
Het avontuur begint dus ook letterlijk om de hoek. Via een paar
binnenwegen rijden we op de noorddijk langs de Lek stroomafwaarts. De
weg is lekker bochtig en een kleine omleiding voert ons over een
onverhard pad Schoonhoven binnen. Aan de overkant rijden we verder
door de Alblasserwaard. Zo mooi kan Nederland dus zijn, nog geen
veertig kilometer van huis. Tot Breda en in de buurt van Antwerpen
wijken we uit naar de snelweg. Het aantal oversteken over de grote
rivieren via kleine wegen is gewoon te klein. Alle tunnels onder de
Antwerpse havens zijn deze keer verlicht. De allereerste keer dat ik
hier met de motor langs kwam reed ik met zonnebril op een onverlichte
Scheldetunnel in en dat is erg donker...
Via kleine Oost Vlaamse wegen zoeken we in de buurt van Hamme een
camping. De kaart geeft aan dat er iets in Rodendries moet zijn, maar
zelfs de lokale bevolking heeft geen weet van het bestaan van deze
plaats. Meteen dus maar een andere kaart kopen! Een vriendelijke
cassière weet dat bij Waasmunster een camping is. Midden in
een villapark is een mooi terrein van de Vlaamse Kampeer Toeristen.
De volgende morgen krijgen we bij het ontbijt eende-eieren van
één van de andere gasten. Ze smaken heerlijk en we
laden onze spullen op en rijden verder. Via Dendermonde en Wetteren
komen we in Oudenaarde. Het is inmiddels gaan regenen en we lunchen
in een gezellige kroeg aan de markt. Na Kortrijk en Ieper gaat het
echt binnendoor langs plaatsen als Dikkebus en Ouderdom. Het land
waar we door rijden is licht glooiend met een paar beboste markante
heuvels. In de Eerste Wereldoorlog is hier het nodige geknokt, want
het land is bezaaid met militaire begraafplaatsen.
Over de Mont Noir passeren we de Belgisch - Franse grens. Boven heb
je een prachtig uitzicht over het Vlaamse land. Door bossen en velden
slaan we ons kamp op in Morbecque. De taalverwarring lijkt hier
compleet: bijna niemand spreekt er nog Vlaams (de campingbaas slechts
een paar woorden), maar alle plaats- en straatnamen zijn wel degelijk
Vlaams.
De volgende morgen slaan we meteen na de camping de eerste zijstraat in om de rest van de dag eigenlijk geen doorgaande wegen meer te berijden. Door de regen van de afgelopen dagen zijn sommige paden alleen niet echt geschikt voor een Funduro op T66's. De min of meer verharde wegen en paden zijn heerlijk om te rijden - lekker bochtig door een glooiend landschap en absoluut geen ander verkeer. Klein maar fijn dus. Waar we precies zijn, weten we eigenlijk pas tegen een uur of één als we St. Omer binnen rijden.

Bij het opbokken van de motoren zie ik de kop van een spijker uit Karins achterband steken... Na een stuk stokbrood met worst en kaas op de rand van de fontein laat Karin zien dat enduro wel degelijk een publiekssport is. Wiel er uit, gereedschap tevoorschijn en met z'n tweeën trappen we de buitenband van de velg. Een stel langere ijzers zou handig zijn, maar met het setje BMW bandenlichters is de klus goed te klaren. Gelukkig blijkt de spijker slechts heel kort en is de binnenband nog ongeschonden. Een cappuccino en een espresso maken de klus als toetje af.
Net achter Watten (watteh?) besluiten
we een stuk van een Grande Randonnée te volgen. Het eerste
stuk langs het Canal de la Haute Colme gaat eigenlijk heel goed. De
motoren snorren en de populieren langs het kanaal werpen hun
schaduwen over het water. Goed te weten dat je voor deze mooie
stukjes niet ver hoeft te gaan. Na een stuk onverhard houden de
wit-rode markeringen op en besluiten we op eigen kracht de wereld te
ontdekken, wat eigenlijk heel goed lukt. Kleine paadjes, kronkelige
weggetjes en half verharde bospaden komen onder onze banden. De
enkele dorpjes waar we door rijden klinken nog steeds erg Vlaams. In
Volckerinckhove bezoeken we de kruidenier en slaan wijn, brood en
tomaten in. Op een kleine camping langs de TGV lijn naar Londen slaan
we ons kamp op. De aanstormende treinen klinken als
passagiersvliegtuigen in duikvlucht, maar al snel merken we het niet
meer op.
Mijn KTM staat met de poten van de hoofdstandaard diep in het gras -
beide wielen nog op de grond. Eerder heeft deze wankele opstelling
perfect gehouden, maar nu valt het brommertje toch met een doffe plof
in het gras. Gelukkig is zo'n KTM ook met volle tank en bagage goed
optilbaar...
De volgende morgen haal ik de sleutel van de koude douche. Die is dus zeker een halve eeuw niet gebruikt, maar het water valt goed. Via Wormhout, Herzeele en Diksmuide rijden we door het vlakke land. Op de hoek tegenover het IJzermonument is kennelijk gratis benzine af te halen want het ziet er zwart van de motards met bijbehorende Chroomdromen en Goudvinken. Aan de markt zitten we dan beter en de groene lenteharing smaakt ook bij een armzalige 13 graden Celsius. Via Zwevezele en Eeklo belanden we in het te keurig aangeharkte Nederland waar we richting het veer Perkpolder - Kruiningen rijden. Aan de andere oever houden we het heel snel voor gezien. Over de snelweg rijden we met een gangetje tussen de 100 en 120 naar Utrecht en mijn KTM houdt zich onder deze vreemde omstandigheden eigenlijk heel goed. Tussensprintjes zijn geen enkel probleem. Onderweg passeren we nog een Duitser op één of ander 80cc ding die helemaal tegen de vluchtstrook rijdt. Met minder dan 398cc is het kennelijk ook nog goed te doen...
Dan nog even die krachtmeting tussen F650 en LC4 - Zo'n rit over binnen- en buitenwegen bewijst wel dat je niet op een dikke brommer hoeft te rijden om lol te hebben. De LC4 400 is op onverharde en onbegaanbare paden natuurlijk torenhoog de beste. Op het asfalt stuurt 'ie bijzonder scherp en rijdt een paar streepjes sportiever dan de Funduro. Het feit dat je boven op een LC4 zit (in tegenstelling tot 'in' een F650) draagt daar zeker aan bij. Om echt te presteren moet het motortje wel gedraaid worden! Met een beetje bagage is de Vierhonderd zelfs met 140 nog super stabiel. Absoluut geen spijt dus dat ik deze oostenrijker heb gekocht :-)