|
Overgenomen
van een toegestuurde fotoscan, voor een volledig artikel kunt u
wellicht de site van het
Eindhovens Dagblad raadplegen, staat het er niet meer
zie dan hieronder.
HAVANK TREEDT UIT DE SCHADUW.
Hij had het op zijn zestigste verjaardag voorspeld: 'ik blijf
zestig'. Enkele maanden later, op 22 juni 1964,
stierf Hans van der Kallen.
Enkele honderdduizenden lezers kenden hem echter alleen onder
zijn schrijversnaam Havank. De man die 'de Schaduw'
uitvond, een bereisd, belezen, bourgondisch speurder, die naam
en faam verkreeg omdat hij figureerde in 28 detectives.
Die boeken verschenen in een totale oplage van 10 miljoen Zwarte
Beertjes. Havank is er niet echt gelukkig van
geworden. Hij stierf aan een kapot hart.
Toen hij was begraven op het kerkhof aan de Harlinger Straatweg
in Leeuwarden bleek hij een schuld te hebben achtergelaten van
FL 20.000,-.
Na zijn dood volgde snel vergetelheid. Totdat in
1994 een journalist van de Leeuwarder Courant signaleerde dat de
stad het graf van een van zijn bekende zonen wel erg
verwaarloosde. Toen trad Havank weer langzaam uit de
schaduw. Er kwam de Stichting Mateor, die nu een
140-tal donateurs heeft, meestal frevente Havank-adepten.
De stichting droeg ertoe bij dat het graf van Havank werd
gerestaureerd, dat er een bronzen plaquette kwam aan diens
geboortehuis en dat er jaarlijks een Havank-dag wordt gehouden
in Leeuwarden. In de nabije toekomst wordt
waarschijnlijk een museum ingericht in de werkkamer van Havank
op Dekema State, een landgoed in Jelsum waar Havank in zijn
laaste jaren bij de familie Van Wageningen de rust vond die hij
zo nodig had. In juni zal de adviseur van de
stichting, Havank-kenner Sef Passage, een biografie over Havank
uitbrengen. Onze redacteur Martin van Kimmenade,
zelf ook Havank-adept, interviewde de biograaf.
EEN HOOGST MERKWAARDIG MANNETJE
Hij had van te voren gewaarschuwd. Eerst telefonisch.
Daarna nog een keertje thuis in de Haarlemse Louis
Couperusstraat. "Met een veertje krijg je mijn bek
open, maar met geen hefboom krijg je hem nog dicht."
Een ontboezeming, die alles zegt over de passie van de bijna
zeventigjarige drs. Sef Passage, ongetwijfeld met voorsprong de
grootste kenner en bewonderaar van de detective-schrijver Havank.
Als een sprankelende, nauwelijks te sluiten waterval klatert
zijn verhaal neer op de luisteraar. Een stortvloed
aan woorden in een omgeving waarin detectiveschrijver Havank
(Hans van der Kallen) en de Schaduw, dat 'merkwaardige, ja
hoogstmerkwaardige mannetje' alom aanwezig lijken.
Op de boekenplank prijken niet alleen de beroemde Zwarte
Beertjes, waarvan meer dan 10 miljoen exemplaren zijn verkocht,
maar ook de eerste authentieke uitgaven. Er liggen
vele honderden foto's, geluidsopnamen, geschriften en documenten
in de kamer, maar zijn kostbaarste bezit is de schrijfmap van
Havank. Sef Passage kreeg die van kennissen tegelijk
met vele brieven en zelfs originele manuscripten.
Ongekend trots laat hij met glimmende ogen de velletjes zien die
een hoofdstuk uit 'Menuet te Middernacht' bevatten, het laatste
werk van Havank, een hoofdstuk dat dat boek nooit haalde, maar
dat naar de mening van Passage veel beter is dan het hoofdstuk
dat uiteindelijk gepubliceerd werd.
Passage gaat heel ver in zijn grote liefde voor de schrijver
Havank.
Hij is er door gepakt, wordt er min of meer door geleefd.
Samen met zijn echtgenote bezocht hij alle plaatsen die de
geboren zwerver Havank in zijn vele boeken beschreef.
Fraaie kleine plaatsjes in de Provence en de Cote d'Azur, de
Pyreneeën, Bretagne, Mallorca en Devonshire of steden als Rome
en Londen. En als het een rol speelde in de
detectives nam Passage wat van de streek mee: rode aarde uit
Devonshire of een blokje Granit Rose uit Bretagne.
In al die plaatsen maakte hij honderden kleurenfoto's van de
villa's waar de Schaduw verbleef, de terrasjes waar de speurder
onder het genot van een grote bolknak een koele pils dronk of
een glas volle wijn, want de Schaduw was een Bourgondiër in hart
en nieren. Voor de rijen Havank-boeken in zijn
boekenkast paradeert een colonne miniatuur-auto's van de types
die in de boeken voortkomen; van Bentley tot Delage, van
Hodgekis tot Bugatti. Op tafel ligt een stapel
werkschriften en boeken die Passage geschreven heeft over de
diverse facetten in de avonturen van de Schaduw als die weer
eens onder het fluiten van de Mars van de Tinnen Soldaatjes op
pad toog.
Wat beweegt iemand om een hobby zo uit de hand te laten gieren
tot een levenswerk?
"Een tegengif tegen de moeilijkheden die je met het klimmen der
jaren in het onderwijs tegenkomt", lacht de voormalige leraar
Nederlands aan gymnasia in Bolsward en Haarlem. "Op
het gymnasium leerde ik het werk van Havank kennen; ik vond het
schitterend zoals hij knutselde met de taal, speelde met het
ritme van zijn zinnen. Zijn taal is vaak prachtig en
geweldig humoristisch. Neem nou de opening van
hoofdstuk 19 van "In memoriam de Schaduw" eens. Een puur gedicht.
Het is herfst in de Provence. Door de dalen en
over de heuvelen van 's Schaduws geliefde Provence jaagt op deze
scherpe novemberochtend een straffe Mistral. Het is
herfst in de Provence. Het laaiende en bonte
kleuren-leven van de volle zomer is versoberd en verstoven, maar
niet tot het hopeloos lijkengrauw van het Noorden.
De zon is bezadigder nu en ingetogen.
Zij rijst niet langer in jubelend crescendo tot op de hoogste
toppen van de bergen, maar al komt zij niet verder dan een korte
boog over de horizon achter de blauwe zee, zij is toch altijd
nog gul. Over Provence stoeit de Mistral, de adem
van Provence.
"Havank wilde aanvankelijk priester worden maar ondekte in de
poësis, de vijfde klas van het gymnasium, dat er nog ander vlees
in de kuip was. Hij mocht bij de Augustijnen nog
niet eens vrouwen tekenen." Hoewel Havank het dus
bij de Augustijnen voor gezien hield, bleef hij aanvankelijk een
vurig Katholiek. Dat blijkt ook in een aantal van
zijn boeken, waarin hij toont gecharmeerd te zijn van
Gregoriaanse muziek en van Liturgie. Daarna zal hij
lange tijd zeggen atheïst te zijn, maar hij keerde uiteindelijk
met medewerking van de Dominicaner pater Rodenburg terug in de
katholieke kerk.
Wat was Havank eigenlijk voor een man?
"Een Narcissus en daardoor eenzaam", zegt Passage, die Havank
zelf nooit ontmoette. De Neerlandicus heeft veel
informatie van Cynthia Vickers, dochter van een welgestelde
Engelse koloniaal, met wie Havank in 1946 trouwde.
Van der Kallen ontmoette haar in Londen, waar hij in de
oorlogsjaren redactiechef was bij Vrij Nederland.
Cynthia overleed in 1986; Passage heeft het gesprek dat hij met
haar voerde nog op een bandopname. Het huwelijk werd
geen succes, hoewel Havank een groot respect had voor Cynthia.
Zij van haar kant toonde een grote loyaliteit voor 'vaderland,
godsdienst en familie'. Soms zagen de echtelieden
elkaar maandenlang niet. Passage: 'Het huwelijk
beknotte hem te zeer. Hij wilde overal naar toe om gedetailleerd
te kunnen schrijven over zijn locaties. Hij is nooit
meer los gekomen van de Schaduw. Zijn wensdroom was
te leven zoals de Schaduw dat deed. Hij schreef
onder diens regime, psychologisch kwam hij er niet van los.
Havank had psychologisch gezien iets geweldig dubbels.
Hij kon in zijn eenzaamheid diep, zeer diep pessimistisch zijn
en op een ander moment eufoor. Wee, als je in zijn
buurt kwam als hij in de eerste stemming was. Hij
had daar medicijnen voor maar die hielpen niet altijd.
Als hij geld had sprong hij er gul en zeer royaal mee om, waarna
hij weer geruime tijd nagenoeg zonder geld zat."
Hij vond dat hij geslaagd was als schrijver met in zijn dagen
reeds meer dan zes miljoen gedrukte exemplaren van zijn werk.
Hij vond dat hij daarvoor erkenning moest krijgen.
Die heeft hij alleen maar van zijn lezers gekregen.
Daarbij komt dat Havank een groot probleem had: er waren
preriodes dat hij absoluut niet kon schrijven. Abs
Bruna, de uitgever met wie Havank een haat-liefde verhouding
had, zette hem dan aan het vertalen, werk waaraan hij een
grondige hekel had.
Maar om aan de kost te komen moest het; hij vertaalde onder
meer ruim veertig boeken van Lesley Chateris en diens schepping
The Saint. Soms krijgen Havank-fans nogal wat
meewarige reacties als ze duidelijk bewondering en verwondering
tonen voor het schitterende taalgebruik, de werkelijk prachtige
beeldspraken, de vaak aanstekelijke grappen en grollen.
"Ik heb Havank evenwel gebruikt als leerstof op het gymnasium",
zegt Passage, "Ik ken een collega die dat nog doet.
Ik zal de laatste zijn die het werk van Havank als literatuur
propageert. Hoewel. Wie maakt dat
eigenlijk uit? Ik had er een geweldige lol in.
Voor mij waren de lessen waarin Havank aan de orde kwam
voorbereidende lessen voor de literatuur." In juni
van dit jaar zal een uitvoerige biografie van Havank verschijnen,
uiteraard geschreven door Sef Passage. "Ik was niet
blij toen het klaar was," zegt Passage peinzend. "Ik
kreeg een klap die me bijna vloerde op het moment dat het af
was. Je moet een geweldig rouwproces verwerken, want de man
waarover je schrijft is pas dood als jij hem dood hebt.
Ik had nooit gedacht dat het me zo zou aangrijpen."
|