Het is
halverwege mei 1997. Net zeven en een halve maand thuis, en weer op
pad. Richting
Extremadura,
één van de droogste streken van West Europa. Door een
artikel in Motoren & Toerisme (1/94) werd het interesse voor de
Extremadura gewekt. 'De naam van deze autonome Spaanse deelstaat laat
al vermoeden dat deze streek rustig als het meest afgelegen en
ruigste stukje Spanje mag worden beschouwd.' Voor mensen met
'Fremdweh' en een allroad hoef je dat geen tweede keer te zeggen. De
foto's in de BMW folder 'Motorrad Reisen 1996' deden de rest. Natuur
en rust zijn overdonderend, prachtige vergezichten en pistes. Met de
droogte en de hitte viel het erg mee. In grote delen van Zuid Spanje
had het deze winter (1997) voor het eerst in ZES jaar geregend!De heenreis door Frankrijk hebben we in vier dagen over N wegen gedaan. Je vakantie beginnen met saai geraas over de peáge leek niet zo'n goed idee. Eerst richting Brussel, dwars door de Vlaamse Ardennen. De eerste overnachtin in Coucy-le-Chateau, volgens de GPS 311 km van huis. over de weg hebben we 100 km meer moeten rijden. Vanaf de camping hebben we uitzicht op de stadsmuur, dat uitkijkt over de velden. De volgende ochtend verder, om Parijs en richting Loire. In de buurt van Blois volgen we een dijkenroute. Lijkt allemaal een beetje vreemd, maar grote delen van de zuidoever van de Loire zijn ingepolderd. De wind waait hier verschrikkelijk hard. Hangen dus, en uitkijken voor de stenen muurtjes langs de weg. Even later rijden we door Amboise. De kleine caves die in de kalkrots aan de oever van de Loire zijn gehakt zien er een beetje verlaten uit. Bij Tours gaan we weer naar het zuiden, richting Poitiers. Bij Lacroix Moto & Electro (vreemde combinatie van wasmachines en BMW's en Yammies) voor Karin een nieuw lampje voor het achterlicht gekocht. Daarna verder tegen de wind in naar Sommieres-du-Clain. In september '96 waren we de laatste bezoekers, nu de eerste. Het water en sanitair was intussen wel afgesloten. Na enig gebel van het gemeentehuis met de gardien van de camping bleef dit ook zo... Duidelijk is het toeristenseizoen nog niet aangebroken.
Nooit geweten, maar het eeuwig durende pijnbomenbos begint al ver voor Bordeaux. Even wennen aan het inhalen op driebaanswegen. Gelukkig hebben onze Funduro's genoeg power. Stoppen voor een hapje onderweg is een hachelijke zaak: vrachtwagen in je nek, vol in de ankers en rechts een zandpad op. Op het terras is het drukke verkeer snel vergeten, de Atlantique voel je hier al. 's Avonds met een fles wijn en grote brokken kaas zien we de zon in de zee zakken. Ik meen zelfs even gesis te horen. Zwemmen is er hier trouwens niet bij. Overal staan grote borden dat het levensgevaarlijk is. Alleen al met je voeten in het water voel je het trekken. 'Watch out for the undertow'... De campingbaas in Vieux Boucau blijkt een paar woorden Nederlands te spreken, maar hij wil me de andere woorden die hij naast goedemorgen etc. kent niet verraden.
Vijfde onderwegdag: Baskenland. We volgden de N121 in omgekeerde richting en met veel beter weer dan vorig jaar: Bayonne - Cambo-les-Bains - Ainhoa - Elizondo - Pamplona. Van sommige plekken in de bergen vraag ik me af hoe we daar in de stromende regen over het bitumen hebben kunnen rijden. Het uitzicht is fantastisch! Gelunchd op een mooi aangelegde picknic plaats (water, barbeknoei, stenen tafels en banken en verder niemand te bekennen). De koebellen die we hoorden bleken paardenbellen te zijn. Hoog in de bergen graast een grote kudde, bij ons in de buurt lopen een stuk of drie paarden, waarvan één met veulen. Verder een boel roofvogels en kleine vinkjes. Welkom in Spanje! Als we richting Lizarra rijden halen we nog een F650 in, die als een soort brommer angstvallig rechts rijdt. Waar rijlessen al niet goed voor zijn.

Voor vertrek ontdekt Karin een metalen pinnetje tussen het profiel van haar achterband. Blijkt een spijker te zijn die zo'n 4 cm naar binnen stak! Gelukkig waren de motoren al beladen en de ketting de vorige avond goed gevet... Eerst maar ontbijten en daarna aan de slag. Voor de eerste keer (Possi had nog aangeraden thuis te oefenen) een buitenband van de velg wippen is niet eenvoudig, zeker niet als je alleen maar een kopietje hebt met hoe je een Michelin Desert moet monteren... Met groeiend ongeduld en stevige endurolaarzen is de klus toch behoorlijk snel geklaard. De buitenband diep in het velgbed trappen geeft genoeg speelruimte voor de drie korte bandenlichters. De rest is net als bij iedere andere fiets. Na een wasbeurt met water, leem en dreft zijn mijn handen weer als nieuw.
Van Lizarra, via Allo, Lodosa, Arnedo en Soria naar El Burgo de Osma. We volgen de LR115 - C115 en komen door verschillende natuurgebieden. Ieder half uur rijden we in een totaal ander landschap. Eerst door de bergen met krappe en onoverzichtelijke bochten. Na Yanguas over een hoogvlakte waar een ijzige wind waait. De weg wordt begrensd door palen die met sneeuw de rand van de weg aangeven. Soria is een behoorlijk drukke stad, waar het barst van de ooievaars. Je snapt niet dat de beesten die in Nederland zo worden beschemd hier midden in de stad hun nest bouwen. Boven op de kerk of in de straalzendermast. En alles onderschijten! Na Soria komen we in een landschap met kleine struikjes en veel Jeneverbes. Bij de dorpjes valt op dat kerkjes vaak een eindje buiten het dorp staan. Het beeld doet Mexicaans aan. De werkelijkheid is andersom: Mexico lijkt op Spanje! Volgens de Michelinkaart moet er in El Burgo een camping zijn. We volgen het campingbord en belanden uiteindelijk na 17 km in Ucero op een erg mooie en behoorlijk prijzige camping. Later bleek dat de gemeente-camping in El Burgo aan de andere (zuid-)kant van de N122 lag. Naar goed Spaans gebruik is op onze natuurpark-camping ook weer een mooie picknicplaats aangelegd.
Ucero ligt aan de rand van het Parque Natural Cañon del Rio Lobos. Op de kaart wordt dit park verder niet aangegeven, misschien is het daarom zo rustig en mooi. 's Avonds is de rust overigens snel voorbij als Madrileense vaders in jagers-outfit het weekend komen kamperen met kinderen die alleen in hangen, chips en walkmans zijn geïnteresseerd. De volgende ochtend zijn de kinders nog steeds tegen hun zin in de woeste natuur, de vaders hebben een kater van Pamplona tot Jerez!
De omgeving wordt overheerst door blauwe eksters. Deze vogels komen uitsluitend in het zuid-westelijk deel van het Iberisch schiereiland voor. Op het eerste gezicht lijken het erg grote zwaluwen, vooral door hun kop. Ze zijn alleen nog brutaler dan de eksters bij ons! De lucht is het domein van gieren. Overdag jagen die aan de kant waar de zon op de helling schijnt.
Zaterdag 24 mei 1997. Na boodschappen te hebben gedaan in El Burgo - inclusief un café solo muy forte y café con leche op de Plaza Major - maken we een lange wandeling door het natuurpark. Langs de Rio Ucero lopen we tot ver in de cañon tot bij de hermitage.

<--- Ermita de San Bartolomé, Ucero Soria
Door de cañon heen, bij de Ermita over de heuvels terug. Gelukkig hadden we de GPS meegenomen. Zonder het waypoint van de camping hadden we het zeker niet voor donker gered... Op 1,25km hemelsbreed van de camping kwamen we op een pad, dat via de vuilstort van Ucero weer in de bewoonde wereld kwam. Aan het einde treffen we een praatgrage Spanjaard. Tot onze grote spijt - en niet voor de laatste keer deze vakantie - roepen we '¡No habla español!'. Mensen willen in dit land erg graag een praatje maken.
Zondags vertrekken we weer. Veder door de Sierra de Guadarrama. In de verte zien we de wolken al over de toppen rollen, en binen de kortse keren rijden we in de regen. Regen is in Spanje gelijk aan stroompjes over de weg, modder en andere troep op de rijbaan en zeer rustig rijdend verkeer. Met 40km/u door de bergen haalden we de meeste Spanjaarden nog in! Hard rijden is trouwens gevaarlijk, want midden in de dikke mist staan er opeens een hele reut koeien op de weg. Aan de kant gaan hebben ze nog nooit van gehoord. Min of meer per ongeluk landen we in El Escorial, één van de steden met een parador. Het eerste de beste hotel stappen we als twee verzopen katten naar binnen. Kamer met douche is binnen de kortste keren omgetoverd in een droogkamer... Als het wat is op geklaard gaan we de stad in. In een leuke taberna drinken we ieder twee potten Estrella Damm. Spanjaarden bestellen voor het eten koffie. We bekijken een deel van het klooster en zien in de verte Madrid liggen. Een schitterend uitzicht! Terug bij het hotel blijkt het restaurant gesloten, maar we kunnen best een bord paella y ensalada krijgen. Opa is trouwens de enige die Engels spreekt, en zeer behoorlijk ook. Na het eten op de kamer nog even 'zappen'. Volgens het journaal zijn er die dag rond madrid vijf mensen door het noodweer om het leven gekomen... El tiempo heeft ook voor morgen niet veel goeds in petto.
's Maandags rijden we via Ávila door de Sierra de Gredos over de C501 richting Plasencia. In de Gredos ligt op de hoge toppen nog sneeuw. Bij Madrigal de la Vera rijden we de Extremadura binnen. Onthaal met palmen en Bougainville. Tussen de buien door is het aangenaam warm.

Bougainville. Welkom in Extremadura! --->
Net ten zuiden van Malpartida de Plasencia stijken we neer op de camping. Deze ligt aan de rand van het Parque Natural de Monfraguë, dat bekend is om de grote roofvogels. De camping wordt dan ook bevolkt door een internationaal gezelschap vogelaars dat zelfs naar de wc gaat met een verrelijker om de hals. Stel dat je wat mist...
Verder naar deel 2 van de Extremadura y Andalucia-tour -->>