|
|
|
|
Vocht: |
|
Vocht-1:
Mijn huid is
samen met het warmtecentrum in mijn hersenen de thermostaat van mijn lichaam.
De lichaamstemperatuur ligt normaal tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius. Dat
kan verschillen per persoon.
Zit ik een halve
graad boven of onder mijn normale lichaamstemperatuur, dan heb ik verhoging of
verlaging. Bij één graad erboven of er onder heb ik koorts.
Dit geeft aan
hoe gevoelig mijn lichaam is. Als de temperatuur te hoog oploopt, ga ik zweten.
Vanuit mijn
hersenen wordt er dan een signaal gegeven die er voor zorgt mijn poriën verder
open gaan staan.
Als gevolg
daarvan treden er druppeltjes vocht naar buiten. Dat vocht komt op mijn huid en
doordat mijn huid warmer is, verdampt dat vocht.
Door deze
verdamping wordt er warmte aan mijn huid onttrokken en mijn lichaamstemperatuur
neemt daardoor iets af. Op deze manier blijft de temperatuur voor mijn lichaam
binnen de aanvaardbare waarden. Anders gezegd, ik heb het wel warm, maar ik
blijf mijzelf prettig voelen.
Deze verdamping
gaat beter als de omgevingstemperatuur lager is en slechter als de
omgevingstemperatuur hoger is.
Dus ik moet oppassen bij
hogere temperaturen.
Als volwassen
persoon heb ik een huidoppervlakte van bijna 2 vierkante meter. Dit betekent
dat het een kleinigheid is om één liter vocht te verliezen.
Onder normale
omstandigheden heb ik 2 liter vocht per dag nodig.
Dit wordt
gebruikt door mijn lichaam om zweten, plassen en het vocht wat ik uitadem te
compenseren. Bijzonder vochtverlies, zoals diaree en braken behoeft extra
aandacht en extra vocht.
Mijn vochtbalans
moet in evenwicht blijven. Dus bij inspanning heb ik veel meer
vocht nodig.
Ik geef hier als
voorbeeld:
Als ik 1 mm
vocht op mijn gehele huidoppervlakte heb, verliest mijn lichaam ongeveer 2liter
vocht.
De
nieren:
In mijn nieren
wordt het bloed gezuiverd. Afvalstoffen van verbranding in de spieren en een
klein gedeelte van het water verlaten hier mijn bloed en komen in mijn nieren
terecht en dat plas ik weer uit. Als ik meer ga zweten treedt er in het lichaam
een mechanisme in werking die het plassen zo goed als stil zet, om het
vochttekort te beperken. Als ik dan moet plassen is de plas donkerder van kleur
en gaat sterker ruiken.
Dit
betekent dus, als ik
minder ga plassen, zoals ik dat dagelijks doe en de kleur van de plas wordt
donkerder en het gaat sterker ruiken, dat ik te weinig
gedronken heb.
Ook houdt dit in
dat mijn afvalstoffen onvoldoende worden afgevoerd. Door die opeenhoping van
afvalstoffen in de nieren ga ik minder presteren, terwijl ik juist meer wil
presteren, omdat ik mijn wandeltocht wil wandelen.
1/13 deel van
mijn lichaamsgewicht bestaat, als ik dat populair zeg uit bloed. Dus zou ik 65
kilogram wegen, heb ik ongeveer 5 liter bloed. Deze 5 liter bloed bestaat uit
ongeveer 55 % bloed en uit ongeveer 45
% plasma. Plasma is de vloeistof waar de bloedplaatjes (de dakpannen om
lekkage te repareren), de rode bloedlichaampjes (die lui met die kleine
kruiwagentjes) en de witte bloedlichaampjes (de soldaten om de indringers te
bestrijden) in zwemmen.
Bij groter
vochttekort wordt er ook een klein gedeelte aan mijn plasma onttrokken en de
rode bloedlichaampjes kunnen minder zwemmen en dus minder “kruien”. Het bloed
wordt dus stroperiger.
Dus als ik zeg,
kom op jongens kruien met die handel, zeggen de rode bloedlichaampjes tegen
mij, hallo baas bekijk het maar. Als jij niet voor ons zorgt, dan zorgen wij
ook niet voor jou. Wij hebben een halve snipperdag.
Als ik van
mijn lichaamsgewicht:
2 % aan vocht verlies, verlies ik 10 %
van mijn prestatievermogen.
4 tot 5 % aan
vocht verlies, verlies ik 50 % van mijn spierarbeid.
10 % aan vocht verlies, verlies ik 30 %
van mijn prestatievermogen met de kans op flauw vallen en ik kan
mijn wandeltocht wel vergeten.
20 % aan vocht verlies, kan ik alles
vergeten omdat het dan voor altijd einde oefening is.
††††††††††††
Ik weet dat veel
plassen onderweg ongemakkelijk is, vooral voor de dames, maar het is absoluut
noodzakelijk voor het goed functioneren van het lichaam. Zorg voor een optimale
afvoer van je afvalstoffen. Kijk even om als je naar het toilet bent geweest,
naar de kleur en hoe sterk is de geur is.
Vocht is van
levensbelang, omdat het lichaam voor 60 tot 70 % uit vocht bestaat. Zorg dus voor
voldoende vochttoevoer. Als mijn plas helder als water is, functioneert mijn
lichaam het beste en voel ik mij het prettigst.
Water in
ons lichaam, waar blijft dat?
Veel zit
natuurlijk in de bloedcellen en daarnaast bestaan onze:
Hersenen voor 90 % uit water.
Longen voor 79 % uit water.
Lever voor 70 % uit water.
Botten voor 22 % uit water.
Spieren voor 76 % uit water.
Tanden voor 10 % uit water.
Wil je een iets
meer tastbaar voorbeeld: Wegen vóór de inspanning en na de inspanning. Drink
daarna 1.5 keer zoveel vocht als je aan gewicht bent kwijtgeraakt. Water krijg
je op den duur niet meer naar binnen, omdat het je gaat tegen staan. Isotone
dranken hebben dezelfde vaste bestanddelen als het bloed en worden daardoor
beter herkend en gemakkelijk opgenomen in het bloed.
Dorst:
Maar hoe
ontstaat dorst eigenlijk. Het speeksel of mondwater heeft een bepaalde
samenstelling. Verandert deze samenstelling, dan wordt het speeksel wat
kleveriger en taaier en er ontstaat een dorstgevoel.
Dit is vooral
goed merkbaar, als ik probeer om brood te eten. Na enig kauwen heb ik een bal
brood in mijn mond, die ik nooit meer doorgeslikt krijg.
Dus mijn
behoefte om te drinken wordt niet in mijn maag bepaald, maar in mijn mond. Bij
droog en warm weer, zal dat dorstgevoel heel snel optreden, omdat ik de droge
warme lucht meestal rechtstreeks in de mond krijg. Bij vochtig weer zal het
speeksel veel langer in een goede conditie blijven, omdat er bij elke
ademhaling vocht naar binnen komt.
Het geniet de
voorkeur, dat ik door mijn neus adem haal, omdat:
1: In mijn neus
wordt de lucht gezuiverd, doordat het langs de neusharen stroomt.
2: In mijn neus
wordt de lucht verwarmd, doordat het langs de bloedvaten stroomt.
3: In mijn neus
wordt de lucht bevochtigd, door het vocht dat daar afgescheiden wordt.
Warm drinken
geniet de voorkeur, maar ik giet het niet naar binnen. Ik zorg dat bij elke
slok mijn mond wordt gespoeld, zodat mijn speeksel zijn tekort aan vocht weer
kan aanvullen.
Helaas kan ik
niet genoeg warm drinken tot mij nemen om het vochttekort op te heffen.
Kies ik voor
koud drinken, ook dan zorg ik er (extra) voor, dat mijn mond bij elke slok
gespoeld wordt. Vooral bij koud drinken is het belangrijk, dat ik dit zittend
doe. Bij een zittende houding, heeft het drinken enige tijd nodig om mijn maag
te bereiken. Bij een staande houding, valt het koude drinken, in mijn maag en
dat kan een naar gevoel geven. Mijn maag vindt deze plotselinge
temperatuursverschillen niet prettig en het kan zelf diaree tot gevolg hebben.
Soort
drinken:
Het soort
drinken hangt natuurlijk van de persoonlijke voorkeur af. Bedenk wel dat
koolzuurhoudende dranken, in de meeste gevallen boeren tot gevolg heeft.
Als ik naar de
sportdranken kijk kunnen we die onderverdelen in 3 soorten:
1: Isotone dranken.
2:Hypertone
dranken.
3: Hypotone
dranken.
Wat is het
verschil tussen deze dranken?
1: Bij de
isotone dranken komt de suikerconcentratie overeen met het bloedplasma.
De suikerconcentratie die 6 tot 8 % is,
komt overeen met die van het bloedplasma en wordt daardoor snel
en dus gemakkelijk in het bloed opgenomen.
Tijdens inspanning is de maag in staat om
ongeveer 1 liter isotone drank te verwerken.
2: De hypertone
dranken vallen onder de energiedranken, omdat de suikerconcentratie hoger is als
die van het
bloedplasma. Hierbij wordt er vocht aan
het bloed onttrokken om deze energiedrank te verdunnen en liggen
dus zwaarder op de maag.
3: De hypotone
dranken worden gebruikt als dorstlesser. De suikerconcentratie is lager dan van
bloedplasma.
De meest hypotone drank is dus water.
De concentratie
van de sportdrank is belangrijk in verband met de opname snelheid in het bloed.
1: De hypotone
dranken hebben het voordeel dat ze snel in het bloed worden opgenomen, en zijn
goede dorstlessers, maar bevatten
geen koolhydraten en
leveren dus geen energie.
2: De isotone
dranken hebben ook het voordeel dat ze snel in het bloed worden opgenomen en
zijn goede dorstlessers en bevatten
wel koolhydraten en leveren
dus wel energie.
3: Hieruit
blijkt dat tijdens de sportbeoefening water, sportdranken en dorstlessers een
goede combinatie zal zijn.
4: Het is naast
het sporten natuurlijk bij elke inspanning belangrijk om de vochtbalans in
evenwicht te houden.
Zelfs al lijkt het geen inspanning. Kijk
maar eens bij een intocht van de 4-daagse in Nijmegen, waar mensen vele uren
staan of zitten om
te kijken of familie of vrienden
binnenkomen. Ook daar speelt vochttekort vaak een grote rol.
De reden zijn
vaak:
1: Zonnig weer,
dus toch veel zweten.
2: Te schaars
gekleed tegen de zon.
3: Vaak zo
weinig mogelijk drinken, opdat ze dan niet naar een toilet behoeven.
4: Vaak te
weinig drinken meegenomen en wat te koop is, is dat betaalbaar?
Alcohol zal voor
een aantal mensen verkoelend zijn. Dat klopt ook, want alcohol onttrekt warmte
aan het lichaam. De spieren werken op warmte, dus alles wat de alcohol aan
warmte onttrekt, moet overnieuw worden aangemaakt en dit kost extra inspanning.
Alcohol onttrekt
meer vocht aan het lichaam.
Daarbij komt nog
dat het lichaam 1.5 uur nodig heeft om de alcohol van één glas bier af te
breken.
Het is een
fabeltje om te denken dat zo’n proces versneld kan worden.
Heel simpel, je
krijgt zelf de rekening gepresenteerd tijdens de wandeling
Eén
voordeel/nadeel is dat alcohol de hersenen verdooft!!!!!!!
Voeding-2:
De voeding is
ook zeer belangrijk. Bij het sporten vraag ik nogal wat van mijzelf. Zonder
voeding geen prestatie. Dus zorg ik, voor wat zwaarder verteerbare voeding vóór
een langere wandeling, want dan heb ik wat voorraad. Tijdens deze wandeling
neem ik dan voeding, die licht verteerbaar is. Dat betekent dat ik, die voeding
onmiddellijk kan gebruiken. Als mijn voeding op is en ik voel een lege maag,
loopt mijn prestatievermogen aanzienlijk terug.
Het is als
vergelijking hetzelfde als met kinderen. Als ze niets te doen hebben worden ze
vaak vervelend.
Dat is in mijn
maag ook zo. Als ik een lege maag heb, dan hebben ze niets meer om handen en
worden ze verveld en dat geeft een onprettig gevoel.
Als ik geen brood
meer door mijn keel kan krijgen of ander voedsel smaakt niet meer, is
bijvoorbeeld vanillevla, voor mij een goede vervanger.
Ik moet zorgen
dat ik voor mijzelf kan zorgen. Ik kan een organisatie niet verwijten, dat er
iets niet is, terwijl ik van tevoren weet, dat ik het nodig heb. Ga gewetensvol
om met voeding.
Een mens
verteert in zijn leven gemiddeld 60 ton (60.000 kg) aan
voedsel, oftewel 20 ton aan vast voedsel en 40 ton aan drank.
Bedenk
wel: Je bent wat je eet.
Vocht-2:
Zorg dat je
onderweg zelf altijd drinken bij je hebt. Als je geen drinken bij je hebt zul
je over het algemeen sneller dorst krijgen. Zo zitten mensen nu eenmaal in
elkaar. Het verlangen naar iets wat je niet hebt is altijd groter dan de
waardering van het bezit. Dat is bij drinken ook zo.
Om het speeksel
in de mond op peil te houden, kun je voor een noodoplossing
kiezen. Kauwgum (suikervrije) is een oplossing.
Toch is de vraag
of dit verstandig is. Het dorstgevoel blijft wel veel langer weg, omdat het
langer duurt voor het speeksel slijmerig wordt, maar dat wil niet zeggen dat je
dan minder drinken nodig hebt.
Zout:
Ook de
hoeveelheid zout in het lichaam is belangrijk. Bij zweten wordt het vocht door
het zout geleid.
Dus als ik
zoutgebrek heb, kan mijn zweet niet meer geleid worden en raak ik oververhit.
Dit gaat gepaard
met volgende verschijnselen:
1: Mijzelf niet
lekker voelen.
2: Ik kan mijn
gedachten er niet zo goed meer bijhouden.
3: Het zweet
breekt mij uit.
4: Mijn
concentratievermogen loopt terug.
5: Sterretjes zien
die er alleen voor mij zijn, ook op klaarlichte dag.
Dit alles
gebeurt bijna altijd in combinatie met vermoeidheid.
Het plasma, waar
de rode-, witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes in zwemmen heeft een
zoutgehalte van 0.9 %. Wordt het zoutgehalte te hoog, krimpen de rode
bloedlichaampjes in elkaar en kunnen dan minder “kruien”. Wordt het zoutgehalte
te laag, verwijden de rode bloedlichaampjes zich, er kan vocht binnendringen en
er spatten er een aantal uit elkaar. Het is onredelijk om dan van de overgebleven
rode bloedlichaampjes te verlangen, dat ze dan nog voor mij gaan werken. Ze
zullen liever naar de “begrafenis” van hun collega’s gaan.
Tijdens de
wandeling zal het zoutgehalte over het algemeen niet te hoog worden, maar kan
bij extreem zoutgebrek wel te laag worden.
Het kan gebeuren
dat je ergens op een rust naar binnen stapt, je gaat op een kruk zitten en even
later lig je er naast. Je weet nog dat je op de kruk bent gaan zitten als je
even later bij komt, maar dat is dan ook alles.
Alles wat daarvoor
nodig was, is ook bijna altijd aanwezig.
1: Vaak wat
minder frisse lucht.
2: Vaak rokerig.
3: Vaak
onvoldoende ventilatie.
4: Vaak
zoutgebrek
5: Vaak
vermoeidheid
6: Vaak slaap.
7: Vaak te kort
aan voeding.
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
De onderwerpen op
de vorige bladzijde “training” waren:
Warmte.
Algemene regel.
Training.
Stressfractuur.
De onderwerpen op de
volgende bladzijde “slaap” zijn:
Slaap.
Rust.
Cooling
Down.
Spieren.
Voorbereiding.
Alles nog even op een rijtje.