Motorrijden is meer dan 'even een blokje om'. Je verplaatsen op twee wielen is gewoon anders. Leuker in ieder geval. Gevaarlijker, dat ook. Je kreukelzone is maar een paar millimeter dik. Omdat motorrijden meer een sport is dan één van de manieren om je te verplaatsen, ben je hopelijk eerder geneigd wat te doen aan je eigen veiligheid.
Veiligheid is meer dan een helm en een dikke jas. Volgens mij heeft veilig motorrijden alles te maken met:
Vijf dingen, voor en tijdens het rijden? Is dat niet wat veel, een belemmering om zomaar even en stukje te gaan rijden? Volgens mij niet. Naast het feit dat je je eigen veiligheid verhoogt, maak je onder andere door een goede voorbereiding het rijden zelf makkelijker.
Motorrijden zit voornamelijk tussen je oren. Met een goede kijktechniek trek je jezelf door de bocht. Andere zaken aan je hoofd leiden alleen maar af. Als motorrijder moet je dus behoorlijk uitgeslapen zijn. Letterlijk. Met een duffe kop geniet je overigens nog niet voor de helft van het parcours. Je kater kun je ook maar beter in bed laten liggen. Alcohol en verkeer gaan NIET samen! Gebruik van een GPS of roadbook op de motor kan ook behoorlijk afleiden. Dit is niet alleen op de weg erg gevaarlijk, maar ook off-road. Verschillende top-5 Dakar-rijders zijn de afgelopen jaren tegen de grond gegaan omdat ze op het verkeerde moment met hun roadbook of GPS bezig waren...
Voorbereiding van je route - al is het maar globaal - maakt het rijden een stuk rustiger. Maak daarom een plan: waar ga ik hoe naar toe. Een korte blik op de kaart is soms genoeg. Roadbooks zijn een uitstekende hulp. Maak de letters wel groot genoeg om gemakkelijk plaatsnamen en wegnummers te kunnen lezen. Met pijltjes kun je aangeven waar je moet afslaan. Met een kleine kaartstudie voor vertrek voorkom je dat je fout rijdt en meer aan het zoeken bent dan aan het motorrijden.
Tenslotte is het verstandig te weten wat voor weer het is en wordt. Trek ik m'n regenbroek thuis al aan of heb ik die vandaag niet nodig... Bekendheid met de weersgesteldheid voorkomt verassingen door plotselinge hagelbuien, opwaaiend herfstblad en opgevroren op- en afritten. Het voorkomt ook dat je verrast wordt door andere weggebruikers die niet weten wat er buiten gebeurt.
Motorkleding is zowel je verwarming als je kreukelzone. Ook bij warm weer heb je dus een goed pak nodig. Op teenslippers en in zwembroek op de motor komt nog steeds voor. Ook voor zomaar een blokje om neem je hier mee onnodig veel risico. Bedenk dat je bij een eventuele val je vel compleet verliest! In het buitenland zijn sommige verzekeraars al zover dat cosmetische chirurgie niet wordt vergoed als de betreffende motorrijden geen deugdelijk pak aan had. Draag daarom altijd een helm, jas, broek, laarzen en handschoenen.
Helmplicht. Voor sommige mensen is dat een reden geweest om met motorrijden te stoppen. Verlies van het gevoel van vrijheid. Zonder helm loop je alleen het risico alle gevoel te verliezen. Voor eeuwig, en dat is toch jammer. Een goede helm is niet alleen veilig, maar ook nog eens lekker warm. Kies wel een lichte kleur. Dat is niet alleen beter zichtbaar, maar in de zomer ook een stuk koeler. Reflectiestickers verhogen de zichtbaarheid bij donker, maar zijn jammer genoeg moeilijk te krijgen. Een BMW dealer met politiemotoren in onderhoud verkoopt ze soms.
Van motorkleding is belangrijk dat het warm, waterdicht en slijtvast is. Dit is niet altijd in één pak te combineren, of alleen tegen zeer hoge prijzen. Zelf combineer ik een 'Goretex'-jas met een leren broek. De jas is waterdicht èn ademend. De leren broek geeft een goede zit in het zadel en is lekker warm. Bij regen gebruik ik een losse regenbroek. Voor de warme zomerdagen heb ik een enduro-jack dat voorzien is van ventilatie-openingen. Een jas met protectoren is aan te bevelen. Ook hier geldt weer dat lichte kleding beter zichtbaar is dan donkere. Motorkleding van Duitse fabrikanten zijn de laatste jaren (verplicht) voorzien van goedgekeurde protectoren en reflectiemateriaal.
Laarzen houden je voeten niet alleen droog en warm, maar bieden ook bescherming tegen opspattende stenen. Bij een val worden je enkels door goede laarzen voldoende beschermd. Enduro- of crosslaarzen bieden extra veel bescherming. Goede bergschoenen met Goretex voering voldoen ook uitstekend.
Goede handschoenen zijn van leer of van stof versterkt met kevlar of een ander slijtvast materiaal. Bij een val steek je in een reflex altijd eerst je handen uit en die kunnen dan maar beter goed zijn ingepakt. Sommige merken verhogen de slijtvastheid met mooie metalen nagels. Bedenk wel dat die nare krassen op de tank veroorzaken. Dat geldt trouwens ook voor de drukknopen van je jas.
Tenslotte doe je er goed aan je oren tegen een overdaad aan lawaai te beschermen. Voor de hoeveelheid herrie in fabriekshallen en bij vliegvelden zijn door de overheid normen opgesteld. Lawaai is maakt namelijk ziek. Voor motoren is het aantal decibel dat uit de uitlaat komt ook aan normen onderworpen. Het aantal dB in je helm is je eigen verantwoordelijkheid. Als motorrijder krijg je niet alleen de herrie van je eigen voertuig te verduren, maar zeker ook van de rijwind. Bij 100 km/u krijgen je oren gemiddeld zo'n 95 dB aan herrie te verduren. Binnen een kwartier wordt je gehoor hier al door beschadigd.
Het is dus verstandig iets aan gehoorbescherming te doen. De bekende gele propjes voldoen slechts beperkt. Beter kun je professionele gehoorbeschermers aanschaffen, bijvoorbeeld van EarMo. Voor ± 250 gulden heb je een paar op maat gemaakte gehoorbeschermers, die uitsluitend de meest schadelijke (hoge) frequenties tegen houden. De mooie roffel uit je knalpijp of het geplof van je éénpitter hoor je dus nog steeds en ook het verkeer om je heen ontgaat je niet. Dat nare gefluit hoor je niet meer. Vanaf ongeveer f 100 kun je al redelijk goede gehoorbescherming kopen.
Een andere mogelijkheid is het kopen van een 'stille' helm. In de Tourenfahrer van augustus '96 zijn twintig helmen op hun geluidsniveau getest. Normen voor de geluidsbelasting op de werkplek zijn als maatstaf gebruikt. Als meest geluidsarme helmen kwamen uit de bus de Baehr Silencer, de Uvex GP500 en de BMW System 3 Evolution. Knoop dat maar in je oren.
Van alle verkeersongevallen is 95% te wijten aan menselijk falen. Onjuiste of ontoereikende behandeling van je motorfiets worden ook tot menselijk falen gerekend. Vervanging van versleten onderdelen en servicebeurten moeten daarom tijdig gebeuren. Niet alleen voor je veiligheid, maar ook voor de levensduur van je kostbare motorfiets. Voor je wegrijdt is een korte inspectie van je motor niet onverstandig. Als ezelsbruggetje kun je BRAVOK gebruiken: banden, remmen, accu, verlichting, olie en ketting of cardan. De controle die wij tijdens onze vakantie iedere morgen uitvoerden bracht bijvoorbeeld een in de achterband binnengedrongen spijker aan het licht. Hiermee wegrijden zou een klapband tot gevolg kunnen hebben...
De wettelijke normen voor het bandenprofiel zijn slechts een uiterste grens! Banden met 2 of 3 millimeter profiel hebben beduidend betere grip op nat wegdek dan met de wettelijk toegestane 1,6 mm. Voor de kosten per kilometer maakt eerder vervangen nauwelijks uit. Voor je gemoedsrust wel. Controleer voor iedere rit of er geen scherpe dingen als glas en spijkertjes in je banden steken en haal die er eventueel uit. Geef je banden altijd de maximaal toegestane spanning. Dat verbetert de wegligging en beperkt de slijtage aanzienlijk.
Verzeker jezelf van goed werkende remmen. Vervang remblokken op tijd, dan doe je bovendien langer met je remschijven. Laat het onderhoud van de remmen uitsluitend over aan vakmensen. Snel kunnen optrekken geeft een kick, maar snel kunnen stoppen kan van levensbelang zijn. Als je bij het opstappen gelijk je voorrem pakt weet je meteen of deze goed werkt. Bovendien staat je motor stabieler.
Controleer je accu met enige regelmaat. Zelfs zogenaamde
onderhoudsvrije accu's hebben onderhoud nodig. Kijk of de polen niet
zijn geoxideerd en of het vloeistofniveau voldoende is. Ook bij
onderhoudsvrije accu's verdampt de inhoud gedeeltelijk. Bijvullen kan
met gedestilleerd water, een buigrietje kan als pipet dienen. Een
optimale conditie van je accu maakt het starten een stuk
gemakkelijker en kan de levensduur behoorlijk verlengen.
Zorg er voor dat de ontluchtingsslang van de accu is aangesloten. Uit
het ontluchtingsgat kan zuur ontsnappen en de lak en andere delen van
je motor beschadigen!
Rijd altijd minimaal met dimlicht. Ook overdag. In Nederland is dat nog steeds niet verplicht zoals in de landen om ons heen. Door ook overdag licht te voeren ben je beter zichtbaar voor andere weggebruikers. De extra slijtage aan je verlichting is minimaal, je veiligheid wordt verhoogd. Controleer voor het wegrijden alle verlichting, vooral de werking van je remlicht - zowel met de voor- als met de achterrem.
Voldoende olie in je blok voorkomt slijtage en oververhitting en
daardoor onherstelbare schade. Ook de hoeveelheid remvloeistof moet
je in de gaten houden. Bij een beperkt aantal kilometers per jaar
moeten motorolie en remvloeistof ieder jaar worden vervangen. Ook
cardan-olie moet van tijd tot tijd worden ververst.
Geen olie, maar wel nat: koelvloeistof. Op het expansievat zit vaak
een merkstreep voor het minimum- en maximum-niveau. Door een mengsel
van half antivries, half (gedestilleerd) water te gebruiken hoef je
je tot -25 geen zorgen te maken. Kijk voor het wegrijden altijd
onder de motor of er niet iets lekt.
Met een ketting die goed is gesmeerd en gespannen kun je lang
doen. In de praktijk blijkt het witte kettingvet het best te voldoen.
Bij mijn F650 blijft het bijna 2 maal langer zitten dan ander vet.
Kettingvet met teflon blijft niet alleen beter aan je ketting zitten,
maar ook op je velgen. Schoonmaken van O- en X-ring kettingen kan het
beste met petroleum gebeuren. Dit tast de dichtingsringen niet aan.
De petroleum opbrengen met een kwastje en na een paar minuten met een
doek afvegen.
Met een speling van 2 tot 3 cm voorkom je dat de ketting tijdens het
rijden breekt of begint te slaan (en op den duur daar door breekt).
Als je op het achterste tandwiel, recht achter de as de ketting tot
over de tanden kunt trekken moet je ketting en tandwielen vervangen.
Bedenk dat een ketting die tijdens het rijden breekt dwars door je
motorblok kan slaan. Een cardan is nagenoeg onderhoudsvrij.
Tijdens je rijopleiding leer je rijden, meer niet. Aan de voertuigbeheersing wordt slechts beperkt aandacht geschonken. Verder is het een kwestie van blijven oefenen. Ook na het behalen van je rijbewijs blijft dat van belang. Een goede voertuigbeheersing komt in het verkeer goed van pas. Als je verkeerd bent gereden en snel in een straat kan keren ben je ook zo weer weg. Stapvoets kun je door kleine openingen rijden. Uitwijken en noodstops heb je hopelijk niet nodig, maar het is goed ze eens te hebben geoefend. Je weet maar nooit.
De verplichte examen-oefeningen kun je als basis nemen en op iedere parkeerplaats doen: achtje rijden, kleine cirkel, staatje keren, slalom, stapvoets rijden en noodstop. Alle oefeningen (behalve de noodstop) doe je in de eerste versnelling met een beetje gas en de achterrem lichtjes 'aan'. Op deze manier blijft de motor stabiel tijdens de oefeningen. Zelf kun je ook één en ander aan oefeningen bedenken. Uitwijken, met lage snelheid een stoep op en af, of in de lengte over een plank rijden. Op een verlaten industriegebied kun je vaak wel een noodstop oefenen. Blijf wel vooruit kijken, anders verlies je je stabiliteit. Vergeet niet terug te schakelen! Het beste moment daarvoor is vlak voor je stil komt te staan. Probeer ook eens een noodstop gevolgd door een bermvlucht: stevig in de ankers op het asfalt, remmen los en op de voetsteunen gaan staan en in het gras uitrijden. Houd je stuur wel vast!
Motorgymnastiek verhoogt eveneens de beheersing van je motor. Wees er wel zeker van dat je de motor onder controle hebt. Oefen desnoods eers 'droog' met de motor op de bok. Rijd maar eens over een lege parkeerplaats, staand op de voetsteunen, slalom om paaltjes en bomen, stoep op en af. Amazone-zit (met twee benen aan één kant) gaat ook prima. Wat denk je van staan met de rechtervoet op de linker voetsteun? Ga tijdens het rijden staan en sla je rechter been over het zadel en achter je linker been. Nu weer zitten en zet je rechter voet op de (linker) voetsteun. Nu kan je gaan staan. In omgekeerde volgorde terug. Voorzichtig remmen en afstappen kan natuurlijk ook.
Door een cursus voor verhoogde rijvaardigheid te volgen kun je één en ander onder begeleiding van een instructeur oefenen. Meestal gebeurt dit in groepjes met 2 of 3 andere motorrijders met vergelijkbaar niveau en rijstijl. Naast voertuigbeheersing wordt ook aandacht besteed aan verkeersdeelname en bijvoorbeeld bochtentechniek. Opgeven kan via de KNMV (tel. 02.63.51.85.35) of de NVVM (tel. 03.16.34.24.80). De cursusdagen worden door het hele land georganiseerd. Bij Verkeers Veiligheids Centrum Rozendom in Rijssen (tel. 05.48.51.41.37) kun je een cursus volgen die hoofdzakelijk is gericht op uitwijken en remmen. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van speciale motoren, voorzien van zijwieltjes. Voor de mensen die een beetje zand niet schuwen en bereid zijn naar Zuid Duitsland af te reizen is het Enduropark Hechtlingen (via Münchener Freiheit, tel. 00.49.08.93.95.768) aan te bevelen. Met je eigen 4-takt enduro of met een gehuurde BMW R1100GS of F650 leer je 2 of 3 dagen lang vallen en opstaan. Het nemen van kleinere en grotere hindernissen, remmen op losse ondergrond en door het water rijden zijn slechts enkele oefeningen. Sylvia heeft een mooie pagina gemaakt over de cursus!
Motorrijders worden in het verkeer vaak niet begrepen, of niet gezien. Als een tweewieler met 80 km/u tussen de file doorrijdt of op zondagmiddag nog sneller tussen fietsers op de dijk door dendert kan ik me dat onbegrip wel voorstellen. Leuk is anders. Ook voor een motorrijder. Kies daarom een tijd dat die dijk helemaal voor jou alleen is en je je volledig op je bochtentechniek kunt storten.
Naast aan de situatie aangepaste snelheid is de positie op de weg voor een motorrijder erg belangrijk. Het gedrag op kruispunten is daarbij van groot belang, hier vinden de meeste aanrijdingen plaats. Haal hier beter niet in en probeer zo vroeg mogelijk een beeld te krijgen van mogelijk kruisend verkeer. Dit kan door bij een rechter zijweg zo ver mogelijk links te gaan rijden. Je kan dan al heel vroeg en behoorlijk ver een zijweg inkijken. Verkeer dat plotseling jouw richting op komt houd je met deze positie zo ver mogelijk van je af. Deze techniek kan op bochtige wegen ook goed worden toegepast.
De beste positie is op provinciale wegen en wegen met gescheiden rijbanen verschillend. Op provinciale wegen raast het verkeer vlak langs elkaar. Rijd daarom niet te dicht bij de middenstreep. Bij het rijden in een groep kan het beste in een 'baksteenformatie' rijden, waarbij de eerste motor rechts op de rijstrook rijdt, de tweede links. De voorste rijder blijft op deze manier zo ver mogelijk weg van het tegemoet komende verkeer. Op wegen met gescheiden rijstroken kan de koppositie aan de linkerzijde van de eigen rijstrook worden ingenomen. De nummer twee rijdt rechts daar achter. Kies bij het inhalen positie zo ver mogelijk van de andere voertuigen vandaan. De vangrail of de middenberm komen nooit op je af, een onoplettende automobilist soms wel. Door ver bij deze gevaren weg te blijven heb je beter de mogelijkheid te ontsnappen.
De optimale positie op de weg vergt voortdurende aanpassing. Niet te dicht langs tegenliggers, voorkomen dat achterop komend verkeer je tussendoor snel even inhaalt. Daarnaast moet je stukken steen, olievlekken en andere onbekende voorwerpen kunnen ontwijken. Door de wind wordt je soms ook opzij gezet. Duidelijk is dat je als motorrijder de hele breedte van de rijstrook nodig hebt om op de omstandigheden te kunnen reageren. Laat het overige verkeer merken dat je deze ruimte nodig hebt.