Terug

Terug naar SPW

Seizoenactiviteiten
Door: Lottie Verheij

Winteractiviteiten

Aankleedsneeuwpop
Doelgroep:
Van 2.5 jaar tot 6 jaar
Doel: Fijne motoriek stimuleren, samenwerken.
Materialen: Viltstiften, potloden en een schaar
Uitvoering: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten, jongere kinderen help je. Je deelt de mallen uit en de viltstiften en/of potloden. Je vertelt de kinderen dat ze de sneeuwpop en de kleren mogen inkleuren. Als ze klaar zijn met inkleuren vragen ze aan de leidster(s) een schaar of prikpen/onderlegger. Bij de jongere kinderen knip jij de sneeuwpop en kleertjes uit. De kinderen kunnen nu de sneeuwpop gaan aankleden en misschien onder elkaar van kleding  wisselen
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (oudere kinderen kunnen hierbij helpen)

Schaatsen
Doelgroep:
8 t/m 12 jaar.
Doel: Een doelstelling is om de grove motoriek van de kinderen te stimuleren. Verder is het de bedoeling om een gezellige, leuke dag te organiseren voor de kinderen.
Materialen: Schaatsen, warme kleding, handschoenen, thermoskan warme chocolademelk, EHBO-doos. 
Uitvoering: Als het buiten een tijdje heeft gevroren vraag je aan de ouders of ze schaatsen voor hun kinderen mee willen nemen. Op een woensdag na het middageten vertel je de kinderen dat ze gaan schaatsen. De kinderen moeten hun jas, muts, sjaal en handschoenen aan gaan doen en hun schaatsen pakken en netjes in de rij gaan staan. Ondertussen heeft de stagiaire warme chocolademelk gemaakt. Een leidster telt alle kinderen en als iedereen alles heeft lopen we naar de dichtstbijzijnde sloot of grote plas. Je laat de kinderen op een steiger/vlonder zitten en helpt ze met hun schaatsen aan te doen. Als iedereen klaar is ga je met ze allen op het ijs. De kinderen die het eng vinden of vaak vallen geef je extra aandacht. Na 20 minuten geschaatst te hebben roep je alle kinderen bij elkaar en geef ze warme chocolademelk. Een leidster telt weer alle kinderen. (onder het schaatsen word dit ook een paar keer gedaan) De kinderen de klaar zijn met drinken mogen weer verder schaatsen. Na 20 minuten geschaatst te hebben roep je alle kinderen bij elkaar. Je helpt de kinderen een schaatsen uit te doen en hun schoenen weer aan te doen. Ondertussen telt een leidster weer alle kinderen en als iedereen compleet is en alle spullen hebben lopen we terug naar de bso. Bij de bso aangekomen worden weer allen kinderen geteld. De kinderen mogen lekker vrij gaan spelen.
Evaluatie: Je vraagt de kinderen of ze het leuk vonden. Je hebt een aantal punten op geschreven wat je beter had kunnen doen.

Lente

Tulp maken
Doelgroep: Kinderen van 8 tot 10 jaar
Doel: Fijne motoriek stimuleren
Materialen: Wit papier, gele viltstiften, potlood, liniaal, schaar, rietjes, groen crêpepapier en plakband
Uitvoering: Je deelt de vellen papier uit en laat de kinderen met het potlood en liniaal 16 vierkantjes tekenen op het witte vel papier. Daarna laat je ze een voorbeeldje zien van de vierkantjes. Dit voorbeeld laat zien welke vierkantjes geel gekleurd moeten worden en waar de kinderen in moeten knippen. De kinderen plakken elke keer twee gele vierkantjes op elkaar. In het midden moeten de kinderen een gaatje prikken, waardoor een rietje wordt gestoken als steeltje (eerst met groen crêpepapier omwikkelen). Tenslotte moet het steeltje vastgezet worden met plakband.
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (kinderen kunnen hierbij helpen)

Trompetnarcis 
Doelgroep: Kinderen van 7 tot 9 jaar
Doel: Fijne motoriek stimuleren
Materialen: Stuk wc-rol, donkergeel papier, grassprietjes, schaar en papier
Uitvoering: Je vertelt de kinderen wat  je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Je geeft alle kinderen een derde van een wc-rol. Je laat de kinderen een stuk donkergeel papier om de rol heen plakken. Daarna laat je ze op een stuk lichtgeel papier een ster tekenen en uitknippen. Daarop moeten de kinderen in het midden de wc-rol plakken. Vervolgens plakken de kinderen een steel, blad en de bloem zelf op een vel papier. Tenslotte kan het blad nog versierd worden met een paar grassprietjes.
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (kinderen kunnen hierbij helpen).

Zomer

Vlieger maken/voorlezen boek

Doelgroep: Kinderen van 3 tot 5 jaar
Doel: Fijne motoriek stimuleren en cognitieve vaardigheden bevorderen
Materialen: Boek (¨De jongen met de vlieger¨ van Max Velthuis), gekleurd papier, schaar, lijm en touw
Uitvoering: Je vertelt de kinderen dat je een boekje gaat voorlezen en vraagt wie er willen luisteren. Je laat de kinderen bij je in de buurt zitten en leest het boekje voor. Als het boekje uit is, vraag je de kinderen of ze het leuk vinden om ook een vlieger te maken. Je laat de kinderen een ruitvormig stuk karton uitknippen (je moet ze daar misschien bij helpen). Daarna laat je de kinderen dit stuk versieren. De kinderen kunnen bijvoorbeeld een gezichtje maken op de vlieger. Verder kunnen ze onderaan de vlieger een touwtje bevestigen waaraan ook weer versierseltjes aangebracht kunnen worden.
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (kinderen kunnen hierbij helpen).

Herfst

Spin
Doelgroep: Kinderen van 8 tot 10 jaar
Doel: Fijne motoriek verbeteren.
Materialen: Zwart papier, lijm, touwtje, schaar, stroken papier en rood papier.
Uitvoering: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Geef de kinderen een rond stuk zwart papier en laat ze in het midden een punt zetten. Hier moeten ze dan één gleuf naar de punt toe knippen. Vervolgens moeten ze het ene stuk vast pakken en over de andere heen schuiven zodat ze een soort Japans hoedje krijgen. Deze overlapping plakken ze aan elkaar. Ze hebben dan het lijf al af. Dan knippen ze acht strookjes papier uit en plakken die als poten van de spin aan het lijf; gewoon rondom verdelen. Dan knippen de kinderen een kleiner rondje uit, dat wordt het hoofdje. Laat ze het hoofdje op de rand vast plakken. Vervolgens laat je de kinderen een paar ogen uit rood papier knippen en op het hoofdje plakken. Laat ze nu in het midden van het lijfje, waar eerst de punt zat, een gaatje maken. Daar halen ze een draad doorheen en leggen er dan aan de onderkant een knoopje in. Nu kunnen ze de spin ophangen aan het plafond.
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (de kinderen kunnen hierbij helpen).

Stempelen met bladeren
Doelgroep: 2.5 tot 6 jaar
Doel: Fijne motoriek stimuleren
Materialen: Kranten, verse bladeren, verf, kwasten, papier
Uitvoering: Je vertelt de kinderen wat je gaat doen en vraagt de kinderen wie mee willen doen. Je vraagt de kinderen om aan tafel te gaan zitten. Je geeft de kinderen een blad, papier en verf. Laat de kinderen het blad insmeren met verf. De kant met de nerven drukt het mooiste af. Leg het blad met de geverfde kant op het papier. Leg op het blad een stukje krant en wrijf hierover, de krant voorkomt onnodig veel vlekken.
Krant en blad van het papier afhalen en de afdruk is klaar.
Evaluatie: Je vraagt aan de kinderen of ze het leuk vonden. Je ruimt de spullen die je hebt gebruikt op (oudere kinderen kunnen hierbij helpen)

© Lionne Reijsbergen 2005

Deze site werkt met frame's zie je die niet? klik dan hier
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------