
WAT IS SPASTICITEIT:
Spasticiteit begint altijd met een hersenbeschadiging
en die kan vele gevolgen hebben. De motorische handicap is maar een aspect
hiervan, dit aspect, het niet goed kunnen bewegen, valt ons wel het eerste op.
Bij kinderen met een hersenbeschadiging kunnen we verscheidene
bewegingsstoornissen onderscheiden:
1.Spastische diplegie:
Houdt in dat het kind vooral zijn benen niet
goedkan gebruiken. Het kind kan hoofd en armen vrij goed bewegen.
2.Spastische Quadriplegie:
Alle bewegingen zijn moeilijk voor dit kind, dus ook
van hoofd en armen. Er is meestal een verschil tussen recht en links.
3.Spastische Hemiplegie:
Aan een zijde van het lichaam, zodat bijvoorbeeld
de rechterarm en het rechter been minder worden gebruikt. De andere zijde van
het lichaam kan goed bewegen.
4.Hypotonie:
Het lichaam voelt slap aan. De spieren hebben een
te lage spanning. Er is altijd verschil tussen de links en rechts. Door de lage
spierspanning worden gewrichten onvoldoende gesteund, waardoor de kans staat
dat de gewrichten uit de kom schieten.
5.Athetose:
Athetose betekent letterlijk geen vaste houding.
Deze kinderen bewegen voortdurend en kunnen er niet mee ophouden. De
spierspanning wisselt van hoog naar laag. Door die wisselende spanning treden
de onrustige en ongecontroleerde bewegingen van armen en benen op.
6.Ataxie:
De spierspanning bij deze kinderen schommelt rondom
normaal, waardoor een beweging niet vloeiend kan verlopen. De bewegingen
schieten als het ware hun doel voorbij. Als we zo'n kind vragen haar neus aan
te raken gaat die vinger dichter bij de neus steeds meer schokken.
Het verschil tussen athetose en ataxie is vaak
moeilijk vast te stellen omdat ze erg op elkaar lijken. Ook zijn er combinaties
van de verschillende vormen mogelijk.
