STOP!!!   (VAN) ALLES OVER HAVANK

   
 

DIVERSE ARTIKELEN NUMMER 4

   

.

Overgenomen uit www.liwwadders.nl  klik op de link voor het volledige artikel, staat het er niet meer zie dan hieronder.


PERSBERICHT uit Liwwadders, Leeuwarden, 26 december 2002,
(tekst: commissie Havank)

Op 19 februari 2004 is het 100 jaar geleden dat in Leeuwarden de schrijver Hendrikus Frederikus van der Kallen – beter bekend als HAVANK – werd geboren. Miljoenen mensen hebben zijn detectiveverhalen, of ‘Romans van Avontuur’ zoals hij ze zelf placht te noemen, gelezen. Gedurende enkele decennia in de 20ste eeuw was HAVANK de best verkopende en meest gelezen schrijver in ons land.
Het toeval wil dat het op 22 juni 2004 ook 40 jaar geleden is dat de schrijver, eveneens in Leeuwarden, is overleden.

Het bestuur van de Havankstichting MATEOR wil in 2004 aandacht geven aan zowel HAVANKS 100ste geboortedag als aan zijn 40ste sterfdag. Daartoe zullen speciaal in Leeuwarden een aantal activiteiten worden opgezet gericht op de persoon van HAVANK en – in bredere zin – op het detectiveverhaal (“Het Spannende boek”).

Door het MATEOR-bestuur is een commissie in het leven geroepen die een en ander moet gaan voorbereiden. Deze commissie bestaat uit Piet Tiekstra en Ben van der Geest, beiden bestuurslid van Stichting MATEOR, en Havankliefhebber Leendert Plaisier.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met

Piet Tiekstra
Wismastate 54
8926 RB Leeuwarden
telef.: 058- 8440805
e-mail: piettiekstra@planet.nl


Het parool 26 januari 1995 door Magreet Hirs
HOOGST MERKWAARDIG

Het begon allemaal met de ontdekking van een deerlijk verwaarloosd schrijversgraf op de katholieke begraafplaats in Leeuwarden.   Een Friese journalist nam hier aanstoot aan en schreef er een stukje over in zijn krant.   Er volgden reacties van al even verontwaardigde abonnees.   De auteur leefde blijkbaar na dertig jaar, nog voort in de harten en hoofden van zijn lezers.
Of hadden we hier te maken met een golf onvervalst Liwwadder chauvinisme?

Havank, schepper van de legendarische inspecteur van de Parijse Surete, Charles C.M. Carlier, alias De Schaduw, is een van Leeuwardens Grote Zonen.   De in allerijl opgerichte Stichting Mateor -naar een titel van Havank- heeft dat goed begrepen en zal zich daarom niet beperken tot het opknappen van de zandstenen zerk.   Ze koestert plannen voor wandelroutes en zomerreizen langs en naar Havank- en Schaduwplekken.   Mateor, geadviseerd door Havankoloog en fan van het eerste uur Sef Passage(66) uit Limburg, lonkt zelfs naar een "Havankiaans Documentatiecentrum" met foto's van alle in het werk voorkomende locaties en 'werkstukken aan de Meester gewijd', zoals een Schaduw-encyclopodie en Lexicons van Havanks woordspellingen en beeldspraak, samengesteld door de eerder genoemde Passage.   Zelf zou ik er graag iets van het 'arsenaal' van De Schaduw zien, zoals zijn met vilt, kurk en edelstaal gevoerde kogelvrije alpinopet of die schoenen met knop en veer, waar vlijmscherpe tweesnijdende messen uitflitsen, de in de rugpanden van zijn jasje genaaide scheermesjes ofwel zijn lasso.   En ook de 'ontploffende' sigaretten, zijn stethoscoop om de buren af te luisteren, zijn koperen politiefluitje en de scherp geslepen hoefnagel om andermans banden mee lek te steken.   En zijn vermoming natuurlijk met baard, snor en donkere bril.   En nu hebben we het nog niet eens gehad over de vrome wens van de stichting voor een Leeuwarder Havankwijk met straat namen van romanpersonages, doorsneden door een avenue Carlier, als eerbetoon aan de Franse afkomst van de hoofdpersoon van Havanks policiers.   Het tweeeneenhalve meter hoge silhouet van De Schaduw met hoed en sigaar (ontworpen door Dick Bruna), dat op de zijgevel van McDonald's prijkt, is duidelijk niet genoeg.   Een Havank-revial?
Uitgever Bruna voert nog een herdrukte titel uit 1949, 'Schaduw... waarom?' en acht het werk passé.   In de leeszaal is geen 'Havank'meer voorhanden.   'Versleten', deelt de bibliothecaresse monter mee.   Een tweedehandsboekenhandelaar gespecialiseerd in crime, verklaart achteloos: "Ik gooi ze altijd in de eenguldenbak."    Het letterkundig Museum:"Havank? Is dat een man of een vrouw?"   Havank, het pseudoniem van Hendrikus ('Hans') van der Kallen, werd in 1904 in Leeuwarden geboren, waar hij zestig jaar later in Hotel Amicitia aan een hartaanval zou overlijden, niet ver van de plaats waar zijn roomskatholieke ouders een hoeden en pettenwinkel dreven.
Na het gymnasium volgde Hans een priesteropleiding, die hij -naar eigen zeggen- niet voltooide omdat zijn 'opstandeling des vlezes' bleef rebelleren tegen het celibaat.   Toch schijnt hij als pater H. van der Kallen O.S.A. in Nijmegen nog de biecht afgenomen te hebben.   Hoe dan ook, Hans had daarna zwaar zijn bekomst van het rijke roomse leven.   Hij erfde wat van een tante maar joeg het geld er snel doorheen.   Er volgde saaie administratieve baantjes tot hij dertig jaar oud, in de kost kwam bij Willem Mercken, kunstredacteur bij de telegraaf.   Deze adviseerde het rondlummeld jongmens, dat schrijversaspiraties had en zich laafde aan de pittige disussies van de erudiete en belezen vrienden van de heer des Huizes (Van Duinkerken, Helman, Lunshof en Werumeus Buning), detectives te gaan schrijven: 'Daar is geen moer aan."
Het toeval wilde dat die andere succesvolle (vijftig titels) formuleschrijver Ivans (pseudoniem van mr Jacob van Schevichaven) met zijn op Sherlock Holmes geënte Geoffrey Gill creatie zojuist op 69-jarige was overleden.   Bruna zocht en vond een opvolger in Havank.
Een gouden greep. Na enkele titels had deze zijn draai gevonden.   Schrijvenderwijs ontwikkelde Havank in zijn 'Schaduwiaanse Cronieken' een eigen, humoristische stijl met gevleugelde woorden ('Hoogst merkwaardig'), terwijl de beleefde Avonturen, waarin De Schaduw wordt bijgestaan door de Gezellen (Manon, Silvere en Harro Vance), best spannend waren.   Oplagen van vijfigduizend exemplaren en titels (het waren er dertig) met tien herdrukken vormden het bewijs van zijn immense populariteit.   Rijk, beroemd en gelukkig? Door zijn exuberante levensstijl -dure auto's, lange reizen, veel drank- stond Havank eeuwig bij zijn uitgever, wiens maatpakken hij afdroeg, in het krijt.   Om zijn schuld in te dammen zette de uitgever hem, tot zijn grote frustatie, aan het vertalen van detective-schrijvers zoals Leslie Chateris en Edgar Wallace.    Invloeden die duidelijk zijn terug te vinden in zijn werk.   Als beroemd auteur vond hij vele vrouwen op zijn pad, maar helaas werd hij verliefd op en trouwde hij met de (van een ambassadeur) gescheiden Engelse Cynthia Isobel Trevor Vickers, dochter van een wapen- en vliegtuigfabrikant.   Hij had Cynthia in de oorlog leren kennen toen hij naar Londen was uitgeweken, waar hij als voorlichtingsambtenaar van de Nederlandse regering in een slee met zwarte chauffeur rondreed.   Cynthia voelde zich een Lady, maar een dame was ze niet.   Ze beklaagde zich een paar jaar na haar huwelijk immers publiekelijk over de impotentie van haar man!   Dat gebeurde op De Pauwhof, een Wassenaarse villa, waar kunstenaars en geleerden voor kortere of langere tijd 'en pension' vertoefden.
Zo ook de schrijver en detective-expert Ab Visser. Ab was een rusteloos persoon, die wel van een grapje hield.   De Pauwhof was in die tijd een stijf en deftig instituut en Ab rebelleerde dan ook geregeld tegen de duffe sfeer.   Zo werd een aardig beschonken Havank, die laat en hongerig arriveerde, door Ab eens hartelijk verwelkomd met een bordje 'spagetti'.   Een oude oorlogsvoorraad meel -het was in de jaren vijftig- die krioelde van de maden, bleek met een handje gerapste kaas erover nog heel best naar binnen te gaan.   Havank smulde en Ab en zijn vrienden keken griezelend-genietend toe.   Havank, die 's morgens 'brevierend' in een uniek exemplaar van The Pickwick papers van Dickens in de Pauwhoftuin was te zien, werd door Ab kinderlijk en hartelijk genoemd.   Toch komt hij uit het portret dat Ab Visser van hem schetste in Het klooster van Sint Jurriaan (dat voor De Pauwhof staat) naar voren als een gekweld en eenzaam mens, dat verscheidene malen een eind probeerde te maken aan zijn voor hem ondragelijk 'van God, Cynthia en iedereen verlaten' leven.
De journalist Pieter Terpstra, die Havank in later jaren regelmatig trof aan de stamtafel van Amicitia -waar Havank dankzij de onbaatzuchtige eigenaars ook een vaste kamer had- ziet dat anders.   Een vreemde vogel, dat wel. Och ja, die fantastische verhalen van hem over vuurgevechten terwijl hij met zijn alarmpistool zat te spelen en dat straaltje blauw bloed dat hij zou bezitten....we namen dat allemaal met een korrel zout.   Op een avond zat hij weer eens aan de bittertafel te mopperen.   Hij was door een bakfiets aangereden. Ver beneden zijn stand dus.   Cynthia mocht zich een lady voelen Havank speelde voor 'heer'.   In het provinciale Leeuwarden ('Pleewarden' zo als hij het graag aanduidde) viel dat soms vreemd.
De dame die hij bij voorbeeld in Amicitia een handkus wilde geven, rukte haar hand los en snauwde de verbijsterde auteur toe: 'Gaan weg ik laat my niet deur jou bite (bijten)'.   Terpstra: 'Hij was een poseur, maar die mystieke band die hij met jonkvrouwe Anna-Maria van Burmania had, afgebeeld op het achtiende-eeuwse schilderij dat op Dekema State hing, die was echt.'   Dat portret hing op het landgoed van een van Havanks weinige goede vrienden, Gerard van Wageningen, die hem vaak in Jelsum gastvrijheid verleende en roerend over 'Harro', zoals hij Havank noemde, en diens hondje Nicko schreef.   Een kleurenreproduktie van het portret van Anna-Maria, door wie hij zich de laatste jaren lied 'leiden' ging mee in de kist.   'Ik was een fan van hem,'zegt Terpstra; 'en ik vond die boekjes wel mooi, gezellig en spannend.   Terpstra nam de serie in 1964 over. Aan het graf van de zojuist ter aarde bestelde auteur werden uitgever en journalist het snel eens.   Het onvoltooide Menuet te middernacht zou door Terpstra worden afgemaakt.   Pas drie titels en ideëen van Havank verder verschenen de 'Cronieken' onder de auteursnaam Havank/Terpstra.   Hoge oplagecijfers en een schare fans hielden nog geruime tijd stand.   Terpstra leverde zijn laatste, deel twintig, in 1985.   
En vond Havank, nadat hij in zijn laatste levensjaren de drank had afgezworen en het geloof der vaderen weer had omhelsd, maar niets meer op de schrijfmachine presteerde, toch nog iets van geluk?   Jawel, in de armen van een Friese verpleegster.   Bij de stapel onbetaalde rekeningen die hij naliet was er een van de juwelier, die zich bij Terpstra vervoegde.   'Ik voelde me niet geroepen de cadeautjes voor zijn vriendinnetjes te betalen,' zegt Terpstra nu.   Het grote gebaar was meebegraven.
Magreet Hirs



 

   Terug