In de veren...

[ HomePage | Offroad | Standard Suspension Setup | Precisie Instellingen| Problemen verhelpen ]


Sommige offroads hebben goede en vooral instelbare vering, andere minder goede. De veervoorspanning is wel het minste dat geregeld moet kunnen worden. Sommige rijders zijn nooit tevreden over het in- en uitveren en anderen maakt het allemaal niks uit - gas er op en niet zeuren. Belangrijk is in ieder geval dat de basis klopt, in goed Nederlands de 'Standard Suspension Setup'. Vanuit deze 3S kan je afhankelijk van hoe de motor onder bepaalde omstandigheden reageert de instellingen aanpassen.

[ Begin | Eind ]

Standard Suspension Setup

Wie een KTM heeft komt er hier makkelijk vanaf. De instellingen van voor- en achtervering zijn ingesteld op een rijder van rond de 75 kilo. Even op streefgewicht komen dus ;-) Eigenlijk is de 3S makkelijk om in te stellen:

Achter

  1. Meet de afstand tussen de achteras en een vast punt ergens aan het achterspatbord, terwijl de vering onbelast is - even opbokken of een kratje fris onder het karter;
  2. Zet de motor met beide wielen op de grond en meet opnieuw. Het eigen gewicht van de motor mag achter niet meer dan 3 cm veerweg opeisen (KTM 5 - 20 mm);
  3. Ga in rij-positie op de motor zitten, het liefst met je outfit aan en beide laarzen op de steppies. Meet nu weer de afstand tussen achteras en het vaste punt;
  4. Het verschil tussen onbelast en belast moet ergens tussen de 10 en 7,5 cm liggen. Door de veervoorspanning aan te passen kan de ideale waarde worden bereikt. LET OP: als de voorspanning meer dan 0,5 cm vanuit de basisinstelling moet worden aangepast moet er een nieuwe (langere of kortere) veer om de demper!

    Voor

  5. Meet de afstand van de motor in opgebokte toestand tussen vooras en bijvoorbeeld de onderste kroonplaat;
  6. Zet de motor op beide wielen - de voorvork mag nu niet meer dan 4 cm inveren (KTM 20 - 35 mm).

    Door een tie wrap voorzichtig om de binnenbuis te schuiven tegen de keerring aan schuift deze mee als de motor weer op twee wielen staat. Het meten van de veerweg is dan eenvoudiger.

    Het inveren van de voorvork met berijder is niet goed te meten of in te stellen. Het inveren is tijdens het rijden te veel afhankelijk van het terrein en de zitpositie van de rijder.

[ Begin | Eind ]

Precisie instellingen

Vanuit de 3S kan de vering worden aangepast aan het terrein waar wordt gereden. In de tabel hieronder zijn de mogelijkheden per terreintype aangegeven. De compression (COM) beïnvloedt de manier waarop de vering inveert, de rebound (REB) de manier waarop hij terugveert.

Bij WP voorvorken (USD en RSD) worden compression en rebound in slechts één van de voorpoten geregeld.

Voorvork Compression of Rebound

De compression van de monoshock wordt met de stelschroef op het reservoir aan de bovenkant ingesteld (3), de rebound met behulp van de ring aan de onderkant van de shock (4).

Monoshock CompressionMonoshock Rebound

 

Terrein type

REB
Voorvork

COM
Voorvork

REB
Shock achter

COM
Shock achter

Zacht & hobbelig

0

+

++

+

Zacht & vlak

+

++

+

+

Hard & hobbelig

0

-

-

0

Hard & vlak

-

0

-

+

Straat

+

++

+

0

0=Standard Suspension Setup

+=3S harder instellen

++=3S nog harder instellen

-=3S zachter instellen

[ Begin | Eind ]

Problemen verhelpen

Soms reageert de motor niet zoals het hoort. De kans is groot dat de problemen zijn verholpen met een iets aangepaste instelling van de vering. Hie onder staan een aantal syptomen en de mogelijke oplossing daarvan (met dank aan Thomas Zietz).

Symptoom

Mogelijke oorzaak

Mogelijke oplossing

De motor overstuurt - hij maakt een kleinere bocht dan je stuurt, het voorwiel 'valt' in de bocht

De motor ligt voor te laag in vergelijking met de achterkant

  • Vorkpoten verder uit de kroonplaten laten zakken
  • Compression van de vorkpoten verhogen
  • Hardere vorkveren inbouwen

De motor onderstuurt - hij maakt een grotere bocht dan je stuurt, het voorwiel lijkt weg te glijden

De motor ligt voor te hoog in vergelijking met de achterkant

  • Vorkpoten in de kroonplaten laten zakken
  • Compression van de vorkpoten verlagen
  • Slappere vorkveren inbouwen

Voorwiel is instabiel bij hogere snelheden en bij het uitrijden van bochten

De motor ligt voor te laag in vergelijking met de achterkant

  • Vorkpoten verder uit de kroonplaten laten zakken
  • Compression van de vorkpoten verhogen
  • Hardere vorkveren inbouwen

Voorwiel is instabiel bij het remmen

De motor ligt voor te laag of achter te hoog

  • Compression van de vorkpoten verhogen
  • Hardere vorkveren inbouwen
  • Meer of dikkere olie in de vorkpoten

Voorvork: Veerweg wordt niet gebruikt, slechte grip in harde hobbelige bochten, vering voelt hard aan

Voorvork: Vering te hard of teveel compression

Voorvork:

  • Voorvork ontluchten
  • Compression verminderen
  • Slappere vorkveren inbouwen

Voorvork: slaat door of is te zacht

Voorvork: Veren zijn te slap of de compression is te laag

Voorvork:

  • Compression verhogen
  • Hardere vorkveren inbouwen

Voorvork: Te hard bij grotere hobbels

Voorvork: Te progressief

Voorvork:

  • Minder of dunnere olie in de vorkpoten

Voorvork: Na meerdere hobbels wordt de voorvering plotseling harder, weinig grip in hobbelige bochten

Voorvork: Te hoge rebound

Voorvork:

  • Rebound verminderen

Voorvork: Veert te snel uit, weinig grip in hobbelige bochten

Voorvork: Te lage rebound

Voorvork:

  • Rebound verhogen

Monoshock achter: Veerweg wordt niet gebruikt, vering voelt hard aan, slechte grip in hobbelige bochten

Monoshock achter: Te hoge compression of te hoge veervoorspanning

Monoshock achter:

  • Compression verminderen
  • Veervoorspanning verlagen

Monoshock achter: Vering slaat door, voelt slap aan, veert door de berijder te ver in

Monoshock achter: Te weinig veervoorspanning, veer te slap

Monoshock achter:

  • Veervoorspanning strakker stellen - 3S opnieuw instellen
  • Hardere veer inbouwen

Monoshock achter: Achterwiel springt bij remmen op kleine hobbels of bergaf rijden, slechte tractie in hobbelige bochten

Monoshock achter: Te veel veervoorspanning of te hoge compression

Monoshock achter:

  • Veervoorspaning slapper stellen
  • Compression verminderen

Monoshock achter: Achterwiel springt over randen, motor neigt tot landen op het voorwiel

Monoshock achter: Te lage Rebound

Monoshock achter:

  • Rebound verhogen

Monoshock achter: Achterwiel veert bij meerdere hobbels steeds dieper in, slechte tractie in hobbelige bochten of bij het remmen op hobbelige ondergrond

Monoshock achter: Te hoge rebound

Monoshock achter:

  • Rebound verminderen

Monoshock achter: Achterwiel is zeer instabiel, vering reageert niet op andere instelling

Monoshock achter: Versleten dichtingen in de demper of ander defect

Monoshock achter:

  • Shock laten repareren of vervangen

Met dank aan Thomas Zietz en KTM-SOMMER

[ HomePage | KTM LC4 | Offroad| Funduro | Reizen | Navigatie | Veiligheid | Nieuws ]


meine van essen menk@wanadoo.nl
HomePage v.6.2 - 16 november 2000