Bij het doorkijken van de concertprogramma's valt op dat Koos Bons in ruim een halve eeuw heeft geconcerteerd op bijna alle belangrijke orgels die Nederland rijk is en op een groot aantal over de grenzen. Het tweede dat opvalt, is zijn programmakeuze. Alle tijden en stijlen kwamen bij hem aan bod. Vaak werd een programma overkoepeld door een veelzeggend thema. Er was steeds plaats voor variatie. Dit ontlokte een concertbezoeker eens de opmerking~ 'ik bezoek zijn concerten trouw, want er staat altijd wel iets verrassends op het programma. Zo is mijn belangstelling voor het orgelrepertoire gegroeid.'
De Programma's die zijn bewaard, vullen gemakkelijk een kwartet ordners. Vanaf zijn zeventiende jaar tot een half jaar voor zijn overlijden heeft Koos Bons orgelconcerten gegeven. Het aantal is niet exact vast te stellen, want het opbergen van een programma schoot er wel eens bij in. Helemaal niet meer na te gaan is het aantal begeleidingen waarvoor solisten en koren hem uitnodigden omdat hij het vak van begeleiden verstond. Met evenveel gemak nam hij achter het orgel en aan de piano plaats en altijd wist hij wel passende solowerken te bedenken als intermezzo om zangstemmen rust te geven.
Wat zich uit programma's niet laat lezen, is het spel van de organist. Tot het verschijnen van deze dubbel-cd resteerden daarvan slechts de herinnering, enige lp's, een cd en een stapel kritieken uit de tijd toen kranten nog ruimte hadden voor recensies van orgelconcerten. 'Koos Bons is een van de groten onder onze vaderlandse organisten. Met een formidabele techniek realiseert hij schijnbaar moeiteloos bijna onspeelbare stukken...' 'De volkomen gave reproductie van het notenbeeld leidde tot een indrukwekkende vertolking. --wat maakt deze organist toch altijd veel werk van kleurrijke en geheel aan het karakter van de muziek aangepaste registraties...' 'Het was een leerzame middag, die de orgelliefhebbers stellig met veel onbekende, maar goede oude orgelmuziek in kennis heeft gebracht.-Er ist ein grosser Meister seines königlichen Instrumentes. Nur eine vollendete Technik kann das Werk so überzeugend und suggestiv gestalten.'
Koos Bons is een van de eerste organisten in Nederland geweest die Bachs orgeloeuvre integraal vertolkten. Hij deed dat in 1958 en 1959 in Rotterdam. Het project van dertig concerten, inclusief de sinfonia's met orgel uit cantates en koorzettingen van Bachs koraalkunst, werd gevolgd door de uitvoering van het volledige orgelwerk van César Franck en van de orgelconcerten van Georg Friedrich Händei met het Rotterdams Kamerorkest onder leiding van Piet Ketting.
De interpretatie van Bach en Franck stond centraal in de lessen die Bons in 1948 en 1949 volgde bij Marcel Dupré. Daartoe in staat gesteld door een beurs van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bracht de jonge Nederlandse organist regelmatig enkele weken in Parijs door om onder leiding van de Franse meesterorganist te werken aan interpretatie en improvisatie. Dupré gaf meestal les in Meudon dichtbij de Franse hoofdstad, waar hij een eenvoudige villa bewoonde, maar wel met een aangebouwde concertzaal, waarin het vierklaviersorgel stond dat aan Alexandre Guilmant had toebehoord. Van de uren die Bons in de Saint-Sulpice, de kerk van Dupré, doorbracht, vertelde hij in een interview: 'Ik maakte een keer op zondag de dienst mee en zat bij het orgelspel erna naast Dupré op de bank. Ik zal nooit vergeten wat ik hoorde en zag. Dupré improviseerde voor de vuist weg een zevenstemmige fuga, alsof er een volmaakte compositie voor hem stond. Een ongelooflijke ervaring.'
Koos Bons zou bij het noemen van zijn leraren nooit mevrouw Blok-van den Haspel vergeten. Van haar kreeg hij zijn eerste harmoniumiessen en zij was het die hem als dertienjarige jongen naar Piet van den Kerkhoff stuurde. De organist van de Nieuwe Zuiderkerk in Rotterdam, die hem opleidde voor de staatsexamens orgel en piano, was Bons' invloedrijkste leraar. Verder studeerde hij bij Everhard van Beynum piano, bij Piet van Mever instrumentatie en bij Cor Kee compositie en improvisatie.
Maassluis was 55 jaar lang de plaats waar Koos Bons het overgrote deel van zijn muzikale activiteiten ontplooide. De jonge Rotterdammer werd er per 1 februari 1942 benoemd tot organist van de Noorderkerk. Ruim een jaar bier viel het kerkgebouw ten prooi aan oorlogsgeweld. De Gereformeerde Kerk en haar organist moesten zich elf jaar tevreden stellen met een noodgebouw. Toen op 2 september 1954 de lmrnanuelkerk in gebruik werd genomen, werd tegelijk het orgel opgeleverd, dat volgens zijn adviezen was gebouwd. In een niet aflatende reeks concertactivileiten vroeg hij niet alleen aandacht voor orgelliteratuur. Regelmatig nodigde hij vocale en instrumentale solisten of ensembles uit, waarbij hij een beroep deed op bekende namen uit het Nederlandse muziekleven en evenzeer jong talent de kans gaf. In zijn muziekkamer thuis en in de kerk leidde hij twee generaties leerlingen uit Maassluis en verre omstreken op in orgelspel, pianospel en muziektheoretische vakken. Een aantal van hen heeft muziek als professie gekozen.
Bons was een rasmuzikant, een organisator en een raadgever. Als het in Maassluis om muziek ging, was hij de vraagbaak. Zijn 65ste verjaardag maakte daaraan geen einde. Hij ging door, creatief en vitaal.'Ik heb nog veel plannen, zij het op wat bescheidener schaal. Van muziek blijf je jong', zei Koos Bons in 1992 bij zijn gouden jubileum als organist en toonkunstenaar. Als iemand meer dan een halve eeuw in één plaats onafgebroken actief is' leeft bij veel inwoners de gedachte dat hij er altijd was en altijd zal blijven. Des te meer werd zijn overlijden op 75-jarige leeftijd ervaren als een schok.
Enkele jaren later leeft nog steeds de vraag om meer herinneringen in klank aan de musicus die voor velen een begrip was geworden. In het famitiearchief bevindt zich een schat aan geluidsbanden van concerten, merendeels opgenomen met de befaamde Revox-spoelenrecorder door Bons' vriend Jaap Amesz, een groot liefhebber van zowel geluidstechniek als muziek. Dat materiaal staat aan de basis van een dubbel-cd, bedoeld als herinnering en hommage aan de concertgever.