.
De Schaduw en Flora brengen de laatste dagen van het jaar door bij Elly en
Hans Uyttenbogaert de Amsterdamse hoofdinspecteur. Tijdens een
treinreisje vergezeld de Schaduw Uyttenbogaert en schikt wakker als een
klein jongetje, Gerritje Bruin uit de Newtonstraat 188, roept dat hij
heeft gezien hoe iemand een vrouw doodsloeg op een kerkhof. Ze
besluiten om eerst de auto op te halen en ondanks de hevige sneeuwval het
plaatsje te bezoeken. Daar wonen postcommandant Van Rossum met
zijn vrouw, boer Kolthof en zijn dochter Verone. Samen
ontdekken ze het lichaam van een vrouw maar niemand kent haar.
Bij de Uyttenbogaerts komt ene Majoor Bernard Natterman van de
rijkspolitie die graag wat hulp van zo´n bekende speurder kan gebruiken
wat de Schaduw natuurlijk toch wel van plan was. In het kleine
kerkje ontdekt de Schaduw merkwaardige sporen, en maken kennis met de
binnenvaart schipper en antiekhandelaar Jan Patijn (verliefd op Verone en
zij op hem) en zijn dove, alcoholistische moeder op hun boot, met Boer
Argicola. De dode bleek ene juffrouw Elize Luxwolda een
antiekhandellaarsters uit Amsterdam. Middels de lokale caféhoudster
komen ze er acher dat het mogelijk iets te heeft met de ets van Rembrant
die ze had gevonden, gekocht van ene Loetje van Boven ook antiquair uit
Amsterdam voor de som van 3 gulden maar welke wel een paar duizend gulden
waard blijkt te zijn. Jan Patijn bood haar aan om deze voor
haar te verhandelen maar ook na het nodige aandringen weigert zij.
Loetje van Boven komt toevallig ook in het café en vind dat hij
recht heeft op de helft van dat bedrag. Tijdens het verlaten
van het café fluistert de vrouw nog dat deze vrouw op de bewuste dag werd
opgewacht door....boer Kolthof. Net buiten gekomen roept Jan
Patijn hun dringende hulp in, Verone zou hij hevig bloedend naast haar
vader hebben gezien. De Schaduw ontdekt dat ze in het kerkje
van de trap in de toren is gevallen en ontdekken ...de ets. Na
nog wat onderzoek en de nodige telefoontjes komen ze er achter Elize iets
had met meerdere mannen, en ook met boer Kolthof. Deze wilde
de ets voor haar wel veilig opbergen. Maar Loetje van Boven
had deze gepikt op aanwijzing van Jan Patijn. Jan Patijn had
de ets en een grote kandelaar opgeborgen in het torentje van het kerkje en
Verone had dit ontdekt. Uit het laatste verhoor wat Uyttenbogaert en
de Schaduw houden op de boerderij komen zij achter de waarheid die
luid...toen zij Elize aanzag komen trok ze in paniek een jas en pet van
haar vader aan om naar Jan Patijn toe te gaan en te waarschuwen.
Onderweg had zij de spullen uit het kerktorentje gepakt maar Elize zag
haar gaan. Zij wilde terug gaan maar Elize zach haar lopen en
wilde van Verone meer weten. Zij achtervolgde Verone waarbij
Elize hysterisch werd en Verone haar neersloeg met de kandelaar. Na
de bekentenis rent ze naar buiten en zowel de Schaduw als Uyttenbogaert
kunnen niet meer voorkomen dat zij zich voor de trein werpt.
Deze laatste dag van het jaar zal niet afgesloten worden met alleen maar
vrolijkheid maar ja...C'est la vie.
Uitgebrachte
drukken: 1972 & 1981 als zwarte beertjes.
Er bestaat ook nog een zogenaamd gesproken boek, 3 cassettes, in de
Nederlandse luister en braillebibliotheek.
Klik hier "Journaal 2000" voor dit
merkwaardig artikel.
|