STOP!!!   (VAN) ALLES OVER HAVANK

   
 

DODEMAN DOLLARS 

   

.
1e druk 1955
.
1961...
.
1978  ZB401
.
.
DODEMANS DOLLARS, het 27e Havank verhaal verscheen in 1955 als linnen uitvoering in de reeks met "S".    In het "luxe" pension Miramar van weduwe A.H. Buitmaker-Desnijder vertoeft ene meneer Cornelus Craayenbraaier.     Hij is wethouder van veeteelt en volksontwikkeling te Schaafbroekerwoud en daarom een gewichtig man.    Hij heeft pas een psychologisch - culturele studiereis naar Amerika achter de rug om het Amerikaanse studiewezen te bestuderen en heeft derhalve ook nog een biljet van 100 dollars over.
Als hij deze wilt inwisselen wordt hij door inspecteur François d' Aqincourt de Fleurency opgepakt die in hem valsemunter Carl Huffelsnuffer ziet.    Het thuisfront ene Logenprat van de plaatselijke krant  weet hem uit de cel te krijgen, maar lang geniet hij niet van zijn vrijheid want Mr. Reuben met zijn kompanen Bung en Bucks ontvoeren en liquideren hem.    Echter toevallig wordt alles door een landloper gezien, welke de politie inlicht een groot alarm slaat.
François d'Aqincourt de Fleurency en Bruno Silvère stellen een onderzoek in, omdat e.e.a. verband kan houden met een internationale valsemunters bende.    De auto word voor het laatst gezien in de streek waar de Schaduw verblijft bij Harro Vance, in het verlaten dorp Cliousclat.    Op weg er na toe komen de Schaduw, Manon en Aranea langs een zwaar ommuurd huis en zelfs Harro weet te vertellen dat er nog nooit een dorpeling een voet heeft binnen gezet.    Het huis word bewoont door Petronella, Basiluis, Hendrick, Bartholomeus en Horatius Blundersnook en een paar zeer breed geschouderde lakeien zoals Butskop de portier en vertrouwelinge van Petronella. Mr. Reuben is op weg naar het huis en ontdoet zich onderweg van Bung en Bucks,  en ondertussen komt het Schaduwiaanse gezelschap aan in het "leprozenkrot" van Harro.
Tot hun verrassing ontmoeten ze hier ook  Don Queso  welke de Schaduw wilde oppikken om samen naar Mallorca te gaan.    De andere dag komen François d'Aquincourt, zijn verloofde Pauline en Silvère ook op bezoek en wordt de rietstengel theorie van Pauline (hoe meer stengels hoe steviger) nog eens onderworpen aan een kritische toetsing.    Volgens Pauline leiden de sporen naar de omgeving van ..... cliousclaf, en na het eten reist dit gezelschap weer af met als doel Parijs.     Als Silvère en zijn gevolg weer weg zijn kan de Schaduw de slaap niet vatten .....ergens is er een alarmbel aan het rinkelen gegaan.    Het blijkt dat François zich heeft versproken en de Schaduw rept zich naar het geheimzinnige huis waar de ontmoeting met Butskop van doorslaggevende aard is, en hij verder 4 dode butlers ( o.a. ene Hupmagoggle, beter bekent als Harry the Ham uit Chicago ) aantreft welke slechts kort van hun cyaancali taartje hadden genoten, Basilius en Horatius waren inmiddels ook al opgeruimd, o.a. door cyaancali tandpasta. 
Het blijkt dat Hendrick niet zo braaf is als zijn naam wellicht doet vermoeden, hij was degene die de valse drukplaten had gemaakt, Petronella regelde de organisatie en Carl Huffelsnuffer regelde de distributie.   François d'Aqincourt had het gezelschap afgeleverd en hielden Hendrick in de kelder gezelschap.    François was n.l. Carl op het spoor gekomen en rook het grote geld waarvan hij ook een deel wilde, onze Conrnelis Craayenbraaier had gewoon de pech dat hij zoveel leek op Carl!
Gelukkig was de Schaduw op tijd gekomen om het vertrek van de kopstukken per boot te voorkomen!

Uitgebrachte drukken: 1955 Reeks met "S", [ook kunstleer] en als zwarte beertje in 1961, 1962[2], 1963, 1964, 1965[2], 1966, 1968, 1969, 1970, 1972 & 1978.

 

 

   Terug        Vorig boek    Volgend boek   Havanktitels