arming-up:

 

 

 

Elke sport heeft zijn eigen techniek, dus ook de wandelsport. Wandelsport is veel meer als het ene been voor het andere zetten. Dat betekent dat ik niet zomaar kan zeggen, dat doe ik even. Dus begin ik  met een warming-up.

 

Als ik ’s morgens opsta, ben ik nog wat stijf en moet ik even op gang komen. Na een bepaalde tijd, ben ik echt wakker en gaat alles sneller en gemakkelijker. Dit is dus eigenlijk mijn dagelijkse warming-up.

 

Als ik ga wandelen merk ik, dat het eerste stukje niet zo vlot gaat. Dat komt omdat mijn spieren nog in ruststand verkeren en “warm” moeten draaien. Mijn bloed moet sneller gaan stromen en de rode bloedlichaampjes, [dat zijn die lui, met die hele kleine kruiwagentjes] gaan het eten en de brandstof [in de vorm van zuurstof] rond brengen en nemen het afval mee terug. Nou moet ik die even de kans geven om op gang te komen.

 

Hoe de zuurstof vervoerd wordt heb ik beschreven bij het onderwerp bloedarmoede en dat valt onder de indeling “techniek”.

 

Als ik op mijn gemak in een stoel zit, is ongeveer ¼ van mijn longen aan het werk en de overige ¾ luiert. Die doen als het niet nodig is gewoon niet mee. Die kijken op hun gemak toe hoe de andere werken.

Als ik nu inspanning ga leveren, zullen ze toch mee moeten doen, want het bloed gaat sneller stromen en die lui met die kleine kruiwagentjes blijven om zuurstof zeuren.

 

Dus wil ik meer gaan presteren, zal ik meer voeding en meer zuurstof nodig hebben. Ook mijn longen moet ik even de kans geven om op gang te komen. Dat vraagt even tijd.

Dat betekent dat ik rustig moet beginnen en luisteren naar mijn lichaam. De tijd die nodig is voor een warming-up kan ik niet precies geven, omdat dit per persoon  verschillend is. Bij de een is het in 10 minuten voor elkaar en de ander zal een half uur nodig hebben. Bij warm weer zal een warming-up over het algemeen sneller gaan dan bij koud weer, omdat de spieren op warmte werken.

Hierop kom ik nog uitgebreid terug.

 

Als ik aan het wandelen ben, zal ik tijdens mijn warming-up, op een gegeven moment merken, dat het plotseling gemakkelijker gaat. Het is net een gevoel of de handrem er af gehaald wordt. Op dat moment is mijn warming-up voltooid. Ik voel dat ik sneller en gemakkelijker vooruit kan.

 

Als ik ga rusten, zal mijn bloed weer langzamer gaan stromen. Dus de rode bloedlichaampjes zullen ook minder snel gaan kruien. Ze brengen minder brandstof en voeding rond. Mijn longen zullen weer voor ¾ gaan rusten. Na een kwartier zijn ze weer net zo lui, als voor dat ik ging wandelen. Dus na een kwartier een nieuwe warming-up.

Deze gaat over het algemeen wel iets sneller, maar dat voel ik vanzelf. Wellicht is het leuk om bij te houden hoe lang een warming-up per keer duurt.

 

 

De spieren:

 

Wandelsport is een van de zwaarste sporten, omdat de factor tijd hierin heel erg zwaar telt. Het moet tussen mijn oren goed zitten, zoals ik zo dat vaak zeg. Ik noem wandelen ook wel een duursport en mijn spieren weten daar alles van.

 

 

Wat doen mijn spieren?

 

Als ik het heel mooi wil zeggen, kom ik tot de volgende uitspraak. De spieren stellen mij in staat, om ons tegen de wetten van de zwaartekracht en de traagheid in, te bewegen.

 

 

Heb ik veel spieren?

 

Ja, 40 % van mijn lichaamsgewicht bestaat uit spieren. De doorsnede van een spier varieert van 0.01 tot 0.06 mm en de lengte loopt tot 10 cm.

Hieruit blijkt al dat de spieren, de krachtpatsers van mijn lichaam zijn. Ook kan ik uit het bovenstaande opmaken, dat overgewicht en overbelasting bij mijn spieren, niet in goede aarde vallen.

 

 

Wat kan ik hier zelf aan doen?

 

Mijn spieren hebben voeding en warmte nodig. Dus zorg ik, dat ik voldoende en regelmatig, eet en drinkt, zodat de rode bloedlichaampjes naar hartelust kunnen “kruien”. Bij een goede warming-up zal dit allemaal keurig verlopen.

 

 

Voeding-1:

 

Elke spier heeft een reserve hoeveelheid arbeid in zichzelf opgeslagen, die niet bedoeld is, om te gebruiken. Bij onvoldoende of geen warming-up, zal deze reserve worden aangesproken. Het restproduct is melkzuur en dat ervaren wij als spierpijn.

Het is net alsof ik tegen een heuveltje op klim en er net niet overheen kom en dan weer terug zak. Na enkele pogingen kom ik er wel overheen, maar dan is ook het topje er af.

 

Van dat melkzuur wordt ongeveer 20 % verbrand en de overige 80 % wordt als aanvulling gebruikt, om die reserve in de spier weer op te bouwen. Dit kan alleen als we meer voeding en zuurstof aanvoeren als we nodig hebben, dus als we wat gas terugnemen.

 

Ook al is die reservehoeveelheid arbeid weer aangevuld, blijf ik met een probleem “rond lopen”. Het topje van dat heuveltje wordt op die wandeling niet hersteld. Dat heeft tot gevolg dat bij de minste overbelasting, die reservehoeveelheid arbeid weer wordt aangesproken, omdat de blokkade (het topje) niet meer aanwezig is.

Oftewel ik heb er de gehele wandeling last van, als ik iets te veel van mijn spieren verlang.

 

 

 

ávorige

 

 

volgendeâ

 

 

startpagina.

techniek

voorwoord

voeten

training.

hielspoor

vocht.

botontkalking

slaap.

Gastenboek

teken

geboortekaartje

kleding

 

nazorg

 

 

 

 

De onderwerpen op de vorige bladzijde “voorwoord” waren:

Inhoud.

Voorwoord.

 

 

De onderwerpen op de volgende bladzijde “training” zijn:

Warmte.

Algemene regel.

Training.

Stressfractuur.