Medische Biotechnologie Net
Informatie door
Olie Consultancy
Thema-interview uit Management Info:
Biogen maakt meerwaarde van biotech duidelijk
Biotechnologie is niet meer weg te denken uit de hedendaagse gezondheidszorg. Voor een niet onbelangrijk deel is dat te danken aan het feit dat innovatieve biotechnologiebedrijven het als uitdaging zien om kleinere therapeutische gebieden op te zoeken. Waar de 'grote farmaceutische bedrijven' hun R&D-pijlen vooral richten op grote patiëntgroepen, zijn het de bedrijven als Biogen die juist de kleine indicaties opzoeken. Henk-Peter Oonk van Biogen International, ziet in die aanpak ook de toekomst voor de biotechnologie. 'We willen een pure nichespeler zijn.'
Het in 1978 in Genève opgerichte Biogen heeft een boeiende historie. In de afgelopen bijna 25 jaar heeft Biogen op hoog niveau onderzoek gedaan in het veld van de biotechnologie, waarbij samenwerkingsverbanden werden aangegaan met diverse researchinstituten en farmaceutische bedrijven. Veelbelovende producten werden via licentieovereenkomsten overgedragen aan andere partijen. Met onder andere het onderzoek op het gebied van de behandeling van Hepatitis B en C maakt Biogen niet alleen grote faam, maar werden twee van de oprichters van Biogen, de onderzoekers Phillip Sharp en Walter Gilbert, voor hun werk ieder gelauwerd met een Nobel-prijs.
De grote doorbraak niettemin bereikte Biogen internationaal met het middel Avonex (Interferon beta-1a). De wetenschappers van Biogen wisten als eersten het alfa interferon gen te repliceren. Dit leidde tot de ontwikkeling van Avonex, de eerste medische behandeling voor relapsing-remitting multiple sclerose, één van de vier vormen van MS. Vanaf de introductie in 1996 heeft het geneesmiddel wereldwijd duizenden MS-patiënten met deze vorm van MS geholpen. Het geneesmiddel is inmiddels uitgegroeid tot de wereldwijde marktleider in de behandeling van MS, een ziekte waar wereldwijd circa een miljoen patiënten aan leiden. In Nederland zijn er 16.000 mensen met MS.
Schade
MS is een chronische ontsteking van het centrale zenuwstelsel waarbij de zenuwuitlopers, de axonen, worden beschadigd. Bij de relapsing-remitting MS verloopt het ziekteproces in aanvallen. Tijdens een aanval verslechtert de algehele conditie van de patiënt zich. In deze periode is het ontstekingsproces het meest actief. De axonen worden in het verloop van de ziekte steeds meer aangetast met alle schadelijke gevolgen van dien, zoals cognitieve stoornissen, problemen in het motorische en sensitieve zenuwstelsel en invaliditeit. Het in een vroegtijdig stadium behandelen van MS is derhalve van groot belang om het ziekteverloop te bestrijden en schade op langere termijn zoveel mogelijk te beperken.
De heer Henk-Peter Oonk MBA, MSc is country manager Benelux van Biogen International in Hoofddorp, waar Biogen de eerste Europese verpakkingslijn voor haar producten heeft gerealiseerd. Hij is bijzonder ingenomen met het feit dat de Committee for Propriatary Medicinal Products (CPMP) in Londen een positief advies heeft uitgebracht aan de Europese registratie-instanties, om Avonex ook in te kunnen zetten bij een eerste aanval. Oonk:
'Avonex wordt nu ingezet en dus vergoed na de tweede aanval. Terwijl het uitermate belangrijk is om Avonex al toe te passen als een eerste aanval is geconstateerd. In het vertragen van de ziekte is dat voor mensen met MS cruciaal. Ik twijfel er niet aan dat de Europese instanties het advies van de CPMP zullen overnemen. Onze volgende uitdaging is dan natuurlijk om het College van Zorgverzekeraars (CVZ) te overtuigen dat het vervolgens ook vergoed dient te worden.'
Hij vervolgt:
'We weten ons gesteund door topneurologen. Bovendien zijn er wereldwijd uitgebreide trials gedaan met Avonex die hebben aangetoond dat de vertraging van de voortgang van MS significant is door toediening van het interferon. Het proces wordt gemiddeld met 44 procent vertraagd. Dat betekent op de langere termijn dat de patiënten actiever deel kunnen nemen aan het arbeidsproces en het sociale leven. Er is dus een duidelijke meerwaarde voor de quality of life van MS-patiënten. En, denkend in termen van health economics, hoeft de MS-patiënt ook minder vaak aanspraak op zorg te maken, zodat zich daar juist een kostenbesparende mogelijkheid voordoet.'
De ontwikkeling rond Avonex toont nog eens overduidelijk aan dat biotechnologie, mits in staat om de juiste producten te ontwikkelen en te produceren, veelbelovend is. Ook Biogen ziet dat in. Het bedrijf heeft een groei van meer dan dertig procent doorgemaakt in het afgelopen jaar. Tegelijkertijd waarschuwt Oonk voor al te grote euforie.
'De biotechnologie is divers en kent successen en falen. Ik hoef alleen maar te wijzen op Pharming. Tegelijkertijd zie je dat Genzyme de orphan drug status krijgt voor één van haar producten. Dat is een stuk erkenning.'
De orphan drug status wordt door de COMP (Committee for Orphan Medical Products) toegekend aan geneesmiddelen die ontwikkeld worden voor zeldzame ziekten, met een chronisch invaliderend en/of levensbedreigend karakter. In Nederland gaat het om ziekten waar niet meer dan achtduizend patiënten aan lijden. De toekenning van de orphan drug status garandeert een markt-exclusiviteit van tien jaar. Concurrerende producten kunnen pas dan toegelaten worden en daarmee dus de orphan drug status van een geneesmiddel ongedaan maken, of wanneer het nieuwe geneesmiddel een aantoonbare klinische meerwaarde in termen van effectiviteit en/of veiligheid biedt.
Dergelijke incentives zijn een terechte strategie, vindt Henk-Peter Oonk:
'De biotechnologiebedrijven zijn niet te vergelijken met de grote farmaceutische multinationals. Wij richten ons op de niches in de gezondheidszorg, de kleine indicaties, de zeldzame ziektes. Dat betekent enerzijds dat je een product niet in enorm grote hoeveelheden kunt verkopen, terwijl de ontwikkelingskosten even hoog, zo niet hoger zijn. Je moet in staat zijn om daar een faire prijs voor te vragen: je moet als biofarmaceutisch bedrijf marketingactiviteiten kunnen ontplooien en geld mogen verdienen om zodoende je R&D mogelijk te maken. Voor biotechnologiebedrijven is dat al extra moeilijk door de veel kleinere indicaties.'
Complexiteit
Oonk vindt dat aspect ook vanuit een andere optiek van belang. Immers, stelt hij, de toekomst van de medische wetenschap en de gezondheidszorg ligt voor een belangrijk deel in handen van de biotechnologie. De ontdekking van het menselijk genoom luidt een nieuwe tijdperk in, waarin 'farmacogenomics' een steeds grotere rol gaan spelen.
'Dat gaat natuurlijk nog jaren duren want de complexiteit is enorm. Niettemin ligt daar de toekomst. Je gaat mensen op een individueel niveau behandelen. Op basis van een genetisch profiel van een individuele patiënt kun je voorspellen wat de kans van slagen is van een bepaalde therapie. Nogmaals, zoiets duurt nog jaren. Ook al door die complexiteit. Maar toch: als biotechnologiebedrijven zijn wij in staat daar het voortouw in te nemen door onze kennis.'
Een nieuw product van Biogen is Amevive, dat een behandeling biedt tegen psoriasis. Ook hier weer een relatief kleine patiëntengroep, evenwel kunnen de gevolgen van de ziekte grote sociale gevolgen hebben voor deze groep. Bovendien werkt Biogen, in samenwerking met Elan Corporation in Ierland, aan de ontwikkeling van Antegren, een monoclonaal antilichaam. Een veelbelovend product, stelt Oonk vast:
'Zowel als het gaat om de behandeling van MS als de ziekte van Crohn. De phase 2 onderzoeksresultaten laten zien dat Antegren in staat is het aantal relapses bij MS patiënten te remmen met zo'n vijftig tot zestig procent.'
De phase 3 onderzoeken zijn recentelijk gestart. Er lopen twee studies, een monotherapie studie en een combinatie studie: Antegren versus placebo en Antegren + AVONEX versus AVONEX + placebo. In totaal doen er in de Benelux dertien centra mee aan dit onderzoek. Hij voegt eraan toe: 'Met deze inspanningen willen wij nog eens aantonen dat wij wereldwijd een long term commitment hebben in de behandeling van een ernstige aandoening als MS. We concentreren ons op diseasemanagement voor deze indicatie en willen meerdere therapeutische oplossingen en services voor voorschrijvers, verpleegkundigen en patiënten kunnen bieden.'
De R&D van Biogen richt zich op vier indicatiegebieden: immunomodulatie, oncologie, fibrosis en neuro-degeneratie Dat zijn de vier aandachtsgebieden, constateert Henk-Peter Oonk tot slot:
'Met Amevive en Avonex zijn we absoluut op de goede weg. Onze meerwaarde als farmaceutisch biotechnologiebedrijf is aantoonbaar. We hebben serieuze oplossingen en gelukkig heeft ook de overheid een groeiende interesse in ons, getuige het recente bezoek van een delegatie van het Ministerie van VWS aan ons hoofdkantoor in Cambrigde MA.'
Internet:
www.biogen.nl
Copyright © 2001 - 2005 Olie Consultancy
Laatst bijgewerkt: 01 december 2005