|
Toen Havank (pseudoniem voor Hans van der
Kallen) in 1965 op 61, jarige leeftijd overleed, bleek dat
bijna het einde voor zijn onvergetelijke schepping De Schaduw.
Maar zoals dat bij de goede schrijvers placht te gebeuren,
overleefde Havanks creatie, de merkwaardige hoofdinspecteur
Charles C. M. Carlier, zijn geestelijke vader. In de
nalatenschap van van der Kallen bevonden zich nog enkele
manuscripten die de verdere avonturen van De Schaduw bevatten.
De geestelijke erfgenaam van Havank, de Friese journalist
Pieter Terpstra, heeft met opmerkelijk succes de taak van
Schaduwiaanse kroniekschrijver op zich genomen. Speciaal voor
Journaal 2000 werkte hij dit nog door Havank bedachte korte
avontuur uit.
De titels van de laatste door Terpstra geschreven Havanken zijn: Schaduw op de heide en Schaduw
duistere dame (Bruna; prijs f 2,75).
De trein van Le Havre
naar Amiens was goor en beroet en spuwde lelijke zwarte dampen
uit. Verder was bijna alles wit. Een dikke laag sneeuw lag
over landerijen, hoeven, dorpen en ongerechtigheden. Tegen de verschoten bekleding van een stoffige coupé hing een man die je
doorgaans niet in een trein tegenkomt. In z'n slaap had
Charles C. M. Carlier, alias de Schaduw, niets van de
scherpzinnige speurder waar hij voor doorgaat. Een eenvoudige,
maar discrete zaak in Le Havre was tot genoegen van een ruime
meerderheid van de betrokkenen afgehandeld en dus viel er
niets meer te speuren. Nóg niet.
|
De Schaduw snurkte
zachtjes. Hij droomde dat hij ondanks sneeuwbarrières op de
secundaire en tertiaire wegen in Noordwest‑Frankrijk tóch
in de zilveren Jaguar was gestapt en daar elke meter die hij
moeizaam vorderde méér spijt van kreeg. De sneeuwmassa's
zetten uit als een witte ballon die opgeblazen wordt. Maar ze
spatten niet met een knal uit elkaar. Integendeel, ze naderden
snel, een ijskoude, fluitende wind dreef ze snel voor zich uit
en de Schaduw merkte tot zijn schrik dat er geen voorruit meer
in de Jaguar zat. Hij stopte, wilde zich onder het dashboard
verschuilen, maar zag plotseling een jongetje voor de auto
staan. Hij riep: Ik heb het zelf gezien! Ze is dood!'
En even plotseling was er een grote, zware man achter
het jongetje. Hij sprak kalmerend: Er is niets aan de hand!
Het valt allemaal wel mee!'Toen schrok de Schaduw wakker. De
sneeuw lag onordelijk, maar bewegingloos op de aarde en het
half bevroren coupéraam zat nog op z'n plaats. De stemmen van
de man en het jongetje waren er wel, een paar banken
verder.'Er is niets aan de hand,' zei de man rustig.
,ik heb het zelf gezien!
' hield het jongetje koppig vol. Die man sloeg haar met een
stok op het hoofd en ze viel dood neer. Vlak bij het kerkhof!'
En u wilt volhouden dat er niets aan de hand is?' vroeg een
schampere vrouwenstem. Laat ik u dan vertellen, mijnheer de
conducteur, dat Jules nooit fantaseert. Hij moet het gezien
hebben. Nietwaar, Jules?',Hartstikke dood,' zei het jongetje.
Vlak bij het kerkhof.'
. |