.
DODEMANS DOLLARS,
het 27e Havank verhaal verscheen in 1955 als linnen uitvoering in de reeks met "S".
In het "luxe" pension Miramar van weduwe A.H. Buitmaker-Desnijder
vertoeft ene meneer Cornelus Craayenbraaier. Hij is wethouder van veeteelt en volksontwikkeling te Schaafbroekerwoud en
daarom een gewichtig man. Hij heeft pas een psychologisch - culturele studiereis naar Amerika achter de
rug om het Amerikaanse studiewezen te bestuderen en heeft derhalve ook nog
een biljet van 100 dollars over.
Als hij deze wilt inwisselen wordt hij door inspecteur François d'
Aqincourt
de Fleurency opgepakt die in hem valsemunter Carl Huffelsnuffer ziet.
Het thuisfront ene Logenprat van de plaatselijke krant weet hem uit de
cel te krijgen, maar lang geniet hij niet van zijn vrijheid want Mr. Reuben
met zijn kompanen Bung en Bucks ontvoeren en liquideren hem.
Echter toevallig wordt alles door een landloper gezien, welke de
politie inlicht een groot alarm slaat.
François d'Aqincourt de Fleurency en Bruno Silvère stellen een onderzoek
in, omdat e.e.a. verband kan houden met een internationale valsemunters
bende. De auto word voor het laatst gezien in de streek waar de Schaduw verblijft
bij Harro Vance, in het verlaten dorp Cliousclat. Op weg er na toe komen de Schaduw, Manon en Aranea langs een zwaar ommuurd
huis en zelfs Harro weet te vertellen dat er nog nooit een dorpeling een voet
heeft binnen gezet. Het huis word bewoont door Petronella,
Basiluis, Hendrick, Bartholomeus en
Horatius Blundersnook en een paar zeer breed geschouderde lakeien zoals
Butskop de portier en vertrouwelinge van Petronella. Mr. Reuben is op weg naar het huis en ontdoet zich onderweg van Bung en
Bucks,
en ondertussen komt het Schaduwiaanse gezelschap aan in het
"leprozenkrot" van Harro.
Tot hun verrassing ontmoeten ze hier
ook Don Queso welke de Schaduw wilde oppikken om samen naar Mallorca te gaan.
De andere dag komen François d'Aquincourt, zijn verloofde Pauline en
Silvère ook op bezoek en wordt de rietstengel theorie van Pauline (hoe meer
stengels hoe steviger) nog eens onderworpen aan een kritische toetsing.
Volgens Pauline leiden de sporen naar de omgeving van ..... cliousclaf, en
na het eten reist dit gezelschap weer af met als doel Parijs.
Als Silvère en zijn gevolg weer weg zijn kan de Schaduw de slaap niet
vatten .....ergens is er een alarmbel aan het rinkelen gegaan.
Het blijkt dat François zich heeft versproken en de Schaduw rept zich naar
het geheimzinnige huis waar de ontmoeting met Butskop van doorslaggevende aard
is, en hij verder 4 dode butlers ( o.a. ene Hupmagoggle, beter bekent als
Harry the Ham uit Chicago ) aantreft welke slechts kort van hun cyaancali
taartje hadden genoten, Basilius en Horatius waren inmiddels ook al
opgeruimd, o.a. door cyaancali tandpasta.
Het blijkt dat Hendrick niet zo braaf is als zijn naam wellicht doet
vermoeden, hij was degene die de valse drukplaten had gemaakt, Petronella
regelde de organisatie en Carl Huffelsnuffer regelde de distributie.
François d'Aqincourt had het gezelschap afgeleverd en hielden Hendrick in
de kelder gezelschap. François was n.l. Carl op het spoor gekomen en rook het grote geld waarvan
hij ook een deel wilde, onze Conrnelis Craayenbraaier had gewoon de pech dat
hij zoveel leek op Carl!
Gelukkig was de Schaduw op tijd gekomen om het vertrek van de kopstukken per
boot te voorkomen!
Uitgebrachte
drukken: 1955 Reeks met "S", [ook kunstleer] en als zwarte beertje in 1961, 1962[2], 1963, 1964, 1965[2],
1966, 1968, 1969, 1970, 1972 & 1978.
|