|
In het midden van de jaren zeventig kwamen de eerste Russische dwerghamsters
naar ons land. Van oorsprong leeft de Russische dwerghamster die ook wel
Dzjoengaarse dwerghamster wordt genoemd, op de steppen van Noord-Kazachstan en
Siberië. Deze steppen vormen een onherbergzaam gebied ten noorden van China.
Eigenlijk is de benaming "Russisch" onjuist, want het diertje komt in
het echte Rusland helemaal niet voor.
De Latijnse naam van de Russische dwerghamster is Phodopus sungorus
sungorus. De Rus is een klein, bolrond diertje. Zijn vacht is iets minder
wollig dan die van de Campbelli dwerghamster. De rug is grijsbruin met een
opvallende brede, donkere aalstreep. De buik is wit of lichtgrijs, met een iets
donkerder (blauwe) ondervacht. De grens tussen de donkere rug en de lichte buik
is een zwartbruine lijn die in drie bogen loopt, de zogeheten driebogenlijn. De
oogjes van de Rus zijn diep zwart.
Een Russische dwerghamster die niet in de huiskamer gehouden wordt, krijgt in
de winter een prachtig witte vacht. Dit is een natuurlijke schutkleur, in een
periode dat het oorspronkelijke leefgebied bedekt is met een laag sneeuw. De
kleurverandering ontstaat overigens niet onder invloed van temperatuursdaling,
maar door het korter worden van de dagen, dus onder invloed van licht. De Rus
heeft behaarde voetzolen, als bescherming tegen de koude Siberische grond.
|