drama-activiteiten
Door: Lottie Verheij
Poppenkastspel
Doelgroep: Kinderen van 4 tot 6 jaar
Doel: Cognitieve ontwikkeling stimuleren
Materialen: Poppenkast, lokaal en poppenkastpoppen
Uitvoering: Je vertelt de kinderen wat je wil gaan doen en vraagt wie het leuk vinden om mee te doen. Je zet de poppenkast neer en legt de poppen erachter. Eerst geven de leidsters een voorstelling om te laten zien hoe het werkt. Daarna kunnen de oudere kinderen het ook proberen om een verhaaltje te spelen met de poppenkastpoppen. Na afloop ruim je de poppenkast en de poppen op en laat je de kinderen weer vrij spelen.
Ik zit in het gras
Doelgroep: Kinderen van 4 tot 8 jaar.
Doel: De namen leren kennen en de reactie bevorderen.
Materialen: Stoelen
Uitvoering: De kinderen zitten op stoelen in de kring, er is één stoel leeg. Het kind die de lege stoel rechts naast zich heeft gelaten, gaat op de lege stoel zitten en zegt: ik zit, de volgende schuift op en zegt in het gras, nr. 3 schuif op en zegt naast….. en noemt een naam van één van de kinderen in de kring, BV Lot. Lot loopt naar de lege stoel en nu gaat het om beide buren van Lot want die moeten allebei proberen op de lege stoel van Lot te gaan zitten. Degene die dan weer de lege stel rechts naast zich heeft begint weer opnieuw: ik zit enz.
Toneelstukje maken/ opvoeren
Doelgroep: Kinderen van 8 tot 12 jaar
Doel: Cognitieve ontwikkeling stimuleren
Materialen: Lokaal met podium, kleding, microfoon en geluidsinstallatie
Uitvoering: Je vraagt de kinderen om in groepjes een toneelstukje voor te bereiden. De kinderen mogen zelf kiezen of ze een zelf verzonnen verhaaltje gebruiken of een bestaand verhaal. Na een tijdje oefenen (bijvoorbeeld twee uurtjes) laat je de kinderen in het lokaal met podium bij elkaar komen. De leidsters zorgen er uiteraard voor dat vóór die tijd de microfoon en geluidsinstallatie werken. Je laat de groepjes één voor één hun toneelstukje opvoeren. Na afloop kan er eventueel gestemd worden door de kinderen welk toneelstukje zij het best vonden (waarbij ze dan niet hun eigen toneelstukje kunnen kiezen). Na afloop worden de geluidsinstallatie en de microfoon opgeborgen (eventueel met de hulp van enthousiaste kinderen) en ruimen de kinderen de gebruikte voorwerpen en kleding op.
Veranderen
Doelgroep: Kinderen van 6 tot 10 jaar.
Doel: Cognitieve vaardigheid bevorderen.
Materialen: Ruimte, pennen en een scorekaart.
Uitvoering: De kinderen staan in tweetallen bij en tegenover elkaar. Na een korte observatie draaien ze elkaar de rug toe en ieder verandert iets aan de kleding. Vervolgens draaien de kinderen zicht terug en moeten ze raden wat de ander veranderd heeft. Is dit goed, dan krijgt het kind op de scorekaart de naam van een ander. Vervolgens wandelt het kind naar een ander kind. Het kind die na 10 minuten de meeste namen heeft, heeft gewonnen.
Modeshow
Doelgroep: Kinderen van 8 tot 12 jaar
Doel: Cognitieve ontwikkeling stimuleren
Materialen: Lokaal met podium, kleren van de kinderen, microfoon en geluidsinstallatie.
Uitvoering: Je vertelt de kinderen geruime tijd (bijvoorbeeld twee weken) van tevoren dat je een modeshow wilt gaan houden met ze. Je kan de kinderen ook een briefje geven, die ze dan thuis kunnen laten zien aan hun ouders, zodat deze eventueel kunnen helpen met het maken/kiezen van de kleren. De leidsters stellen een lijst op van de kinderen die meedoen en zetten ze in een bepaalde volgorde op die lijst. Op de dag zelf vraag je andere kinderen uit de opvang om als publiek in de zaal plaats te nemen (bijvoorbeeld de wat jongere kinderen). Vervolgens komen de kinderen van de modeshow één voor één, volgens de volgorde van de opgestelde lijst, over het podium lopen en laten hun kleren zien. Aan het einde komen alle kinderen nog één keer allemaal tegelijk het podium op. Na afloop laat je het publiek weer vrij spelen en ruimt de rest de kleren op. De leidsters zorgen ervoor dat de microfoon en geluidsinstallatie weer opgeborgen worden.