De peuter
De peuter en de sociaal-emotionele ontwikkeling
De sociaal-emotionele ontwikkeling van een peuter bestaat uit een aantal verschillende stappen:
- Negativisme
- Ik-face
Het negativisme wordt geassoneerd met het vaak nee zeggen deze koppigheid is het teken dat de peuter begint zelfbewustzijn te worden. Hier uit vloeit dan ook de ik-face waar het kind alles zelf wilt doen.
Een peuter is nog erg egocentries. Als ze spelen, spelen ze solitair wat betekend dat ze in hun eentje spelen. Vaak zijn er wel leeftijdsgenootjes in de buurt maar het samen spelen moeten ze nog leren. Aan het eind van de peuter tijd hebben ze dat al een klein beetje geleerd maar niet veel. Het ontwikkelen van een basisveiligheid gaat verder. Er is sprake van een veilige hechtingsrelatie met vader, moeder en andere vertrouwde volwassenen. De belangrijkste stappen in de sociaal-emotionele ontwikkeling kan je terug vinden in de tabel.
Tabel Sociale en emotionele ontwikkeling 15 maanden tot 3 jaar
Leeftijd: 15-18 maanden
Vaardigheid: het kind begint zich te laten gelden en toont zijn vastbeslotenheid door te proberen je zijn wil op te leggen. Driftbuien komen op deze leeftijd veel voor. Op belangrijkste terreinen van zijn leven wil de peuter meer zelf doen, vooral als het om eten en aankleden gaat. Het kind is gefascineerd door andere kinderen en bestudeert ze aandachtig wanneer hij bij ze is.
19-21 maanden
Het kind geeft er af en toe blijk van dat hij bijna klaar is voor de zindelijkheidstraining, hoewel hij waarschijnlijk nog niet voldoende controle heeft over zijn blaas om daadwerkelijk te beginnen. Door zijn toenemende assertiviteit gaat het kind je uitdagen. Als jij weigert hem zijn zin te geven komt zijn frustraties tot uiting. Het kind doet zijn best om je aandacht vast te houden, door tegen je te praten of door je te betrekken bij zijn spel. Hij of zij stelt nu meer prijs op je gezelschap
22-24 maanden
Een kind van 2 kan slecht samen ergens mee spelen. Hij pakt rustig zonder te vragen een speeltje van een ander kind af, maar huilt als dat kind het speeltje terugpakt. De peuter doet nu over het algemeen meer zelf. Zelf eten gaar steeds beter en de zindelijkheidstraining is begonnen, ook al blijft hij overdag misschien nog niet helemaal droog. Hij vindt het niet leuk als je even weggaat. Soms huilt de peuter en klemt aan je vast het kind beseft dat je hem bij iemand anders wilt achterlaten
25-30 maanden
De peuter kan zich steeds beter redden. Hij geniet van de nieuwverworven vrijheid die zijn zelfstandigheid hem geeft, ook al is hij nog een groot deel van de tijd van de opvoeder afhankelijk. Het kind heeft de face van solitaire spel (waarbij hij alleen speelt) achter zich gelaten en speelt nu naast andere kinderen. Soms probeert hij al samen met hen te spelen. De peuters verlangen om zelf op onderzoek uit te gaan en meer dingen zelf te proberen resulteert ook vaker in frustratie en mislukking. Soms kan hij wanhopig zijn.
31-36 maanden
Waarschijnlijk is de peuter nu overdag droog (hoewel ‘ongelukjes’ nog wel voorkomen). Ouders en verzorgers kunnen overwegen om hem ook ’s nachts zindelijk te maken. Ook al zijn de sociale vaardigheden van de peuter big niet voldoende ontwikkeld, toch ontstaat er soms een speciale vriendschap met 1 bepaald kind, waarschijnlijk het kind dat de peuter het vaakst ziet. De peuter wordt zich meer bewust van de gevoelens van anderen, met name wanneer ze verdriet hebben, en doet pogingen om iemand die het moeilijk heeft te helpen en te troosten.
De peuter en fantasie
Twee meisjes spelen in de poppen hoek. Dan hoor je vaak zeggen ‘nu ben jij de vader en ik de moeder, maar jij moet nu eerst gaan werken.’ Met een beetje fantasie kan een simpele pop deel worden van een kompleet gezin of een bed een geheim donker hol.
Peuters hebben veel fantasie en die is het duidelijkst te merken als ze spelen. Een peuter vindt het nog moeilijk om fantasie en werkelijkheid uit elkaar te houden. Ze begrijpen niet dat het enge monster uit een verhaal maar een fictie figuur is, iets wat op papier is geschreven en niet echt bestaat. Kinderen zijn dan ook vaak bang voor fantasie – figuren zoals het bekende monster onder het bed.
Wat een peuter verzint, op tv ziet of uit een boek voorgelezen krijgt, is net zo echt als wat hij of zij om zich heen ziet. Het denkvermogen van de peuter is namelijk nog niet zover ontwikkeld dat hij of zij fantasie en werkelijkheid kan scheiden. Ook kan het kind nog niet precies begrijpen wat er om zich heen allemaal gebeurd en hoe dingen werken. Daarvoor gebruikt de peuter fantasie om zelf een oplossing te bedenken.
De fantasie van kinderen werkt vaak ook als uitlaat klep. In het spel wat ze spelen komen dingen voor uit hun dagelijks leven. Zouden de twee meisjes die vadertje en moedertje spelen beide ouders hebben die fulltime werken zullen ze ook spelen dat de pop naar de peuterspeelzaal gaat. Werkt alleen de moeder en is de vader thuis zullen ze dat ook zo spelen
Maar wat als de fantasie om slaat in angst? Als eerste moet je zelf mee spelen in de fantasie, ontkennen heeft helemaal geen zin ook belangrijk is dat je niet te veel mee gaat. Wat er nog meer te doen is kan je in het volgende artikel lezen. Verdere artikelen zijn ook hier onder te lezen:
