Terug
Muziekactiviteiten
Door:Lottie Verheij
Instrumenten maken
Doelgroep: 8 – 12 jaar
Doel: Fijne motoriek, op een gezellige manier met elkaar bezig zijn
Materialen blokfluit: Keukenrol, verf, schaar.
Materialen schudkoker: Wc-rolletje, rijst, verf, stevig papier, schaar,lijm.
Materialen trommel: Bus (bijvoorbeeld de verpakking van Jodenkoeken), ballon,verschillende kleuren papier, lijm, schaar
Uitvoering blokfluit: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Je laat de kinderen de keukenrol verven en daarna moeten ze deze goed laten drogen. Vervolgens moeten ze de bovenkant iets plat drukken en de zijkantjes er vanaf knippen. Tenslotte moeten de kinderen gaatjes maken van boven naar beneden en de blokfluit is klaar om mee te gaan playbacken. Je ruimt, eventueel samen met een paar kinderen, op.
Uitvoering schudkoker: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Je laat de kinderen het wc-rolletje verven en daarna deze drogen. Vervolgens knippen de kinderen uit het stevige papier twee rondjes, zodat het wc-rolletje dichtgeplakt kan worden. Daarna moeten de kinderen het rolletje aan een kant dichtplakken en hem vullen met een beetje rijst. Ten slotte moeten de kinderen de andere kant dichtplakken en de schudkoker is klaar. Je ruimt, eventueel met een paar kinderen, op.
Uitvoering trommel: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Je laat de kinderen de bus aan de buitenkant versieren met stukjes papier, dit kan bijvoorbeeld ook met verf. Daarna knippen de kinderen van de ballon het tuitje af en spannen de ballon over de bovenkant van de bus en de trommel is klaar. Je ruimt, eventueel met een paar kinderen, op.

Liedjes uitbeelden
Doelgroep: Kinderen van 8 tot 12 jaar
Doel: Grove motoriek ontwikkelen, cognitieve vaardigheid vergroten en concentratie
Materialen: Lokaal en stoelen.
Uitvoering: Een persoon begint in het midden van het lokaal een liedje uit te beelden. Iedereen die weet welk liedje uitgebeeld wordt, gaat mee uitbeelden. Als het te druk wordt of het uit te beelden liedje is te moeilijk blijkt, roept iemand zingen en zet iedereen het uitgebeelde lied in, waardoor blijkt dat men het lied goed of fout had. Het midden van het lokaal wordt weer vrijgemaakt en iemand die weer een liedje weet, kan opnieuw beginnen. Je geeft aan wie als laatste het liedje nog mag afmaken en vraag aan de kinderen of ze weer op hun stoelen willen gaan zitten.

Knuffeltje zacht (kan ook bij bewegings- en dansactiviteiten)
Doelgroep: Kinderen van 4 tot 6 jaar
Doel: Grove motoriek ontwikkelen
Materialen: Knuffels, het liedje en een lokaal
Uitvoering: De kinderen staan vrij in het lokaal, elk kind heeft zijn eigen knuffel. De kinderen zingen het eerste coupletje met hun knuffel in de armen. (4 tellen) Als de kinderen het coupletje hebben gezongen gaan ze dansen, springen, hollen, hinkelen, sluipen of kruipen. (al naar gelang de tekst van het liedje) (8 tellen) De kinderen gaan weer klaar staan om het volgende couplet te zingen. Als alle coupletten zijn geweest maken de kinderen weer een kring en mogen ze vertellen hoe ze het vonden.

Songfestival
Doelgroep: Kinderen van 12 tot 16 jaar (tieneropvang)
Doel: Sociale ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling
Materialen: Lokaal met podium, microfoon en geluidsinstallatie
Uitvoering: Je vertelt de kinderen dat je een songfestival wilt gaan nabootsen en vraagt ze om allemaal een liedje in te studeren, dat ze vervolgens op het podium kunnen zingen. Je vraagt de kinderen om te vertellen welk liedje ze gaan zingen, zodat je op de dag van de optredens een lijstje kan geven met de namen van de kinderen en de liedjes die ze zullen gaan zingen. Op de dag van de optredens zorg je van tevoren dat de geluidsinstallatie en de microfoon werken en dat de lijst met namen en liedjes klaarliggen. Als alle kinderen er zijn, laat je ze één voor één hun liedje zingen. Halverwege las je een pauze in, waarin er wat gedronken en gepraat kan worden. Als iedereen hun liedje gezongen heeft, moeten alle kinderen aangeven wie zij het best vonden zingen (waarbij ze niet zichzelf mogen kiezen). De tiener met de meeste stemmen wint het songfestival. Na afloop moeten de geluidsinstallatie en de microfoon weer losgekoppeld worden en opgeruimd worden (misschien vinden een paar tieners het leuk om hierbij te helpen).

Kinderliedjes aanleren
Doelgroep: Kinderen van 0 tot 4 jaar
Doel: Cognitieve ontwikkeling en concentratie bevorderen
Materialen: Verschillende kinderliedjes
Uitvoering: Na bijvoorbeeld een kaakje eten gaan we een paar liedjes zingen. En voor het middageten bijvoorbeeld smakelijk eten zingen. En ’s middags bij/na het fruit eten. Bepaalde liedjes herhaal je elke dag. Op den duur laat je de kinderen 1 voor 1 zelf liedjes kiezen die je dan ga zingen.

© Lionne Reijsbergen 2005
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------