.
Gabrielle Purpuréne werkzaam op het archief bij de Sûreté Nationale,
met een verrukkelijk lichaam maar met een erg lelijk hoofd ,
vraagt de Schaduw om raad. Zij wil haar vroegere saaie vriend
Pierre Hazard inruilen voor de meer ondernemende Joseph Furore journalist
die haar mee wil nemen naar het Oostenrijkse Rauris om goud te zoeken in
een goudmijn. De Schaduw raad haar dit af maar uiteraard gaat
ze toch en na een aantal dagen belt ze huilend op, haar vriend Joseph is
verdwenen en vraagt om zijn hulp. De Schaduw zegt dat hij zal zien maar
heeft andere problemen want Don Jaime met zijn vrouw Christina staan
plotseling op de stoep. Ze halen oude herinneringen op en veel drank
naar binnen en na een uitnodiging van de Don stuurt de Schaduw, die
plotseling zich schuldig voelt omdat hij Gabrielle in de steek heeft
gelaten, de reis naar Rauris Oostenrijk. Daar aangekomen maakt hij
contact met Gabrielle die erg bang is en alleen weet te vertellen dat
Joseph met ene Heinrich heeft gesproken en dat hij lange armen heeft en
dat ze al diverse mensen heeft gebeld zoals haar vriendin Jeannette Couré
die ook bij de Sûreté Nationale werkt. De Schaduw en Don Jaime nemen
contact op met de plaatselijke politie, om precies te zijn met Kommissar
Heutenichts maar deze is niet gediend van inmenging, en de zoals altijd
zeer gewichtig doende Don is behoorlijk aangebrand.. De Schaduw
verdiept zich in de verhalen en lectuur over de gouddelverei in deze
streek en over de personen die daar bij horen zoals Kolm Naz die de
goudwinning weer kortstondig tot bloei wist te brengen en de
"knappen" voor enige tijd weer werk wist te verschaffen.
Nu werd er slechts nog hoogst zelden goud gevonden. De andere dag
gaan ze naar het "Oudheidkundig Museum" zijn oog valt op een
rijtje oude boeken waarvan nr. 7 ontbreekt. 's Morgens aan het
ontbijtbuffet stelt iemand zich aan hen voor ...ene Joseph
Furore. Lang genieten ze niet van zijn gezelschap want hij wordt
gearresteerd voor moord op zijn vriendin Gabrielle Purpuréne. Als
de Schaduw Gabrielles kamer doorzoekt vindt hij niets bijzonders in de
koffer van Joseph slechts een hotelbonnetje van vorig jaar. De
Schaduw probeert Kommissar Heutenichts te overtuigen van Joseph's onschuld
maar stuit wederom op botte onwil. Hij vindt wel een gewillig oor
bij Herr Glückhaber de hotelhouder, merkwaardig genoeg heeft hij in zijn
kantoor het ontbrekende deel (7) wat ontbrak in het "Oudheidkundig
Museum". De Schaduw en reisgenoten besluiten om hun geluk met
het "Goldwaschen" te gaan proberen, en worden lid van de
"Verein Goldgewinnung in Rauris". De voorzitter hiervan is
Heinrich Froschfänger maar deze is afwezig. Aangekomen in het Bodenhaus
geeft ene Karel Rupert, de leider van het goudzoekersgezelschap aan dat de
kans op het vinden van goud aanwezig is maar wel erg klein. De goudzoekers gaan in het stroompje, de
Schuregg-Hüttwinkelache, hun geluk beproeven. De gewichtige doende
Don Jaime vindt slechts glitter maar schijnt toch de interesse te wekken
van ene meneer Hutasse uit Wenen maar dokter Gnadenkette uit Salzburg wint
de prijs, hij vindt een klein flintertje goud. (tjirps per 14 sec x 5
/ 9 + 8) De "Alten Kameraden" treden op en na afloop raakt
de Schaduw met een van de leden ene meneer Heinrich Salzbeisseris in
gesprek die toevallig secretaris van het "Oudheidkundig Museum"
is en vertelt dat de dagboeken van Kolm Naz door een oude boerin (Frau
Schinkenhäger uit Taxenbach) geschonken zijn en dat voor het inzien van
deze cahiers eerst toestemming nodig is van het bestuur. Na afloop
van de avond is Don Jamain plotseling spoorloos verdwenen, de laatste met
wie hij heeft gedanst was fräulein Katzenkopf, en dit maal zegt de
Kommissar Heutenichts wel hulp toe in de vorm van dhr Hauptmann en Abel. De
Schaduw die geen enkele informatie krijgt van Heutenichts weet niet waar
te zoeken en besluit de plek waar Gabrielle is vermoord te onderzoeken en
vindt haar tas met een briefje en een krantenartikel van Joseph over een
goudschat in Rauris maar als hij deze later wil ophalen is hij weg.
Na een droom van Christina besluit de Schaduw die verder over geen enkele
andere aanwijzing beschikt de plaats die het meest lijkt op droom, de Hoher
Sonnblick te bezoeken. Na de beklimming vindt hij in de ruïne tot
zijn verbazing Gabrielle, vastgebonden maar levend terug die vertelt hoe
ze ontvoerd was door 2 mannen. Één van de handlangers die even later
terug komt is Karel Rupert en de Schaduw weet hem te overmeesteren,
volgens Gabriell was hij de man die Joseph Heinrich noemde.
Gabrielle weet ook nog te vertellen dat ze eerst op een andere plaats werd gevangen gehouden, er was een grot en er was een waterval,
volgens de
Schaduw die pas nog een brochure heeft gelezen over de Kitzlochklamm waar,
in
de vroegere mijningang, Kolm Naz als een kluizenaar in deze grot heeft
gewoond zou het deze plaats kunnen zijn. De Schaduw besluit nu toch maar de hogere machten in te roepen en
vraagt aan Bruno Silvère om .e.e.a. te regelen. Ze besluiten naar
de grot van de kluizenaar toe te gaan en treffen daar inderdaad Don Jaime
aan die Heinrich Salzbeisseris onder schot houdt. Bij
terugkeer blijkt Silvère zijn werk te hebben gedaan en ze gaan naar Zell
am See naar Haubtkommissar Arisch en weten hem o.a. te overtuigen dat
Jospeh onschuldig is. Heinrich blijkt de schuldige te zijn aan de
moord op de jonge vrouw maar kwam er achter dat het de verkeerde
was. Karel Rupert was de gene die de moord meldde bij kommissar
Heutenichts en verklaarde dat hij Joseph zag weglopen, bovendien kocht hij
Heutenichts wel eens om en wist zodoende de lijkschouwing te
verhinderen. Joseph had een kaartje overgenomen uit deel 7 van de
cahiers alwaar hij iets las over een goudschat die achter gelaten was door
de protestanten toen ze moesten vluchten. Het goud vinden was één
ding het verhandelen was iets heel anders, hier had hij hulp voor nodig en
raakte zo in contact met Rupert en Salzbeisseris, maar ook Herr Glückhaber
komt er achter (hij vond het boek op Jospeh's hotelkamer vorig jaar) en
raakte zo betrokken bij de zaak. Hij was degene die de Schaduw in de
gaten hield en de handtas weg haalde, zou hij dat niet doen dreigden de
andere hem medeplichtig aan moord te maken. De ontvoering van de
opscheppende Don Jaime was eigenlijk een foutje, de Schaduw was het
doel. De vermoorde vrouw blijkt Jeannette Couré de vriendin van
Gabrielle te zijn die haar wou opzoeken. Aan de Schaduw de taak om
dit droeve nieuws te gaan vertellen aan Gabrielle, Christina benijdt hem
niet, "C'est la vie" zegt de Schaduw.
Uitgebrachte druk: 1984 als zwarte beertje.
|