




| |
Zoals alle echte knaagdieren kunnen hamsters met hun voorpootjes stukken voedsel
grijpen, vasthouden en zeer handig draaien of keren.
Knaagdieren kregen jarenlang dag in dag uit hetzelfde voorgeschoteld: gemengd
knaagdierenvoer.
Uit onderzoek naar de voedingsgewoontes van knaagdieren in de vrije natuur is
gebleken dat ze over het algemeen een heel andere, meer afwisselende
voedingsbehoefte hebben.
De meeste hamstersoorten zijn bewoners van woestijnen
en steppen. leefgebieden waar maar gedurende korte tijd een grote
voedselvoorraad aanwezig is en waar voor de rest van het jaar zeer weinig te
vinden is. De hamster heeft zich aan die situatie aangepast. Hij heeft
wangzakken die als ruime huidplooien aan
beide zijden van de kop liggen en zich
uitstrekken van de mondspleet tot aan de schouders. Als ze gevuld zijn, zijn ze
enorm groot, zo groot zelfs dat de kop van de hamster wel twee keer zo dik lijkt.
Veel eetbare waar wordt trouwens ook tussen de tanden versleept. Wat de
hamster
aan voedsel vindt, wordt binnen de kortste keren in de hamsterwangen
verstouwd
en rechtstreeks naar de voorraadkamers getransporteerd waar
het voor het rest
van het jaar wordt opgeslagen.
De hamster maakt de wangzakken leeg door er
met de voorpootjes van achteren naar
voren
over te wrijven. De inhoud die dan te
voorschijn komt, is niet met
spijsverteringssappen vermengd. |