Terug
Onderwijs vroeger en nu

vroegere lager- en kleuteronderwijs

Informatie gevonden
-1900
* met invoering van leerplicht in 1900 veranderde o.a. dat er meer accent werd gelegd op zelfontwikkeling
* ook kwamen er vakken als creatieve vorming en gym bij.
* 1949 eerste gesubsidieerde LOM-school.
* Buiten gewoon onderwijs groeit sterk.

-In de jaren 50 en 60tig:
* word projectonderwijs geïntroduceerd. Er worden alternatieve ontwikkelt voor de organisatie van het leerstofjaarklassensysteem. Jenaplanonderwijs wordt geïntroduceerd.
* In de jaren 50 en 60tig wordt er al gewerkt om de stap tussen kleuterschool en basisschool te verkleinen. B.v. door de eerste klas (nu groep 3) om te vormen tot het zogenoemde ‘speelleerklasje’ Het specifieke karakter van het kleuteronderwijs blijft onomstreden intact.

-Jaren 70 en 80tig
* Ontstaan van documentatiecentrums (later mediatheek)
* Wordt gewerkt met de computer
* Functie van o.a. schoolbegeleidingsdiensten, SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling), CITO (Centraal Instituut toets Ontwikkeling) en LPC (Landelijke Pedagogische centra) nemen toe.
* Wordt geprobeerd doorbreken klassikale systeem
* School wordt verplicht een oudercommissie te hebben.
* 1976 kreeg de ouderparticipatie een wettelijke basis.
* Buitengewoon onderwijs wordt omgedoopt in speciaal onderwijs. En de overheid maakt zich zorgen over grote groei in deze richting. Er wordt bedacht dat een lichamelijk en/of verstandelijk ‘tekort’ koming van een kind niet een reden mag zijn om buitengesloten te worden van het basisonderwijs.
* 1985: interimwet;
* 1998; wet op het primair onderwijs

Tijdbalk reformpedagogiek




Bron: http://werkstuk.freddoweb.nl/basisschool/basisschool.htm

basisonderwijs nu

Schooltijden
Schooltijden bij de school van tegenwoordig verschillen vaak. De wet schrijft echter voor dat een leerling niet meer dan 5,5 uur per dag op school zit. leerlingen uit de groepen één tot en met vier moeten minimaal 3520 uur onderwijs krijgen in die eerste vier jaar. Voor leerlingen uit de groepen vijf tot en met acht is dat minimaal 4000 uur in de laatste vier jaar op de basisschool. In totaal moeten leerlingen in de basisschool dus minimaal 7520 uren les krijgen. lessen worden tegenwoordig gegeven van maandag t/m vrijdag en woensdag middag vrij. Meeste scholen sluiten rond 15.00 uur.

Klassengrootte
Er wordt vanuit de overheid hard gewerkt aan het verkleinen van de groepen. Dit O.A. in kader van de individualiteit. Er wordt naar gestreefd om klassen gemiddeld 20 leerlingen te laten hebben. Op dit moment zitten er echter in bijna een kwart van de klassen meer dan 30 kinderen. Uit een Amerikaans onderzoek is er gebleken dat het beste is dat er niet meer dan 17 kinderen in een klas zitten, maar dat is nu, zeker in de randstad, toekomst muziek.

Klassenopstelling
Klassen zitten tegenwoordig voornamelijk vaak in groepjes. Dit om de samenwerking te bevorderen. Verdere klassenopstellingen die voorkomen zijn in rijtjes, tijdens toetsmomenten, en in de kring zitten.

Schoolregels
Er zijn regels als:
- We blijven op het terrein
- voor schooltijd geldt dat we op het plein spelen en NIET ergens in de buurt
- We zorgen goed voor onze eigen spullen en die van een ander
- We spelen niet in het fietsenhok
- We hangen niet aan poorten of hekwerk
- In de school lopen we rustig en kalm
- De groten houden rekening met de kleinen
- In de school praten we rustig en kalm met elkaar
- Als we binnen zijn geven we elkaar de ruimte
- Als we spelen houden we rekening met elkaar
- We zorgen dat iedereen erbij hoort
- We zijn aardig voor elkaar
- Niet eten, drinken, kauwgom kauwen, mobieltjes etc. in de klas
- We hebben respect en eerbied voor elkaar
- We hebben eerbied voor elkanders spullen
- Etc. etc.

Straffen en belonen
Elke school heeft op dit onderwerp andere normen en waarden. over straffen en belonen zijn dan vaak genoeg discussies ontstaan en zijn er vele artikelen te vinden. Richtlijnen bij straffen is dat, dat straffen op zijn plaats is als een kind zijn of haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de anderen binnen de groep (klasgenoten, schoolgenoten, leerkrachten) en of ten opzichte van zijn of haar taak (de leerstof, opdrachten) niet heeft genomen of geweld heeft aangedaan. Een voorwaarde bij straffen is wel dat het kind wordt ingelicht waarom hij wordt gestraft en dat er serieus over gesproken word met hem of haar. Er wordt naar gestreefd om het kind in te laten zien dat zijn of haar gedrag niet door de beugel kon. Bij straffen kan er gedacht worden aan het niet naar buiten mogen in de pauze (een bezinningsperiode creëren), nablijven (verloren gegane tijd inhalen) en het maken van een zinvolle leertaak tijdens of buiten schooltijd (bezinning).

Natuurlijk worden kinderen ook beloond als ze iets goed doen. Belonen geschiedt in de vorm van de bekende pluim, een plaatje bij het werk, het tot voorbeeld stellen van het werk of anderszins.

Voor zowel het straffen als het belonen geldt dat deze middelen slechts met mate en met grote zorgvuldigheid worden toegepast

Leermaterialen en methoden
Doordat er verschillende soorten scholen zijn. Zijn er ook verschillende soorten leermaterialen en methodes. Typ op internet deze twee woorden in en er zullen veel verschillende soorten verschijnen. Een greep uit de methodes die veel gebruikt zijn, zijn namen als: wie dit leest en Veilig leren lezen (lezen), Taaljournaal (spelling), Pennenstreken (schijven), Wereld In Getallen en Pluspunt (rekenen), Hier en daar(Aardrijkskunde), In Onderwerp en Opdracht (Geschiedenis), Leefwereld (biologie) etc. qua leermiddelen wordt tegenwoordig veel gebruikt. Niet alleen liniaal, schriften, kleurpotloden, gum, inktpatronen en werkboekjes en vulpen zijn er aanwezig, ook materialen die spelenderwijs leersituaties aanbieden zijn steeds belangrijker geworden.

Omgaan met verschillen tussen leerlingen
Met het introduceren van het WSNS project zijn de verschillen tussen leerlingen steeds groter geworden. Maar door veel zelfstandig te werken wordt er ruimte gecreëerd voor individuele lessen aan leerlingen met een achterstand, of juist een voorsprong. Het is de bedoeling dat voor iedere leerling de lat zo hoog moet liggen dat het steeds een uitdaging is om de volgende stap in het leerproces te nemen. Dit in het kader van doelgericht streven naar goede leerresultaten bij kinderen. Het benadrukken van verschillen bij kinderen wordt zoveel mogelijk vermijd omdat dit kan leiden tot pesten, en elke school de regel niet pesten hoog in het vaandel hebben staan.

Speciaal- en buitengewoon onderwijs
Er waren een aantal speciale scholen voor kinderen met leer- en of ontwikkelingsmoeilijkheden (lom), voor moeilijk lerende kinderen (mlk) en speciale scholen voor in hun ontwikkeling bedreigde kind (iobk). Echter door een grote groei van deze school is er door de overheid geprobeerd zo weinig mogelijk leerlingen naar die scholen te sturen maar vele op hun eigen basisschool te sturen.

In 1998 is het speciaal onderwijs gesplitst in het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs.

Speciaal basisonderwijs Sinds 1998 zijn er geen afzonderlijke scholen meer voor moeilijk lerende kinderen (MLK-scholen), scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM-scholen) en hun afdelingen voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK-afdelingen). Voor kinderen met dit soort problemen zijn er nu de speciale scholen voor basisonderwijs. Deze kinderen - en alle anderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben - komen niet automatisch op een speciale school voor basisonderwijs terecht. Doel van het beleid "Weer Samen Naar School" (WSNS) is juist dat er op de basisschool zoveel mogelijk begeleiding en zorg voor leerlingen beschikbaar is. Om dat te bereiken werken speciale scholen voor basisonderwijs intensief samen met de basisscholen. Basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs vallen onder dezelfde wet: de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Voor beide scholen gelden ook dezelfde kerndoelen (streefdoelen voor wat een leerling moeten kennen en kunnen aan het eind van de basisschool). Wel kan een leerling er op een speciale school voor basisonderwijs eventueel wat langer over doen; speciale scholen voor basisonderwijs hebben een uitloopmogelijkheid tot 14 jaar.

Het speciaal onderwijs Naast de speciale scholen voor basisonderwijs, zijn er de speciale scholen. Deze scholen zijn voor lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met gedragsstoornissen. Voor deze groep kinderen zijn er in totaal tien soorten scholen, die in vier clusters onderverdeeld zijn.

Cluster 1: scholen voor visueel gehandicapte kinderen, of meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap
Cluster 2: scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps
Cluster 3: scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen met één van deze handicaps
Cluster 4: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.

Leerlingen kunnen tot hun twintigste jaar naar het speciaal onderwijs. Zij kunnen daar dus ook voortgezet onderwijs volgen. Het (voortgezet) speciaal onderwijs valt onder de Wet op de Expertisecentra (WEC).

Multiculturele samenstelling
Nederland is een multiculturele samenleving. Dit is niet alleen te merken op straat en in het nieuws maar ook in de klassen. Een klas met alleen kinderen die een Nederlandse achtergrond hebben is bijna niet meer te vinden. Er wordt hier in ingespeeld door vakken als Nederlands en Oriëntatiekunde nog belangrijker maker, in kader van de integratieproces

Invloed van religie en levensbeschouwing
Door de multiculturele samenstelling en het verlies van leden bij de kerk, is religie en levensbeschouwing steeds minder aanwezig in de school. De school vind het belangrijk dat kinderen weten wat een religie of levensbeschouwing inhoud dan dat de kinderen op school hun religie uitvoeren. Ook katholieke scholen binnen zelden tot nooit. Mijn oude stage plaats De wereldwijzer (omgedoopt van de Mariaschool) is een christelijke school maar er zaten vele andere geloven op en de religieuze overtuiging van de school was nauwelijks tot niet zichtbaar. Dit is natuurlijk niet op elke school maar gebruik ik als voorbeeld.

Rol van de onderwijzer
Simpelweg een les erin stampen is er anno 1998 niet meer bij. De rol van de leraar dijt uit. Klassikaal les geven zit er vrijwel niet meer in zelfstandig werken en kinderen individueel begeleiden is een rode draad geworden. Verder helpen onderwijzers bij problemen met en van kinderen en hun ouders

Ouder in de school
Iedere ouder kan meehelpen om de school beter te laten draaien. Door praktische hulp te bieden of door mee te praten en mee te beslissen over allerlei schoolzaken. Ze hebben zelfs recht op medezeggenschap.

Veel ouders zijn op de een of andere manier betrokken bij de school van hun kinderen. Er zijn scholen waar ouders het onderwijs praktisch ondersteunen. Sommige ouders helpen bij het werken in de groepen, bijvoorbeeld leesouders. Er zijn ook ouders die in de schoolbibliotheek helpen. Op andere scholen wordt het overblijven, de voor- of naschoolse opvang verzorgd door ouders. Ouders kunnen ook helpen met het organiseren van bijzondere activiteiten op school, zoals feesten, excursies, sportevenementen of schoolreisjes.

Elke ‘gewone’ school heeft verplicht een medezeggenschapsraad (bestaande uit: vertegenwoordigers van de ouders en vertegenwoordigers van het (onderwijzend) personeel.) Daarnaast hebben scholen soms een ouderraad of oudercommissie, maar deze hebben geen wettelijk geregelde rechten

Ouders worden ook betrokken met de school door tafeltjesavonden, rapportenavond of contactavond, ouderavonden of schoolconferenties etc.

Overgang van groep 2 naar groep 3
De overgang van groep 2 naar 3 is steeds beter geregeld. In groep 2 wordt er steeds meer (speelsgewijs) voorbereid op de overstap. En in groep 3 wordt er ook rekening gehouden met wat een kind wel en niet kan, zo dat ze niet de hele dag alleen op hun stoeltjes zitten en luisteren naar de leerkracht

Inzet van ander personeel
Naast de docent zijn er meerdere personeels leden aanwezig. Om de leerweg van de leerlingen te vergemakkelijken. Een greep uit de overige inzet baar personeel zijn: Klassenassistentes, LIO’s (leraar in opleiding dus de stagiaire), overblijf juf (vaak ouders, maar hoeft niet), remedial teacher en intern begeleider.

Buitenschoolse activiteiten
Naast de lessen in de klas wordt er tegenwoordig ook gym, handvaardigheid, zwemmen etc. gegeven. Buiten school (lestijden) wordt er ook vaak wel dingen geregeld. Zo wordt de school steeds meer een centrale plek in de wijk waar veel meer gebeurt dan alleen lesgeven. Een aantal zaken die buitenschool gedaan worden zijn: Overblijven, buitenschoolse opvang, verlangde schooldag en de brede school

Vergelijking vroeger en nu

Lestijden
voor de tweede wereld oorlog: vaak van Maandag t/m zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur
Daarna (nu): maandag t/m vrijdag (woensdag middag vrij) van 9.30-12.00 en 13.00-15.00

Klassengrootte
Tijd - leerlingen
1766 - 476
1900 - 50
Vanaf 1960 - Aantal zakte
1995 - Gemiddeld 30. helft van de klassen 40.
2002/2003 - Gemiddeld 20


Schoolgebouw
Niet veel verandert, sommige scholen zitten nog steeds in het zelfde gebouw als vroeger. De muur bedekking is alleen uitgebreider geworden met verschillende tekeningen en andere kleurrijke zaken.

Klassenopstelling
Van schoolbanken voor twee kinderen die in drie rijen staand. Naar iedereen zijn eigen tafeltje, afgestemd op zijn of haar lengte, die in groepjes staan.

Schoolregels
Weinig tot niets aan verandert.

Straffen en belonen
De straffen zijn lichter geworden.

Leermaterialen en methoden
Door de jaren heen zijn er steeds meer leermaterialen en methoden gekomen. Van vroeger alleen wandplaten en het leesplankje tot nu boeken, werkbladen, computers etc.

Omgaan met verschillen tussen leerlingen
Leerlingen krijgen meer individuele aandacht zodat de verschillende kinderen toch op hun niveau les krijgen. Vroeger werd er meer klassikaal les gegeven en kinderen die niet mee konden komen, wegens achter stand of andere redenen. Hadden pech en werden bestempeld als dom.

Speciaal- en buitengewoon onderwijs
Tegenwoordig moet er veel aan de hand zijn met een kind voor het naar een speciale school moet/mag. In vroegere tijden was dit heel anders en kregen veel kinderen het advies om een andere school te zoeken, die speciaal voor slecht lerende kinderen was.

Multiculturele samenstelling
Van klassen waar de schipperskinderen als enige niet in het dorp geboren waren naar klassen waar ieder kind wel een andere afkomst heeft.

Invloed van religie en levensbeschouwing
Religie en levensbeschouwing zijn nog steeds aanwezig als lessen, maar hebben geen invloed meer op de lessen, en vaak zelfs niet op het school beleid.

Rol van de onderwijzer
van orde houden en klassikaal les geven naar individueel les geven en ook andere problemen, dan die met school relevant, oplossen.

Ouder in de school
Van alleen maar komen als er problemen waren tot een verplichte medezeggenschapsraad waar ouders in zitten.

Overgang van groep 2 naar groep 3 / kleuterschool – klas 1
Deze overgang wordt steeds minder moeilijk.

Inzet van ander personeel
Van enkel de leerkracht tot nog veel meer personeel op school zoals: Klassenassistentes, LIO’s (leraar in opleiding dus de stagiaire), overblijf juf (vaak ouders, maar hoeft niet), remedial teacher en intern begeleider

Buitenschoolse activiteiten
Vroeger weinig tot geen nu heel veel, de school wordt het middelpunt van de wijk.

Bronnen

Boeken
titel - Auteur - ISBN
Onderwijs in Nederland - Jos Ahlers - 90-73460-50-6
Van kloosterklas tot basisschool - Dr. L.C. Stilma - 90-5574-381
Basisonderwijs (316) - M. van Eijkeren & H. Hautvast-haaksma - 0-425-1334-9


Internet
http://www.minocw.nl/ouderabc/index.html
http://www.obsschakel.nl/filosofie.html
http://www.minocw.nl/mvt99/1_15_11.htm
http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Basisschool/onderwijzers.html
http://werkstuk.freddoweb.nl/basisschool/basisschool.htm
http://www.schoolmuseum.nl/museum.html
http://145.75.88.235/chantal/school_van_vroeger.htm
http://www.geheugenvannederland.nl
http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/verslag.php?verslagid=9169
http://www.regenboognieuwendijk.nl/geschiedenis_school.htm
http://www.xs4all.nl/~remery/
http://www.historie-sliedrecht.nl/Gesch%20onderwijs.htm
http://www.deschoolanno.nl
http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/verslag.php?verslagid=2559
http://proto2.thinkquest.nl/~jrd126/basisschool.htm
http://www.picto.nl/wetprimair.htm
http://www.mijnkind.com/tips/onderwijs.asp
http://www.dse.nl/~leende/pw/onderwijs.htm


Overige
Knipselkrant J450, scholen
Eigen kennis van Lionne Reijsbergen

© Lionne Reijsbergen 2005

Deze site werkt met frame's zie je die niet? klik dan hier