Freinet: “We doen als de moeders: We luisteren naar onze leerlingen die vrijuit praten en geven aan ieder de nodige aandacht. Dan, en daar begint de uiterst belangrijke taak van de leerkracht, zoeken we in die stortvloed van verhalen de uitgangspunten die ons het meest vruchtbaar lijken voor onze taak.”
Freinet ALgemeen
Het Freinet systeem is bedacht door Celestin Freinet. Deze man leefde van 1896 tot 1966 In Frankrijk. Die vanaf 1920 leraar werd op een lagere school in het dorpje Barsur-Loup. Hij werd daar geconfronteerd met een overvolle klas, leerlingen die voor het ‘schoolse’ leerwerk nauwelijks gemotiveerd waren en een enorm gebrek aan leermiddelen. Freinet ging met de kinderen naar buiten, tijdens de wandelingen vroegen de kinderen vrij. Dit wandelen en praten over dingen die de klas tegen kwamen, noemde Freinet ‘école buissonniere’ wat vrij vertaald spijbelschool betekend. Al doende ontwikkelde Freinet technieken om de ervaringen te systematiseren en richting te geven. Hij schreef zijn bevindingen op het bord en besprak dat met de groep. De leerlingen mochten vervolgens hun ervaringen vast leggen in teksten, verslagen (van onderzoekje tijdens de wandelingen) en tekeningen. Het kind had nu mede de verantwoordelijkheid over wat hij of zij leerde. In 1923 zette Freinet een drukpers in de klas zo kon het geschreven woord van de leerlingen bewaard en verspreid worden. Het werken met de drukpers versterkte zijn gedachte dat de methode de school uit moest.
Freinet begon verschillende artikelen te schrijven voor vakbladen, hierdoor kwam er contact met collega’s over ervaringen uit hun klassenpraktijk en ook de leerlingen uit de groepen correspondeerde. In 1927 kwamen de corresponderende leerkrachten voor het eerst op een congres in Tours bij elkaar. Hier deden 41 deelnemers aan mee.
In 1932 werd er een congres gehouden. Een aantal deelnemers kwamen kijken naar de school van Freinet. Daaronder een aantal Russen. Het gerucht werd verspreid dat Freinet voor de communisten zou spioneren. Er vormden zich twee partijen: één voor en één tegen Freinet. De strijd breidde zich langzaam uit tot een ware schoolstrijd met veel geweld. Dit haalde de landelijke pers. Door heel Frankrijk werden circulaires verstuurd en er werd een actiecomité voor Freinet opgericht. Ondanks dat werd Freinet in 1933 ontslagen. Op landelijk niveau werd het onderzoek naar de beweging voortgezet en er ontstonden ook rellen rond andere Freinet leerkrachten. Ondanks dat de meeste onderwijsinspecteurs gunstig oordeelde over Freinetgroepen die ze tegen kwamen.
In 1934 bouwde Freinet samen met leerlingen een huis om tot school bij Vence. De tweede wereld begon echter niet veel later en Freinet werd gearresteerd en in een gevangenenkamp geplaatst. In 1941 kwam hij vrij en nam leiding van de plaatselijke verzetsbeweging. Direct na de bevrijding in 1945 steeg het aantal aanhangers van zijn ideeën sterk. Tussen 1946 en 1950 schreef Freinet een aantal boeken. In 1948 richtte hij het Institut Coöpératif de l’Ecole Moderne (ICEM) op. Alle activiteiten voor de verspreiding van zijn ideeën werden door deze organisatie gebundeld. Freinet vervolgde zijn auteurswerk en in 1957 werd een contactorganisatie voor de diverse Freinetgroepen in allerlei landen opgericht. Met de naam FIMEM (Féderation Internationale des Mouvements de l’Ecole Moderne) de standplaats werd Cannes. In 1965 deed Freinet het laatst zelf mee aan één van de congressen. Op 8 oktober 1966 overleed hij. Na zijn dood bleef het aantal leden van de Freinet beweging stijgen. Freinetonderwijs wordt inmiddels wereldwijd aangeboden. In Nederland zijn er +/- 15 Freinetscholen en in België +/- 44.
Freinet: “Niemand werkt graag zonder te weten waartoe har inspanning dient, zonder over het te bereiken doel mee te kunnen beslissen, dus het werk van de kindern moet plaatsvinden in een voor hen zinvolle context”
Kenmerken
De manieren van werken bij het freinetonderwijs ontstaan uit de praktijk. Freinetonderwijs is enerzijds individueel en taakgericht. Anderzijds is het gericht op het leren samenwerken en het aanleren van sociaal gedrag. Een Freinet-school is een Anti-autoritaire school. Niet de leerkracht is de baas maar een collectief van leerlingen, leraren en ouder’s.
Kenmerkend is dat de belevingswereld van kinderen gebruikt wordt. Door gebruik te maken van werkhoeken, dag- en weekplannen, klassenvergaderingen, natuurlijk lezen, levend rekenen, druktechnieken en nog veel meer (verder op in meer over deze technieken). De school ziet er uit als een werk plaats. Doordat de klas is ingedeeld in deze werkhoeken, waar kinderen alleen of samen werken aan zelfgekozen activiteiten.
Freinetonderwijs leidt op tot zelfstandige, taakgerichte en kritisch denkende mensen,
die goed kunnen samenwerken met anderen en oog hebben voor de ander in de groep. Freinetscholen
verschillen van elkaar maar hebben dezelfde uitgangspunten
namelijk:
- Leren volgens de natuurlijke methode, De leerstof moet aansluiten bij de ervarings en interessewereld van het kind. (ze doen aan ontdekkend leren)
- Tastenderwijs uitproberen van nieuwe mogelijkheden, Om tot zelfontplooiing te komen moet je de wereld om je heen beheersen. Daarom is het van belang dat je openstaat voor nieuwe situaties en dat je die al tastend en gissend onderzoekt.
- Vorming voor en door werk, Volgens Freinet is werk een behoefte van elk mens. In de onderwijssituatie streeft Freinet dan ook niet een speel-leerklas na, maar een werksituatie die is afgestemd op het niveau van het kind
Freinet: “De democratie van morgen wordt voorbereid door de democratie op shcool. De school kan door haar voorbeeld de echte democratie voorbereiden. Een autoritair schoolsysteem kan geen democratische burgers vormen.”
De visie Onderwijs
Freinet vindt dat je het meest leert van zaken die je zelf ontdekt hebt. En leren doe je met vallen en opstaan. De ontdekkingen worden op allerlei manieren benaderd en zo worden spelenderwijs schoolse elementen opgenomen zoals:
- erover praten,
- het tekenen,
- erover schrijven,
- ermee aan het rekenen slaan,
- waar komt het vandaan,
- waar bestaat het uit,
- waarvoor zou je het nog meer kunnen gebruiken.
Deze constante stroom van ‘nieuwe dingen’ maakt kinderen minder
bevreesd voor het nieuwe en zorgt ervoor dat zij zich ook op latere leeftijd in
nieuwe situaties durven te begeven. Vaste (lees: voorspelbare) programma's, methoden
en technieken zijn daarom op een Freinetschool niet te vinden.
Straffen en belonen bij Freinet: Freinet keurt straffen af. Als straf nodig blijkt, dan moet dat altijd als een uitzonderlijke maatregel bekeken worden, als iets wat eigenlijk niet hoort. Idem voor de beloning: het werk zelf is belonend. Aan werk een andere beloning verbinden is misvormend.
Ontwikkeling
Freinet vindt het belangrijk dat kinderen naar vermogen kennis en vaardigheden verwerven en opgroeien tot volwaardige, gelukkige mensen die in staat zijn om een positief leefklimaat te scheppen en te behouden. In deze visie is het belangrijk dat de kinderen:
- een positieve en kritische kijk op de samenleving ontwikkelen
- Betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving
- zich op gepaste wijze weerbaar weten op te stellen
- weet hebben van rechten en plichten of deze met elkaar bedenken en hiervoor opkomen
- vanzelfsprekend met tolerantie en respect omgaan met anderen
- normen en waarden meekrijgen die leven in onze maatschappij
- worden gestimuleerd en mogelijkheden krijgen om zich te verwonderen, te ontdekken en zodoende kennis en vaardigheden te ontwikkelen al naar gelang hun mogelijkheden en behoeften
- kennis, inzicht en vaardigheden verwerven en uitdragen die een passende aansluiting op het vervolg onderwijs waarborgen
- leren omgaan met de veelheid van keuzes en informatie die op hen afkomt
- hun probleemoplossend vermogen ontwikkelen
Opvoeding
Zoals gezegd is een Freinet-school is een Anti-autoritaire school, dat wil zeggen ten aanzien van de opvoeding is het idee van gelijkwaardigheid en democratie. Volgens Freinet zijn kinderen niet gelijk, maar wel gelijkwaardig en moeten ook als zodanig behandeld worden
Volgens Freinet zijn kinderen weetgierig. Ze zijn niet geïnteresseerd in het leren van allerlei feiten, maar wel in de werkelijkheid om hen heen. Kinderen willen de werkelijkheid niet alleen kennen, maar net als een volwassene deze ook manipulatie leren beheersen. De school moet aansluiten op deze behoefte.
Visie op opvoeding: Opvoeding en leren moet vooral op een natuurlijke manier plaatsvinden. Freinet streefde naar een zo perfect mogelijke overgang van de thuis- naar de schoolsituatie.
De omgang Kinderen met elkaar
Kinderen werken veel samen met O.A. praatrondes en klasse vergaderingen maar ook werkstukken en andere projecten. Ze laten hun werk zien in klasse vergaderingen. Hier wordt op gereageerd en de leukste werkje wordt uitgekozen om verder er mee iets met de hele klas te doen door b.v. in de klasse krant te plaatsen. Ook worden er problemen aangedragen waar over gepraat wordt en oplossingen worden bedacht. Ook worden er afspraken onderling gemaakt. Verder vragen de kinderen eerst hulp aan elkaar dan pas anderen. Is nu overal maar Freinet was hier in zijn tijd vooruit
Personeel met de kinderen
Als leerkracht moet je proberen een brug te slaan tussen het enthousiasme van de kinderen en wat de onderwijscultuur eist. Leerkrachten en ander personeel gedraagt zich tegen over de leerlingen niet als autoritair persoon maar als een gelijke. De school wordt samen met de kinderen (en ouders) geleid.
In de Schoolkrant van Freinet na begin van correspondenties: “28 oktober 1924: Nu zijn we niet meer alleen”
Ouders
De rol van de ouders is groot bij Freinet. ouders worden beschouwd als volwaardige partners in de discussie over de uitgangspunten en de wijze waarop de school die poogt te realiseren. Daarbij komen allerlei vragen aan bod.
Het bestuur van een Freinet-school bestaat dan ook uit ouders en leerkrachten. De ouders en de leerkrachten kunnen ook in klassenvergadering informatie uitwisselen, een kritische noot leveren en voorstellen doen. Hier kunnen de ouders een werkgroep samenroepen om een antwoordt op vragen te zoeken.
Gesprekken tussen school en ouders gaan dus niet alleen over een evaluatie van individuele kinderen, maar ook over meer algemene problemen zoals: hoe verloopt de continuïteit naar het secundair onderwijs, laat de Freinetbenadering toe het klassieke leerplan af te werken, hoe wordt de remediëring ingepast voor kinderen die het met het schools leren wat moeilijker hebben, wat is de rol van de leerkracht in een onderwijssysteem waar het initiatief bij de kinderen ligt, in welke mate is de klassieke 'scholing' van ouders, leerkrachten en sommige kinderen een hinderpaal om de Freinetbenadering te realiseren, wat wordt van kinderen verwacht dat ze thuis verder uitwerken en wat is de bijdrage van de ouders daarin, enz.
Daarnaast vormen de ouders een verrijking bij de cultuur en de deskundigheid van de leerkrachten. Het is belangrijk dat ouders die zelf ambachtsman, wetenschapper,... zijn in de klas kunnen fungeren als modellen informatiebron. Ook aan een aantal praktische noden van een school kunnen ouders tegemoet komen: bijkomende begeleiding bij uitstappen, organiseren van feestelijke activiteiten, uitvoeren van klusjes, e.d.
Freinetonderwijs is: “een creatieve en flexibele onderwijsvorm, waarbij het kind centraal staat in zijn eigen leef- en belangensfeer, als een sociaal persoon, met eigen standpunten en vragen en met zijn eigen onderzoekingen en experimenten”
- Elke autoritair bevel is fout
- Dwang werkt verlammend
- De leerkracht staat niet boven zijn leerling
- Het beheer van de school gebeurd in coöperatie door hen die in de school leven, dus leerlingen, leerkrachten en ouders.
Elke klas is een leefruimte met eigen regels. Deze regels zijn tot stand gekomen in het groepsleven zelf: het zijn eigen afspraken die de groep gemaakt heeft. De leerkracht is een (belangrijk) lid van deze groep. Samen bepalen ze de rechten en plichten waar elk lid van de groep zich aan te houden heeft. Deze regels geven aan wat kinderen wel/niet kunnen en mogen doen. Maar ze beschermen ook iedereen opdat elk lid van de groep als individu en als lid van de groep aan zijn trekken zou komen.
Freinet: “Zelf gekozen bezigheden geven meer voldoening - zelfs al zijn die taken soms moeilijker dan de opgelegde.”
Individuele behoeften en mogelijkheden
Om aan de individuele behoeften en mogelijkheden van de leerlingen te voldoen is veel gedaan. Kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor inrichten van het lokaal en ook maken ze hun eigen rooster, met wat ze gaan doen.
De Onderwijsassistent
Een onderwijsassistente op een Freinetschool heeft de zelfde plaats en taken als op andere scholen. De algemene functies van een onderwijsassistent op alle scholen zijn:
- Het op zijn aanwijzing ondersteunen van de leerkracht in de onderbouw bij het verrichten van eenvoudige routinematige onderwijsinhoudelijke taken.
- Het begeleiden van leerlingen bij de verwerving van vaardigheden
- Het leveren van een praktische/organisatorische bijdrage aan het klassenmanagement
- Het verrichten van overige werkzaamheden die verband houden met de functie.
Met andere woorden: Het ondersteunen van de leerkracht.
technieken
Bij Freinet worden verschillende technieken/werkvormen gebruikt. Vele hier van zijn al eens genoemd. Hier onder staan er een aantal op een rijtje van de in de praktijk gebruiken technieken:
werkplannen,Freinetkinderen beginnen met het plannen van wat ze gaan doen de hele week. Een werkplan is meestal een papier waarop leerlingen het werk aangeven dat ze die week gaan doen.
Vrije werktijd, hier in kan van alles gedaan worden, voornamelijk de tijden die op de eerste dag van de week zijn geplant
Vrije tekst, Zeg je Freinet zeg je (bijna gelijk) Vrije teksten. De vrije tekst is dan ook in Freinetgroepen de spil van het taalonderwijs. De naam zegt het al: leerlingen bepalen zelf wanneer ze schrijven, waarover ze schrijven en in welke vorm ze dat doen. Gemaakte teksten voorlezen, enkele teksten optimaal bewerken, deze vermenigvuldigen en verspreiden of sommige onderwerpen uitdiepen is de technische oplossing die Freinet leerkrachten vonden om geschreven taal voor leerlingen tot een zinvolle, motiverende en in het schoolwerk geïntegreerde aangelegenheid te maken. V.b. van vrije teksten:
Het is mistig buiten
Dat zag ik door de ruiten
Karin, 8 jr.
bright loopt in de duinen
hij wilt duiken in de zee
hij zwemt bij de visjes
en de visjes kietelen aan zijn tenen
Emile
Tekstbespreking, Een in de klassenvergadering gekozen tekst wordt door de groep besporken. Deze tekst staat op het bord of is vermenigvuldigd (via de drukpers). Hij wordt ‘vervolmaakt’ wat betreft helderheid, bedoeling van de schrijfster, logische opbouw en soms spelling. De inbreng van de leerlingen bij veranderingen is groot, maar de schrijfster houdt een belangrijke stem. Bij het bespreken van de tekst wordt rekening gehouden met de toekomstige lezers, familie, kennissen, andere scholen etc.
Druktechnieken, Freinet was erg bezig met de druk pers. Hier mee worden teksten vermedevuldigd en kunnen dus verspreid worden en langer bewaard. De drukpers is nog steeds belangrijk in het Freinet onderwijs. Er kunnen onder andere de klassen- en schoolkranten mee worden gemaakt. Drukvormen beelden iets uit dat vertekd, getekend of geschreven is. Wat je drukt, kun je in een oplage verspreiden. Er zijn verschillende soorten druk v.b. stofdruk, kartondruk, boombladeren, linodruk en lijmdruk.
Vaste activiteiten, Dit zijn de vakken die moeten worden gedaan, om de kerndoelen van het basisonderwijs te behalen.
Titel eerste (grote) artikel van Freinet: “Plus de manuels scolaires “(Geen methodeboekjes, geen lesjes) (1925)
Klassenraad, ook wel klassen-vergadering of praatronde (België), Deze vergadering is de spil waar de dagelijkse organisatie om draait. In die vergaderingen gaat het om de regeling en organisatie van het groepsleven. Teksten worden voorgelezen, meegebrachte spullen getoond en besproken, werk worst uitgewisseld en van commentaar voorzien. Ook worden er conflicten doorgenomen en verantwoordelijkheden voor de goede gang van zaken verdeeld. Alle zaken die het leven in de groep betreffen komen aan bod. Iedereen wordt serieus genomen en praat zoveel mogelijk gelijkwaardig mee. Vaak is 1 van de leerlingen een aangewezen tot voorzitter en een ander tot notulist. Ook is er dikwijls een boek en de muurkrant (zie volgende stuk) waarin de kinderen die iets willen inbrengen dat op kunnen schrijven.
De muurkrant, De muurkrant is een groot stuk papier aan de muur, een stuk schoolbord of een schift dat op een makkelijk bereikbare plaats hangt, waarop of waarin de leerlingen en de leerkracht vragen, felicitaties en klachten kunnen schrijven. Deze opmerkingen worden (ook) in de klassenvergadering besproken.
Klassendiensten, Bij klassendiensten wordt een groot aantal dagelijkse activiteiten verdeeld en uitgevoerd (als schoonmaken, opruimen en ordenen) die nodig zijn om goed te kunnen werken. Hierbij nemen en dragen de leerlingen steeds meer zelf de verantwoording.
Natuurlijk lezen, Leren lezen aan de hand van taal en teksten van de leerlingen. De koppeling van technieken en inhouden is van begin af aan belangrijk. Alles vindt plaats in een voor de leerling zinvol verband. Taal vaardigheden worden verder nog bevordert door: vrije tekst, praatronde, toneel, taalhoek, correspondentie, klassenraad, drukkerij, oefenpakketten, klassenkrant, projecten/onderzoeken etc.
Natuurlijk rekenen, Er gebeurt van alles in de groep, er wordt materiaal meegenomen, er wordt geteld en vergeleken en er worden verhalen verteld. Aan deze activiteiten kunnen rekenaspecten zitten. De leerkracht kan deze tot een gezamenlijke rekenactiviteit maken.
Schoolcorrespondentie, Een Freinetschool wisselt meestal goed gevulde enveloppen uit met een (freinet)school in een andere omgeving (of land). Leerlingen laten werk zien aan leeftijdgenoten, delen ervaringen en ontdekkingen met anderen. De inhoud kan o.a. bestaan uit: teksten, klassenkranten, werkstukken/studies, cassette- en videobanden en (ander) creatief werk.
Klassenkrant, Klassenkrant: Een eigen krant van de leerlingen, die een beeld geeft van wat er gaande is in de groep en die gelezen wordt door de leerlingen zelf, ouders, buren en ook door de andere groepen in school. Soms ook de corresponderende scholen.
Dagboek, Een grote map, waarin elke dag gebeurtenissen uit de groep worden weergegeven door middel van teksten, tekeningen, foto’s etc. Er wordt in gewerkt door leerlingen en leerkracht.
Hoeken, Er zijn in een freinet lokaal zijn er vele hoeken, dat moet ook wel als je ziet hoeveel technieken er gebruikt worden. Elk kind heeft weer een andere hoek waar hij alleen of samen met (een) klasgenoot(jes) aan opdrachten werkt. De meer bekende hoeken zijn: De drukhoek, Studiehoek, Ondekhoek, Meet- en weeg hoek. Nog meer voorbeelden van hoeken zijn: Constructiehoek, knutselhoek, muziekhoek, schilderhoek, kookhoek, puzzelhoek, (gezelschap)spelletjeshoek, vouwhoek, poppenhoek, toverhoek, etc.
Interview
Om te vergelijken tussen de theorie en de praktijk is een interview een goed middel. Via de mail heb ik een aantal scholen gevraagd of ik ze mocht interviewen. De directeur van Freinetschool Delft stemde daar mee in. Hier onder staat het resultaat.
Naam school: Freinetschool Delft Plaats: Delft, Nederland Uw functie: directeur
1. U bent een Freinetschool, waarom is hier voor gekozen?
Ooit in de jaren zeventig vanuit een wens om een speelleersituatie tot stand te brengen tussen de toenmalige kleuterschool en de toenmalige lagere school. Zes paren van scholen in Delft kozen daar toen voor, omdat er een nieuwe directeur op één van de scholen kwam die Freinet persoonlijk kende en men natuurlijk ook enthousiast was.
2. Hoe wordt er verkomen dat een kind niet steeds dezelfde dingen doet? Of zijn teksten elke keer worden gekozen tijdens klassenbesprekingen?
Via het werkplan vindt sturing plaats. Teksten kunnen op meerdere wijzen gekozen worden, waardoor iedereen een kans krijgt, geboren schrijver of niet.
3. Wat is de visie van de school op onderwijs, ontwikkeling en opvoeding
We gebruiken pressies dezelfde visie als freinet.
4. Geeft uw school rapport cijfers? Wordt dit nog op een andere manier gedaan dan een basisschool die niet met Freinet werkt?
We werken met een ontwikkelingsvolgmodel en een rapport dat onze indrukken weergeeft naast de CITO-resultaten voor rekenen, lezen en spelling
5. Hoe wordt er verwacht dat de kinderen met elkaar omgaan?
We willen dat iedereen respect voor elkaar toont en de ander behandelt zoals hij zelf behandeld zou willen worden. We hebben het in zessterrenposters visueel uitgewerkt. Deze posters hangen in alle klassen.
6. Hoe speelt de school in op individuele behoeften en mogelijkheden van kinderen?
Vrije werkplantijd, individuele keuzes bij b.v. werkstukken, individuele taken gestoeld op de mogelijkheden van elk kind.
7. Hoeveel uur per week zijn de kinderen ongeveer buiten?
Je bedoelt de pauzes. Zo'n anderhalf uur. Kleuters veel meer.
8. Wat is de rol van de ouders?
Ouderparticipatie heeft een grote rol. We hebben een heleboel werkgroepen en ouders mogen ook op andere manieren meehelpen. De deur staat open.
9. Wat zijn de belangrijkste regels bij U op school? Wat mag absoluut niet of juist wel?
Hebben betrekking op geweld , pesten en schelden. Mag niet. Staan in de schoolgids met sancties erbij.
10. Werken er bij U onderwijsassistentes? Zo ja, wat is hun plaats en taak? Zo nee, hoe komt dat?
Twee op het GOA-deel van de school bij de kleuters. Ze werken ondersteunend bij een leerkracht en hebben een rol bij het uitvoeren van het voorschoolprogramma Kaleioscoop.
11. Heeft U elke week een weekafsluiting? Hoe gaat dat in zijn werk?
Op sommige locaties waar er ruimte voor is wel. Over een jaar krijgen we een tweede gebouw met een podium. Op twee andere gebouwen hebben we die faciliteiten niet. Er worden vooral toneelstukjes opgevoerd.
12. Schrijft U ook met andere (Freinet)scholen? Hoe gaat dat in zijn werk?
Ja, schoolcorrespondentie hoort bij Freinetonderwijs. Het gaat meestal om groepscorrespondentie met op het tweede plan wat individuele correspondentie. We corresponderen met scholen over de hele wereld.
Freinet: “De school cultiveert een abstracte vorm van intelligentie die zich - ver van de levende werkelijkheid - voedt met woorden en ideeën vastgelegd door het geheugen”
Onderwijsleeractiviteit doelgroep: eerste leeftijdsgroep (groep 1 en 2) Activiteit: De Onderwijsleeractiviteit die ik heb gekozen is een gesprek in de klassenraad. Het is nu bijna december en de kinderen kunnen niet wachten tot 5 december. In de klassenraad bespreken we wat iedereen in zijn schoentje heeft gekregen die ochtend. Vervolgens vertellen wat we willen van de Sint.
Bronnen Boeken titel- Auteur- Druk jaar- ISBN
Een Freinetschool- C.A.M. Doekemijer- 1984- 90-276-0564-5
Basisonderwijs (316)- M. van Eijkeren - 2000- 90-425-1334-9
De actualiteit van Freinet- W.A. Jansen Schoonhoven- 1979- 90-255-9909-5
Ik ben waarschijndelijk groot- Mieke Kijne- 2000- 90-6665-193-8
Freinet onderwijs- Jeroen Tans & John Bronkhorst- 1993- 90-321-0629-5
Onze klas heeft wel 14 werkhoeken- Henny de Groodt & Mariet Simon- 1987- 90-70961-18-0
Een Freinetschool in beeld- Ronni Hermans- 1987- 90-6565-163-2
Kiezen voor een basisschool- Ruud Kruis- 1995- 90-5574-070-5
Voor het eerst naar school maar welke- Maarten Evenblij & Lin Tabak- 1998- 90-417-0108-7