Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Mevrouw T. Netelenbos, Minister van Verkeer en Waterstaat
Postbus 20901
2500 EX 's-Gravenhage

Utrecht, 27 november 1998

 

Betreft: Voortgezette rijopleiding voor motorrijders.

 

Geachte mevrouw Netelenbos.

 

Sinds vier jaar ben ik actief motorrijder. Tevens ben ik als adviseur werkzaam bij een onafhankelijk adviesbureau voor verkeer en vervoer. Mede daardoor ben ik zeer geïnteresseerd in verkeersveiligheid. Als kwetsbare verkeersdeelnemer ben ik van mening dat motorrijders iets aan hun eigen veiligheid moeten doen. De afgelopen jaren heb ik dan ook verschillende cursussen voor verhoogde rijvaardigheid gevolgd, waardoor mijn verkeersinzicht en voertuigbeheersing sterk zijn verbeterd.

In vaktijdschriften voor de rijschoolwereld heb ik recentelijk gelezen over ideeën voor diplomering van de instructeurs van dergelijke voortgezette motor-rijopleidingen. Met een dergelijke regeling is de verkeersveiligheid in geen enkel opzicht gebaat. Als veilig denkend motorrijder gaat mij deze discussie erg aan het hart. Uit bezorgdheid over de verkeersveiligheid van de motorrijder schrijf ik u deze brief.

De verzorgers van de voortgezette motor-rijopleidingen lijken in twee kampen verdeeld. Inzet is het idee van de BOVAG en KNMV om voor instructeurs voor dergelijke cursussen een instructeurs-diploma verplicht te stellen. Hiermee zou de kwaliteit van dergelijke opleidingen kunnen worden gewaarborgd. Hoog gekwalificeerde en didactisch onderlegde instructeurs zouden de cursussen verzorgen.

Een dergelijk standpunt is naar mijn mening een ernstige miskenning van de praktijk-kennis en motorvaardigheid van instructeurs met een andere achtergrond. Ik doel hiermee op de vele motoragenten die dergelijke cursussen op dit moment verzorgen. Als beroepsmotorrijders beschikken zij over enorme praktische kennis van het verkeer en kennen de achtergronden van ongelukken. Voor de uitoefening van hun beroep hebben zij daarnaast vaak alle mogelijke trainingen gevolgd. Door hun gedrevenheid een bijdrage te leveren aan een verhoging van de veiligheid en rijvaardigheid van motorrijders zijn zij in staat hun boodschap duidelijk over te brengen.

Dat diplomering van instructeurs geen garantie voor kwaliteit hoeft te zijn is in het dagelijks verkeer vaak te zien. Rijscholen lijken motorrijlessen als iets extra's naast de opleiding voor het B-rijbewijs te hebben. De meeste instructeurs zie ik in een auto achter de aspirant motorrijders aan rijden, velen van hen zijn niet in staat de verplichte examenoefeningen naar behoren te demonstreren. Dergelijke instructeurs leiden uitsluitend op volgens statisch gestelde regeltjes en zijn niet in staat iemand de basisvaardigheden voor veilig motorrijden bij te brengen. De voortgezette motor-rijopleidingen zijn met een dergelijke benadering allerminst gediend. Het gaat immers om het aanleren van praktijkgerichte kennis en vaardigheden van het motorrijden.

Verder lijkt bij het verplicht willen stellen van een instructeursdiploma sprake van belangenverstrengeling. De KNMV heeft immers een eigen opleiding tot gediplomeerd motor-rijinstructeur en de BOVAG heeft connecties in de rijschoolwereld. Deze laatste zou wel een impuls kunnen gebruiken sinds de populariteit van de opleiding voor het A-rijbewijs is ingezakt. Zowel KNMV als BOVAG zouden financieel belang kunnen hebben bij een verplicht certificaat. De motorrijder die zijn rijvaardigheid wil verbeteren is hier echter niet mee gediend, aangezien dit alleen maar kan leiden tot een reductie van het aantal verkeersveiligheidscursussen.

In een publicatie die ik las werd de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen aangehaald. Volgens deze wet moet iedereen die rij-onderricht geeft een instructeurscertificaat hebben. Deze wet lijkt voor het geven van een verhoogde rijvaardigheidstraining echter niet van toepassing. Het gaat immers niet om het les geven aan bestuurders zonder geldig rijbewijs, maar om het overdragen van kennis en vaardigheden van motorrijder op motorrijder.

Op 4 november j.l. heb ik in de RAI in Amsterdam een congres bijgewoond over permanente verkeerseducatie, één van de peilers van Duurzaam Veilig. In de discussies rond de groep rijbewijsbezitters is het belang van een periodieke test van bestuurders onderstreept. De (vrijwillige) implementatie daarvan is echter niet eenvoudig te regelen.
Vele motorrijders nemen op dit gebied nu al het initiatief door het volgen van een cursus verhoogde rijvaardigheid. Zij zijn zich bewust van de gevaren die zij in het verkeer lopen en zijn bereid op dit gebied iets te leren. Sommigen kiezen daarbij voor het imago van de KNMV, anderen kiezen voor de enorme praktijkkennis van motoragenten. Eén ding hebben alle deelnemers aan verhoogde rijvaardigheids-trainingen gemeen: zij ondernemen iets om hun veiligheid en vaardigheid te vergroten. Deze ontwikkeling mag niet worden gefrustreerd door een regeling door de overheid zonder inhoudelijke meerwaarde of waardoor organisaties zouden afhaken.

Duidelijk is dat het volgen van verhoogde rijvaardigheids-trainingen voor de motor de veiligheid van deze groep verkeersdeelnemers aanmerkelijk verhoogd. Het is erg belangrijk dat een dergelijke cursus ook voor iedereen betaalbaar blijft. Verplichte diplomering van instructeurs heeft geen toegevoegde waarde en kan alleen maar leiden tot een verhoging van het cursusgeld. Veel motorrijders zullen een dergelijke verkeersveiligheidscursus dan niet meer volgen. Daar is de verkeersveiligheid niet mee gediend.

Graag wil ik u vragen rekening te houden met het belang van de verkeersveiligheid om tegen een laag tarief een praktijkgerichte cursus te volgen die de rijvaardigheid verbetert. Indien de opleiding van de instructeurs een rol zou spelen vraag ik u dringend ook rekening te houden met standaarden die buiten de rijschoolwereld gelden. Gronden voor een wettelijke regulering van verkeersveiligheidscursussen door de overheid zijn naar mijn mening in het geheel niet aanwezig en zullen een averechts effect hebben op het streven om het hoge aantal verkeersslachtoffers te reduceren. Het lijkt mij bovendien ondenkbaar dat u de belangen van enkele organisaties uit de rijschoolbranche prefereert boven het belang van de verkeersveiligheid.

Ik mag er op vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

NB. Afschriften van deze brief zijn verstuurd aan de vaste commissies voor Verkeer en Waterstaat van de Eerste en Tweede Kamer.

 

Hoogachtend,

 

Meine van Essen
Fivelingo 133
3524 BL Utrecht