Praktijkvoorbeelden


1

Spelen doet hij niet, dit jongetje van vijf jaar. Hij kijkt liever en praat. Ook in de spelkamer praat hij veel, hij benoemt alles wat hij ziet.
Hij observeert, verbindt zich niet echt met de wereld om hem heen.
Samen gaan we een bal maken, een bal van wol, water en zeep. Het warme water ontspant, het vormen van de bal vraagt concentratie, het bewegen van de bal in je handen is ritmisch, dit geeft rust.
Even moet hij ergens doorheen, hij kijkt goed naar mij. Dan stapt hij in, zeept zijn handen lekker in en komt in de beweging van de bal. Eerst staat zijn mondje niet stil, maar hij wordt stiller als hij in de beweging van de bal komt. Zijn wangen worden rood, zijn ogen stralen. Hij kijkt naar zijn bal en is trots.

Door deze activiteit, ervaart het kind zichzelf, ervaart materie. Dit doet hij met zijn tastzin. Hoe beter de tastzin ontwikkeld is, hoe beter je jezelf ervaart. Dan pas kun je goed in je vel zitten.

2

L. is een meisje van zes jaar. Ze speelt niet echt, haalt speelgoed uit de kast, laat een spoor van rommel achter.
In de spelkamer ziet ze het poppenkind in zijn wiegje, "ik hou niet van poppen" zegt ze, "ik wil wat anders doen".
Ik ga naast het wiegje zitten, kijk naar de pop en naar het bad met de emmers die ook klaarstaan, L. volgt mijn blik. "Kan die echt in bad?" vraagt ze. Samen halen we water en de pop mag lekker in bad. Zij speelt de moeder, ik de grootmoeder.
Na het bad wordt er appelmoes gekookt en gegeten. De appels worden geschild en in stukjes gesneden. Er wordt geroerd, het ruikt al lekker.
Na het eten wil ze alles afwassen en opruimen. Het poppenkind gaat weer in haar wiegje om lekker te slapen.

Het spelenderwijs ervaren van processen als koken en afwassen helpen een kind te ervaren dat er een begin en een eind is. Helpen een kind grenzen te beleven. Ze helpen een kind te zien dat er een samenhang tussen de dingen is. Zo kan een kind de wereld begrijpen. Dat maakt dat een kind zich veiliger voelt en meer zelfvertrouwen krijgt.

3

Rond het negende levensjaar verandert er iets voor een kind. Was het voorheen nog een met de wereld, nu krijgt/neemt het kind meer afstand van de wereld. Het kind gaat zijn eigen sociale rol steeds meer ervaren, gaat ervaren hoe anderen naar hem kijken en gaat vergelijken. Voor sommige kinderen kan dit een moeilijke periode zijn, ze gaan zich anders voelen dan de anderen en dat kan een gevoel van eenzaamheid met zich meebrengen. Ze worden verdrietig.

Om deze kinderen te helpen weer in de stroom van het leven te komen, kan orthopedagogische spelbegeleiding een helpende hand zijn. Door elementen uit de eerste spelontwikkeling in gewijzigde vorm aan te bieden, kan de stagnerende ontwikkeling weer in beweging komen. Kan er weer levensvreugde ontstaan.