Walcker-orgel Nieuwe Zuiderkerk Rotterdam Kam-orgel Grote Kerk Dordrecht In 1670 kreeg Nioolaes van Haegen uit Antwerpen de opdracht een nieuw orgel te bouwen in de Grote Kerk van Dordrecht. Het instrument is afgebouwd door de Dordtse bouwer Carel Jacob Pellereyn. Van de dispositie is weinig bekend. Halverwege de negentiende eeuw verkeerde het orgel in zo'n slechte staat dat het binnenwerk geheel moest worden vernieuwd. De firma Kam en Van der Meulen te Rotterdam plaatste in 1857 in de bestaande kast een nieuw, romantisch getint orgel. Tijdens de restauratie van de kerk in de jaren 1983/1987 kreeg ook het orgel een opknapbeurt (Leeflang Orgelbouw, Apeldoorn). Behoudens vervanging en toevoeging van koppelingen en uitbreiding met een tremulant op het rugwerk bleef de dispositie van Kam met 51 stemmen volledig gehandhaafd. Garrels-orgel Groote Kerk Maassluis De vermogende Maassluise reder Govert van Wijn vierde op 4 december 1732 op bijzondere wijze zijn negentigste verjaardag. Op die dag werd in de Groote of Nieuwe Kerk het door hem geschonken orgel in gebruik genomen. Het was gebouwd door Rudolf Garrels, afkomstig uit het Ost-Friese Norden, die het vak had geleerd bij de Duitse orgelbouwer Arp Schnitger. Garrels had de leiding bij de bouw van Schnitger-orgels in Sneek en Anloo. Later vestigde hij zich als zelfstandig bouwer in Leiden en in Den Haag. Daar stond hij open voor invloeden van de Hollandse orgelbouwtraditie. Een van zijn grootste opdrachten was het orgel in Maassluis, waarin hij een synthese tot stand bracht tussen de Noord-Duitse en de Hollandse orgelbouwkunst. Het orgel is in de negentiende eeuw meermalen gerestaureerd. Bij een restauratie in de jaren 1956-1965 bleek dat een grondiger revisie nodig was. Die vond in 1978 plaats. De adviseurs O.B. Wiersma, dr. M.A. Vente en vaste organist Feike Asma hebben de erfenis van Garrels zoveel mogelijk geëerbiedigd. Een belangrijk aanknopingspunt voor de restauratie waren de werkzaarnheden die Jonathan Baetz in de vorige eeuw had verricht. Het Garrels-orgel staat bekend als een uitstekend instrument voor Bach-interpretaties, maar heeft met zijn 47 stemmen een zodanig brede basis dat ook latere muziek er met goed resultaat op kan worden uitgevoerd. Seifert-orgel lmmanuelkerk Maassluis De Maassluise lmmanuelkerk behoort tot de grotere naoorlogse 'wederopbouw'-kerken van het land. Toen op 2 september 1954 de kerk in gebruik werd genomen, werd tevens het door Romanus Seifert & Sohn (Kevelaer, Duitsland) gebouwde orgel opgeleverd. Koos Bons was bij de keuze van het systeem en de dispositie betrokken als adviseur, daarbij geassisteerd door plaatsvervangend organist Adri Warnaar. De grootte van de kerk met meer dan duizend zitplaatsen vroeg om een vrij groot orgel. De omvang van het orgel en de architectuur van de kerk maakten een splitsing van het instrument over twee galerijen noodzakelijk. Mede daarom viel de keuze op het elektro-pneumatische systeem, waarmee de adviseurs vertrouwd waren omdat zij beiden het Walcker-orgel in de Nieuwe Zuiderkerk te Rotterdam goed kenden. Bij de samenstelling van de dispositie is uitgegaan van een instrument dat geschikt is voor zowel de begeleiding van de gemeentezang en van koorzang als voor het uitvoeren van solowerken uit de gehele orgelliteratuur. In al die functies heeft het Seifertorgel met zijn 43 sprekende stemmen meer dan voldaan. In 1985 is het door Jaap van Delft en Peter Paalvast voorzien van een elektronisch registratiesysteem, waardoor het mogelijk is driehonderd geprogrammeerde registraties op te roepen. Sweelinckorgel (Marcussen) NCRV-studio Hilversum In de zomer van 1953 werd in de studio van NCRV een nieuw orgel opgesteld, dat luisterde naar de naam Sweelinckorgel. Daarmee werd eer betoond aan Nederlands grootste orgelcomponist Het karakter van het instrument sluit aan bij de tradifles van de grote orgelbouwkunst in de zestiende en zeventiende eeuw. Het orgel, gebouwd door de Deense firma Marcussen en Son te Aabenraa, heeft een edele en heldere klank, die onder meer te danken is aan de voor de toonvorming en de intonatie van de pijpen zo belangrijke sleeplade met mechanische tractuur. Het instrument heeft twee manualen en pedaal en zestien stemmen. De ruimte waarin het Sweelinckorgel stond is tv-studio geworden. Inmiddels is het instrument overgeplaatst naar de Nicolaikerk te Utrecht ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
In 1916 werd de Nieuwe Zuiderkerk in Rotterdam in gebruik genomen. De bestelling van een elektro-pneumatisch orgel van allure ging naar Hoforgelbaumeister Walcker & Cie te Ludwigsburg/Württemberg. De dispositie met 64 registers en 11 tranmissies kwam tot stand in overleg met J.H. Besselaar, die de eerste organist zou worden. Een vermaard onderdeel van het vierklaviers orgel was het 'Fernwerk': het was in een gewelf bovenin de kerk opgesteld. Het geluid bereikte de kerk via een 22 meter lange tunnel. Het orgelfront was ontworpen door Tjeerd Kuipers, de architect van de kerk. Op het Walcker-orgel is zeer veel geconcerteerd, door Besselaar, zijn leerling Piet van den Kerkhoff, levenslang vaste organist van de Nieuwe Zuiderkerk, en door diens leerlingen. Koos Bons bespeelde het orgel in de rouwdienst voor Van den Kerkhoff, de laatste samenkomst die in de kerk werd gehouden voor de sloop. Het orgel kon gelukkig worden behouden. Het werd door orgelmaker Jos. Vermeulen Sr. te Alkmaar met medewerking van Ing. A.M. de Boom te Den Dolder herbouwd in de Grote of Martinikerk te Doesburg, waar het bij de ingebruikneming op 31 augustus 1972 door Koos Bons als eerste werd bespeeld. Het voor de Duitse romantiek zo karakteristieke Walcker-orgel kreeg in 1991 de status van rijksmonument.