.
Harro Vance weet
Anne-Marie en de Schaduw over te halen een bezoek te brengen aan zijn
geboorte streek Friesland alwaar zij kunnen logeren bij Wybe van
Croningha.
Via zijn tante Caroline, uit Rinsumageest, worden ze uitgenodigd
voor de verjaardag van tante Elisabeth (weduwe) en ze gaan naar Drenthe om
precies te zijn naar de state "Woldgarde" in Dwingeloo.
Hier verblijven naast de tante Elisabeth Ebeling, Jolanda een erg
mooie vrouw van in de 30 die teleur is gesteld in de liefde na een affaire
met het haar piano leraar, Jonas de bediende en Roelfien het dienstmeisje.
In leven was meneer Ebeling graag gezien omdat hij veel deed voor
het dorp, hij had zelf een politieagent (Reiding) die mensen verraad had
in de oorlog vermoord om zo andere te redden.
De heer Romijn, de burgemeester van Dwingeloo komt wat later op het
verjaardagsfeest want er is een lijk gevonden in een kuil.
Op het feest zijn dus de burgemeester en zijn vrouw, ene meneer
Wendelaar (auteur) en vrouw, ene meneer Zevenaar (campinghouder) en vrouw
(zij was de dochter van de foute boer waar agent Reiding in de kost lag.)
en de heer Roden (deze heeft zoals later zou blijken samen met dhr.
Ebeling de agent begraven).
Als de burgemeester een Romeinse gouden munt laat zien die gevonden
is bij het lijk schrikt Jolanda en zegt dat hun ook van zulke munten
hebben maar de weduwe reageert fel een zegt dat het andere zijn en wat
later verontschuldigd zij zich omdat ze niet erg lekker is en gaat naar
bed.
Zij wordt later door Roelfien in bed gevonden, vermoord met een
dameskous.
Als Jolanda een brief van haar vader vindt en leest doet ze erg
nerveus maar laat niets los, ook niet tegen de Schaduw aan wie ze vraagt
om te blijven.
Als de Schaduw Zevenaar wil bezoeken blijkt deze niet thuis en
uiteindelijk vermoord te zijn...met een dameskous.
Jolanda wil nog steeds niets zeggen en probeert zelfs samen met
haar minnaar Wendelaar hem nog op een dwaalspoor te brengen door zelf een
gat in haar jas te schieten en een aanslagen te ensceneren.
Als de Schaduw Wendelaar een bezoek heeft gebracht wordt hij bijna
gewurgd en ontvoerd door...de broer van Wendelaar, Johannes Wendelaar de
ex-piano leraar.
Deze compleet dolgedraaide man leefde flink boven zijn stand en zat
in grote geldnood.
Toen hij nog op goed voet met Jolanda stond en met de oude Ebeling,
had deze hem het verhaal van de Romeinse gouden munten wel eens laten
ontvallen en nu was hij overal wild gaan graven van wegen zijn geldnood.
De weduwe stuurde hem een brief en dreigde hem aan te geven bij de
politie en daarom vermoorde hij haar.
Zevenaar vermoedde dit ook en toen hij hem betrapte werd ook hij
vermoord.
De helemaal doorgedraaide Johannes zegt te willen ontsnappen of
zichzelf te willen doodschieten.
In een gevecht om het pistool schiet de juist op tijd gearriveerde
Harro, die ook vermoedde dat de onbekende pianoleraar wel eens de dader kon
zijn, Johannes in zijn arm.
De Schaduw schiet hem onmiddellijk door het hoofd, om de
gerechtigheid.
Later zucht Jolanda dat ze hem niet had moeten laten gaan voor de
ander, en de schaduw die begrijpt dat de relatie met de auteur Wendelaar
voorbij is voorziet de grote eenzaamheid van haar op Woldgarde met zijn al
even eenzame als troosteloze heide er om heen en bromt zacht C'est la vie.
Uitgebrachte
drukken: 1970, 1971, 1973, 1975 & 1981 als zwarte beertjes.
|