.
De Schaduw en Uyttenbogaert zijn met hun partner Aranea en Elly in
Wenen voor het bezoeken van een internationaal
politiecongres. Tijdens een bezoek aan de staatsopera
(La Traviata) verveelt de Schaduw zich mateloos maar als hij een jonge
Wienerin uit het zigeunerkoor in het blauw ontwaard geniet hij
weer. Uyttenbogaert, welke verzot is op
"Obsttorte" leest in de plaatselijke krant dat een oude
bekende van hem, Jacobus Vedeler, met een grote hoofdwond uit de Donau is
gevist en meteen is het congres niet meer interessant en het Prater (groot
amusementspark) eigenlijk ook niet. Als ze horen van
inspecteur Fruhsommer dat hij bij de staatsopera heeft gewerkt, en
mogelijk soms een baard draagt volgens sommige, besluiten ze een bezoek te
brengen aan het Wienerinnetje dat Ingrid Wächter heet en in de
Gredlerstrasse op nummer 11 woont. Het enige wat Ingrid
te zeggen had was dat een goede man was en ontslagen bij de
staatsopera omdat hij steeds te laat was. De Schaduw
ontdekt een foto met Heilsoldaten maar Ingrid wilt er niets over kwijt en
hij krijgt het gevoel dat ze dingen verzwijgt. Als hij
de volgende dag verkleed als een mannetje van het gas langs gaat is er een
vreemde man bij haar die zeker geen amateurs en een roodharige
chauffeur. De Schaduw wordt verdooft en Ingrid ontvoerd en
belt de Weense politie en die komt in de vorm van de heren Pfifferstein en
Steinpiffer. Tijdens het wachten ontdekt hij nog een
foto met Ingrid en een man met een baard, een pak met geld en naast de
telefoon een krabbel met hierop "Ga naar de villa van Zaubernicht,
Heiligenstadterstrasse 189. Hij maakt hier tegenover de
Weense politie geen gewag maar gaat samen met Uyttenbogaert op onderzoek
uit en komen op de begrafenis van Zaubernicht die iets heeft met
heilsoldaten en de Schaduw pikt wat brieven.. Na de
begrafenis moet onze Schaduw beslist het lijk eens bekijken en stuurt
Uyttenbogaert terug voor het openbaar maken van het
testament. De Schaduw ontdekt dat de man in de kist de
roodharige chauffeur is en niet Zaubernicht en Uyttenbogaert dat het
heilsleger een heel klein bedrag onder voorwaarde dat het wordt aangewend
ter verbetering van de zangkunst.
Ingrid erft bijna alles, dit tot zeer groot ongenoegen van "kapitein
Baraltenherr" (de man die de Schaduw verdoofde) en de
voorganger. De kapitein is zeer wantrouwig en de neemt
Uyttenbogeart gevangen en gaat Ingrid gezelschap houden.
O.a. via de brieven komt de Schaduw er achter dat Ingrids vriend, Peter
Andersnicht, geld van Zaubernicht krijgt om een eigenbedrijfje te beginnen
en de Schaduw gaat na het thuisfront te hebben gewaarschuwd op oorlogspad.
Hij beland in de kelder en raakt opgesloten maar weet de huisknecht op
passende wijze te overhalen hem te bevrijden waarna hij Peter Andersnicht
tegen het lijf loopt en zij gaan samen ten strijde. Na
een gevecht met Baraltenherr en de voorganger (die nu een paar vingers
moet missen) weten ze tenslotte Uyttenbogaert en Ingrid te bevrijden uit
het tuinhuisje. In de tuin loopt de inmiddels
gewaarschuwde politie de echte Zaubernicht tegen het
lijf. Deze heeft een jaar opgesloten gezeten in
Hongarije, hier ontmoette hij Jacobus Vedeler die kort na de kennismaking
werd vrijgelaten echter per ongeluk met de kleren en papieren van de echte
Zaubernicht en zo doende zijn plaats innam.Uitgebrachte drukken: zwarte beertjes
1968,1969, 1970, 1971, 1973 & 1979
|