|
|
|
|
raining: |
|
Warmte:
Elke spier werkt
op warmte. Die warmte wordt verkregen doordat de rode bloedlichaampjes, voeding
en zuurstof “rond kruien” en omdat er daarna verbranding plaats vindt in de
spieren. Dat sneller “rond kruien” vereist vaardigheid, vandaar dat ik goed
getraind moet zijn.
Dit houdt
automatisch in, dat alles wat ik aan warmte verlies, door mijn spieren weer
extra aangemaakt moet worden. Dus onnodig warmteverlies bij sport, vraagt extra
inspanning en is daardoor pure overbelasting.
Algemene
regel:
Een goede
sporter is “lui”. Dat wil zeggen het is de kunst om weinig te investeren en
daarmee toch een optimale prestatie te leveren. Alles wat ik aan techniek
aanwend, behoef ik niet aan kracht te leveren.
Training:
Ga ik iets
ondernemen met iemand, dan maak ik van tevoren afspraken over wat ik wel en
niet wil en wat ik wel en niet prettig vindt.
Dat is met mijn
spieren net zo. Het is onredelijk om mijn spieren opdrachten te geven, waarvoor
ze op dat moment niet berekend zijn. Dus moeten ik afspraken met mijn spieren
maken, om te oefenen, als ik meer wil presteren.
Wanneer
voelen mijn spieren zich het prettigst?
Dat is als ik ze
80 % belast van wat ze maximaal kunnen. Dus als ik met een 8 tevreden ben, kan
ik dat heel lang volhouden. Als ik gaan trainen, ga ik mijn spieren wat
zwaarder belasten als gewoonlijk, over een niet al te lange tijd. Ik moet
mijzelf er prettig bij blijven voelen.
De spieren die
ik extra belast, zullen wat op gaan zwellen, dus wat dikker en sterker worden.
Dit betekent als ik op zaterdag ga trainen en voor de rest van de week er niets
meer aan doe, zullen de spieren in ongeveer drie dagen, weer in hun ruststand
zijn teruggekeerd. Eenvoudig gezegd: ik ben weer terug bij af.
Dagelijks één
uur trainen, geeft een veel beter resultaat, dan één dag van zeven uur trainen.
Er is weinig
veranderd sinds mijn babytijd. Het gaat nog steeds om drie maal de grote R. Dat
was en is reinheid, rust en regelmaat. Dat geldt zeker in de sport. Ik moet me
steeds bedenken, dat mijn spieren gewend zijn, aan hetgeen, wat ik er elke dag
van verlang.
Dit betekent
voor mij, dat ze snel vermoeid zullen zijn bij, een snellere- of langere pas.
Daarom verdient bij mij een wisseltraining de voorkeur.
Dat kan in het
begin bijvoorbeeld zijn, (na de
warming-up), 100 meter versnellen of een langere pas en 900 meter gewoon
wandelen. Als dit goed aanvoelt en goed gaat, kan ik dit opvoeren.
Stressfractuur:
Belangrijk: Ik moet naar mijn lichaam blijven
luisteren. Dit klinkt allemaal heel gemakkelijk, maar blijkt in de praktijk
verschrikkelijk moeilijk te zijn. Het is zo verleidelijk om met een ander mee
te wandelen, want die heeft zo’n lekker tempo. Vaak kom je er te laat achter,
dat dit “lekkere” tempo toch net iets te hoog voor jou ligt. Ook komt het nog
wel eens voor dat die ander een grotere pas heeft en velen laten zich verleiden
om die grotere pas over te nemen.
Als dat een over
een korte tijd gebeurd heeft dat meestal niet zulke grote gevolgen.
Gebeurt dit over
een langere tijd kan dat (grote) problemen geven.
Ieder heeft zijn
eigen lengte van pas. Daarop hebben we getraind bijvoorbeeld voor een
vierdaagse.
Dat betekent dat
er bij elke stap nagenoeg dezelfde hoek ontstaat tussen het scheenbeen en de
voet.
Gaan we nu een
langere pas aanwenden als waar we op getraind hebben, verandert die hoek.
Dit is dan een
niet getrainde, dus onbekende beweging voor de voet ten opzichte van het
scheenbeen.
Dit wordt dus
een belasting die we niet getraind hebben en die dus extra vermoeiend is en dus
een overbelasting betekent. Het gevolg
hiervan kan zijn dat er haarscheuren in het scheenbeen optreden.
Het bot heeft
geen gevoel, maar het botvlies des te meer. Denk maar aan de trap tegen het
scheenbeen. De pijn ontstaat omdat het botvlies beweegt ten opzichte van het
scheenbeen.
Deze blessure
uit zich als een zeurderige pijn in het scheenbeen en geeft een extra
vermoeiend gevoel.
Veel mensen
moeten tijdens een vierdaagse opgeven vanwege deze blessure.
Deze
haarscheuren moeten weer dicht groeien en daar is TIJD en RUST
voor nodig en daar hebben we de tijd niet voor, omdat we op tijd binnen moeten
zijn.
Ik
beschrijf deze blessure hier in 5 fases:
1: Deze blessure
begint dus met overbelasting van de spieren van de voet naar het scheenbeen.
De spier gaat over in een pees en die
vormt de aanhechting in het scheenbeen.
Dit geeft een vermoeid en pijnlijk gevoel.
2: De tweede
fase is irritatie van de pees op de aanhechting van het scheenbeen.
Dit geeft een nog meer vermoeid en nog
meer pijnlijk gevoel.
Pijn kost ook energie en is een
beveiliging voor het lichaam.
Naarmate de pijn erger wordt zal hij ook
verlammend gaan werken, zodat de bewegingen nog meer bemoeilijkt worden.
3: De derde fase
is een ontsteking van de pees op de aanhechting van het scheenbeen.
Hierbij spreken we al van een peesschede
ontsteking.
De pijn zal nog meer gaan overheersen en
de plaats van de blessure zal warm worden en gaan kloppen.
Ook de vermoeidheid zal nogmaals groter
worden en het tempo zal minder worden, omdat de spieren steeds minder kunnen
functioneren.
Er blijven steeds meer afvalstoffen achter
in de spieren en daardoor raken ze steeds verder verstopt. Gevolg is dat de
doorbloeding steeds meer
geblokkeerd wordt.
4: De vierde
fase zijn de haarscheuren in het scheenbeen bij de aanhechting van de pees en
dat moet met rust genezen. Dit kan een felle stekende pijn
geven, die in combinatie met de
vermoeidheid niet echt uitnodigt om nog verder te gaan. Dit alles kan alleen
met rust genezen. Koelen kan even
verlichten, maar de blessure zal daarna in
alle hevigheid de kop weer opsteken.
5: Gaan we toch
door kan het chronisch worden en dan kom je er nooit meer van af.
Ik kan mijzelf dan ook niet voorstellen
dat je op deze manier problemen voor later op je hals wilt halen.
De vervuiling in
de spieren kunnen zelfs zulke vormen aannemen dat opdrachten van de zenuwen
niet meer uitgevoerd kunnen worden. Dus uitval van functies.
Iemand die denkt
een grote afstand ongetraind te kunnen wandelen is de beste kandidaat voor deze
blessure.
Dus wandel je
eigen tempo en houd je eigen lengte van pas aan. Dat is een discipline die je,
jezelf op moet kunnen leggen om grote prestaties te leveren.
Om in het begin
snel te wandelen, daar is niet veel kunst aan, maar om aan het eind nog snel te
kunnen wandelen, is slechts voor weinigen weggelegd. Als je dat kunt, kun je
jezelf een schouderklopje geven, omdat je dan, je krachten goed verdeeld hebt.
Ik ben me er van
bewust dat er in dit stukje, niet veel nieuws staat, omdat het allemaal zo
eenvoudig lijkt. Toch daag ik u uit om hiermee serieus aan de slag te gaan. Als
de basis te wensen overlaat, zal hetgeen wat daarna komt, heel snel op losse
schroeven komen te staan.
Een goede
voorbereiding is het halve werk. Als u goed voor uw spieren zorgt, zullen uw
spieren goed voor u zorgen. Breng een stuk rust in uw training, wees niet
overmoedig, want u krijgt zelf de rekening gepresenteerd.
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
De onderwerpen op
de vorige bladzijde “warming-up” waren:
Warming-up.
De spieren.
Wat doen mijn spieren?
Heb ik veel spieren?
Wat kan ik hier zelf aan doen?
Voeding-1.
De onderwerpen op de
volgende bladzijde “vocht” zijn:
Vocht-1.
De nieren.
Dorst.
Soort drinken.
Voeding-2.
Vocht-2.
Zout.