.
Croquebol vindt een
agenda en zit hierin van alles instaan o.a. de geboorte datum van een
juffrouw Jeanette, zij is een maagd. Op zich niets bijzonders,
maar wel de vermelding dat zij over 2 dagen vermoord gaat
worden. De agenda in kwestie is van ene Martin Maillot een
ex-psychiatrische patiënt die de agenda later op het buro van commissaris
Peugeot komt op eisen en zegt dat het slecht het gevolg was van een
onschuldig spelletje. De mening van de politie is snel
getrokken als er inderdaad op de bewuste datum een vrouw, een maagd, op de
juiste plek dood wordt aangetroffen en Louis Peutêtre (koosnaampje
Jeanette)
De moeder van Martin ziet alleen maar af met hem, hij is nogal op de
meisjes zegt ze, en ze zou hem het liefst weer opgenomen zien, de vader
van Martin is onbekend. De Schaduw zou de zaak aan com.
Peugeot hebben over gelaten als er niet een jonge vrouw Marguerite Labbé
langs hem was gekomen die verklaarde dat hij bij haar was de bewuste
nacht. Het blijkt dat Peugeot de getuigenis van de zuster van
het slachtoffer, Albertine Peutêtre te makkelijk "ik geloof
dat..." voor waardheid aanneemt. Als de Schaduw Albertine
gaat opzoeken blijkt er een hele horde minnaars te zijn. De minnaars
waren : Martin Maillot was al bekent natuurlijk maar er volgen nog dhr.
Barbusse, dokter Rouge, dhr. Spioli, Philip de la Reine, Léon Borinage (muzikant),
Arthur Fox, Jacques Bonheur, Robert "Rinkelmans" Jean Birard (horlogemaker) en Victor
Jubert
(wapen handelaar). De Schaduw stelt zich voor als Jean
Bargehasús ook minnaar. Net als de Schaduw binnen komt heeft
Spioli zojuist de heer Barbusse K.O. geslagen, hij blijkt een zware
hersenschudding te hebben en mag volgens dokter Rouge niet vervoerd
worden. Later tijdens het rondsnuffelen op Louises kamer
alwaar de heer Barbusse te rusten is gelegd kan hij nog juist voorkomen
dat Spioli hem met een mes om het leven brengt. De Schaduw
stuurt er op aan dat alle maagdenrovers blijven en dat de politie er bij
komt om de echte schuldige te vinden. Hij belt Silvère
op welke komt als commissaris Brébar, samen met zijn secretaresse
juffrouw Dinant (Manon) en een assistent die de rol van bewaker moet
vervullen dhr. Pépin (Croquebol). De gasten moeten zeer tegen de
zin van Albertine overnachten maar niet in huis maar in de toeristenschuur
waar een aantal stinkende hokjes worden ingericht als
slaapplaats. Het verhoor levert weinig op, maar als
Silvère en Manon weg zijn gegaan wordt dhr. Borinage doodgeschoten nota
bene terwijl hij alleen met de Schaduw in 1 hokje sliep. Uiteraard
vindt een ieder de Schaduw verdachte nr. 1 en ditmaal komen commissaris
Peugeot en zin assistent Lechien om de zaak te onderzoeken. Later keert
Silvère terug welke Martin en zijn moeder bij heeft. (Silvère moest op
verzoek van de Schaduw via een gesmokkeld briefje e.a. uitzoeken)
De Schaduw wordt door dhr. Fox ontmaskert, maar hij op zijn buurt
ontmaskert dokter Rouge als de moordenaar van dhr. Borinage die tevens ook
de minnaar was van mevrouw Maillot. Ook weet hij wie Louise
heeft vermoord namelijk mevrouw Maillot die door de vader van Martin,
dokter Rouge, hiertoe was aangezet. Ze hadden de agenda van
Martin gevonden en een kans gezien om van hem voorgoed in de inrichting te
laten opsluiten, want hij zou volgens dokter Rouge hen toch alleen maar
tot last blijven.
Als alles achter de rug is, bezoekt hij nog Marguerite Labbé op en
gelooft dat zij toch genoeg liefde heeft om het met Martin te gaan redden.
Uitgebrachte
drukken: 1971 & 1980 als zwarte beertjes.
|