ORA Clubweekend
2000Zaterdagochtend vroeg opstaan en de motor op de pickup geladen. Ik
had dit nog niet eerder gedaan, maar mijn plannetje werkte prima:
motor in de eerste versnelling en dan aan de hand tegen de zelf
gemaakte oprijplank de bak in. Om acht uur rij ik richting Veldhoven,
waar het bivak zou zijn.
Wel even wat anders in een verwarmde auto, CDtje aan en een blikje
Red Bull bij de hand voor de broodnodige cafeïne. Om 9h20 rij ik
het terrein van 'De Buitenjan' op waar al een paar clubleden motoren
aan het afladen zijn. Na de eerste kennismaking wordt het roadbook
voor de zaterdag uitgegeven. Honderdzeventig modderige, technische en
snelle kilometers en vier speciale proeven die meetellen voor het
weekend-klassement. Na het plakken van de bijna 40 velletjes papier
kon het spektakel beginnen.
Buiten wacht de technische controle van de motoren: papieren,
rijbewijs, remlichten en claxon. Op alle onderdelen scoren mijn LC4
en ik de volle mep - wonder boven wonder kwam er nog een acceptabel
geluid uit de claxon die meestal een heel erg bescheiden geluidje
laat horen. Die had er zeker zin in...
Binnen is de eerste proef. niets te rijden, maar wel enduro: 1 minuut
om twintig verschillende plaatjes per paar te koppelen; een motorblok
en een ander onderdeel van de zelfde motorfiets of een remlicht en de
framebuis die daar uiteindelijk aan zit vastgeschroefd.
Buiten de motoren gestart en met z'n vieren op pad. Na een halve kilometer asfalt gaat het meteen het bos in over een heel klein slingerpaadje met een paar onvergetelijke modderpoelen waar geen omrijden mogelijk was. Na nog geen kilometer ziet alles bruin van de bagger - precies zoals ik dat graag zou willen! Snelle stukken met lekkere haakse bochten worden afgewisseld door slingerende modderpaden waar soms wel, maar vaak ook niet aan de ontkomen valt...
Het vallen komt vanzelf als ik een talud oprijd waar de ondergrond van gras en modder slecht combineerde met mijn toch wat te kale T63's en teveel vermogen en twijfels. De achterkant breekt uit en ik zit opeens in het gras. Mijn tweede aanloop had de zelfde ingrediënten en dus ook een vergelijkbare afloop. Dan maar naast de motor naar boven, waar ik al zwabberend door het spoor ga. Na een aantal kilometers komt mijn concentratie terug en afwisselend rijdt één van ons voorop. Mijn 'tripmaster' vindt het opeens kennelijk allemaal te snel gaan en geeft nog maar de helft van de snelheid aan die ik op de echte kilometerteller zie. Mijn pech is dat daardoor ook de afstanden tussen de onderdelen op het roadbook niet meer zijn bij te houden. Dan maar op situatieschets en geschatte afstand rijden. Als Pim en ik willen afslaan stuiven de twee anderen nog steeds rechtdoor. We wachten even tot ze tot (in)kering komen en volgen verder het roadbook. Omdat het roadbook op sommige stukken om de 200 meter een routewijziging aangeeft is het makkelijk zonder tripmeter te rijden. Na een hoop gehobbel komen we aan bij de tweede proef - een rondje crossbaan op tijd. Willem jut me op en ik rijdt voor de tweede keer 10 seconden sneller dan er voor. Ben ik in ieder geval geen laatste...hoop ik.
Het roadbook loopt nog ongeveer 100 kilometer door, dus we
vertrekken weer snel richting Brabantse velden en bossen. In het
bleke najaarszonnetje stuif en modder ik voort. Het stuiven gaat
lekker door de haakse bochten, maar als ik direct na een bocht in een
diep modderspoor beland raakt het stuur zomaar de grond. Gelukkig
duurt dit spoor maar een meter of honderd, want dit onderdeel beheers
ik nog niet echt (of was het echt niet?). Bij aankomst bij de derde
proef blijken we opeens voor in et veld te rijden. Anderen wilden de
schoonmakers van de Mac Donalds wat werk bezorgen en zijn daar tussen
de middag even naar binnen gestapt.
De
derde proef heet de 'Vier Windstreken'. Tussen vier paaltjes in een
vierkant van amper 3 x 3 meter moet in alle vier de windrichtingen
worden doorgereden. Eigenlijk is het gewoon klaverbladracen voor
enduro's. De uitbreek-draaien van Berry en Alexander zijn het
spectaculairst om te zien. Jammer alleen dat Berry bij een snel
klaverblaadje er ook snel daarna afvliegt en bijna met motor en al de
sloot inrolt. In mijn tweede poging rijdt ik wat ruimere bochten en
voorkom daarmee dat ik moet stoppen. De tijd blijft alleen in 'de
tweede groep'. Als ik om mijn motor heen loop zie ik de kop van een
enorme spijker uit het profiel steken, maar de band is nog steeds
hard. Afblijven dus.
Nog maar veertig kilometer tot het bivak en de route wordt iets makkelijker. Betere paden en wat meer on-road. Na een lang stuk in de berm van een sloot rijden komen we de rest van de club tegen - het roadbook klopt niet meer en dank zij de uitvinding van de GSM weten we al snel dat er een onderdeel uit het roadbook mist - we hadden tussen de laatste twee stations ergens rechtsaf gemoeten, alleen weet niemand waar... Jodi tovert een kaart tevoorschijn en we rijden met de hele club off- en on-road terug naar De Buitenjan. Eerst de keting smeren en de band controleren die nog steeds mooi hard is. Niks aan de hand dus.
Binnen wacht er een grote koelkast met bier and andere natigheden en de laatste proef - binnen één minuut zoveel mogelijk bouten en moeren aan elkaar draaien. Als ik op de uitslagenlijst zie dat iemand 19 setjes heeft gemaakt komt mijn score van 13 wat mager over. In de herkansing lukt het me ook om er 19 te draaien. Proost!
Voor en tijdens het avondeten worden er sterke verhalen
uitgewisseld en foto's van Spanje en video's van ondermeer de Erzberg
Hare Scramble bekeken. Van Willem hoor ik waarom er twee uitsparingen
onder in de container op mijn pickup zitten - die zijn bedoeld om het
ding er met een heftruck uit te tillen. Misschien kan ik dat de
volgende keer ergens laten doen en de container dan los achterop de
auto mee naar huis nemen ;-)
Na het eten volgt de prijsuitreiking van het weekendklassement. De
nummers drie en twee verbazen mij niet echt, beiden kunnen rijden als
de brandweer en ze krijgen een bronzen dan wel zilveren
bougie-op-hout. De nummer één is voor de organisatie
een beetje een verassing, het is de nieuwkomer... en dan hoor ik mijn
eigen naam! Op de crossbaan en met de Vier Windstreken ben ik ergens
onderaan de lijst geëindigd - de punten moeten dus vooral uit de
technische controle, de puzzel en de boutjes komen. Met de gouden
trofee, een enorme wisselbeker en een bus siliconenspray van de
prijzentafel loop ik nog steeds verbaasd terug naar mijn bier. Dit
had ik dus echt nooit verwacht. Toch knaagt het een beetje dat mijn
offroad rijkunsten niet echt (echt niet?) aan het succes hebben
bijgedragen. Dat wordt een jaar van veel trainen en minder lezen.
Komende week zal ik de bouwput bij mij in de wijk maar eens onveilig
gaan maken! Om half twaalf kruipt iedereen in z'n slaapzak. Gelukkig
laten de beloofde snurkers zich niet horen...
Zondag wordt iedereen om acht uur zo'n beetje wakker en werken we het ontbijt nogal zwijgend naar binnen. Als iedereen buiten de motor start worden we weer wat wakker. Op het programma staat een rit waarbij Paul als voorrijder zal optreden.
Het eerste stuk is gelijk aan dat van de zaterdag, al ligt het
tempo beduidend hoger. Na de eerste modderpoelen is het verschonende
effect van de douche dan ook geheel verdwenen. Het knarst zelfs een
beetje. Bij een hek staan twee MP's met hun jeep en we worden
aangekeken met een blik die niet veel goeds voorspeld, maar horen
alleen maar goeiemorgen. Tien verbalen uitschrijven voor ontbrekende
spiegels en knippertjes is waarschijnlijk niet echt iets om je
zondagochtend mee te beginnen.
De piste naast het kanaal is gisteren lekker los gereden, maar het
tempo is er niet minder om. Opeens stuift Paul het talud op en de
anderen volgen. Ik twijfel een beetje, maar volg dan resoluut. Zonder
enige aanloop in de eerste versnelling naar boven en alleen maar
kijken naar de 'uitgang'. Ik land met een prachtige wheelie boven aan
in de berm. Ik kan het dus wel. Via een verschikkelijk modderpad gaan
we kruip-door-sluip-door over een klein kronkelpaadje en belanden bij
een weg in aanbouw. De afstap van een halve meter is niet moeilijk,
maar in de opstap vergis ik me een beetje. Het is niet goed te zien
welk van de twee mogelijkheden het beste is en ik kies degene die het
minst comfortabel is: een halve meter recht omhoog. Ik vlieg bijna
voorover van mijn motor maar land tenslotte toch weer in het zadel.
Dat was dus even schrikken...
Door de schik ga ik voor offroad te voorzichtig rijden en kom niet lekker meer in mijn ritme. Dat betekent dus natte voeten en als ik om een diepe plas wil rijden breekt het achterwiel uit en zit ik op een richel - mijn geliefde LC4 ligt een halve meter lager. Al die kapriolen doen de motor niet veel, alleen de handbeschermers moeten weer even op hun plaats worden geduwd. Zelf begin ik het wel overal te voelen - het kaarsje gaat een beetje uit. Mijn banden zijn verder voor dit werk niet alleen teveel afgereden, maar ook totaal ongeschikt. Als we bij de crossbaan koffie drinken besluit ik terug te gaan, dan kan ik thuis ook nog even de motor afspuiten. Bij het opladen in het bivak blijkt de achterband de druk van de buitenlucht te hebben aangenomen. De spijker die ik had laten zitten is er tijdens de asfaltrit naar het bivak wat dieper in komen te zitten en heeft de binnenband lek geprikt. Thuis blijkt de angel zo'n 7 centimeter lang te zijn. Nog een wonder dat die band niet eerder door was.

Thuis gekomen maak ik eerst maar eens wat te eten en wordt de motor van top tot teen geschrobd en gesmeerd. Na een half uur onder de warme douche te hebben gestaan begin ik gelijk aan mijn verhaal voor de site. Doodmoe, maar intens gelukkig kruip ik onder de wol, denkend aan de eerstvolgende manier om mijn motor weer smerig te kunnen maken...