Javanen van Suriname

     

    Note JavaS:
    Deze versie omvat slechts de volgende hoofdstukken:

    • 6.1.5
      • Javanen
        • Historisch overzicht
        • Geografie en demografie
        • Cultureel-religienze achtergronden
    • 6.4.5
      • Surinaams-Javaans

     

     

    De Surinamers

    door Satya Jadoenandansing en Geert Koefoed

    Dit is bijna volledig hoofdstuk 6 uit Talen in Nederland, in 1991 verschenen bij Wolters-Noordhoff.
    Houd rekening met mogelijke scanfouten!

    6.1.5

    Javanen

    Historisch overzicht
    Eind negentiende eeuw begon de immigratie van de Hindostanen af te nemen. De immigranten in Suriname onttrokken zich steeds meer aan de veldarbeid op de plantages door voor zichzelf te beginnen als kleinlandbouwer. Voor de invoer van nieuwe arbeiders uit India was men afhankelijk van toestemming van de Engelsen, die zeer kritisch stonden tegenover de behandeling van de contractanten uit India. Er dreigde een acuut tekort aan landarbeiders te ontstaan (Moerland 1984). Door het aantrekken van Javanen uit het voormalige Nederlands-Indië als contractarbeiders, probeerde men uit de afhankelijkheidspositie ten opzichte van de Engelsen uit te komen. De eerste Javaanse immigranten kwamen op 9 augustus 1890 in Suriname aan per s.s. Prins Alexander. Het waren 44 personen, allen aangeworven voor de suikerplantage Marienburg.
    Tot 1930 waren vrijwel alle Javanen als contractarbeiders op de plantages werkzaam. Als gevolg van de wereldcrisis en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloten vele plantages en de Javanen gingen over tot de kleinlandbouw. Ze bleven zoveel mogelijk bij elkaar wonen op de zogenaamde gouvernementsvestigingsplaatsen, vaak opgeheven plantages. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en erna brachten de ontginningsbedrijven werkgelegenheid en ook de Javanen vestigden zich in de stad of in de bauxiet-centra.

    Geografie en demografie
    De immigratie van Javanen vond plaats gedurende de periode I890-I939. Er kwamen 32956 Javanen naar Suriname, hiervan zijn er 7684 teruggekeerd. De laatste groep (circa 1000) repatrianten ging in 1954 terug. In I97I woonden er 58900 Javanen in Suriname. Tegenwoordig zijn de Javaanse kleinlandbouwers verspreid over de gehele kuststrook van Suriname. Het district Commewijne geldt daarbij als het 'Javanen-district' bij uitstek. Daar zijn geheel door Javanen bewoonde dorpen met uiteraard Javaanse namen, maar ook in de gemengde dorpen wonen ze het liefst bij elkaar.
    Het belangrijkste product van Javaanse landbouw is, evenals bij de Hindostanen, rijst. De rijstbouw is door factoren als kleine percelen en verzilting niet voldoende om in de levensbehoeften te kunnen voorzien. Om aan voldoende middelen te komen ontplooien de Javanen nevenactiviteiten op kleine schaal. Ze verbouwen handelsgewassen en houden pluimvee. Ook visvangst, zich verhuren als arbeidskracht op de plantages of het uitoefenen van een nevenberoep zoals timmerman, is geen zeldzaam verschijnsel. Pas als de rijstoogst mislukt en de nood hoog wordt trekker ze weg naar de stad.

    Cultureel-religienze achtergronden
    Javanen zijn erg gehecht aan een Javaanse woon- en werkomgeving. Er bestaat een sterke onderlinge solidariteit en de behulpzaamheid bij hen is groot. Als Javanen in de stad komen wonen of in een van de bauxietcentra, moeten ze zich sterk aanpassen aan de hardere mentaliteit. Soms krijgen ze ook nog te kampen met taalproblemen. In het Javaanse cultuurpatroon, waarin het begrip rukun - onderlinge harmonie - een grote plaats inneemt, worden spanningen en conflicten zoveel mogelijk vermeden. Het zijn dan ook gewaardeerde arbeidskrachten die bijna nooit moeilijkheden veroorzaken.
    In het Javaanse familiesysteem staat het huisgezin, kaluarga, centraal met als kern de ouders en de kinderen. Vaak wordt het gezin aangevuld met inwonende familieleden of een of meer geadopteerde kinderen. Adoptie is een frequent voorkomend verschijnsel bij de Javaanse bevolkingsgroep in Suriname. Een traditioneel Javaans huwelijk wordt door de ouders geregeld en volgens de moslimtraditie gesloten.
    De Javanen zijn bijna allemaal moslim, aanhangers van de sjafijtische school. Enkelen behoren tot de Ahmadiyya-beweging. Ongeveer 7 procent is christen. De islam bij de Javanen stoelt op een stevig fundament van pre-islamitische geloofsvoorstellingen. De Javaanse islamitische gemeenschap bestaat uit een meerderheid van Ahangan, de Javanen die zich wel moslim noemen maar weinig interesse tonen voor de islamitische geloofsregels. Ze laten de toepassing ervan over aan de santri's, de kleinere groep toegewijde en gelovige islamieten, die zich strikt houden aan de islamitische geloofsregels.
    Belangrijk in het Javaanse gemeenschapsleven zijn de selamatans, heilsmaaltijden, opgediend ter ere van de geestenwereld bij belangrijke gebeurtenissen in het gezin. Ook worden er offers aan de geestenwereld, sadjen, gebracht. Het gaat hier om pre-islamitische religieuze gebruiken. De ka'um, de islamitische voorganger, en de santri's worden wel altijd uitgenodigd bij bovengenoemde activiteiten.
    Javaanse cultuurelementen, die in de Surinaams-Javaanse gemeenschap bewaard zijn, zijn de wayang (schimmenspel met popper), de wayang wong (gedanst drama), dyaran kepang, een dans met stokpaarden waarbij dansers in trance kunnen raken en de gamelan-muziek.

    6.4.5

    Surinaams-Javaans

    Basis van het Surinaams-Javaans Het Javaans is in Indonesië de taal met het grootste aantal sprekers: circa 65 miljoen. Toch is het bij de stichting van de onafhankelijke Republik Indonesia niet de officiële taal geworden; daarvoor koos men het Maleis, dat als handelstaal over de hele archipel verbreid was. In zijn functie van officiele taal wordt deze taal nu Bahasa Indonesia (Indonesisch) genoemd.
    Het Javaans is betrekkelijk goed bestudeerd. Het behoort met de vele andere Indonesische talen en talen als het Tagalog van de Philippijnen en het Maori van Nieuw-Zeeland tot de zogenaamde Austronesische taalfamilie, die zich over een enorm gebied in de Indische oceaan en de Stille Oceaan heeft verbreid. Het Javaans is in de taalkunde beroemd omdat het een streng doorgevoerd onderscheid kent tussen formeel, beleefd en informeel taalgebruik. Men spreekt wel van hoog-Javaans versus laag-Javaans; de Javaanse termen zijn boso en ngaka (uitgesproken met een /o/ in plaats van een /a/). Binnen de taalgemeenschap gelden strikte regels die bepalen welk soort Javaans men in verschillende situaties dient te spreken. Het verschil tussen de twee taalsoorten of registers komt vooral in de woordenschat tot uiting. Het formele Javaans kent onder andere een aantal woorden die een Sanskriet oorsprong hebben, die ontbreken in het informele Javaans. Qua klanksysteem en grammatica zijn er geen verschillen tussen de twee varianten.
    De studie van het Surinaams-Javaans is pas begin jaren tachtig op gang gekomen (Vruggink 1985). Tot nu toe zijn er vooral studies naar de Surinaams-Javaanse woordenschat verricht, maar er zijn ook verhalen verzameld (onder andere Sarno en Vruggink Ig83a, Ig83b). Uit deze studies komt naar voren dat het Surinaams-Javaans wat betreft de zinsbouw en de uitspraak nauwelijks of geen veranderingen heeft ondergaan ten opzichte van het Javaans van Java. Het is vooral in de woordenschat dat het Javaans van Suriname zich kenmerkt als een te onderscheiden taal, met name door leenwoorden uit het Sranan en het Nederlands. Deze leenwoorden worden aangepast aan het Javaanse klanksysteem, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden: Sranan 'koloku', Surinaams-Javaans 'kolku' ('geluk'); Surinaams-Nederlands 'valies', Surinaams-Javaans 'palls' ('koffer'). Het Javaans op Java heeft, met name sedert de onafhankelijkheid, veel woorden uit het Bahasa Indonesia opgenomen, maar dat is in het Surinaams-Javaans in veel mindere mate het geval; de Surinaams-Javaanse bevolkingsgroep komt niet frequent met die taal in aanraking.
    Ook het onderscheid tussen informeel en formeel Javaans is in Suriname intact gebleven, maar de beheersing van de formele variant is onder de jongere generatie minder geworden. Een in Suriname geboren Javaan vertelde ons dat hij bij een bezoek aan de familie van zijn vader op Java geen enkele moeite had met hen in het Javaans te communiceren, maar dat zijn taalgebruik wel een beet je grof werd gevonden.
    Karakteristieke eigenschappen van het Surinaams-Javaans In zijn klanksysteem maakt het Surinaams-Javaans geen onderscheid tussen range en korte klinkers. De lal wordt in open lettergrepen als een korte lol (lol) uitgesproken. In eigennamen, die bij de immigratie door ambtenaren volgens Nederlandse spellinggewoonten zijn genoteerd, vindt men meestal 'o' gespeld, bijvoorbeeld Kartowidjojo. Bij de medeklinkers ontbreken de wrijfklanken /v/, /b/, /z/ en de /g/. Net als in het Sarnami heeft het Surinaams-Javaans, naast de 'gewone' met het Nederlands overeenstemmende /t/ en /d/, de retroflexe of cerebrale /t/ en /d/, die met een iets naar achteren gebogen tongpunt worden uitgesproken. Ook heeft het Javaans de gepalataliseerde ('j-achtige') medeklinkers /tj/, /dj/ en /nj/, respectievelijk gespeld als 'ty', 'j' en 'ny'.
    Het Javaans kent geen vervoeging of verbuiging; in de werkwoordsvorm worden tijd en persoon van het onderwerp niet aangegeven, de bijvoeglijke naamwoorden worden niet verbogen en ook het enkelvoud of meervoud van zelfstandige naamwoorden wordt niet in de woordvorm uitgedrukt. In dit opzicht heeft het Surinaams-Javaans meer gemeen met het Sranan dan met het Nederlands. Dit betekent echter niet dat het Surinaams-Javaans geen woordvormingsregels heeft. Er zijn voor- en achtervoegsels waarmee verschillende betekenisonderscheidingen kunnen worden uitgedrukt.
    Positie van het Surinaams-Javaans Doordat de Surinaamse Javanen voor een groot deel in homogeen- of overwegend-Javaanse gemeenschappen hebben gewoond, heeft het Surinaams-Javaans zich redelijk kunnen handhaven. De trek naar de stad en de opwaartse sociale mobiliteit hebben daarin verandering gebracht: het Javaans kreeg te maken met concurrentie van het Sranan en het Nederlands. Vooral Javaanse jongeren lijken in de omgang met elkaar veel Sranan te gebruiken. Dit zal op dan duur een achteruitgang in de kennis van het Javaans veroorzaken.
    Tot voor kort werd het Surinaams-Javaans niet geschreven. In de jaren tachtig is daar enige verandering in gekomen; er is een cultureel tijdschrift, Cikal, opgericht en er zijn dichtbundels in het Surinaams-Javaans verschenen. In 1987 is er een officiële spelling van het Surinaams-Javaans vastgesteld. Deze sluit zoveel mogelijk aan bij de in hetzelfde jaar vastgestelde spelling van het Sranan.

     

    Bron: http://frontpage.fontys.nl/pabo3/lit34surinamers.htm

    De volledige pagina over de Surinamers kunt u op bovenvermeld URL nalezen.