
Jivanjili:
Anandamayi Ma heeft eens gezegd: “Je moet eenmaal per jaar in een omgeving
zijn waar je nog nooit eerder bent geweest”.
Waarom
zou dit zijn? Waarom zou zo’n Groot Meester een dergelijke
simpele opdracht geven aan haar leerlingen?
Student:
Om je los te maken van je ‘thuis’.
J:
Ja, van je vaste plek, van je concepten, van je zekerheden, van je angsten om
iets kwijt te raken. Anandamayi Ma beoogt je bewust te maken van je patronen,
want in een hele nieuwe omgeving weet je opeens niets meer precies. Je moet als
het ware alert in het hier en nu zijn, het opnieuw gaan uitzoeken, ontdekken.
Het
is zo belangrijk om je los te maken. Als je je niet telkens losmaakt van
gewoonten, die er zo makkelijk insluipen, is je wereld schijnbaar afgescheiden
en beperkt. Ik noem het roestig. Nou kan dat zelfs aangenaam lijken, maar
aangename roest geeft óók schijnbare zekerheden, evenals onaangename.
‘Dit heb ik vast-en-zeker’ is een vergissing. Vast-en-zekerheid zoeken, is
de basis van onnodig lijden. Als we naar het universum gaan kijken, zie je daar
dan iets onbewegelijk, vast en zeker? Of beweegt alles en is het komend en
gaand?
S:
Alles gaat voorbij.
J:
Alles gaat voorbij! Alles is vergankelijk. Dat is de enige zekerheid. Wij staan
om ons kop, wij zoeken zekerheden in de dingen. Wij proberen de dingen vast te
roesten, te verzekeren. Maar de enige zekerheid is dat alles vergankelijk
is, alle dingen. Dat zoeken naar zekerheden geeft een permanent gevoel van
afgescheidenheid en een permanent gevoel van ‘O God, als het maar goed komt!’.
De attentie is aldoor gericht op ik-mij-het mijne: ‘Kan ik het wel
vertrouwen’. ‘Hoeveel heb ik weggegeven’. ‘Hoeveel kan ik terug
krijgen’. ‘Dit moet niet te gek worden. Het is mijn geld’. ‘Wat denken
ze van mij’.
Ik
heb mijn zusje eens meegevraagd op vakantie van mijn eerste salaris. Ik heb haar
gewoon meegevraagd. Voor haar, voor mij? Ik weet het niet. Het maakt helemaal
niet uit. Als het maar stroomt; dan is er geen ik, geen jij. Als er een stroming
is dan bevindt iedereen zich daar wel bij. Dit is prachtig en volledig
bevrijdend om dit te gaan zien. Geef niet uit christelijk fatsoen door een
pepermuntje in het kerkenzakje te doen, niet om een wit voetje bij Onze Lieve
Heer te halen. Geef niet omdat je het ‘niet maken kan‘ om het niet te doen.
Doe het van harte of doe het niet. Dus doe het niet uit principe, doe het van
ganser harte. Van harte stroomt - principe roest. We kunnen niets in het
hiernamaals verdienen, want er is alleen maar hier-nu-maals. Je hebt altijd iets
te geven, al is het maar een glimlach. Al is het maar stil zijn.
In die stroming en in die stilte is alles je thuis, over-al.
****************************************