
Auvergne - Frankrijk
Klik op de plaatjes voor een grotere versie |
|
| zaterdag juni 2001 Na het inladen van de bagage vertrek ik met Johan in de Subaru richting Frankrijk. Plan is om een weekje in Frankrijk te gaan fietsen. Het kost even wat moeite om de Koga en de ligfiets achterin de Subara te stoppen. De drukte op de weg valt mee. Bij Arras kiezen we om ten oosten van Parijs te rijden. De N-wegen schieten aardig op, zeker als de snelheidsmeter richting de 200 kruipt. Het is vrij rustig en op sommige plaatsen vliegen we de voortslakkende Fransen voorbij. We vragen ons wel af
waarom men zo rustig rijdt over de brede wegen. Enkele
minuten later weten we waarom... |
|
zondag Gorges de Courgoul, Lac Chambon, Super Besse (86 kilometer) 's Ochtends zetten we de fietsen in elkaar. Johan heeft nog wat nieuwe remblokjes nodig maar die blijken niet echt te passen. Shimano presteert het weer om elk jaar een nieuw model remblok te bedenken die niet compatibel is met de oude. Je zou bijna denken dat Bill Gates aandelen in Shimano heeft. We beginnen met een rustige rit door het golvende landschap. De Auvergne is vulkanisch landschap. De inmiddels uitgedoofde vulkanen hebben het landschap behoorlijk gevormd met kleine piekjes en diverse meertjes. We bevinden ons op 1050 meter dus al aardig hoog en de bergpassen lopen tot 1500 meter. Een korte klim over de D127 brengt ons al snel bij de Gorges de Courgoul. De mooie geleidelijke afdaling langs een stille weg brengt ons na 11 kilometer in Saurier. Via de D146 met een korte klim en een mooie afdaling belanden we in Murol, een klein toeristisch plaatsje met een ruïne dat boven het dorp uit toornt. Het is even zoeken maar aan het meer vinden we een geschikt terrasje om van wat crêpes te genieten. Het uitzicht is mooi, maar de crêpes zijn niet bijzonder. Na het meer klimmen we richting Rocher d'Aigle, een uitzichtspunt op het vallei van de Chaudefour. In Besse fiets ik samen met Johan nog naar Super Besse, een skidorp een vijftal kilometers buiten Besse. Een korte maar steile klim over een autoweg leidt naar het lelijke skioord. De betonnen kolossen zien er zeer troosteloos uit. We draaien daarom snel om. De steile afdaling is geschikt voor snelheidsrecords. De weg is kaarsrecht en boven de tien procent. Helaas staat er een forse zijwind en blijft mijn maximum steken bij 74 kilometer per uur. |
|
|
|
|
|
![]() |
woensdag Grottes de Jonas (95 kilometer) Hans en Mireille willen het vandaag wat rustiger aan gaan doen en wandelen rond het Lac Pavin. Ik vertrek met Johan voor een rondje in de omgeving. De route wordt grotendeels door het weer bepaald. De bergen rond de Puy de Sancy zitten potdicht. We besluiten om meer aan de oostkant te blijven waar het wat lichter is. Na Murol fietsen we naar St Nectaire. Hier halen we wat brood en een worst voor onderweg. Het is even klimmen naar het karakterstieke Romaans oud kerkje uit de 12e eeuw. De gehele omgeving is bezaaid met Dolmen en menhirs. We rijden langs kleine weggetjes door de fraaie Gorges de la Monne. Bij lac d'Aydat begint de lucht te betrekken en onderbreken we onze lunch. We fietsen snel richting het oosten waar het weer nog redelijk is. Even na St Saturnin begint het enorm te regenen. Er is geen plek om te schuilen dus we fietsen door. In Olloix is het weer zonnig en rusten we om op te drogen en onze lunch te vervolgen. Via de D 639 fietsen we door Montaigut le blanc en Reignat naar de drukke D978 tussen Champeix en Besse. Bij Cheix slaan we links af een smal weggetje richting de Grottes de Jonas. De weg begint meteen steil te klimmen. Ver boven het dal zijn de grotten in de bergwand te zien. De klim langs de D619 is gruwelijk steil. Passages rond de 15% blijven maar aanhouden. De snelheid daalt naar 6 km per uur. Na ruim een uur zijn we eindelijk boven en keren we terug bij de camping. |
|
donderdag Vercors (40 kilometer) Het slechte weer houdt aan. Dit doet ons besluiten om de Auvergne te ontvluchten. Het aanvankelijke plan om de Cantal met de beruchte Puy Mary te bezoeken laten we varen en we trekken richting het oosten. Na het tanken rijden we via Le Puy en het gebied van de Ardeche naar Pont en Royans in de Vercors. We rijden door een prachtig stuk van de Ardeche. Het is drukkend warm. Het kwik stijgt boven de dertig graden. In het dorpje zetten we ons tenten op bij de camping municipal. Het is niet zo'n goede camping maar wel dicht bij het dorpje. Na het oplappen van de fietsen starten we met een tocht door de Gorges de la Bourne. De niet al te zware klim loopt door een prachtige gorge. Bij de afslag naar de D255 slaan we rechtaf en krijgen we een kort maar hevig stukje 10% te verduren.Even na de pashoogte op 923 meter begint het enorm te regenen en te hagelen. Het zicht vermindert en de fietsen zijn in de natte afdaling nauwelijks bestuurbaar. Een bushokje biedt gelukkig nog wat beschutting. Een zware onweersbui trekt over de Vercors. Als de donder en bliksem weggetrokken is stappen we weer op de fiets. De afdaling door de grande Goulets en de petit Goulets is mooi en gelukkig droog. Op de camping kunnen we wat opdrogen. Pont en Royens is niet zo bruisend en zeker geen aanrader als verblijfplaats. Het restaurant dat we uiteindelijk kiezen blijkt een niet al te goede bediening te hebben. Ook eten is niet meer dan redelijk en als we om negen uur weggaan worden de rolluiken achter ons gesloten. De natuur is mooi maar het weer blijft tegen zitten. 's Nachts blijft de regen en het onweer aanhouden. Het matje wordt een watermatras en de schoenen staan buiten in een enorme plas met water. Gelukkig blijft binnen het meeste droog. |
vrijdag verplaatsing Vercors - Vogezen De volgende ochtend inspecteren we de schade. Het grondzeil van Hans en Mireille slaat door, onze schoenen zijn nat, en op de camping liggen grote modderplassen. Op het voetbalveld zwemmen eendjes op de grote plassen water. Na de regenbui ziet het er vandaag wederom niet fraai uit en wordt wederom een verplaatsdag. We besluiten alles op te breken en richting de Vogezen te trekken. Door het drukke verkeer met name rond Besancon arriveren we om half zeven in Munster. Het is mooi weer in de Vogezen. De temperatuur is met 25 graden prima en de camping is voorzien van alle gemakken. We besluiten de avond met een maaltijd bij de tent. |
|
|
zaterdag Grand Ballon (121 kilometer) De camping zit vrij vol met veel fietsers. Het is een prachtige plaats midden in de Vogezen en het weer is prima. Munster ligt strategisch aan de voet van vele cols dicht bij de Grand Ballon en de route de crêtes. Na het ontbijt rijden we Munster uit via de D10. Via een lange geleidelijke aanloop fietsen we naar de voet van de col de Platzerwassel (1138 meter). Dit is een van de lastigste beklimmingen in de Vogezen. Vanaf Sondernach begint de klim met percentages van rond de tien procent. De laatste 6,5 kilometer zijn gemiddeld 8,4%. Door de dichte bebossing is het klimmen aangenaam. Johan bereikt zoals gewoonlijk het eerste de top. De klim naar de Grand Ballon (1424 meter) is dan een makkie via de Route des Crêtes. We lunchen op de top waar het topdrukte is. Bij Le Markstein slaan we de D27 in. Vlak bij de afslag laten tientallen parapenters zich op de thermiek zweven. Wij vliegen met zeventig kilometer per uur sneller naar beneden. Dit smalle weggetje is veel rustiger dan de Route des Crêtes. De afdaling gaat wat verder dan wij aanvankelijk hadden gedacht. Na een afdaling van 800 meter moeten we weer klimmen naar col de bramont (956 meter). Vlak na de top moeten we klein stukje afdalen waarna rechtaf slaan en weer steil moeten klimmen via de D34. Door een misverstand mist Johan de afslag en fietst rechtdoor. Bij de col de la Schlucht wacht ik op Johan. Hans en Mireille fietsen richtig Munster. Wij maken nog een klein rondje. We fietsen de route de crêtes tot aan de col du Calviere even nabij het mooie Lac Blanc. Tijdens de klim naar de Col du Wettstein fietsen we samen met een oude Fransman. Om half zeven komen we op de camping aan na een fietstocht van 120 kilometer met ruim 2000 meter hoogteverschil. De dag sluiten we af met een biefstuk met friet. |
|
|
zondag Petit Ballon (37 kilometer) Hans en Mireille zijn vroeg naar Nederland gegaan. Wij zullen 's ochtend nog een klein rondje maken over de Petit Ballon. De klim begint in Luttenbach. Door het bos klimt de weg in 12 kilometer naar 1267 meter. De klim is niet moeilijk maar wel fraai. Enkele fietsers rijden ook naar boven. Vlak voor de top word ik ingehaald door een Vlaming die ook op de camping in Munster staat. Het slechte wegdek van de afdaling dwingt ons langzaam te rijden. Na nog even gedoucht te hebben vertrekken we om 13 uur naar Nederland. |
|
|
© 2001 Luddo
Oh