

| 75 theorieën van het Lectorium Rosicrucianum, die niet kloppen en waarom niet | |
| Het leek me wel eens goed wat tegenwicht te bieden aan de zelfverheerlijkende propaganda van het Lectorium Rosicrucianum op internet en andere plaatsen. Uiteraard is het Lectorium Rosicrucianum geen wereldreligie. Maar het zet wel duizenden mensen ertoe aan hun kostbare tijd en geld te spenderen aan deze organisatie. En nog steeds tracht het Lectorium via lezingen en andere activiteiten nieuwe leden te werven. Via deze site zou ik aspirant leden willen toeroepen: bezint eer gij begint. Het Lectorium Rosicrucianum is weliswaar een kleine organisatie, maar toch niet geheel zonder gevaarlijke denkbeelden. Haar stichter Jan van Rijckenborgh heeft de mensheid uitgesplitst in twee klassen: de ware mensen en de schijnmensen. Of in Lectorium-jargon: de geestvonk-entiteiten en de levensvonk-entiteiten. Heeft u een traditionele geloofsopvatting, bijvoorbeeld een christelijke? Grote kans dat u dan - volgens de leer van het Lectorium - een levensvonk-entiteit bent. Dan is het niet best met u. Volgens Van Rijckenborgh bent u dan geschapen door kwaadaardige wezens: de eonen. U bezit dan geen "geestvonk-atoom" in uw hart, wat betekent dat u niet ontvankelijk bent voor de Christusstraling. Van Rijckenborgh zelf daarentegen en de leerlingen van het Lectorium zijn volgens hem geschapen door God. Zij zijn "geestvonk-entiteiten". De geestvonk-entiteiten zijn volgens het Lectorium de verheven mensen. Of, zo je wilt, het superras. Zij zijn de mensen die bij het begin der tijden door God zijn geschapen. Zij zijn voorbestemd een godsmens te worden, de "komende nieuwe mens" zoals de titel luidt van een van Van Rijckenborghs boeken. De levensvonk-entiteiten daarentegen zijn volgens het Lectorium inferieure mensen. In De Egyptische oergnosis, deel 3 schreef Van Rijckenborgh over hen: "Deze mensen missen elk innerlijk leven. Zij zijn in werkelijkheid geen mensen, doch zuiver natuurverschijnselen en ten ene male onvatbaar voor elke geestelijke aanraking. Ze komen en gaan zonder enig positief levensresultaat achter te laten. Onze huidige mensheid telt vele honderden miljoenen van derge-lijke mensverschijningen." Waarom aanvaarden sommige mensen zo gemakkelijk voor andere mensen denigrerende theorieën? Is het - om het met Erich Fromm te zeggen - de angst voor vrijheid die hen drijft. Of is het - met Martin Heidegger - de angst voor het niets? In ieder geval voorziet het Lectorium haar leden volledig in hun emotionele behoeften. Het geeft hun de kans zich superieur te voelen en veilig. Een ander gevaar van het Lectorium Rosicrucianum is haar drang de huidige cultuur te vernietigen. Als de leden van het Lectorium Rosicrucianum hun zin krijgen namelijk, dan raakt de samenleving gevangen in een wereldvisie waarin het woord van hun "grootmeester" Jan van Rijckenborgh wordt verabsoluteerd, en waarin veel van de huidige wetenschap, kunst en religie verdoemd zal zijn, omdat die volgens Van Rijckenborgh geworteld zijn in kwaadaardige, zondige "spiegelsfeer-krachten". Deze site is er alleen al voor eerherstel van de mensapen, de zachtaardigste wezens op deze planeet. Want zij zijn volgens van Rijckenborgh gedegenereerde mensen. Leden van de stichting Skepsis zullen door deze site teleurgesteld zijn. Ik ga uit van het bestaan van een occulte wereld en van de juistheid van veel occulte theorieën. Bovendien geloof ik dat Van Rijckenborgh in de grond van de zaak gelijk had: een transformatie die ons bevrijdt van onze binding aan de natuur is mogelijk. De onderstaande tekst werd geheel geschreven vanuit de visie van van Rijckenborgh in het jargon van Van Rijckenborgh. Zij vraagt een zekere kennis van en geloof in esoterische theorieën, zoals beschreven door Sri Aurobindo, L.A. Govinda, Swami Vivekananda en anderen. Hans den Haan |
|
| 1. Het Lectorium is de enige gnostieke groepering in de wereld en erfgenaam van de katharen. Niet Juist. Er is nog een gnostieke groepering, namelijk de mandeïsten te Irak. Zij voldoen aan alle criteria van een gnostieke gemeenschap. 2. De mensheid is uit Blavatski's involutie-evolutieboog gezakt en zal pas na ontmanteling van de natuurinstinctieve drijfveren in die boog terugkeren. Nee, want na de transfiguratie zijn wij niet meer natuurgebonden, terwijl de schepselen in die boog wel natuurgebonden zijn omdat ze een ontwikkeling doormaken via plantenrijk en dierenrijk (dus natuurrijken). 3. Het bloeds-ik zetelt in het lever-miltsysteem, de nieren, de bijnieren, en de plexus solaris. Onjuist. Een dergelijk 'mix' van astrale en stoffelijke processen vindt niet plaats in typisch op stoffelijke processen gerichte organen als lever en nieren. Die reinigen alleen het stoffelijke bloed, niet een soort astraal bloed. Astrale stof is van een geheel andere aard dan dat zij door stoffelijke organen gemanipuleerd kan worden. Feitelijk is het astrale helemaal niet uit stof opgebouwd. Het is fundamenteel iets anders. Zie punt 39. Iets dergelijks geldt voor alle onlogische vermengingen van ethers en het stoffelijk lichaam die wij bij Van Rijckenborgh aantreffen. 4. De mens bezit een hartbewustzijn of hart-ego als sterke concentratie van astrale krachten. Onjuist. Vroeger dacht men dat het hart de woning van de ziel was, omdat het bij opwinding sneller ging kloppen. Het hart gaat echter sneller kloppen nadat het vanuit de hersenen een signaal krijgt. De hele gedachte van een hartego is gegrond op verkeerde klassieke veronderstellingen. 5. Elektromagnetische vibraties hebben ten nauwste te maken met het menselijke bewustzijn. Al ons denken, gevoelen zijn elektromagnetische verschijnselen die zich niet alleen afspelen in bepaalde organen van ons lichaam, maar ook in de ijlere lichamen. Niet juist. Elektromagnetisme is een stoffelijk verschijnsel, namelijk vibratie van deeltjes. Met de zogenaamde ijlere lichamen heeft ze niets van doen. Wat de stoffelijke hersenen betreft moet elektromagnetisme niet verward worden met het gewone magnetisme van de zeephouder en de keukenkastjes-sluiting. Elektromagnetisme is een veldenactiviteit zoals die optreedt bij het draadloos versturen van radiosignalen. De radio en het zendstation trekken elkaar niet aan zoals de magneet de sleutelbos. In onze hersenen komen geen elektromagnetisme velden voor. (Wel gewoon magnetisme.) Er is nog nooit iemand op deze Aarde verbannen naar een onbewoond eiland omdat hij met zijn hersenen de televisie van zijn buren stoorde. En er is ook nog nooit iemand in staat geweest met het brein boodschappen over te seinen naar uw draadloze telefoon. Binnen het parapsychologisch onderzoek heeft men zich er juist zo over verbaasd dat men voor verschijnselen als gedachte-overbrenging nooit een medium heeft kunnen vinden als overbrenger van zoiets als gedachtegolven. Als dit een medium zou zijn van elektromagnetische aard dan hadden dergelijke gedachtegolven nimmer de met lood beklede ruimten kunnen binnenkomen of verlaten waar paranormaal begaafden bij onderzoek in werden geplaatst. Het is juist gebleken dat gedachten en gevoelens helemaal niets te maken hebben met elektromagnetisme. Dat is juist hetgene dat de parapsychologie voor een raadsel heeft geplaatst. Gedachten en gevoelens hebben so wie so niets met golven of vibraties te maken. Al die esoterische theorieën waarin de mens vergeleken wordt met een radio slaan de plank naar mijn idee mis. 6. De menselijke magnetische kracht vormt een eenheid met die van de Aarde. Klopt niet. Volgens Van Rijckenborgh gaat het bij de mens om elektromagnetisme (zie punt 5). Bij het aardse magnetische veld gaat het echter om 'gewoon' magnetisme dat een kompas in beweging brengt. Een elektromagnetische veld heeft op een kompas geen invloed. Elektromagnetisme en magnetisme zijn twee verschillende dingen. (Alhoewel er natuurlijk wel verbanden zijn zoals bij de elektromagneet. Maar daar zorgt de elektrische stroom ervoor dat ijzeratomen zo gericht worden dat ze met elkaar als een magneet gaan werken. De stroom zelf is niet magnetisch van aard.) In het gehele verhaal van Van Rijckenborgh over de verhouding tussen mens en Aarde speelt deze verwarring door. Dit nog afgezien van de verwarring tussen elektromagnetisme en 'gewoon' magnetisme enerzijds en het bewustzijn van de mens anderzijds. Hij dacht dat astrale fijnstoffelijkheid, elektromagnetisme en magnetisme hetzelfde zijn. Een zelfde verhaal geldt voor inzichten met betrekking tot gnostieke straling. Ook deze straling heeft met elektromagnetisme niets van doen. Het is trouwens überhaupt geen straling, maar een invloed waarvan wij de ware aard niet kennen en die (in tegenstelling tot wat Van Rijckenborgh dacht) niet gevangen kan worden in tijdruimtelijke termen. 7. Televisie straalt fohat uit en vernietigt de werkzaamheid van de pinealis. Niet juist. Televisie bevat een kathodestraalbuis, die een stroom elektronen genereert. Dit is weliswaar volgens Blavatski het stoffelijke aanzicht van fohat, maar het gaat erom wat die elektronen de mens aandoen. Het antwoord: helemaal niets. De elektronen worden namelijk in het glas van het beeldscherm volledig afgeremd, opgenomen en afgevoerd. Ook zeer energierijke elektronen komen nog niet door een vloeitje papier heen. Of, zoals men zegt, de penetratiediepte van elektronen is relatief gering. Dat komt omdat het sterk geladen deeltjes zijn. Daarom worden ze afgestoten door negatieve ladingen in de stof of ze worden geabsorbeerd. Een deel van de energie van de elektronen wordt omgezet in straling. Die straling omvat een groot golflengtegebied, maar het meeste is simpelweg licht. Daar is de televisie ook voor bedoeld. Er komt ook straling met langere golflengte dan licht vrij (infrarood), maar die is so wie so niet gevaarlijk. En met kortere golflengte: ultraviolet en zachte röntgenstraling. De ulravioletstraling wordt vrijwel geheel door het beeld geabsorbeerd. De zwakke röntgenstraling treedt wel uit de beeldbuis, maar wordt binnen enkele centimeters afstand van het beeld door de lucht geabsorbeerd. Ook met de gevoeligste apparatuur kan deze straling niet worden aangetoond. De televisie straalt geen elektronen uit en de overige straling bereikt nimmer de pinealis. En al helemaal geen fijnstoffelijke stralingen, want fijnstoffelijkheid heeft geen stralingsachtige eigenschappen. Dat is veel te stoffelijk gedacht. (De term fijnstoffelijk op zich is reeds verkeerd. De zogenaamde fijnstoffelijke substanties zijn in hun ware aard niet tijdruimtelijk te beschrijven. Hun uitwerkingen wel, maar daarbij gaat het om een afgeleide factor.) 8. Röntgenstraling en televisiestralen maken dat de mens leeft in een wereld van waan en begoocheling. Onjuist. Dergelijke stoffelijke straling veroorzaakt natuurlijk niet onze begoocheling. Die begoocheling wordt veroorzaakt door onze gebrekkige zintuiglijkheid. Meer niet. 9. Het overzicht van de door de wetenschap gekende stralingen eindigt met de kosmische stralingen. Voorbij de ring-niet-verder gaan kosmische stralingen over in gnostieke. Opnieuw twee dingen die totaal niets met elkaar te maken hebben. Of feitelijk drie. Het overzicht van de door de wetenschap gekende stralingen eindigt met de gammastraling: fotonen met een korte golflengte. Kosmische straling is wat anders. Kosmische straling bestaat uit atoomkernen van waterstof, helium en voor tien procent koolstof, aluminium en ijzerkernen. Dus niet uit fotonen. Gnostieke invloeden zijn natuurlijk fundamenteel totaal iets anders dan welke stoffelijke straling dan ook. Zij zijn beslist niet, zoals Van Rijckenborgh beweerde, een soort vervolg van kosmische straling. Zij zijn in feitelijk helemaal geen straling. Zelfs niet in overdrachtelijke zin. 10. Na de dood verdwijnt geleidelijk alles wat met de persoonlijkheid te maken heeft. Uiteindelijk wordt een totaal nieuwe persoonlijkheid gevormd, die de fakkel van het aardse bestaan overneemt. Onjuist. Regressietherapie en gedetailleerde herinneringen aan een vorig leven die na onderzoek correct bleken, tonen aan dat er van de vorige persoonlijkheid heel veel terugkeert in de nieuwe persoonlijkheid. Feitelijk alles; er gaat niets verloren, geen enkel detail. 11. De mens is een gevallen entiteit. Onjuist. De schepping (die nooit heeft plaatsgevonden, want alles wat is, is altijd geweest, zij het in een andere modulatie)... de eeuwig plaatsvindende schepping is een volkomen daad. Per definitie is alles zoals het zijn moet. Binnen de schepping komen geen ongelukken voor. Dat is volledig in strijd met de aard van de schepping als volkomen daad. Daarom is er ook nooit een val geweest in de zin van 'zondig zijn'. Door de individualiserende verdeling van de totaalgeest in de afzonderlijke entiteiten waaruit de mensheid bestaat, is er sprake van een soort afgescheidenheid en een versluiering van hogere collectieve aspecten. Dat is echter een logisch gevolg van een door de geest gewenste toestand, niet van een val. Alles is zoals het zijn moet. Goed en kwaad zijn twee aanzichten van de mens met een beperkte blik op het totale universum (wat eveneens 'gepland' is). Zou onze blik zich verruimen (zoals daadwerkelijk gebeuren gaat) dan stijgen wij uit boven de tegenstelling goed versus kwaad. God is dus niet het al-goede, zoals Van Rijckenborgh beweerde. Hij is het volkomen-boven-goed-en-kwaad-existerende Zijn. 12. De natuurmens is naar lichaam en bewustzijn volstrekt van de aarde-aards. Niet echt juist. De natuurmens is een deel van de totale mens. Hij is het persoonlijk astrale als een bepaalde plaatselijke modulatie in het totale gebied van het universele astrale. Zo ook wat het mentale betreft. De universaliteit ervaren is 'slechts' een kwestie van het veranderen van deze persoonlijke modulariteit. 13. De microcosmos moet een aardse persoonlijkheid adopteren om zich in het aardeveld te kunnen blijven uitdrukken. Niet juist. Er is geen sprake van adopteren: het aannemen van een soort losse entiteit. De persoonlijkheid is een modulatie in een deel van de microcosmos, die op haar beurt een modulatie is van een deel van de macrocosmos. Een microcosmos kan in de tijd beschouwd te zelfder tijd verschillende persoonlijkheden in modulatie hebben. 14. Het goddelijke leidinggevende beginsel van de micros doofde uit tot het loutere beginsel wat het nu is. Klopt niet. Er doofde niets uit. Er werd slechts door modulatie binnen het eigen veld geschapen (zie punt 12). 15. De archeologen gebruiken een voorstelling om een beeld te geven van de ontwikkeling sinds het ontstaan van de aardbol. Niet correct. Het zijn de paleontologen. 16. De mensaap is een gedegenereerde mensvorm. Niet juist. De mensaap is een mensaap. Mensapen bestaan uit een aantal geheel op zich staande geëvolueerde diersoorten. Van degeneratie is geen sprake. 17. Het totaalbewustzijn van de cellen is de oorzaak van allerlei instinctieve drifthandelingen. Is niet juist. Het bewustzijn der cellen speelt zich immers af op het zogenaamde etherische niveau. In dat geval zouden er dus op het niveau één stap hoger, namelijk de astrale wereld, geen op het instinctieve gerichte entiteiten en elementen aanwezig zijn. De astrale wereld is het tehuis van de instinctieve drifthandelingen. Wel richt het bewustzijn van de cellen zich naar het astrale. Maar dat is wat anders. Bij de nieuwe-mens-wording verandert eveneens het bewustzijn van de cellen. 18. Bij het gaan van het pad wordt op een gegeven moment de stroom omgekeerd, die bestaat uit het bij de milt binnentreden van door gedachtebeelden beïnvloede ethers, die door het bloeds-ik worden opgeslurpt en vervolgens bij de lever weer uittreden en via het hoofd opnieuw afdalen geladen met nieuwe gedachtebeelden. Bij punt 5 werd reeds betoogd dat stoffelijke organen als de milt en de lever alleen stoffelijke processen uitvoeren. 19. De mens zal ontstijgen aan de natuur des doods of ondergaan in het peilloze duister van de vallende kosmische nacht. Niet juist. De mens gaat niet onder in welke peilloze nacht dan ook. Dat is een streng-calvinistische oerhollandse gedachte, die geen betrekking heeft op de werkelijkheid van het menselijke Zijn. De mens wordt net zo lang voor de mogelijkheid geplaatst aan de doodsnatuur te ontstijgen tot hij er werkelijk rijp voor is. De mens is niet geschapen om verloren te gaan, omdat zondigheid niet bestaat. (Zie punt 11) Er bestaat alleen maar onwetendheid. 20. Het gaan van het pad leidt ertoe dat de mens de beschikking krijgt over eerste-hands kennis. Niet juist. Eerste-hands kennis bestaat niet. Wel een groter kenvermogen, maar dat is iets anders. Zelfs al was de mens gelijk God, dan is het altijd mogelijk dat er een voor hem boven zijn niveau existerende supergod bestaat, die hij niet waarneemt. Je kunt nooit bepalen of de kennis die je via je kenvermogens verwerft werkelijk de ultieme eerste-hands kennis is, simpelweg omdat je niet over een referentiepunt beschikt buiten dat kennisveld. Wie midden in een totaliteit zit, kan die totaliteit als totaliteit niet overzien en kan zich geen juist beeld vormen van het feit of die totaliteit wel de ultieme totaliteit is of slechts een deeltotaliteit. Dit is een van de grootste vergissingen van Jan van Rijckenborgh. Wat dat betreft had hij Plato beter moeten lezen. 21. De symboliek van alchemisten en gnostici betreft een soort bewust bedachte geheimtaal om de leerstellingen voor profane nieuwsgierigheid te verbergen. Niet juist. De symboliek is in feite nooit door iemand bewust bedacht. Het onbewuste van de mens, dat ook onze dromen vormgeeft, bracht bij alchemisten en gnostici de symboliek spontaan voort. Ook u zelf kunt na enige training dergelijke alchemische symboliek in uw dromen ontdekken. Deze symboliek houdt een soort representatie in van energetische processen die zich in onze psyche afspelen. 22. De symboliek van alchemie en gnostiek geeft het transfiguratieproces weer. Opnieuw niet juist. Het proces dat door deze symboliek wordt gerepresenteerd, heeft met bevrijding van de binding aan de natuur niets van doen. Het heeft betrekking op het individuatieproces, niet op transfiguratie. Bij het individuatieproces ontmoet de mens via dromen en bewustzijnsprojecties inhouden van het collectieve onbewuste. Dat is het diepere deel van het onbewuste dat wij mensen met elkaar gemeen hebben. De mens leert in het individuatieproces deze inhouden kennen, ermee omgaan en ze binnen de totale persoonlijkheid integreren. Bewuste ik (dagbewustzijn) en onbewuste worden bij dit proces tot een eenheid. Dat is psychologisch beschouwd de komende nieuwe mens. 23. Het Arische tijdvak is ongeveer 200.000 jaar geleden aangevangen. Het vasteland waarop de Atlantische beschaving heeft gefloreerd ging ongeveer 9500 jaar voor Christus ten onder. Niet juist. Iets wat 11.150 jaar geleden (9500 + 2000) ten onder ging kan nooit 200.000 jaar geleden plaats gemaakt hebben voor iets anders. Voorts heeft de Atlantische beschaving volgens het recept Blavatski nooit bestaan, omdat continenten niet verzinken en oprijzen maar uiteen drijven onder invloed van onderaardse magmastromen. Dat was ten tijde van Blavatski nog niet bekend. 24. Het Lemurische tijdvak kan men situeren tussen de 30 en 1 miljoen jaren voor Christus. Niet juist. Een miljoen jaar geleden waren er nog geen mensen die een beschaving gesticht zouden hebben, laat staan dertig miljoen jaar geleden. Een miljoen jaar geleden liep de prehistorische mens rond in Noord-Afrika, een zeer primitieve half aapachtige mens. 25. Al het amateuristische geliefhebber in yoga, in meditatievormen en in allerlei pogingen tot bewustzijnsverruiming door middel van drugs, leidt voor de westerse mens onveranderlijk tot zeer ongewenste toestanden van zenuwzwakte, bezetenheid en mediumschap. Een zeer ongenuanceerde uitspraak, die alleen al door zijn gebrek aan fijnbesnaarde nuance niet klopt. De uitspraak geldt alleen voor bepaalde vormen van yoga bij bepaalde mensen. Sommige astraal-sensitieve mensen moeten zich beslist niet wagen aan bepaalde vormen van meditatie. Maar velen kunnen zonder problemen aan bepaalde veilige vormen van yoga doen. Drugs zijn voor iemand die serieus aan yoga wil doen te allen tijde uit den boze. |
|
| GA NAAR 26 |
|



