|
4
SCHADUWEN EN 1 SPOOKhet zwarte beertje
nummer 185 uit 1959 verscheen als 29ste Havank verhaal en bevat zoals de titel
wel doet vermoeden niet 1 maar meerdere verhalen. In het eerste deel dat heet "Achter de
schermen van de poppenkast" geeft Havank antwoord op veel gestelde vragen, zoals het ontstaan van zijn personages,
hoelang doet hij gemiddeld over een boek. etc.. Daarna komen de volgende 4 verhalen:
·
De
antiquair van Montparnasse
·
De dode
hand
·
Mary
Christmas
·
De
nachtmis van Wybe van Croningha
.
1e verhaal "De
antiquair van Montparnasse".
De Schaduw ontvangt van ene Melchior Azerban, antiquair in Montparnasse te
Parijs een brief om hulp. Hij vraagt de Schaduw om hulp omdat onder zijn goede naam vervalsingen
worden verhandeld in Londen.
De Schaduw vliegt naar Londen en ontmoet daar Joram Jorkins en Nigel Green
en zij stellen
samen een
onderzoek in. Verder gaat de Schaduw in Londen op bezoek bij
Melchior Azerban maar treft hem dood aan.
Op het eerste zicht lijkt het zelfmoord door het innemen van vergif, toch
vindt hij nog wat merkwaardig- heden die hem doen twijfelen. Hij vindt daar ter plaatse een poederdoosje, een glas en brief die melding
maakt van een dolle Toetsie.
Als hij de familie gaat inlichten maakt hij kennis met de broers Johannes
en Frans die sprekend op Melchior lijken, met Charlotte de vrouw van Frans
en de Weduwe Azerban welke nogal een persoonlijkheid is. Broer Wilhelm, na naturalisatie William Bays
geheten is er niet, hij is vroeger naar Amerika vertrokken en heeft
er toen nogal wat geld door gedraaid en is daar gebleven.
Niet alleen de brief, de datum op het poederdoosje maar ook iets simpels
als het aantrekken van een jas zet de Schaduw op het spoor.
Zo loopt Charlotte tegen de lamp als zij het appartement van Melchior
betreed in Parijs alwaar zij de daar toevallig aanwezige Schaduw bekent
dat zij de "Toetsie" is uit de brief.
Broer Wilhelm welke op huwelijksreis is neemt contact op met de Schaduw en
informeert fijntjes of er al bekent is hoeveel geld er te verdelen is.
Op zijn bekende wijze lost tenslotte de Schaduw de moord op en wijst de
moordenaar aan.
Dit blijkt verrassend genoeg Melchior te zijn welke zijn broer Johannes
heeft gedood en zich voor hem uitgeeft, dit om zijn eigen zwendel in
falsificaties te verdoezelen!
TERUG
NAAR TOP.
.
.
.
.
.
2e verhaal "De
dode hand".
De aandacht van de Schaduw wordt op een dag getroffen door een ouderwetse
lijkstoet.
Dr hippolyte was overleden, dat dood enzo had hij voornamelijk te danken
aan zijn eigen drankconsumptie en als zelf dokter zijnde wist hij
ongetwijfeld dat zijn einde daar was.
De weduwe leek niet zo onder de indruk hoewel ze regelmatig zware poeders
slikte, tegen mogelijke nog zwaardere depressies, welke liefdevol door haar man waren bereid.
Dit te meer omdat de Schaduw haar precies 1 week later zag in een
nachttent te Parijs, in gezelschap van de jonge notaris die de erfenis
bezorgd had en nu met onmiskenbare geestdrift hielp bij het aanspreken
ervan.
Veertiendagen later zag hij haar weer in het casino te Cannes en tenslotte
zag hij haar voor het laatst toen commissaris Chatillard van de Sûreté
Nationale te Nice zijn hulp in riep bij een onderzoek van een vrouw die
aan nicotine-vergiftiging overleden was.
Zelfmoord?
Via de notaris krijgt de Schaduw een verzegelde brief in handen waaruit blijkt dat Hippolyte en zijn bruid Cornelie zwart op wit overeen
gekomen waren dat als de één sterft de andere vrijwillig zou volgen.
Hippolyte bleek niet zoveel vertrouwen te hebben in de afspraak en bekent
dat hij, haar medicijnpatroon kennende, er enige poeders te hebben
bijgevoegd om de afspraak te bezegelen.
Hij pleegde dus na zijn dood een moord, dat is toch merkwaardig te noemen,
ik mag wel zeggen hoogst merkwaardig.
TERUG
NAAR TOP..
.
.
.
.
.
3e verhaal "Mary
Christmas".
Mary Christmas is de secretaresse bij de firma
Messr. Truscotte Pike & Strikeland, wijnhandelaren. De dertig jarige Derick Truscotte, bijnaam "Pinkie" vanwege zijn
rossige kuif en snor is daar de heerser. Echter niet over Diana Truscotte, zijn "loslippige, god weet waar ze
uithangt", vrouw. Marry Christmas is aangenaam verrast als Pinkie haar uitnodigd om de
kerst door te brengen te Beuil in de Alpes Maritimes en wel in hotel
"Provence".
Toevallig, zo niet merkwaardig, dat daar ook ene Charles C.M.
Carlier met Aranea Foster verblijven.
Deze laatste geeft onze Schaduw de poedel "Nicolas Nickleby" als
kerstkado.
Zeeeeeer toevallig hebben nou net Diana Truscotte en haar minnaar Pietro
Ettatore ook dit hotel uitgezocht om de kerst "gezellig" door te
brengen .... de sfeer is dus enigzins gespannen te noemen. Als op kerstavond de Schaduw op bed nog een boek ligt te lezen wordt Diana
Truscott vermoord. Ze wordt aangetroffen in het bad en er lijken aanwijzingen te zijn welke
richting Derick c.q. Pinkie wijzen.
De Schaduw weigert aanvankelijk om zich tijdens zijn vakantie met de zaak
te bemoeien, maar de opgetrommelde commissaris Chatillard van de "Police
Judiciaire" te Nice slaagt er niet in om e.e.a. tot een juiste
oplossing te brengen en ergert zich dan ook groen en geel aan de
koppige Schaduw.
Als Chatillard de verkeerde dreigt te arresteren grijpt de Schaduw pas in.
Dankzij zijn geweldig geheugen en een nimmer slapend onderbewustzijn kan
hij aan de hand van de geluiden die hij heeft gehoord de schuldige zonder
problemen aanwijzen.
Het is Pietro Ettatore die onder een andere naam ook nog door de
Italiaanse politie wordt gezocht.
Diana wist dit en chanteerde hem hiermee toen op het laatst de verhouding
minder werd.
Pietro had haar echter een papier laten tekenen zodat hij een eventuele
erfenis zou kunnen opstrijken en besloot haar dan ook zonder pardon uit de
weg te ruimen en probeerde de schuld bij Derick te leggen.
TERUG
NAAR TOP...
.
.
.
.
.
4e verhaal "De nachtmis van Wybe
Croningha".
Traditie getrouw vieren een Engelsman, een Fransman, een Zweed en
Hollander (een Fries) de vooravond van kerst bij elkaar alwaar ze elkaar
een verhaal vertellen, zo mogelijk een spookverhaal.
Deze maal was het de beurt aan de Fries ene Wybe van Croningha.
Hij verteld over een verre voorouder van hem ene Dom Columbanus die de
laatste Abt was van de klooster gemeente enige honderden jaren geleden
welke is vermoord tijdens de reformatie.
Dan vertelt hij verder over ene Geradus van Croningha die bestemt scheen te zijn, volgens zijn
grootvader dan toch, om ook de kerk te dienen.
Geradus welke zich zelf altijd Wybe noemde, respecteerde al op zeer jonge
leeftijd geen God nog gebod.
Zelfs niet grootvader van Croningha die zijn wandelstokpedagogie volledig
zag falen en daar hielpen ook de devotiekaarsen en de liefde van de veel
biddende, veel verdragende, veel kinderen barende opoe van Croningha niet
tegen.
Toen op een keer "toevallig" meneer pastoor langs kwam en hij
samen met grootvader Croningha hem probeerde over te halen tot het
priesterschap en hem vroegen wat hij daar van vond zij hij met een
brutaliteit waarvan hij alleen het patent leek te hebben, "geef mijn
portie maar aan Fickie".
Ze geloofden uiteraard niet wat ze hoorden en daarom vroeg meneer pastoor;
"wat?".
Als antwoord gaf hij het luidruchtigste, meest flagrante, ooit in de
natuurlijke historie geboekstaafde poepje met de woorden
..."DAT"!
Afin meneer pastoor verslikte zich, grootvader haastte zich naar de gang
voor zijn wandelstok etc....
We gaan nu dertig jaar verder en Wybe besluit in een dronken bui dat hij,
op de vooravond van kerst, de nacht zal doorbrengen in de dan verlaten
kerk al waar het volgens sommige spookt.
Rond middernacht wordt hij wakker en hoort hij Gregoriaanse muziek,
echter de mensen zijn al weg.
Het is de introïtus van "de mis der doden" en dan ziet hij een
gemijterde gestalte met een kromstaf die hem vraagt om met hem de laatste
mis te dienen.
Na de voltooiing beroeren de ijskoude vingers van de gemijterde abt het
voorhoofd van wybe welke met een doffe smak tegen de altaartreden slaat,
en zo vinden kerkgangers hem dan ook later.
Toen men jaren later een centrale verwarming ging aanleggen in de kerk
stuitte men toevallig op de graftombe van Columbanus van Croningha Abt.
Bij het openen van het graf vond men een verzegelde loden koker met 'n op perkament
gesteld document waarop de Abt plechtig belooft een "Pontificale Mis van
Requiem" te zullen houden voor de ziele rust van een of andere hoog
geplaatste bandiet uit die tijd.
Maar de iets wat bloederige "apostelen" van de "gezuiverde
religie" en hun strop maakten een einde aan het leven van Dom
Columbanus van Croningha Abt, eer deze zijn belofte had kunnen inlossen.
Markant was dat er onder de handtekening van de Abt, op het vier eeuwen
oude en vergeelde document, in een slecht latijns handschrift ook iets
stond geschreven.
Dit handschrift was onmiskenbaar van Wybe van Croningha, en vertaald stond
daar "Het werd volbracht op de vooravond
van het geboorte feest des heren".
Maar .... Wybe van Croningha kende GEEN WOORD Latijn!!
TERUG
NAAR TOP.
Uitgebrachte
drukken: 1959, 1961, 1962, 1963, 1965, 1966 (zwarte beertjes)...
|