 hrs. Jan 3
1964 V205 to ocean station J. Flying time 10,8 hrs. March 31 1964 V212
destination Azores overflying station K at 10,000 ft. Jun 24 1964 V212
dest Valkenburg overflying station Kilo at 11.000 ft. Dec 10 1969 V216 to
ocean station J. Then diverted to RAF Ballykelly (N-Ireland)"

De Lockheed Neptune arriveert bij
het schip
- The Lockheed Neptune is arriving.
Foto:
wtk/Engineer Alexander van der Leek http://www.windstreek.nl

Radio-off. Jan Fernhout
verwelkomt het
vliegtuig - Radio off. Jan Fernhout welcomes the aircraft.

Pilot: Now! Now!! Now!!! De post wordt uitgeworpen - The mail
is being dropped.

Deze kist heeft twee props en twee jets. - This aircraft is fitted with
two props and two jets.

De container aan de dreg en de parachute
onder water
wat nog hard trekken is - The container at the hook and the chute under water which needs a
strong pull up.
De postcontainer wordt opgedregd - The mail container is taken out of
the sea.
http://www.windstreek.nl

De post is aan boord
De post wordt
gesorteerd door kapt. De Boer
The mail is on board
The mail is being sorted out by the captain.

Afscheidsrondje Neptune over het schip - A
goodbye flightpast .
De post lezen - Reading a magazine from the mail:
"Hij legde
haar zachtjes neer. Bevend beantwoordde ze zijn kus. (Wordt vervolgd)
..."
"He laid her down very
gently.
Shivering she answered his kiss. (To be continued) ..."
SLECHT WEER? HOEZO!
BAD WEATHER? WHY?
Storm 9 - Severe gale
force 9.
Weerbericht - Weather forecast
Daar komt die windkracht 3
van jou ... - There is this wind force 3 of yours ...

Climbing up

Going
down

Overzicht vanuit de meteo waarnemerskamer - View from the met observation
room.

Windsterkte meten met de
anemometer - René van der Velden - Measuring wind force with the anemometer.

Wat een zooi als het schip een
haal maakt. Meteo Rob Griët en Dirk moeten het weer opruimen.
What a mass when the ship is
shaking. Metmen Bertus and Dirk have to clean up.


www.windstreek.nl
OPSPORING
EN REDDING - SEARCH AND RESCUE
De
ocean station vessels waren ook SAR-schepen. De Cumulus had
een speciale ruimte in het voorschip om veel schipbreukelingen onderdak te
kunnen bieden. Ooit werd na een crash een straaljagerpiloot uit zee
gevist, die al was overleden. Collega-telegrafist Jan Severijnen
(78) verhaalt in juli 2006: “Wat het verhaal over die opgedregde piloot
betreft, dat heb ik van Ab Visser, die toen chef radio was op de oude
Cumulus. Ze lagen op station Alpha tussen Groenland en IJsland, waar je
vrijwel nooit een schip zag. Van de luchtverkeersleiding in onze regio
kwam een bericht binnen dat een straaljager in de problemen zat. De
vlieger werd geadviseerd indien mogelijk richting weerschip te vliegen,
teneinde de kans op redding groter te maken. De vlieger deed dat en het
lukte hem inderdaad het weerschip te bereiken. Hij activeerde zijn
schietstoel. Daarbij - bleek achteraf - dat het zuurstofapparaat van zijn
gezicht was afgerukt. De piloot kwam daarbij om het leven. Hij bleef
gelukkig nog drijven aan zijn parachute. Bootsman Platschorre
e.a. ging met de sloep naar hem toe, viste hem op en bracht hem aan boord.
Platschorre: "Eenmaal aan
dek werd nog getracht kunstmatige
ademhaling toe te dienen; met een staalborstel onder z'n voeten kietelen,
maar nee, hij was hardstikke dood... Toen innaaien in zeildoek.
De kapitein: "Prik niet in z'n donder hoor." De boots:
"Nou, hij voelt er toch niks meer van. Toen naar de vrieskamer
..." Nu volgt de beschrijving van de rest van het verhaal door chef
kok Klaas van Beukelen, oud 74 jr (januari
2007): "De kapitein gaf toen opdracht het lichaam in te
vriezen. Voordat dit kon, moest de piloot eerst op een plank worden
gelegd. Maar wat bleek? De plank was veel te lang. De piloot moest er weer
af. Plank op maat gezaagd. Maar de kok had het volgende probleem: de
bemanning wilde niets meer eten, omdat dit eten vermoedelijk uit dezelfde
vriezer kwam, wat natuurlijk niet waar was. Geen probleem, dezelfde
bootsman Platschorre nam het heft in handen en vertelde dat hij in de
vriezer lag (minus 20 graden) en dat het eigenlijk niets met het eten in
de koelruimte te maken had, zoals groente en fruit. De piloot is van boord
gehaald in Reykjavik, waar hij met militaire eer aan zijn ouders werd
overgedragen, waarvoor wij twee reizen later een herdenkingsplaquette
hebben ontvangen, die in de messroom werd opgehangen." Aldus Klaas
van Beukelen, die chef kok was op de Cirrus van 4 juli 1950
tot 18 sept 1951, op de Cumulus van 8 dec 1954 tot 10 jan 1955
en van 26 juni 1956 tot 22 aug 1957.

Bootsman Platschorre - Boatswain
The
ocean station vessels were SAR ships too. The “Cumulus” had
a special room below the main deck before the bridge, to offer
ship-wrecked seaman a safe space. Once upon a time there was a fighter
jet crash between Iceland and Greenland. Air traffic control in this
region advised the pilot to try to get in the neighbourhood of the weather
ship Alpha. He managed to get in sight, but then crashed. The pilot was
dredged out of the water. But he seemed to be dead. Boatswain Platschorre:
“ ... Once on board, we tried artificial breath, tickling under his feet
with a steel brush, but no, he was as dead as a door-nail... Then sewing
in sails ...” The captain: “Do not stitch in his body, boats!”
Boats:
“Well, he doesn’t feel it anymore, doesn’t he.
Then to the freezing room ...” The pilot was taken ashore
in Reykjavik, where he was delivered to his parents with military honour.
A few months later the ship's crew received a memorial plaquette which was
hung in the mess room.
Jan Severijnen maakte zelf ook zoiets mee in Het
Kanaal: “Wanneer? Geen idee. Het was met een van de eerste kapiteins die
ik heb gehad; dus Groen, maar hoogstwaarschijnlijk Frederiks. Het ongeval
gebeurde op onze uitreis naar Juliett, voorbij Wight ter hoogte van
Portland. Het was tegen de middag, ik stond op de vleugel te kijken naar
het landen en doorstarten op 'n Engelse carrier die op plm 5 mijl 30 gr
over bb voer. De kisten, Seafuries als ik me goed herinner, die 'n ruim
circuit achter ons langs en langs sb vlogen. De kapitein en al de stuurlui
(daar voor zonnetje schieten) stonden ook te kijken. Op 'n gegeven
ogenblik was er één dwars van ons over sb die ineens i.p.v. rechtuit,
naar beneden afboog en zo de dieperik in dook. De ouwe en z'n maten bleven
afwachtend staan kijken en werden pas wakker toen ik vroeg of er niks
gedaan moest worden. De ouwe dacht dat het 'n oefening was en dat die zo
meteen wel weer boven zou komen. Bij nader inzien verlegde hij onze
koers 'n graad of 30 en we waren er binnen een kwartier. Ik had inmiddels
die carrier op de luchtvaartnoodfrequentie 121.5 ingelicht. Sloep te
water, piloot opgepikt en bij ons aan boord gebracht. De carrier kon de
oefening niet onderbreken en vroeg ons naar Plymouth te gaan waar hij 's
avonds is afgeleverd en wij onze reis na 'n uurtje hebben voortgezet. Die
piloot heeft het niet overleefd.”
Something like this happened in The British
Channel in de 19-fifties. Radio opr. Jan Severijnen told me in 2006:
" The accident occurred during our voyage from Rotterdam to station
Juliett near Wight off Portland. It was about noon. I was standing on the
bridge wing, looking at the landings and touch and go on a British
aircraft carrier, which sailed at about five miles distance and 30 degrees
over our portside. Those planes - might be Seafuries - flew a wide circuit
behind us and along our starboard. The captain and his mates were there
also, ready to shoot the sun and looked at the carrier exercise. One
aircraft was flying towards us, changed its direction and headed
down to the waves. Then he dived into the deep just like that. Our captain
and his mates kept standing on de bridge wing, waiting for .... for what?!
They woke up when I asked if we shouldn't have to take action. They
thought this was part of the exercise! We changed course about 30 degrees
en arrived on the spot within 15 minutes. In the meantime I informed the
carrier on 121,5. Lifeboat launched, picked up the pilot en took him on
board, badly injured. The carrier wouldn't interrupt its exercise and
requested us to set course to Plymouth. We delivered the pilot in the
night and we took off after an hour. The pilot didn't survive the crash.
Kapitein
de Boer herinnert zich nog dat een gewonde van een brandende Griekse
tanker met een Nederlandse marconist, met de reddingboot in een wilde zee,
aan boord van de oude Cumulus werd genomen.
Captain
De Boer remembers there was an injured man
o/b a burning Greek tanker with a Dutch sparks (radio). The injured
man was
taken by our lifeboat in rough seas.
Ikzelf
weet nog dat tijdens mijn wacht Reykjavik/TFA SOS gaf zonder DDD (namens
... ), omdat er vulkaanuitbarstingen waren op de Vestmannaeyjar eilanden.
TFA vroeg schepen naar het gebied te komen, om de bewoners te evacueren.
Wij lagen op station Alpha, 24 uren varen van TFA, maar omdat vrij veel
schepen zich meldden, vond onze kapitein het niet nodig er naar toe te
varen. Jammer. Maar het is wel een uniek feit dat een kuststation SOS voor
een noodgeval aan de wal uitzond.
I
myself also remember that during my duty watch Reykjavik sent SOS without DDD (on
behalf of ...), due severe volcano eruptions on the
Vestmannaeyjar Islands. TFA requested ships to proceed to
the area, to evacuate the inhabitants. We were on station Alpha, 24 hours
away from it, but as several ships already reported to help, our captain
felt it was not necessary anymore to proceed. Pity. But is has been an
unique fact that a coast station sent SOS for an emergency ashore.
De van geboorte Hongaarse
zeeschilder Oscar Mendlik (1871-1963) en woonachtig in Nederland, maakte
met de oude weerschepen Cirrus en Cumulus een
reis. Slecht weer en hoge zeeën fascineerden hem enorm. Om in zulk weer
de zee 'van onderen' te kunnen schetsen, liet hij zich vastbinden op
het achterdek, waar erg vaak het water overheen sloeg.
Een album/biografie over hem zegt ondermeer het volgende: Twee
zeereizen maakt hij in 1948 met de Nederlandse weerschepen Cirrus en Cumulus. Deze voormalige in Amerika
gebouwde fregatten, konden in slecht weer behoorlijk stampen en slingeren.
Ze deden steeds enkele weken dienst in internationaal verband op de
Atlantische oceaan als meteorologisch waarnemingsstation en als radiobaken
voor de burgerluchtvaart. Station K lag ten westen van de Golf
van Biskaye en station J ten westen van Ierland. Inclusief
uit- en thuisreis bleven ze 5 tot 6 weken op zee. Mendlik monsterde voor
deze reizen bij de rederij van Nievelt Goudriaan te Rotterdam. Aan boord
schetste en schilderde hij alle dagen, goed vastgebonden door de bootsman
op het dek naast de vulhut voor ballonnen, die dagelijks werden opgelaten
voor meteorologische waarnemingen.
In 1950 maakt Mendlik wederom een reis met een
weerschip op de Atlantische oceaan. Hoewel we niet beschikken over een
logboek of over dagboekaantekeningen, hebben juist deze reizen naar en op
de weerstations hem zeer waarschijnlijk geinspireerd tot een aantal werken
die hij de titel 'Storm op de Atlantische oceaan' heeft gegeven.
A Hungarian sea painter artist, Oscar
Mendlik (1871-1963) who lived in The Netherlands, made a voyage with the
two old Dutch weather ships Cirrus and Cumulus. He
was fascinated enormously by bad weather and and high seas. In order to be
able to draw in outline and paint the sea 'underneath', he let
himself tie up on the aft deck, a place where often water swept
over. An album/biography about him mentions the following: In 1948 he
makes two sea voyages on board of the weather ships Cirrus and Cumulus. These former American frigates, could roll and pitch
impressively. In 1950 Mendlik makes one voyage again. It inspired him to
name a number of his works 'Storm in the Atlantic Ocean'.

Midzomernachtzon op de Poolcirkel - Midsummer night sun at 66.35N
02.00E
HENGELSPORT
- FISHING
SPORTS
De
meesten hadden een hengel met reel bij zich, waarop tenminste 300 meter
lijn, want bij rustig weer was het vissen geblazen. Die 300 meter lijn was
wel nodig, om op 150 meter diepte te komen, omdat het schip op de wind
verdreef. Maar het kwam ook vaak voor, dat de lijn bij windstilte bijna
recht naar beneden stond.
Most
crew members had a fishing rod with reel, with at least 300 meters of wire,
for use in fine weather. Those 300 meters were
necessary, to reach 150 meters depth, because the ship was drifting on the
winds. But many times it occurred that the line dropped vertically when
the wind was calm.

steward
- Jan Fernhout - steward
45N 16W
Radio-off. Arie van de
Ruit
66N 002E
Op
station K tussen Portugal en de Azoren visten we op haai, tonijn, braam,
wrakbaars en pijlinktvis. Op de meest noordelijke stations A tussen
IJsland en Groenland en M op de Poolcirkel tussen IJsland en Noorwegen
vingen we schelvis, makreel, roodbaars op 50-150 meter, wijting, zalm,
zeewolf, inktvis, koolvis en snotolf. Als ik wacht had viste ik ook. Om
geen vliegtuig te missen had ik een Koyo 8-bands radio bij de hengel
gezet, die afgestemd stond op 126.7 MHZ en als ik b.v. hoorde: "Ocean
Station Kilo, this is Shamrock 104, do you read?" dan holde ik naar
binnen om de kist van dienst te zijn.
On
station K between Portugal and The Azores we fished shark, tunny,
wreck perch and squid. On the most northerly stations A between
Iceland and Greenland and on M on the Polar circle between Iceland and
Norway we caught cod, mackerel, red snapper at 50-150 meters, whiting,
salmon and squid. When I was on duty I was fishing as well. In order to
hear every aircraft, I put a private Koyo VHF receiver beside me and
listened 126,7 MHZ. When I heard: “Ocean station Kilo, this is Shamrock
104, do you read?” I ran inside to serve the aircraft.

Koolvis (cod) 59N 20W
Radio-off. Arie v.d. Ruit met een tonijn (tunny) 45N16W
Zeewolf - Sea-wolf 45N 16W

Meteo
P.Y. met een schelvis (haddock) 52.30N 19W
P.Y. met een braam (brahma) 45N 16W
Inktvis spuit water - Squid spitting water
Pijlinktvis
hangt aan z'n bretels - Squid hanging on it's suspenders. 66N 002E

Twee schelvissen en hun baasje Arie - Two haddocks and their affectionate
boss.
Arie met 2 wrakbaarzen - wreck perch

Arie.
Het werk moet ook nog even tussendoor - In
between the work must be done
Radio
Arie van de Ruit, meteo Bertus Augustijn en oceanograaf Jan Schaap hielden
zich 's winters op de poolcirkel (66N02O) voornamelijk bezig met de
zalmvangst. Een 100 meter lange lijn met drijvers en onderlijntjes met
spiering als aas werd uitgezet. Het schip moest dan wel drijvende zijn bij
weinig wind. De vangst was bijvoorbaat al verkocht aan restaurants die
voor elke zalm f.100 geboden hadden. Dat was een aardig handeltje, maar de
investering en het werk dat er voor gedaan moest worden bij ijskoude
temperaturen moet je niet onderschatten.
Radio
Arie, metman Bertus and oceanographic surveyor Jan Schaap were busy fishing salmon at
the polar circle (66N02E) in winter. A 100 meters line, floating by little
buoys was launched. The ship should be drifting in calm weather. The catch
was already sold in advance to known restaurants who offered 100 guilders
each. This was a nice trade, but the investment and the work needed when
temperatures were icy, one should not underestimate.
Foto
rechts: Jan Schaap, Arie v.d. Ruit

Arie:
'k
Heb kowwe klowwe
Jan: Anders ik wel
Het trio "Interzalm B.V."
Arie v.d. Ruit - Jan Schaap - Bertus Augustijn

Radio-oficier
Arie van de Ruit met een zalm (salmon) 66N 002E
Meteo Jacob Kuiper met een roodbaars 66N 002E

Makreel - Mackerel

Het
visafval is voor de mallemokken - As we are preparing our fish dish, the
seabirds like the waist.

Dit
is andere koek. Een hele klus, vooral als je helemaal niet uit bent op
deze jongens.

Meteo's
Bertus Augustijn, Geurt van Doorn en Ate Reitsma? Dat hebben wíj weer ...

Kusjes
en niet tot spoedig ziens! Kissy kissy and don't hope to see you again.
Op
een dag waren we in Rotterdam aangekomen. Ook als we alleen op zee geweest
waren en dus niet in een buitenlandse haven, kwam de douane toch aan boord
om naar smokkelwaar te zoeken. Er kwam een jonge ijverige douane in mijn
hut en zag twee ingevroren zalmen liggen. "Hoe komt u daaraan?"
"Gevangen," antwoordde ik. "Dat geloof ik niet; zeker van
de chef kok gekregen." "Nee! Zelf gevangen! Met de hengel."
Nu is het zo dat alle voeding vrij van btw aan boord is gekomen. Als de
kok al iets zou weggeven om mee naar huis te nemen, wat nooit gebeurt, is
er dus geen btw geheven. "U moet invoerrechten betalen," sprak
de ijverige douane. "Helemaal niet! Ga maar naar de kok. Die kan met
zijn lijsten bewijzen dat we nooit zalm aan boord hebben. Er zijn er meer
die zalm gevangen hebben." De man gaf het op en verdween, op zoek
naar weet ik veel.
One
day we arrived in Rotterdam. Even when we were at sea only and not having
called a foreign port, the custom officers visited our ship to find
contraband. One young fervent officer came into my cabin and obeserved to
frozen salmons. "Where do you have these from?" "Caught by
myself," I replied. "I don't buy that, I think you got these
from the cook." "No, I caught these with a rod." You should
know that all the food which is delivered to a ship is free of taxes. If
the cook would give away some food - which is never the case - it would be
tax free. "You'll have to pay import duties," the man spoke.
"Not at all! Just go to the cook. He'll proof with his lists there
weren't any salmon in the stores. There are more crew who caught salmon."
The man gave up and disappeared, looking for I don't know.
ONTSPANNING
- RELAXING

Achter
de brug: de salon voor films, verjaardagen, klaverjassen etc. - The saloon
behind the bridge.
Elke
reis hadden we een filmkist met daarin zes recente bioscoopfilms en enkele
documentaires.
Every
voyage we had a filmcase containing six recent movies and some
documentaries.
VROUW
AAN
BOORD!
-
MET-GIRL ON BOARD!

Some
crew: Young lady Geri van der Linden (KNMI), Bertus Augustijn (KNMI), Richard Rothe (KNMI), Jan Fernhout
(RLD)
Als
collega in de radiosondegroep in De Bilt, hoorde
22'jarige Geri telkens weer de verhalen van de jongens die terugkeerden van een reis.
Daar wilde ze eigenlijk ook wel deel van uitmaken. Ze deed immers
hetzelfde werk. Maar kón dat wel als
vrouw aan boord van een zeeschip? Na enig aandringen werd Geri toegelaten
tot de groep "Zij die van de sonde leven", de varende
radiosondaren. Ook het dagblad Het Vrije Volk wijdde er een artikel aan. Op 1 november 1978 was het dan
zover en stapte de blonde schoonheid voor haar eerste reis aan
boord, door menigeen hartelijk welkom geheten en op haar gemak gesteld.
Het zou immers nóg gezelliger worden dan het altijd al was! Iedereen nam
zich voor onze charmante collega te behoeden tegen elk denkbaar onheil,
zowel binnenboord als buiten aan dek. De mannen gingen op hun woorden letten, scheerden zich op
tijd, etc. Kortom, het was heel gezellig. Geri maakte vier reizen, de
laatste in 1980.
As
a met-girl participating in the same male groups ashore, 22 year old Geri
again and again heard the stories about the voyages on board. Actually
she liked very much to join her friends en enjoy what they experienced too.
She did the same job in the same team, didn't she. But would that be
possible as a girl on board a seagoing vessel? After pursueing many days
Geri got her acceptation from the management and she belonged to the
sailing radiosonde team. Even a big newspaper spent an article about it.
November 1st 1978 the day was there and our blonde beauty stepped aboard
for her first sea voyage, heart-warming welcomed and set easy. Of course
it would be more cosy and social than before! Everyone planned to protect
her against any thinkable danger, inside and outside the ships
accomodation. The crew began to watch their words, shaved themselves in
time; in short it became very relaxing. Geri did four voyages, the last
one in 1980.
On
her last day at sea, I wrote a 'poem' dedicated to her. In the with
visitors filled cabin we celebrated her goodbye feast. She appreciated the
'poem' very much: "a poem like this it isn't made anymore nowadays,"
she reacted sadly.
Op haar laatste dag op zee, heb ik op haar afscheidsavond
in de
drukbezette hut een "gedicht" voorgedragen; een gedicht zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt
worden zegt ze zelf, met weemoed terugdenkend aan die
leuke tijd op zee:
ZEEMEISJE
Ze
was klein van stuk en rank van gestalte, maar ze droeg te wijde truien en
ribfluwelen broeken, zodat haar eventuele schoonheden strikt gereserveerd
bleven voor de knaap thuis, die haar zou mogen uitpakken. Heur blonde haar
leende zich voor varianten als die van Olivia tot pinnig: met
zo'n houtje. Buiten aan dek droeg ze een knalgeel plastic jack en een
komisch Mediteranneeblauw petje, want ze kende haar kans op kouvatten. Dit
wollige wezentje veroverde haar plekje in dit mannenwereldje met zulk een
gemak, waardoor het leek alsof wìj het waren, die voor 't eerst naar zee
gingen. Op deze gure, door de weergoden onbarmhartig bestierde plek,
ergens ver weg in het Arctisch-Atlantische, deed haar opgewekte lach en
spitse humor, iets wat aan boord hoog genoteerd staat, weldadig aan. Want
ze was een flink meisje met slechts maatje 35. Van schoen dan.
Omdat
ze haar eigen klokje had meegebracht, hoefde ze door niemand gewekt te
worden. Natuurlijk bestond de vurige hoop, dat dit op zee overbodige attribuut
het zou begeven, of door wrede zeegang aan diggelen zou vallen. Je had dan
echter nog de kans, dat haar schoentje als een waakhondje binnen
handbereik zou liggen, indien een al te optimistische porder toevallig bij
een "onverhoedse" beweging van het schip de verkeerde richting
uit zou vallen. Ze zorgde echter goed voor haar klokje. Het kleinood stond
met meters plakband stevig op haar bureau.
De
eerste dagen op de oceaan had ze het wel erg moeilijk met het weer. Ze verstond de
vereiste danspasjes nog niet, die nodig zijn om bij storm en hoge zee vanaf een zwiepend
achterschip een weerballon op het juiste moment los te laten. Van de
woedende elementen die het schip met veel geraas bedreigden, als leek het
of ze haar niet accepteerden, had ze even niet terug. Daar stond ze dan heel
flink te wezen, met een bleek gezichtje onder dat petje, rillend en
klappertandend de opkomende zeeziekte diep wegduwend, met één hand
gretig en verbeten aan de warme pijp van een radiator en met de andere de
tuit van de weerballon stevig in haar knuistje. Die pijpleiding moet het
voldane gevoel gehad hebben eindelijk eens iets voor iemand te kunnen
betekenen. Want het feit dat hij een radiator in de buitenlucht moest
verwarmen was natuurlijk een grap van 'deskundigen'. Zo stond ze daar als
een zielig vogeltje, zoals er wel meer aan dek komen om uit te rusten, of
om het tijdige voor het eeuwige te verwisselen. Niemand had medelijden met
haar, want ze moest er even dapper doorheen. Niet lang daarna was ze
gewend. Voortaan zal wel nóg mooier schrijden na die danspasjes, want dat
hou je van zo'n opleiding over.
SEA GIRL
She
had a small figure and was nice shaped, but she wore wide sweaters and
trousers, so that her possible potential beauties remained hidden and
reserved to the lad at home, who was destined to unpack her later at home.
Outside she wore a 'safety-yellow' coat and a funny Mediterranean blue
little cap, because she knew her chances of catching a cold. This wooly
creature conquerred her place in this mens little world with such an ease;
it even seemed that we were the ones who sailed for
the first time. At this chilly, by weather gods reigned place, somewhere
far away in the arctic Atlantic, her cheerfully laughter and sharp humor,
something which is high on the list on board, felt like a boon to
everybody. For she was a energetic girl with size 35 only, her shoes of
course. As she brought her own alarm clock with her, there was no need to
be waked up by a collegue. Of course there was strong hope among some,
that this superfluous attribute would go unservicable, or fall apart in a
thousand little pieces, caused by high waves or a hurricane friend. But
you always had a chance then that her little shoes were lying within reach,
if an optimistic caller up, due to an unexpected move of the ship, '
coincidently' would 'fall' into her direction. However she cared very much
for her alarm clock. The trinket was fixed on her desk with meters of
tape.
During
her first days on the ocean she had difficulties to experience the weather.
She did not yet understand the required dance steps, in order to let go a
weather balloon from a rolling and pitching ship's poopdeck. The angry
elements which toyed with the ship, as if it seemed they wouldn't accept
her, feared her somehow. There she stood, being very brave, with a pale
face, chattering teeth and shivering, keeping down an upcoming seasickness.
With one greedy hand around the warm pipe of a radiator and with the
little paw around the nozzle of the balloon. This pipe must have had the
deeply thankful feeling to mean something to someone at last. For the fact
that he had to heat a radiator in outside air was a joke of a
'professional' designer of course. So she stood there like a pitiable
little birdie, of whom more come on deck to rest, or change life into
eternity. Not long after she was accustomed. In the future I think, after
these dance steps she will stride even more beautiful as she did sofar.
For, you take this with you for the rest of your life.

Het
monsterboekje van Geri - The seamansbook of Geri.
4 reizen als observator. 4 voyages as a met observer

Meteo Bert de
Vries
Meteo Bert Beets
Potje Rotterdams klaverjassen

Meteo Jan
Roest Meteo
P.Y. de Vries

Meteo Bert Beets tafelvoetbal, ook
leuk.
Radio Jan Fernhout kent nog wel een paar "liederen".
1980
Kerstfeest op zee - Xmas at sea - (chef kok Brouwer brouwt een
kerstdiner):

1980
Kerstfeest op zee - Xmas at sea (gezagv. Jan Bos, HWTK Kamlade, bed. Piet
Jansen):

ANECDOTES
Toen
ik in mei 1972 na zeven jaar Scheveningen Radio, terugkeerde op de Cumulus, kregen we die reis naar en op station Alpha tussen
Groenland en IJsland, twaalf stormen waarvan drie orkanen. Doodmoe word je
ervan. Een dag voordat we naar huis gingen kregen we het verzoek om de
volgende dag, zaterdag 13 mei Schip van de Week te zijn in het
TROS-radioprogramma Steiger B. De TROS was toen nog B-omroep. De mij
bekende radiotelefoniste (Hetty Nieuwstraten) van Scheveningen Radio
maakte verbinding met me: "Ze willen een bijzonder schip, Jan. Dus
hebben we aan jou gedacht. Kunnen jullie morgen om twee uur live
verbinding maken?" Dat kon geen probleem zijn. Die zaterdag
eerst een paar testverbindingen gemaakt. We waren op weg naar huis en
zaten ten zuiden van IJsland. De verbinding viel behoorlijk tegen. Dat
klopte wel, omdat we hadden 's nachts nog noorderlicht hadden. De
live-uitzending kwam alsmaar dichterbij. Inmiddels had ik om 12 uur
dienst. Ten einde raad het telefoonnummer van de studio gevraagd en via
Reykjavik de verbinding gemaakt. Perfect! De kapitein, alle telegrafisten,
de hele meteo, de hoofdwerktuigkundige en overige nieuwsgierigen stonden
in het radiostation toe te kijken. De presentator was Cees de Lange, die
de kapitein namens het zaalpubliek uitnodigde te vertellen waar we zaten en
wat voor schip we waren. Wat we niet wisten, was dat de echtgenote van 2e wtk Gisius ook
in de studio aanwezig was. Zij wou wel wat zeggen tegen háár Willem.
Maar die moest nog uit zijn wieg worden gehaald. Enfin. "Hallo Wim!
Waar zitten jullie?" "Nou, dat weet ik niet; bij IJsland
ergens." Ems: "Nee, ik bedoel: zitten jullie in de radiohut of
in de salon?" Maar dat verstond Willem niet. "Dat moet de
kapitein maar vertellen waar we zitten." En zo kwam alles nog goed.
Voor de meteorologen in Europa was het mooi
meegenomen dat de weerschepen op de luchtvaartroutes toevallig ook in
slechtweergebieden bivakkeerden. Immers, dit deel van de Atlantische
Oceaan is doorgaans vergeven van de depressies en een enkel
hogedrukgebied. De weerschepen fungeerden als een vooruitgeschoven post,
vooral door de weerballonnen die ze oplieten.Kapitein Harm de Boer, vast
onderdeel van de inventaris, kan over slecht weer meepraten. Sinds 1957
vertoefde hij, na eerst als 1e stuurman op de oude Cumulus te
hebben gevaren, op de weerschepen. Bij het in dienst stellen van de nieuwe
Cumulus werd hij gezagvoerder en hield het vol tot 20 mei
1978. Toen was hij het zat. Ook zijn papegaai, een grijze roodstaart
monsterde met hem af. Die vogel riep altijd: "nou! nou!," als het
schip tijdens storm een gemene haal maakte. We
hebben vele orkanen meegemaakt. Tijdens een avond hadden we storm en de
barometer zakte snel. Ook de schrijfstift van de barograaf geraakte
onderaan de papierstrook, zodat deze buiten dienst werd gezet. 's Nachts
werd het stil, doodstil en de zee werd spiegelglad: het oog van de orkaan.
We lagen te drijven en om 04.00 ging ik met de stm, de wtk en de meteo,
van wacht. Nog even een
'versnapering' bij iemand in de hut en
dan je wieg in, meestal tegen vijven. Maar om half vijf hoorden we
de wind weer opsteken. Het schip ging hellen, de glazen gleden over het
bureau in de hut en werden door ons vakkundig opgevangen. We helden nog
verder over. De 1e stuurman op de brug keek het nog even aan en liet ons
nog even stoeien met schuivende voorwerpen, maar dan voelden we na enige
tijd toch de motor starten. Binnen een kwartier stond er krachie 12. De
zee was niet meer te overzien. De golfkoppen waaiden compleet weg en het
zicht was nul door al het stuivende water. De kapitein verbood om buiten
aan dek te komen en verbood ook om rond 06.00 GMT de weerballon op te
laten. Het was te gevaarlijk, vooral voor de meteomannen, die bij het
vullen van de ballon op het achterschip, zelf gelanceerd kon worden. Toch
gedroeg de Cumulus zich uitstekend in stormweer en bij
orkanen. Alleen de voorste hutten waren bij storm niet erg geliefd. Ook de
kapitein vluchtte vaak naar een lege hut in de midscheeps. Daar was ik me
echter op mijn allereerste dag (1964) op dit schip nog niet van bewust en
koos juist de voorste, omdat het er stil was. Ik kom na een paar dagen
echter tot de ontdekking dat je bij zwaar stampend schip in vliegende
storm en neergaande beweging van je matras gelicht wordt en daarna dan
door de opwaartse beweging van het schip weer in de lakens terugvalt. De
ruimte tussen je rug en de matras was dan minstens 10 cm. Omdat de hutten
nogal klein zijn, heeft men aan de (kantelbare) rugleuning van de zitbank
tevens je kooi gebouwd. Kantel je de rug van de bank naar je toe, zodat
deze op de bankzitting rust, dan is het een bed geworden. Ook heb ik (nog)
niet in de gaten, dat de knip op je kooi, een soort schuifslot
noodzakelijk is, om niet in deze omstandigheden weer terug te kiepen. Wat
gebeurt? Terwijl ik probeer te slapen, kiept door een haal van het schip
naar stuurboord mijn kooi dicht en bevind ik me tussen de wand van mijn
hut en de inmiddels teruggetoverde zitbank. Ik zit opgesloten. Duwen met
handen en knieën mag niet baten. Er zit niets anders op dan te wachten
tot het schip een behoorlijke haal naar bakboord maakt, zodat ik me met
het zeetje mee weer kan bevrijden. Dat duurt dan altijd net veel langer,
maar het lukt. Ik had al het idee hier nooit meer tussenuit te komen en
als XXX "man overboard" de rest van de reis te moeten maken.
Sindsdien zat het schuifslotje erop, ook bij mooi weer. Een nieuwe
KNMI-collega koos de
voorste hut
en hem overkwam hetzelfde als mij. Pas toen we daar aan het einde van de gang
gedempt help hoorden roepen, kon hij bevrijd worden. En er was nog
een vierde wtk voor 't eerst aan boord, die dit systeem ook niet kende. De
eerste nacht sliep hij op zijn bank. De volgende ochtend zei hij: "Ik
kon m'n kooi niet vinden. Ik wou niet lastig zijn, dus ik heb maar op de
bank geslapen." hi.
In de zestiger
jaren leerde meteo Piet Wittebol zijn echtgenote kennen d.m.v. een briefje
in een fles. Ergens in de buurt van Ierland gooide hij de fles overboord.
Een Iers meisje liet hem weten dat ze de fles gevonden had. Ze maakten een
afspraak in Ierland. Daar werd Piet verliefd op haar vriendin; "en
zjo is 't gjekóómen", om met frater Venantius (Wim Sonneveld)
te spreken. En: ze leven nog lang en gelukkig.
FUNNY
THINGS
The
European meteorologists were lucky that the weather ships, lying under
airways, also suffered spells of bad weather in their area, didn’t they.
This part of the Atlantic Ocean is generally disturbed with depressions.
Weather ships were an advanced post, especially with their weather
balloons they launched. Captain Harm de Boer, fixed part of the ships
interior, is aware about bad weather. Since 1957 he sailed as a 1st officer
o/b the old
Cumulus. When the new one came
1963 into service, he became the Master and he held on till May 20th 1978.
Then he felt himself too old to hold on. Also his parrot, a grey-red-tailed signed off
and retired with him. That bird always cried: “Goodness gracious!,” when the ship
got a strong hit during storms.
We
experienced many hurricanes. One night we had severe gales and the
barometer was going down
rapidly.
Even the trace got below the registration paper of the barograph, and was
put out of service. After midnight weather became calm, dead still and the
sea became as smooth as a small lake: the eye of the hurricane. We were
drifting again and at 04.00 am I went off duty, together with the 2nd
mate, the 3rd engineer and one meteo man.
Enjoying a refreshment in the cabin of one of us and after this get
into your cradle, mostly at almost five. But about 4.30 we heard the wind
increase again. The ship began to tilt, the glasses slid over the desk in
the cabin and were caught professionally by us. The ship tilted further
and further. The 1st mate on the bridge let it go on for a further 5
minutes and we had to catch and catch sliding objects. But then we felt
the engine start. Within 15 minutes the wind became force 12 and even
more. The waves tops were blown off completely and visibility became
nearly zero due all the water flying about (spindrift). The captain forbid
the crew to come outside and the met officers were not allowed to launch
the balloon. They might be launched from the aft deck themselves instead
of the balloon.
Yet
the Cumulus behaved splendidly in stormy weather and in hurricanes. Only
the most forward cabins were not very popular in such an event. Even the
captain had to sleep in an empty cabin amidships. On my very first day
(1964) on this ship I was not aware of this and had chosen the most
forward cabin, because it was quiet there. After a few days I discovered
that - with heavy pitching ship - in storms you will be lifted up in your
bed when going down and after that you fall back when the bow is rising
quickly. The space between your back and the bed was at least 10 cm. Due
to the rather small cabins, the bed is built behind the back of your couch.This
back can be overturned. Turn over the back of your couch and you’ll have
a bed. Moreover I did not realize that a key was meant to lock it, in
order not to turn back in these circumstances. What happened? As I tried
to get asleep, a pitch move of the ship to starboard turned over my bed
and I found myself between the wall of my cabin and the magic back of the
couch. I was locked in. Pushing with hands and knees, no results. There
was nothing left but wait until the ship makes a heavy pitch to port again,
in order to free myself on a friendly helpful wave. Thus takes always more
time than getting locked up, but it worked. I had the idea of never being
freed and as a XXX (man overboard) to stay there
the remaining part of the voyage. Since that event I used the key,
even in fine weather.
And
there was this 4th engineer, his first time on this ship, who didn’t
know the combination of bed and couch. The first night he slept on his
couch. The next day he said: “I couldn’t find my bed. I wouldn’t
disturb people, so I slept on the couch.”
In
the sixties Metman Piet (Pete) Wittebol met his wife by means of dropping
a bottle which contained a letter. It was in the vicinity of Ireland. An
Irish girl let him know that she found it. They arranged an appointment in
Ireland. There Piet fell in love with her girl friend. And so it happened.
And: they still live happily together.
HOBBY'S
Er
waren voorzieningen aan boord voor hobbyisten. Materiaal kon worden
aangevraagd. Een doka, een ruimte met apparatuur voor houtbewerking, waar
menig meubelstuk werd vervaardigd of gerepareerd en in de werkplaats van
de machinekamer werd geknutseld en werd twee keer een smeedijzeren wieg in
elkaar gelast. En natuurlijk werd er deskundig bij gestaan of beter:
bijgestaan, want de kreet "Wat de ogen van Piet zien, wordt door de
handen van Dirk gemaakt", klonk nogal eens. Hiermee werd chef meteo
Dirk van der Grift bedoeld, de man met twee rechterhanden. Een zaaltje met
een pingpongtafel, dat ook gebruikt werd als het zeer zwaar stormde; dan
speelden alleen de echte acrobaten. Een volière, waar verdwaalde vogels
werden verpleegd en de salon voor film, tv, video, klaverjassen en
feestjes. En dan was er natuurlijk de filmkist met 6 speelfilms en wat
docu's. Voor
het WK in Argentinië moesten we 100 mijl naar het oosten varen (de grens
van station Mike), om het redelijk te kunnen volgen op de Noorse tv, met
Radio Nederland Wereldomroep ter ondersteuning. Stuurman Haalmeijer (nu
gepensioneerd
gezagv.
Hoek
van Holland-Harwich ferry Stena Discovery
en Stena Hollandica), was een meester in de modelbouw. Onder
de collega's van de meteo waren ook voormalig
marconisten, die af en
toe
mijn wacht een uurtje overnamen en om het seinen niet te verleren
en voor de lol hun eigen weerrapport de deur uitstuurden.
Meteo Kees Smith
Uitgeputte
vogel wordt verzorgd- Exhausted bird being cared of.

Radio-off. Jan Fernhout bezig met het model van de
Cumulus
- busy with the ship's model.

HOBBY'S
There
were many opportunities for
hobbies. Material could be
provided on request. A dark
room with photo enlarging apparatus, a room for making furniture out of
wood, where chairs, tables etc could be made or repaired and in the engine
room workshop things could be welded. An iron cradle was made and it took
a lot of craft to get it upstairs along the engine rooms small stairs.
Of course one stood by professionally, or
better, assisted, for the slogan: "What Peo's eyes see, is going to
be made by Tony's hands" became generally known. A room with table
tennis (ping pong), which was also used in high seas, then only acrobats
played this game. A bird cage where exhausted birds could recover. And the
saloon for film, TV, video, playing cards en birthday parties. And of
course the film case with 6 cinema movies and some documentaries. In order
to watch the World Championship (football) in Argentina, we had to sail
100 miles to the east ( the boundary of Station Mike) to get an acceptable
signal from the Norwegian TV, with the Dutch Radio World Service as a
backup for the live report. 2nd Mate Frank Haalmeijer (now a retired captain
of the ferry
Hook of Holland – Harwich), was a champion in building models (ships,
trains and trams). Among the meteo colleagues there were ex merchant fleet
radio-officers, who now and then took over my duty watch for an hour, in
order not to loose the quality of sending Morse and for fun they sent
their own OBS to Bracknell.
DE
AMATEURZENDER
De RLD had een
speciale zendmachtiging voor amateurradio aan boord. Ikzelf en mijn
voorgangers deden als zendamateur veel aan goodwill: zeeschepen,
herkenbaar aan /MM (maritime mobile) achter het callsign waren zeer gewild
voor een verbinding, vooral met Nederlandse zendamateurs. Op
de Nederlandse koopvaardijschepen was deze hobby niet toegestaan, ook al
hadden sommige marconisten ook privé een amateurzendmachtiging. De
Cumulus was PI1LC/MM en de Cirrus PI1LS/MM. Van
het KNMI was er Walter Schuurmans-Stekhoven, PA0WSS Whiskey double
shit/MM, die met zijn eigen zender 's middags met vrienden in Zuid-Afrika
werkte.
KNMI'er Bertus
Augustijn maakte vaak een verbinding met zijn vader PA0LA. Technicus-R/O
v.d. Sande is PA0SAN. Die heeft nu een minicamping (6000 m2) op zijn
boerderij "Knienseerd" in Kelpen Oler (Noord Limb.),
speciaal voor zendamateurs, omdat het oprichten van antennes op andere
campings wel eens problemen geeft. Kijk eens naar http://www.knienseerd.nl/
Draadloos internet gratis en beveiligd.
Een
selectie van zeldzame QSL-kaarten uit alle uithoeken der aarde heb ik mee
naar huis genomen:
AMATEUR (HAM) RADIO
The Dutch Civil
Aeronautical Service (my boss) had a special amateur radio license for the
ship. Me and my previous collegues did a lot of goodwill: sea going
vessels, recognizable to /MM (maritime
mobile) behind the call sign were very wanted to make contact with,
especially by Dutch hams.
The Cumulus call was PI1LC/MM and the Cirrus call was PI1LS/MM.
From the Metoffice there was observer Walter Schuurmans-Stekhoven, PA0WSS
(Whisky double shit)/MM, who used his own
transmitter to contact Dutch friends
in South Africa. Our radio technician Remy van de Sande is PA0SAN, who
runs a mini camping (6000m2) open to everyone, but especially to radio
amateurs http://www.knienseerd.nl/
A
selection of rare QSL cards from every corner of the world I took home:

De QSL-kaart van een
zendamateur in Hongkong. QSL
card from a radio amateur in Hongkong.

Rechtsonder
mijn kortegolf amateurzender Kenwood TS 515 (80, 40, 20, 15 en 10
meterband). At the right below my shortwave amateur radio set.
Zo
had ik jarenlang vrijwel dagelijks verbinding met zendamateur Adri van
Bloois (PA0RDA) in Zeist. Adri is blind en beschikt behalve over een
braille toetsenbord ook over allerlei snufjes om zijn
zend/ontvangapparatuur af te stemmen. Nu zijn blinden aangewezen op hun
gehoor en dus onthouden zij veel meer dan zienden. Nadat ik hem één keer
had uitgelegd hoe de cijfercode van een weerrapport in elkaar steekt, kon ik hem
dagelijks het weer vertellen in code. De andere amateurs die meeluisterden
begrepen er niets van, maar de reacties van Adri tijdens het oplezen logen
er niet om als we in een orkaan zaten, zoals de windsnelheden en
golfhoogten. Tijdens een van de zomerse gastenreisjes van Rotterdam naar
IJmuiden was Adri ook aan boord en de details die hij op het gehoor
waarnam, waren mij niet nog opgevallen. Hij "zag" meer dan wij.
We voeren die dag wel door de mist, dus wat wij van de zee niet konden
zien, zag hij dus ook niet. Dat scheelde al weer. Al met al een
geweldige ervaring voor hem. In november 2006 belde hij me op.
We hadden elkaar 22 jaar niet meer gesproken. Natuurlijk heeft ook hij
internet. Het lezen van het scherm gebeurt met braille: een vernunftig
systeem leest telkens 1 regel en converteert onmiddellijk naar braille
d.m.v. schuivende pennetjes. Toen hij me liet horen wat hier geschreven staat bleek dat tot mijn verbazing behoorlijk snel te gaan.
No problem!
Ook
met Henk (PA0PHR) in Heemstede had ik dagelijks verbinding. Op een dag was
er in mijn zender een spoeltje doorgebrand omdat de zendantenne van het
radiobaken vlak langs mijn antenne hing. Ik hield een paar Watt vermogen
over, net genoeg om NL te bereiken. Henk meldde zich volgens schema. Hij
was echter niet thuis, maar in de winkel van Schaart in Katwijk, de dealer
voor zendamateurs. Daar vroeg hij om een zender te gebruiken, om toch met
me te kunnen werken. Dat kwam mooi uit. Ik vroeg om het spoeltje, want
over een paar dagen zouden we post krijgen. Schaart
demonteerde het uit een zender en gaf het Henk mee. Die reed meteen door naar het
nabijgelegen marinevliegkamp Valkenburg bij Katwijk om het pakketje af te leveren voor de
komende postdropping met het Neptune patrouillevliegtuig. Drie dagen later
kwam de post met het spoeltje midden op de oceaan uit de lucht
vallen en kon ik weer met vol vermogen werken. Nogmaals bedankt voor de
service, Schaart en Henk!
Onze
vaste radiotechnicus, Remi van de Sande (PA0SAN), werd - als hij met
vakantie ging - altijd vervangen door de ex-technicus van de Cirrus in Eelde.
Later door Ben van Riel (PA3EGJ) van Schiphol. Ben maakte twee
reizen. Daar kijkt hij nog altijd vrolijk op terug. Het is écht een
unieke ervaring tussendoor! Tijdens een reis had Ben een bouwpakket van
een modelvliegtuig meegenomen. Het was made in Yugoslavia en de
handleiding was ook in de Slavische taal. De tekening was nog wel te
volgen, maar voor het lijmen waren er twee verschillende tubes. Probleem,
want je wilt het wél goed doen. Ik stelde voor verbinding te maken met
een Joegoslavische zendamateur. Die waren er zat in de kortegolf. Ik riep
met telefonie de eerste de beste die ik hoorde en probeerde uit te leggen waar het om
ging. De Joeg werd huiverig en probeerde af te houden. Het land was nog
communistisch en een standaardverbinding maken is geen punt, maar als je
met een verhaal kwam, vertrouwden ze het niet. Bovendien kon ik de tekst
van de handleiding niet lezen en dus probeerde ik hem naar de seinsleutel
te verleiden, omdat je met morse keurig in elke taal kan seinen. Dat lukte
uiteindelijk en ik begon te seinen. De tekst had hij meegeschreven en op
mijn vraag om dit te vertalen, beloofde hij de volgende dag terug te
komen. Inderdaad kwam hij terug met de vertaling in het Duits. Hij blij,
omdat alles onschuldig bleek en Ben blij om te weten waarom er twee
soorten lijm in de doos zaten.

Een
wand in het radiostation werd gesierd door een wereldkaart met speldjes en
QSL-kaarten van zendamateurs met wie we vanuit de Atlantische Oceaan
met
slechts 100 Wattjes in de kortegolfbanden verbinding hadden. Het is net
zoiets als zeldzame postzegels sparen. Qua afstand is het vaak niet de
kunst om verbinding te maken; het is eerder de kunst amateurs te vinden
van wie er slechts 1 of een paar in dat land of op dat eiland wonen. Ze
dienen ook nog in de lucht zijn als jij gelijktijdig aan het zoeken bent
en ze toevallig hoort. Vrijwel alle volgende genoemde zeldzame amateurs
werden vanaf de "Cumulus" met de morseseinsleutel gewerkt:
Rodriguez Island VQ8 en Maladiven VS9 in de Indische Oceaan. Korea HL. UA0
Chelyuskin Cape (Russ. noordpoolbasis). AX7 Tasmanië. Philippijnen DU.
Afghanistan YA. India VU. Hongkong VS6. Antarctica basis VP8. Zambia 9J.
Kenia 5Z. Tanzania 5H. Israel 4X. Paraguay ZP. Seychellen VQ9 in de
Indische Oceaan. Ascension Isl. ZD8 in de Zuidatlantische Oceaan.
Argentinië LU. Tahiti FO8. Hawaii K5. Alaska KL7. St. Maarten PJ5.
Groenland OX3. Verder: Beren Eiland JW1 (Poolzee). Chili CE8 (Straat
Magelhaen). Spitsbergen JW5 (Poolzee). Jan Mayen JX6 (Poolzee). Guam KG6
(Grote Oceaan). Vrangel Isl. UA0 (Russ. poolbasis). Franz Josefland UA1 (Russ.
poolgebied). South Orkneys (Zuidatlantische Oceaan). Nieuw Zeeland ZL2.
Funchal CT3. Mallorca EA6. Gran Canaria EA8. Ceuta (Sp. Marokko) EA9.
Jersey GJ4. Aaland Eil. OH0 (Finland). Rhodos SV5. Australië Northern
Territory VK5. Turks Isl. and Caicos (Caraiben). VP5 British West Indies.
Burkina Faso XT2 (West Afrika). Celebes YB8 (Indon.) Zuid-Afrika ZS6.
Cyprus 5B4. Algerije 7X.
De QSL-kaart van de Cirrus: PI1LS/MM

De QSL-kaart van de Cumulus: PI1LC/MM

In een VVV-folder over Vlaardingen zien we de Cumulus
passeren - In a tourist brochure about the town of Vlaardingen, we see the
Cumulus passing.
FRITS
VERHOEVEN
Een eigen hoofdstuk
voor Frits. Wie kent hem niet, Nievelt-mensen!
De
oude matroos Frits behoorde ook bij de inventaris. Hij had een hazenlip en
was doorgaans moeilijk te verstaan, maar toch had hij hele sappige
verhalen waarbij hij altijd waarschuwde: "Als je het niet verstaat
moet je het zeggen hoor." "Ja, Frits." Hij liep altijd de
4-8 wacht met de 1e stuurman. Toen de klok op de thuisreis naar Rotterdam
een uur verzet moest worden, belde hij nauwelijks verstaanbaar via de
intercom:
"Wadio, met de bwug. De kwok kwijgt een uuw."
"...... Vooruit of achteruit?"
"Dwas-uit"
"Dank je wel Frits."
Frits, altijd met humor: "Hoe wee je dah ík 't wen?"

In
een blauwgeruite kiel draaide Frits aan 't grote wiel.
Midden 2e stm Haalmeijer - Frits at the wheel.
The
old sailor Frits also was a part of the ship’s interior. He had a
harelip and was hard to understand, but yet he told very juicy tales. He
always said: “Interrupt me if you don’t quite follow what I say.”
“Yeah, Frits.” He always had the 4-8 duty watch together with the
first mate. One night, sailing back to Rotterdam, the clock had to be set
forward one hour. Through the intercom Frits called, hardly understandable: “Yadio,
zis iz ze byidge. Ze
clock gets an houy.” “Forward
or backward?” “Sidewad!”.
“Thank
you Frits” Frits, always a good feeling for humor: “How do you know iz me?”
Maar
dat was nog niet alles over Frits. Hij had nl. ook last van Parkinson. 1e
stuurman Jan Nipius: "Frits kwam mij altijd ruim tevoren porren voor
de wacht die we samen liepen. Mét een mok koffie. "Stuuwan, wakker
wodden, het is tijd. Hier is koffie." "Maar Frits, met z'n
Parkinson, hield expres de volle mok trillend boven m'n deken en ik wist niet hoe gauw
ik m'n nest uit moest komen!"
But
there was more about Frits. He also suffered of Parkinson. First mate Jan
Nipius: "Frits always came to wake me up rather early before we got
on watch together. With a cup of coffee. "Mister mate, wake up. It's
time. Here I have coffee." "But Frits and his Parkinson, held
the fully filled cup quivering over my blanket delibilatery and I hasted myself out of my bed to
avoid shaked coffee over me.
Ik
maakte in 1964/65 drie reizen en 1972/81 zevenenvijftig. Het beviel me best, ondanks de vele stormen
en orkanen, die ik vergeleken bij mijn koopvaardijloopbaan bij elkaar nog
niet in zo'n korte tijd had meegemaakt. Het salaris + de toeslag
onregelmatige dienst + overwerk + de extra hoge toeslagen
als zijnde 'ambtenaar op
dienstreis', bij elkaar meer dan de gage van een (jaloerse)
gezagvoerder, en de 15-21 dagen vakantie tussen elke 35-daagse reis,
maakten alles goed. We zijn diverse malen in
Reykjavik en Bergen geweest, om een bemanningslid te droppen vanwege
familieomstandigheden.

De
Cumulus in Reykjavik (3x) wegens ernstige ziekte, of
overlijden van familie - 3 times at Reykjavik due embarking a crew member for serious reasons
like sickness or passed away relatives at home. Foto rechts/right : Cumulus in Bergen.

Cumulus
yearly quickstop at the port of IJmuiden, with families and other guests from Rotterdam.
Then
proceed to the Atlantic Ocean.
During
the period 1964/65 I made three voyages and 1972/81 fiftyseven voyages. I enjoyed it very much, despite
many storms and hurricanes that I experienced, compared to my merchant
jobs all together in such a short period.
Op
21.1.75 ging de Cumulus uit de begroting van de RLD (Verkeer en
Waterstaat) en werd ze door het KNMI overgenomen. Dat kwam doordat het
aantal verbindingen met het vliegverkeer drastisch was gedaald in
vergelijking met enige jaren ervoor. De navigatietechniek a/b van
vliegtuigen was intussen sterk verbeterd. De luchtvaartmaatschappijen
hadden er geen behoefte meer aan om voor de ocean station vessels te
betalen. De noodfrequentues 121.5 en 243 MHZ bleven wel standby. Vanaf
toen waren er drie R/O's en de R/O-technicus. De overdracht van RLD naar
KNMI werd officieel aan de Parkkade gedaan door Staatssecretaris Van
Hulten van V&W. De thuishaven 's-Gravenhage werd veranderd in De Bilt
en dus ook op het achterschip. Wie er nog meer aanwezig waren is
mij niet bekend; ik wist nergens van en was niet uitgenodigd. Het moet dan
wel een exclusief feestje zijn geweest.
On
the 21st of January 1975 Cumulus was taken out the financial budget of the
Dutch Civil Aeronautical Service and was taken over by the Dutch Met
Office. The cause of this was that the amount of contacts with aircraft
fell drastically compared to some years before. Navigation techniques o/b
aircraft had been improved strongly in the meantime. Airline companies did
not need the ships anymore and were not willing to pay for the service
anymore, but the emergency freqs 121,5 and 243 remained available. Since
we had only 3 operators and the opr/technician.
Op
6 juni 1980 was er aan boord een bijzondere vergadering van de Provinciale
Staten van Zuid-Holland, waarbij ook een delegatie van de Tweede Kamer was
uitgenodigd. De voorzitter was D66'er Laurens Jan Brinkhorst en uit de TK
kwamen Erica Terpstra (VVD), Wijnie Jabaay (PVDA) en De Gaay Fortman
sr. (pappagaai) e.v.a. We vertrokken naar zee. De 'vergadering'
duurde niet lang, want de verleiding het schip van binnen en van buiten te
bekijken werd te groot; dus sloot Brinkhorst de meeting en gaf iedereen de
vrijheid zich over het schip te begeven, in het zonnetje te zitten en aan
de rondleidingen deel te nemen. Namens de meteo waren er chef meteo Dirk
van der Grift en ons zeemeisje Geri van der Linden. Natuurlijk moest er
een weerballon worden gevuld en opgelaten. Erica Terpstra was de gelukkige om
de ballon onder grote belangstelling te lanceren. Zo'n ding trekt nogal
aan je en dus was Erica de ideale persoon om hem in bedwang te houden. De
brug werd bemand door o.a. kapt. Jan Bos. De machinekamer werd bemand door 2e
wtk Willem Gisius, de kombuis door kokkie Brouwer en de radio door ondergetekende.
De geachte bezoekers hadden echter allen wel eens de zee, een stuurwiel, een
keuken en een motor gezien. Maar, beste lezer, u begrijpt het al: de mysterieuze
stroom morsetekens uit de ontvangers en het zenden met de seinsleutel
dwong zeer veel bewondering af en maakten een diepe en eerbiedige indruk.
Ik had niet anders verwacht, ja toch?!
In
1981 werd bekend dat de Cumulus TOR (telex over radio) zou
krijgen en bovendien t.z.t. niet meer voor het KNMI zou kunnen blijven
varen, vanwege andere investeringen; aldus kozen we voor de
luchtverkeersleiding op Schiphol. De technicus-R/O bleef aan boord, samen
met de nieuwe Radio-Holland-R/O's o.a. Jan Griffioen, Piet de Visser, Joustra,
Peter Denters en Jan Jordens. De laatste twee hadden overigens al eens eerder met plezier
en invalsreis op de PBVQ gemaakt. Arie van de Ruit en ik werden
overgeplaatst naar de luchtverkeersleiding Schiphol, waar we nog 17 jaar
werkten en vervolgens vanaf ons 59e tot ons 62e (VUT) met 80% van het
salaris in dienst bleven
voor de pensioenopbouw. Wij waren toen 'adviseur' en hoefden niet op het
werk te verschijnen.
Op
13.11.85 eindigde reis 169 in Hull. Het schip werd aldaar voor £.1 per
jaar aan de Engelse weerdienst, die na de oude weerschepen Weather
Advisor, Weather Monitor, Weather Observer, Weather
Surveyor, Admiral Beaufort, en Admiral Fitzroy, nog het
aangepaste visserijschip Starella in dienst had, overgedragen. De
naam Cumulus bleef gehandhaafd en de roepletters werden GACA.
Engelse weerschepen zijn altijd omgebouwde fregatten uit WO2 geweest en
dus was men daar bijzonder blij met de Cumulus, om daarmee de
weerschependienst toch nog tien jaar te kunnen voortzetten op station Lima
op 57N20W, tot 2.6.96. Frankrijk was al gestopt met het m.s. France I
en m.s. France II.

Starella en
Cumulus lossen elkaar af - Starella and Cumulus relieving at station Lima
57N20W
Nov.
13th 1985 Cumulus' voyage nr. 169 ended in Hull. There the ship was hired
for £.1 a year by the British Met Office. The
Cumulus kept her name but the home port I don’t know. The call
sign became GACA. British weather ships were always frigates from WW II,
so the crew was very pleased with the Cumulus in order to continue another
10 years at station Lima 57N20W, until June 6th 1996.
France already terminated the service with the mv France I
and France II.
Cumulus
verkocht en herbouwd naar "SALEM" - CUMULUS
SOLD AND REBUILT INTO "SALEM"
In
juni ’96 werd de Cumulus door Nederland teruggenomen, te
koop aangeboden en afgemeerd bij een makelaar in Stockholm, waarna
verkocht aan een Saudi. Het schip vertrok in 1997 naar
Devonport Royal Dockyard bij Plymouth, alwaar zij werd verbouwd tot luxe
privé superjacht met een compleet nieuwe opbouw (1998). Het schip is thans varende onder de naam
Salem / ZDDP3
(Gibraltarvlag). Van de werf ontving ik de foto's en een pr-film over de
verbouw. Mijnerzijds heb ik de projectmanager de tv-docu toegestuurd die
tijdens de reis aan boord verslag doet over de taken van de Cumulus en de Cirrus. Van de kapitein van de
Salem, een Zweed, ontving ik een uitnodiging het schip in
Palma de Mallorca te
komen bekijken als er geen gasten zijn. Ook hem stuurde ik een historisch
overzicht over de organisatie van de weerschepen. Juni 2007 tot juni 2008
was het schip te koop voor 19.750.000 dollar. Reden: er is te
weinig mee gevaren. De makelaar heeft
de advertentie met foto's - ook van het interieur - op internet geplaatst:
http://www.superyachttimes.com/editorial/21/article/id/584
Als u deze site heeft bekeken, klik op de knop Vorige om terug te keren
naar deze pagina. Nederlandse investeerders wilden het schip graag
kopen en er was zelfs informeel een prijs gemaakt. Maar de eigenaar wil
het schip toch maar houden.
June
1996 the Cumulus was taken back to The Netherlands, set for sale and
moored at a broker’s in Stockholm. There she was sold to a Saudi person.
Cumulus departed from Sweden to Devonport Royal Dockyard near Plymouth,
where she was converted to a luxury private superyacht with a complete
new superstructure (1998). The
ship is now named Salem / ZDDP3 (Gibraltar). However, in June 2007 the ship
had been set for sale. The broker
put the advertisement with photographs - such as the interior - on the
internet: http://www.superyachttimes.com/editorial/21/article/id/584
If you have seen this site, click on the button Previous in order to
return to this page. June 2008 the owner decided to take Salem
off market and keep her.
De
opbouw
van de Salem heeft een dek meer en de inrichting is
paleisachtig met ladies en gentlemen's dek. Er is zelfs een lift van het
A1-dek t/m het D-dek. Het zonnedek kan geschikt worden gemaakt voor een
heli. Het schip is nu 73 meter, doordat de boeg twee meter langer is en
sierlijker en is voorzien van een 300 pk boegschroef. Er staat een nieuwe
MAN 3996 pk motor in (was Stork 1400 pk) en de schroef is vervangen door
een verstelbare. De maximumsnelheid is nu 16 knopen. De vaste bemanning:
gezagvoerder, 1e officier, een bootsman gekwalificeerd als OOW (officer of
watch?), en zes matrozen. Voor de machinekamer zijn er de chief engineer,
de 2nd, een elektricien, een ass. elek/monteur en een monteur. De vaste
civiele staf omvat een purser, een crew cook en twee stewards. Deze staf
kan worden uitgebreid met 30 personen als de eigenaar en zijn gasten aan
boord vertoeven. Nou, als dit geen Saudi prins is weet ik het niet meer.
As
mentioned in a brochure, the
superstructure of the Salem consists of one deck more than the Cumulus
had, and the
interior is like a palace with a ladies and a gentlemen’s deck. There is
even an elevator from the A1 deck to the D deck. The sundeck can be made
suitable for a helicopter. The ship has a length of 73 meters now, because the bow
has been extended two meters and looks more elegant.The bow contains a 300 hp
bow screw. There is a new MAN 3996 hp engine (was Stork 1400 hp) and the
screw has been replaced by an adjustable one. The maximum speed is 16 knots. The
permanent crew: master, 1st officer, a boatswain is a qualified OOW.
There
are 6 sailors. Engine room: chef eng., 2nd Eng., an
electrician, assistant elec/mechanic and a mechanic. The
permanent civil staff: a purser, a crew cook and two stewards. This staff
may be extended with 30 persons if the owner and his guests stay on board.
Het
schip is 'based' in de Westelijke Middellandse Zee (Palma de
Mallorca). De eigenaar heeft al grote jachten, maar om zijn gehele familie
aan boord te kunnen onderbrengen was de "Salem" nodig.
Ik
en en vele ex collega's, o.a. van het KNMI zijn er uiteraard trots op dat
de Cumulus niet werd gesloopt. Wij wensen het schip nog een
lang leven toe.
The
ship is based in the Western Mediterranean (Palma de Mallorca). Naturally,
me and many colleagues are very proud, because Cumulus was not demolished.
When she celebrated her 40th birthday in 2003, I sent best wishes to her
owners office in London, but if he in fact received, I don't know. The
owner is a very private person. We wish Salem
smooth sailing, a happy and long life.
More
about British ows: http://blog.rushencastle.co.uk/blog/Index
and http://blog.rushencastle.co.uk/blog/TheShip/WeatherSurveyor with stories by crew members
of the MetO Howard Cox and Mik Cas.

Devonport werf. Vóór het verbouwen tot het superjacht
Salem
wordt de Cumulus ontdaan van de opbouw - Before the
conversion to superyacht Salem, the Cumulus' superstructure
has been removed.

De
Cumulus gereed na verbouwing tot superjacht Salem. Cumulus ready after being converted to superyacht
Salem.

M.Y.
SALEM
- Barcelona, juni 2000

SALEM, Palma de Mallorca

http://sports.webshots.com/album/76139361ArmdMW?start=12

Goodbye Cumulus, the crew will miss you. Wish you a happy
life as Salem.
De bouw van het Cumulus volmodel - The building of the
complete Cumulus model
by my friend Jürgen Fahl, Grafenau (Germany)








WHO'S
NEXT: "SALEM" ?
|