.
De gezellen Flora, Ellie en Hans Uyttenbogaerdt hebben ditmaal voor hotel
Louise te Namen in de Belgische Ardennen gekozen voor een korte
vakantie. Ze maken daar kennis met dhr. Coucouloure die met vergif
insecten bedwelmd voor zijn neefje Pierre-Jean uit Brussel, en met Paulus
Otto Theodoor Jandome (POT Jandome) met zijn vrouw Bertha. Dit
echtpaar in hun Renault is op de terugreis uit Spanje en krijgt pech vlak
bij het hotel en hebben verschrikkelijk veel haast om thuis te komen.
De Schaduw die samen met Uyttenbogaerdt de auto naar de kant duwen zien
een vreemd pakket boven op de auto liggen en de Schaduw weet na een
vluchtige inspectie waarom ze haast hebben, er ligt namelijk een lijk op...Jandome zijn
schoonmoeder.
Flora vindt de kelner maar een
smeerlap want hij gooit zomaar een hoop afval in het water en later die
avond staat de kelner met een andere man nogal luidruchtig te praten onder
hun raam, en vangt de Schaduw een deel op van het gesprek. De andere man kent
hij niet maar hij ziet wel dat hij in een stationwagen rijdt. Als de
Schaduw en Uyttenbogaerdt later die nacht een wandeling maken zie ze een
onbekende man bij de auto van de Jandome's staan maar de Schaduw maakt
iets te veel lawaai en de man vlucht weg in zijn auto....een
stationwagen. Ze besluiten om de auto eens te onderzoeken en
ontdekken het paspoort van ene Johanna Mesander, geboren Versluys, 72
jaar. Het lijk blijkt inderdaad de schoonmoer te zijn en het
vertoond alle kenmerken van een vergiftiging. De kelner is bepaald
niet vriendelijk voor het Nederlands echtpaar, het eten valt bar tegen en
de Schaduw weet niet goed wat hij denken moet van de eigenaresse, Madam
Louise. De Schaduw is nieuwsgierig en helpt dhr Jandome met het
zoeken naar een garage alwaar men nu niet bepaald zit te wachten op
werk. Dhr POT Jandome wilt met alle geweld de hele dag bij de auto
blijven ondanks dat deze pas op zijn vroegst rond de klok van zessen klaar
zal zijn. De Schaduw en zijn gezellen besluiten om de grotten van
Han te bezoeken. Om half
zeven komt de heer Jandome thuis met zijn auto waarvan de reparatiekosten
erg tegen vallen. De Schaduw wilt het echtpaar echter nog niet laten
gaan en saboteert de auto zodat de bloeddruk van de Jandome's een
hoogtepunt bereikt. De Jandome's bellen en bellen maar kunnen
geen garage meer te pakken te krijgen en de Schaduw bied uiteraard geheel
belangeloos zijn hulp aan om de andere dag weer een garage te helpen
zoeken. Dhr Coucouloure blijkt 's avonds om tien uur nog niet terug te
zijn en de Schaduw ziet hoe de kelner weer een hoop vuil in de Maas
werpt. De Schaduw vermoedt dat het een teken is voor de man in de
stationwagen. Tot hun verrassing blijkt het pak even later van de
wagen verdwenen en als de Schaduw en Uyttenbogaerdt die nacht een rondje
lopen is de verrassing nog groter want het pak zit weer terug.
Echter tijdens de inspectie ervan steken er een paar erg grote voeten uit
en niet die van de schoonmoer. Dhr Coucouloure keert ook weer terug
hij verklaart dat hij verdwaald was. De Schaduw besluit om nu de
politie uit Namen er maar bij te halen. Hierbij krijgt hij te maken
met inspecteur Vandamme, inspecteur Moussel, commissaris Jamet en met
hoofdinspecteur Roucher die Uyttenbogaerdt goed kent. Tijdens het
verhoor schikken de Jandome's zich rot omdat hun (schoon)moeder voor
iemand is verwisseld en moeten op het bureau blijven. De Jandome's
bekennen uit Spanje te vertrokken zijn met hun dode (schoon)moor die
plotseling was overleden omdat ze geen gedonder wilden hebben met de
Spaanse politie die erg moeilijk is voor buitenlanders die ergens verdacht
van worden. De heer Coucouloure is weer eens verdwenen en de Schaduw
ontdekt een telefoonnummer in een krant van hem wat van ene CW Périer,
handelaar, Quai de Boboliére 178 uit Huy, en deze wordt al enkele dagen
vermist. De Schaduw en Uyttenbogaerdt zien hoe 's nachts de kelner
en de man in de stationwagen dozen laden in een geheime bergruimte langs
de Maas en willen ze aanhouden maar struikelen en worden
overrompeld. In de ondergrondse ruimte blijkt ook de schoonmoer te
liggen en allerlei gestolen sierraden maar ze zitten opgesloten.
Gelukkig worden ze gered door dhr Coucouloure die de beide mannen heeft
weten te verrassen. Hij bekent dat hij bij de Jandome's op de camping
heeft gestaan en dat hij en de schoonmoer wat met elkaar optrokken omdat
zij vaak achterbleef omdat ze niet overal meer mee naar toe kon, zij
vertelde toen dat ze zelfmoord wilde plegen. Toen zij was overleden
vermoedde de heer Coucouloure dat hij onzorgvuldig was geweest met het
vergif. De dode man blijkt door de onbekende man met de stationwagen
te zijn vermoord na ruzie over de gestolen goederen, de man van de
stationwagen blijkt Jean Jannet te heten. Dhr Coucouloure kwam
achter het telefoonnummer doordat hij een briefje vond bij de telefoon
nadat de kelner deze had gebruikt en wist zo de naam te achterhalen en het
nummer op te zoeken. De Schaduw weet dat de heer Coucouloure geen
motief had en verdenkt het echtpaar Jandome van de moord. Hij lokt
ze uit hun tent wat resulteert in een bekentenis van de heer Jandome maar
de Schaduw weet dat hij hoogst waarschijn alleen maar de schuld op zich
neemt. De Schaduw houdt er een onbevredigend gevoel aan over
maar...C´est la vie!
Uitgebrachte
drukken: 1979[2] als zwarte beertje.
Met blauwe of met groene rugtekst.
P.s. in vorige uitgaven werd Uyttenbogaerdt als Uyttenbogaert gespeld.
|