|
|
|
|
Techniek: |
|
Techniek:
Elke sport heeft
zijn techniek. Deze techniek wordt gebruikt om meer en beter te presteren. Met
een goede techniek, is er minder inspanning nodig om het beoogde resultaat te
behalen. Als je regelmatig over een sloot zou moeten springen, zal het
gemakkelijker gaan als je de juiste aanloop neemt. Dus: weinig investeren en toch veel
presteren.
Zoiets begint al
bij het afwikkelen van de pas. Bij elke voet die op de grond gezet wordt, komt
1.5 tot 2 maal het lichaamsgewicht op het been wat neer gezet wordt. Dus ook op
het heupgewricht, kniegewricht, enkelgewricht en de voeten. Zoveel te minder
als deze belast worden, zo veel te langer het duurt voordat er verschijnselen
van vermoeidheid optreden. Dit is een voorwaarde om met weinig problemen een
grotere afstand te wandelen.
Als we de voet
plat neerzetten, komt het volle gewicht met een klap op de gewrichten, te
vergelijken met een auto met vierkante wielen.
Als we elke stap
op de hak beginnen en verder met de voet afrollen en als afsluiting met de
tenen afzetten, is dit vergelijken met een auto met ronde wielen.
Als we elke pas
goed afwikkelen en het is regenachtig weer, zal de achterkant van de
broekspijpen onder de modder zitten. Dus geen modder op de achterkant van de
broekspijpen betekent dat de afwikkeling van de pas voor verbetering vatbaar
is.
Ook is het
belangrijk om de voeten recht vooruit te zetten, omdat je ze dan in de lijn zet
die je wilt volgen en dat kost dan de minste energie. Wanneer je, je voeten wat
naar links of rechts zet, terwijl je toch echt rechtdoor wilt, remt dit af. Je
moet tijdens het wandelen toch al een gevecht leveren tegen de zwaartekracht.
Daarbij is het
ook nog belangrijk dat je recht op loopt. Zorg voor een “fiere houding”. Het
probleem is, als je aan het begin van de wandeling al voorover loopt, dan zal
dat alleen maar verergeren, als je vermoeid wordt. Bij het vooroverlopen zal de
borstkast wat minder ruimte hebben als normaal. De longen krijgen dan minder
ruimte, dus minder kans om optimaal te werken.
Het zwaaien van
de armen, behoort bij de cadans van het lichaam. Ook hier geldt, de armen recht
vooruit zwaaien. Alles wat je naar links of rechts zwaait, remt alleen maar af.
Bij vermoeidheid is de fut er uit en dan verdwijnt over het algemeen eerst de
armzwaai.
Normaal zetten
we bij elke stap onze voet ontspannen neer, omdat we er niet bij nadenken.
Worden we vermoeid, gaan we elke stap bewust neer zetten, dus niet ontspannen.
Dat is niet alleen voor de voet, enkel, knie en heup, maar ook geestelijk extra
vermoeiend.
Probeer bij
vermoeidheid de voeten eens te vergeten en concentreer je op de armzwaai. Als
je de armen goed blijft doorzwaaien, dan gaan de voeten vanzelf mee en het
voordeel is dat ze dan automatisch en dus ontspannen worden neergezet.
Bedenk wel, dat als je minder aan de vermoeidheid denkt, hij minder zwaar zal
wegen, als je voor mogelijk had gehouden.
Het is
natuurlijk belangrijk om tijdens het wandelen een ideale houding en stijl te
hebben. Dat kost zonder meer, de minste inspanning.
Naarmate de
afstand groter wordt, zal dat zeker meer voordeel opleveren. Is je stijl en
houding niet optimaal, zal dat meer energie kosten.
Om plotseling je
houding en stijl te veranderen, is een nog veel zwaardere belasting. Zoiets
vraagt langdurige training. De eigen loopstijl kost voor jezelf de minste
energie, omdat je dat gewend bent. Toch kost (na langdurige training) de ideale
houding nog minder energie, die je bij elke stap voordeel oplevert.
Ademhaling:
De ademhaling is
de belangrijkste factor, voor ons lichaam, om te functioneren. Als de hersens 2
minuten zonder zuurstof zitten, treedt er in bijna alle gevallen, onherstelbare
hersenbeschadiging op.
Dat blijkt wel
uit het volgende gegeven. In ons lichaam zijn alle bloedvaten enkel uitgevoerd
behalve de halsslagader. Die is dubbel uitgevoerd zodat de bloedtoevoer en
zuurstoftoevoer naar de hersenen zo lang mogelijk gegarandeerd blijft.
Dus onze
ademhalingstechniek is zéér belangrijk. Het is van belang, dat we ook bij
grotere inspanning, rustig blijven ademen.
Normaal ademen
we ongeveer 12 keer per minuut. De afvalstoffen die we uitademen bestaan
voornamelijk uit koolzuurgas. Het is belangrijk dat er een bepaalde hoeveelheid
koolzuurgas in de longen aanwezig blijft. Dit koolzuurgas zorgt mede voor de
ademhalingsprikkel.
Gaan we te snel
ademen, wordt het evenwicht verstoord en dit kan zelfs hyperventilatie tot
gevolg hebben. Dit geeft een paniekreactie, omdat de verschijnselen erg veel op
een hartinfarct lijken en je het gevoel geven dat je dood gaat.
Die zak waar je
dan in moet uitademen en inademen, zorgt dat het evenwicht tussen zuurstof en
koolzuurgas weer hersteld wordt.
Bij de
ademhaling is het belangrijk, om rustig in te ademen even vasthouden en dan
weer uitademen. Dit geldt vooral bij klimmen en een hoger tempo.
Zou je, je
ademhalingstechniek willen verbeteren en je gaat dit een uur achter elkaar
doen, dan ben je bekaf. Als je met één minuut per uur begint en dan steeds
langzaam opvoert, blijft het voor jezelf beheersbaar en is het effect ook veel
groter.
Dit geldt ook
voor je wandelhouding en stijl. Wil je dat in één keer veranderen, zal dat in
principe niet lukken, omdat het te veel energie kost.
Je gaat te veel
nadenken en elke beweging verloopt dwangmatig en gecontroleerd. Zorg dat elke
beweging bij sport, automatisch en ontspannen uitgevoerd worden. Dat je zoiets
controleert is een goede zaak, maar zorg dat, dit op de tweede plaats komt.
Bloedarmoede:
De rode
bloedlichaampjes hebben als gereedschap niet alleen een kleine kruiwagen, maar
ook een ijzeren schermpje op hun rug. Als ze bij de longen langs komen, komt de
zuurstof in aanraking met dat schermpje. Dat neemt de zuurstof op, gaat
daardoor roesten en verkleurt naar lichtrood. Daarom is zuurstofrijk bloed
lichtrood van kleur. In de spieren wordt zuurstof afgegeven en het schermpje
wordt “ontroest“ en dus weer donkerrood. Daarom is zuurstofarm bloed,
donkerrood van kleur.
Zijn die
schermpjes gezamenlijk te klein van oppervlakte, kan er onvoldoende zuurstof
vervoerd worden en spreken we van bloedarmoede. Dit kan vele oorzaken hebben.
Eén oorzaak kan
zijn, te weinig rode bloedlichaampjes.
Enkele
uiterlijke kenmerken zijn:
1: snel vermoeid
2: duizeligheid,
vooral bij snel opstaan.
Het
omslagpunt:
Bij een bepaalde
inspanning gebruik ik een hoeveelheid zuurstof en aan de hand daarvan produceer
ik een hoeveelheid afvalgas (koolzuurgas) Als de rode bloedlichaampjes dit ook
kunnen afvoeren is er niets aan de hand. Wordt dit evenwicht verbroken, kom ik
over mijn omslagpunt heen, wat aangeduid wordt met het cijfer 1.
Bij dit
omslagpunt behoort een bepaalde hartslag, die per persoon verschillend is. Ik
kan dit omslagpunt laten bepalen door een uithoudingstest en zodoende te weten
komen welke hartslag bij mijn omslagpunt hoort.
Ik kan het ook
voelen, omdat er dan afvalstoffen in mijn spieren achterblijven en er verzuring
optreed. Dit geeft een zeurderig pijnlijk gevoel. Luister ik niet baar deze
signalen zal de verzuring steeds verder gaan en in het uiterste geval zullen de
spieren hun opdrachten niet meer kunnen uitvoeren, die ik via de zenuwen geef,
omdat ze totaal verzuurt, dus verstopt zijn.
Deze verzuring
van de spieren is dus een verstopping omdat de afvalstoffen niet voldoende
worden afgevoerd en dat is tegelijk een beveiliging voor de spieren, omdat de
spieren zelf ook uit eiwitten zijn opgebouwd. Anders zouden we onze eigen
spieren als voeding kunnen gebruiken en dus verbranden.
Hartslagmeter:
Bij het sporten
zal ik me eerst moeten bedenken dat ik al jaren lang inspanning leverde en dat
daar ook een bepaalde hartslag bij hoorde die soms wel te hoog was. Als ik een
hartslagmeter ga dragen uit onrust over mijn hartslag, moet ik hem niet
dragen, want daar word ik dan niet blij van en dat alleen al verhoogt mijn
hartslag nog eens extra.
Als ik hem
gebruik om te kijken, waarom en onder wat voor omstandigheden mijn hartslag
oploopt, is dat zinvol. Voor de bepaling van mijn eigen omslagpunt is het een
zeer bruikbaar apparaat en het geeft meer inzicht over mijn eigen functioneren.
Mijn hartslag in
rust en “in rust” achter het stuur van mijn auto levert mij per minuut 10 tot
15 slagen extra op.
Op weg naar een
wandeling reed ik verkeerd. Gestopt en op de autokaart gekeken. Tijd zat, want
ik had 2 uur reserve genomen. In alle rust omgedraaid en die actie leverde mij
“in alle rust” 5 hartslagen extra op, terwijl ik “zeker wist” dat ik mij daar
niet druk om maakte.
Dus stress is
………. niet verstandig, omdat daar de meeste energie aan verloren gaat.
Het gaat er
tenslotte om, dat de “speelruimte” tussen mijn hartslag in rusttoestand en het
omslagpunt zo groot mogelijk is. Naar mate ik meer hartslagen over heb, heb ik
ook meer reserve.
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
De onderwerpen op de
vorige bladzijde “kleding” waren:
Kleding.
Hoofddeksel.
Eerstegraads verbranding.
Lichaamsverzorging.
Doorlopen.
De onderwerpen op de
volgende bladzijde “voeten” zijn:
Het aantal stappen.
Gewichtig.
Likdoorns.
Voeten.
Schoeisel.
Sokken.
Blaren.