
|
|
Vitamine K = fytomenadion: Dit krijgen alle pasgeborene. Ze
krijgen het via een infuus, een prikje of via de mond. Ze krijgen het in de
eerste uren nadat ze geboren zijn. Vitamine K is nodig voor een goede
stolling van het bloed. Geef je geen vitamine K na de geboorte den heeft de
pasgeborene een verhoogde kans op bloedingen. Krijgt een baby borstvoeding,
dan moet de baby vanaf de tweede levensweek vitamine K druppels. De baby moet
25 microgram per dag hebben. Ze moeten dit krijgen tot en met de derde maand.
Daarna hebben ze geen vitamine K meer nodig. In flesvoeding zit voldoende
vitamine K, in borstvoeding ook maar niet voldoende. |
|
|
Vitamine E = alfa-tocoferol: Het
beschermt de celwanden tegen schade, onder andere tegen schade van zuurstof.
Krijgt een baby zuurstof, dan is er een kans op een tekort. Heeft de
baby een voedingsinfuus, dan zal hij toch extra vitamine E nodig hebben,
omdat er in het infuus weinig zit. Extra aanvulling wordt aangeraden bij
risico van zuurstof schade. |
|
|
Vitamine D = colecalciferol: Deze
vitamine is nodig voor de bot opbouw. Het moet door de nieren veranderd worden tot
het actieve, werkzame vitamine D. Je hebt het ook nodig voor opname van
bepaalde voedingsstoffen in de darm wat nodig is voor de botopbouw [ calcium
]. Bij een tekort is er kans op zachte botten en is er een verhoogde kans op
breuken. Bij kinderen kan er door een tekort een stilstand van de botten en
het skelet optreden.
|
|
|
Antibiotica: In het Sophia kinderziekenhuis wordt
vaak al uit voorzorg gestart met antibiotica wanneer een baby wordt opgenomen. Is een baby ziek dan
wordt er nadat er kweken zijn afgenomen gestart met antibiotica. De antibiotica wordt soms gewijzigd naar
aanleiding van de uitslagen van de kweken. Vaak krijgen kinderen een
combinatie van antibiotica, om zoveel mogelijk te dekken. AMPICILLINE: Dit is een breed spectrum
antibiotica. Dat houdt in dat het tegen vele bacteriën werkt. Er bestaat een kans op
overgevoeligheidsreactie zoals huiduitslag, maagdarm problemen [braken en
diarree ]. De kinderen krijgen het vaak 3 – 4
maal per dag. CLAFORAN=CEFATOXIM: Dit is een breedspectrum antibiotica.
Dat houdt in dat het tegen vele bacteriën werkt. Het tegen andere bacteriën dan
AMPICILLINE. Er is kans op een gevoeligheidsreactie, zoals jeuk en huid
uitslag. Verder is er kans op misselijkheid,
braken en diarree. TOBRAMYCINE: Dit is een breedspectrum antibiotica.
Dat houdt in dat het tegen vele bacteriën werkt. Het wordt vaker op een intensive care
gebruikt dan in een streekziekenhuis bij pasgeborene. Er is kans op een
gevoeligheidsreactie, huiduitslag, misselijkheid en braken. Er is kans op
gehoorschade door dit medicijn. Daarom wordt het gehalte van het
medicijn in het bloed gecontroleerd. VANCOMYCINE: Dit wordt bij overgevoeligheid voor ander antibiotica. Of wanneer een
baby al een antibiotica kuur heeft en toch weer een infectie
krijgt tijdens die kuur. Bij dit medicijn is er kans op misselijkheid en
braken.
|
|
|
Nystatine : Door het
gebruik van antibiotica is er kans op een schimmelinfectie in de mond. Ook
omdat de baby vaak niets
drinkt. Om te voorkomen dat de schimmels te snel groeien kan de baby
Nystatine krijgen. Tijdens het geven van dit
medicijn is er kans op misselijkheid, braken en diarree. Heeft de baby een
schimmelinfectie in de mond,
dan moet het medicijn via de mond gegeven worden. Heeft de baby een
schimmelinfectie van het
maagdarmkanaal dan mag het ook via de
sonde worden gegeven. |
|
|
Daktarin = Miconazol: Dit wordt
ook gebruikt bij schimmelinfecties. Bij baby’s wordt het vaak gebruikt als het rode
billen heeft door een schimmelinfectie. Het is een crème die op de billen
wordt gesmeerd. Soms krijgt de baby een
overgevoeligheidsreactie. |
|
|
Indocid :
Bij sommige baby’s sluit een bloedvat niet na
de geboorte, die hij na de geboorte niet nodig heeft.
Het niet sluiten van een bloedvat kan door
verschillende oorzaken komen, onder andere door vroeggeboorte.
De baby kan klachten hiervan krijgen. Dit
medicijn wordt gebruikt bij prematuren waarbij het bewezen is dat het
Bloedvat nog open is. Het mag niet gegeven
worden als de baby een infectie heeft of een nierfunctiestoornis.
Het wordt met tussenpozen gegeven via het
infuus. Bijwerkingen van dit medicijn kunnen zijn braken,
opgezette buik, zweertjes en minder plassen.
|
|
|
Coffeine :
Dit medicijn dringt door in het zenuwstelsel.
Het wordt gebruikt bij baby’s die ademstilstanden en lage hartacties hebben.
Het medicijn wordt in het bloed gecontroleerd of er voldoende van het
medicijn in het bloed zit, zodat het medicijn goed kan werken. Door dit
medicijn kan de baby onrustig worden, een snelle hartslag krijgen en gaan
braken.
Dopram = doxapram:
Dit medicijn stimuleert de
ademhaling. Het zorgt ervoor dat de baby een grotere ademteug kan nemen. Het
wordt bij de baby gebruikt als de baby toch nog ademstilstanden en lage
hartacties heeft en al coffeïne krijgt en als het niet komt door een
infectie. Het wordt gegeven door middel van een continu lopend infuus. Soms
wordt het ook via de maagsonde gegeven. Hoe meer de baby van dit medicijn
krijgt hoe groter de kans is op bij werkingen, zoals misselijkheid, braken,
verhoogde bloeddruk. Krijgt de baby de medicijnen via de maagsonde dan is de
kans op bijwerkingen kleiner. Surfactant: Dit is een middel dat normaal in de
longblaasjes voorkomt. Het zorgt ervoor dat de longblaasjes tijdens het
uitademen niet dichtklappen. Soms hebben prematuren hier een tekort aan. Dan
krijgen ze afhankelijk van hun gewicht en tekort dat ze hebben van deze stof
het medicijn. De baby moet aan de beademing liggen wanneer hij dit medicijn
krijgt, omdat het in de longen gegeven wordt via de beademingsbuis. Direct na
het geven van dit medicijn is er veel vocht in de longen, wat
ademhalingsproblemen kan geven. Daarom wordt de beademing gedurende korte
tijd [ 1 minuut ] aangepast. Na het geven van surfactant mag de baby 4-6 uur
niet worden uitgezogen, omdat je dan een deel van het medicijn weg kan zuigen.
Het medicijn geeft dus een verbetering van de ademhaling. ONDERZOEK OP DE LONGFUNCTIE NA TOEDINING VAN SURFACTANT
Dopamine: Dit medicijn zorgt voor een verhoging
van de bloeddruk door het samenknijpen van de bloedvaten in de spieren. Het
heeft een positief effect op de bloedvaten in de darmen en nieren, ze gaan
beter werken. Ook werkt de hartspier beter door dit
medicijn. De baby kan wel last krijgen van misselijkheid, braken, snelle
hartslag, samenknijpen van de bloedvaten in de handjes en voetjes met als
gevolg dat ze koud aanvoelen. Dobutamine: Dit medicijn verlaagt de weerstand in
de kleine bloedvaten, waardoor het bloed makkelijker rond gepompt kan worden
door het hart in de bloedvaten. Het geeft een verhoging van de hartslag en
verbetert de samenknijpkracht van het hart. Het verhoogt de bloeddruk. De
baby kan door dit medicijn last krijgen van een te hoge hartslag en een te hoge bloeddruk. Morfine: Dit wordt
gegeven voor pijnlijke behandelingen voor de baby. Bijvoorbeeld voor het
inbrengen van de beademingsbuis. Soms wordt het ook gegeven om de baby wat
slaperig te maken zodat hij zich beter laat beademen. Het medicijn kan een
vermindering van de ademhaling geven, vermindert werking van de darmen,
minder plassen. Het is allemaal een gevolg van spierverslapping door de
morfine. Pijn en Pijnbestrijding bij Neonaten Dexamethason: Dit wordt gebruikt wanneer de baby te lang
afhankelijk blijft van de beademing en de beademing niet goed kan worden
afgebouwd. Tijdens het gebruik van dit medicijn dat een aantal dagen wordt
gegeven worden eventuele infecties verbloemd door het medicijn. Hierdoor
loopt de baby een grotere kans op een infectie. Ook is er
kans op hoge bloedsuikers en een hoge bloeddruk.
Voedingsinfuus: Dit bevat
alle benodigde voedingstoffen die de baby nodig heeft. Het bevat eiwitten,
vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen en spoorelementen. Een baby die
geen gewone voeding mag hebben, krijgt deze voeding die speciaal klaar
gemaakt wordt. SPRAYS: De baby heeft
soms last van extra slijm in de longen. Dan wordt er wel eens gestart met
sprayen. De spray bevat een aantal medicijnen. Sprayen wordt ook wel
vernevelen genoemd. Ventolin
= Salbutamol: Dit verwijdt
de luchtwegen. Het kan een verhoogde hartslag geven. Atrovent
= Ipratropium: Dit medicijn
is slijmoplossend. Het kan een droge mond geven, duizeligheid en
misselijkheid. Pulmicort
= Budesonide: Dit werkt ontstekingsremmend.
Het kan een droge mond geven, misselijkheid en plaatselijke irritatie. Daarom moet
het gezicht schoon gemaakt worden na het sprayen om die plaatselijke
irritatie te voorkomen. |