Havank in het AD in stripvorm

Havank vanaf vandaag in Algemeen Dagblad
2 januari '06 - 14:45 Vanaf vandaag publiceert
Algemeen Dagblad de strip Havank dagelijks in de krant. De
strip wordt getekend door Daan Jippes (1946) die jarenlang werkzaam
was voor Disney en Dreamworks.
In oktober 2004 deden wij
hier al
melding van het feit dat Jippes zijn contract in Amerika zou beëindigen om
in Nederland aan de verstripping van beroemde detectiveverhalen van Hans
van der Kallen (1904-1964) te gaan werken.
Van der Kallen die zelf onder het pseudoniem Havank zijn boeken schreef,
publiceerde zijn eerste verhaal (Het mysterie van St. Eustache) in
1935. Aanvankelijk was de latere hoofdpersoon Charles Coriolanus Macchabeus
Carlier ofwel De Schaduw een gewone agent en vertolkte Bruno Silvère,
hoofdinspecteur, de hoofdrol. Dit is ook de reden dat Jippes voor het latere
verhaal Hoofden op hol koos om als eerste te verstrippen. In dit
negende verhaal uit 1939 moet De Schaduw een aantal documenten bemachtigen
die in detail een Duitse staatsgreep beschrijven.
Jippes heeft een aantal aanpassingen gedaan aan de oorspronkelijke verhalen.
De belangrijkste is dat hoofdpersoon Carlier in de strip zelf Havank heet.
Daarnaast is hij door Jippes voorzien van lange witte haren en banjert hij
voornamelijk op sandalen door het leven. Ook maakt Jippes melding van een
nieuw plot in de verhalen, 'een goed plot bedenken was niet Havanks sterkste
kant', aldus Jippes.
Op de eerste plaat van Jippes, die voor deze strip onder het pseudoniem
Danier werkt, (zie infobalk rechts) introduceert hij alle hoofdpersonen
van dit verhaal. Ann Wakefield, Epi Müller, Tony Balony, Dirk van
Heerewaarden, Dadgheilmann en Bruno Silvère omringen inspecteur Havank. De
strip wordt via Comic House voorgepubliceerd in de krant.
TdK
Kleinkunstenaar Kees Torn
De lezer
Des avonds, van zijn taak ontlast
beziet de man zijn boekenkast.
Hij maakt zijn keuze niet meteen,
maar leest de titels één voor één.
Een ware rijkdom aan romans,
de meeste in het Nederlands.
Eline Vere ziet hij daar,
de Reynaart, de Max Havelaar.
Karakter en De Avonden
(dat mensen daar iets aan vonden).
Hij heeft het werk van Bordewijk,
van Vestdijk en van Bilderdijk.
Hij weet niet wat hij kiezen moet.
De man vindt alles even goed.
Hij heeft ook veel gedichten staan.
Vooral Vasalis spreekt hem aan,
maar ook Gezelle's poëzie
en Bloem en nog een stuk of drie.
Ook leest hij graag een kort verhaal,
daarvan staan er een hele straal.
Zo vindt hij die van Lampoo sterk.
En beter nog Belcampo's werk.
Titaantjes. Alle dagen feest.
Bekende titels die hij leest.
Hij pakt een schaduw van Havank
en zet hem op de juiste plank.
De aanslag. In de bovenkooi.
De man vindt alles even mooi.
Maar Goethe, Schiller en von Kleist,
die vindt hij toch het allerfraaist.
Of toch maar iets van Bertolt Brecht?
De man, hij peinst en overlegt:
als hij de bijbel toch eens las?
En pakt dan toch maar Tros Kompas.
Kees Torn, 1991, Rotterdam
Kaart