geschreven in samenwerking met een
Tibetaanse leraar tussen 1919 en 1949, vormen een voortzetting van de Tijdloze Wijsheid -
een reservoir van esoterische lering, uit de oudheid overgeleverd in een vorm die telkens is aangepast aan elk tijdvak.
Met de bedoeling het komende tijdperk voor te gaan en te conditioneren,
bieden de werken van Alice A. Bailey een ongeëvenaarde geestelijke benadering van onderwerpen als de lering over Shamballa en het Pad van geestelijke evolutie; de geestelijke Hiërarchie; het nieuwe discipelschap
en de training in meditatie als een vorm van dienstbetoon; de lering aangaande de zeven stralen en de nieuwe psychologie van de ziel; de lering omtrent esoterische astrologie; en de nieuwe wereldgodsdienst, die de nadruk legt op de gemeenschappelijke draad van waarheid die alle grote wereldgodsdiensten en geloofsovertuigingen verbindt.
De Tijdloze Wijsheid wordt gepresenteerd als een praktische en eigentijdse levenswijze en als leidraad tot het doen samensmelten van geestelijke waarden en doelen met de uitdagingen van hedendaags leven.
De nadruk in het werk van Alice Bailey ligt op dienst door middel van het tot ontwikkeling brengen van de bijdrage die elk individu, geleid door de ziel,
kan leveren in de verlichting van het planetair bewustzijn gedurende deze periode van belangwekkende verandering en overgang naar een nieuw tijdperk en, inmiddels, een nieuw millennium.
Een uíttreksel uít een verklaríng van de Tíbetaanse leraar,
geschreven in 1934, zet in het kort de doelstelling van deze lering uiteen:
"De boeken die ik geschreven heb worden uitgezonden zonder eis dat zij aangenomen moeten worden. Zij kunnen, of kunnen niet, juist, waar en nuttig zijn. Door een juiste toepassing en door de intuïtie te oefenen is het aan u de waarheid ervan na te gaan.
Noch ik, noch A.A.B. hebben er enig belang bij of zij als geïnspireerde geschriften toegejuicht worden, of dat iemand (met ingehouden adem) over ze zal spreken als zijnde het werk van één van de Meesters.
Indien zij de waarheid op een dergelijke wijze brengen, dat zij aansluit op de reeds gegeven leringen in de wereld, indien de gegeven inlichtingen de aspiratie versterken en de wil-tot-dienen verplaatst wordt vanuit het emotionele gebied naar dat van het denkvermogen (het gebied waar de Meesters gevonden kunnen worden),
dan zullen zij aan hun doel beantwoord hebben.
Indien het overgedragen onderwijs een weerklank oproept in het verlichte denkvermogen van de werker in de wereld en zijn intuïtie doet opvlammen, laat dan dit onderwijs aangenomen worden. Maar niet op een andere wijze. Indien de uiteenzettingen een toevallige bevestiging vinden of bevonden worden waar te zijn door ze aan de Wet van overeenkomsten te toetsen, dan is dat best en goed.
Maar als dit niet het geval is, laat dan de leerling niet aannemen wat er gezegd is."
Alice A. Bailey,
(1880-1949) Vanuit haar conservatieve Britse achtergrond leidde Alice Bailey's leven haar in vele richtingen, maar tegelijk ook altijd in één richting - in de richting van een besef, verkregen door middel van
drastische persoonlijke ervaringen van velerlei aard.
Dit leidde tot een synthese van perspectief en begrip en tot de absolute overtuiging dat één goddelijk leven de mensheid doordringt en verlevendigt; dat het Plan voor de mensheid de samenwerking en dienst vereist
van getrainde en toegewijde menselijke wezens, intelligent voorgelicht aangaande wereldaangelegenheden en in nauwe samenwerking met degenen die de geestelijke Hiërarchie vormen, de innerlijke regering van de planeet
Haar levenswerk werd een integraal deel van deze synthese en dit besef.
Zonder ook maar iets van haar uiterst menselijke kwaliteiten en betrokkenheid te verliezen, nam haar ziel deze toewijding tot haar Meester op en haar persoonlijkheid verleende in deze de volle medewerking betreffende haar zelf aangenomen terrein van dienst.
In wezen ontwikkelde haar werk zich als een dualiteit - haar discipelschapsdienst enerzijds, waaronder de oprichting van een esoterische school; en anderzijds haar aanvankelijk onwillige en terughoudende overeenkomst om met de Tibetaan, Djwhal Khul, samen te gaan werken in het schrijven van een serie boeken,
die de eerstvolgende fase vormt in de continuïteit van de lering der Tijdloze Wijsheid voor het heden en de onmiddellijke toekomst.
Door míddel van de denkbeelden van de Tijdloze Wijsheid wordt het
denkvermogen immens gestimuleerd en maakt het een begin met het ontvouwen van haar onvermoede krachten.
Studie van de aard van Goddelijkheid, het zonnestelsel, de mensheid en de andere natuurrijken voert tot een geleidelijk besef van heelheid,
maar tegelijk ook tot een gevoel voor verhoudingen.
Beide dragen bij aan een zeker perspectief in het (be)leven van het dagelijks leven en in het omgaan met de moeilijkheden daarin.