SAECKMA UIT EN THUIS

& de voorgeschiedenis van Berlikumermarkt 17

Bewerking van een tekst uit november 1989 - M.H.H. Engels, okt. 2002, maart 2003, ·aanvullingen· 2004/2005

>> HOMEpage

Kollum - Leeuwarden

Johannes Saeckma werd in 1572 te Kollum geboren als zoon van een notaris. De familie bezat een landgoed Saeckma te Akkerwoude. Vader Suffridus (= Sjoerd) Saeckma, Rooms-katholiek en Spaansgezind, stierf 1581 in ballingschap te Oldenzaal. Moeder Saeckje Saeckma-van Rinia stuurde haar zoon naar de Latijnse school, het gymnasium, te Leeuwarden. Gedurende zijn schooljaren heeft Johannes Saeckma in Leeuwarden vermoedelijk bij oom Feycke Tetmans gewoond.

Franeker

Op 8 augustus 1588 - de geluksdatum 8.8.88 - liet Saeckma zich als student in de rechten inschrijven aan de universiteit van Franeker. Uit adresseringen van aan hem gerichte brieven weten we dat hij in Franeker een kamer had in het huis van Douwe Hoites (Stickenbuier) bij de "Butterbrug". De bouw (1591-1594) van het nieuwe stadhuis om de hoek heeft hij van dichtbij meegemaakt.

Heidelberg - Bazel - Genève

In 1594 en 1595 maakte Johannes Saeckma een peregrinatio academica (buitenlandse studiereis) naar de universiteiten van Heidelberg, Bazel - daar promoveerde hij op 29 maart 1595 cum laude tot doctor in de rechten - en Genève.

Leeuwarden: Minnema-huis

Na zijn terugkeer in Friesland liet hij zich op 5 november 1595 bij het Hof van Friesland te Leeuwarden inschrijven als advocaat. Hij woonde toen in het Minnema-huis bij de Franciscuspijp. Het oude Minnema-huis werd in 1830 een logement, de Nieuwe Doelen: dit befaamde hotel is in 1960 helaas afgebroken. Ook toen Saeckma er enige tijd (ongeveer twee jaar lang) woonde, had het (gedeeltelijk) al de functie van een pension. Welgestelde vrijgezellen konden er een kamer huren. Vgl. W. Dolk, Leeuwarden in oude ansichten, Zaltbommel 1986, blz. 56: de Nieuwe Doelen, de eerste gelegenheid ter plaatse [...]. Vele hogere ambtenaren logeerden er de eerste maanden na hun benoeming. Op de hoek Minnemastraat-Voorstreek staat tegenwoordig een appartementengebouw in rode steen.

Een door neef Georgius Wiarda uit Genève aan Saeckma gerichte brief van 12 december 1596 geeft als adres: ten huise van Feicke Tetmans. Laatstgenoemde was in april tot een van de vier raden benoemd van de op 6 maart opgerichte admiraliteit van Friesland. De Friese admiraliteit werd op 15 augustus 1597 tot Generaliteitscollege verheven en van toen af te Dokkum gevestigd.

Dokkum

Saeckma werd in 1597 secretaris van de admiraliteit als opvolger van Albert Evertsz Boner, die ontvanger en commies-generaal van de konvooien en licenten bleef. Mogelijk heeft Saeckma in Dokkum in het huis van neef Suffridus Hanja gewoond, die daar van 1591 tot 1597, het jaar van zijn benoeming tot raadsheer in het Hof van Friesland, stadssecretaris was geweest. Waarschijnlijker is dat hij evenals de raden logeerde in het Admiraliteitshuis zelf. Ook op ·Jaersma-state· in Holwerd bij oom Ritske van Rinia, bij wie zijn moeder als weduwe in huis was opgenomen, of te Akkerwoude op het Saeckma-landgoed kon hij terecht.
·De begrafenis van tante Rints van Rinia-van Mockema in 1604 te Holwerd zal Saeckma bijgewoond hebben. Uit brieven van Marcus Lycklama blijkt dat hij tenminste ook in 1615 en 1618 daarheen is gereisd, in het laatste geval i.v.m. het overlijden van oom Ritske van Rinia; Codex Saeckma nr. 173 resp. 179.·

Leeuwarden: Huizumer Zuupmarkt

Op 22 maart 1600 werd Saeckma tot procureur-generaal van het Hof van Friesland benoemd. Vermoedelijk vond hij toen onderdak bij Albert Evertsz Boner die hij van de Admiraliteit in Dokkum kende. Boner, die van 1583 tot 1588 burgemeester van Leeuwarden was geweest en van 1586 tot 1594 Gedeputeerde, had met zijn echtgenote Jaycke Dirks op 1 december 1594 van Mr. Focke Rommarts uit Dronrijp het door hen gehuurde dubbele huis gekocht ten Noorden van "Hanenburg", in het midden van de Huizumer Zuupmarkt. Verderop meer over dit latere Saeckmahuis.
De toenmalige Huizumer Zuupmarkt, genoemd naar de handel in karnemelk ter plekke, heet tegenwoordig Berlikumermarkt. Aan de Huizumer Zuupmarkt, ook wel Over de Weaze en Waltje genoemd, was de ligplaats voor het schip van/naar Wolvega. Op de plattegrond van Pieter Bast uit 1603 is een rij bomen aan de gracht (de Weaze) te zien. De meest noordelijke boom is het langst blijven staan. Deze grote linde is nu al lang verdwenen, maar de naam van het inmiddels door "de vliegende Hollander" vervangen café-restaurant "de Linde" herinnerde er nog aan.

Den Haag

Als buitengewoon afgevaardigde ter Staten-Generaal was Saeckma verschillende keren in Den Haag: 1608-1609, 1622 en 1628-1629. - In 1635 heeft hij volgens Aitzema (Saken van staet en oorlogh, II. 's-Gravenhage 1669, blz. 192, kol. 2) bedankt voor afvaardiging. - De reis ging met beurtschepen via Sneek, het Heeger meer, de Fluessen, Stavoren, Enkhuizen, Amsterdam, het Haarlemmer meer en Leiden. Mogelijk logeerde hij bij zijn verwant Nicolaes Cromhout (vgl. mijn Johannes Saeckma en Hugo de Groot, Leeuwarden 1989).

Emden

In 1611 hield Saeckma zich in Emden op. Met drie afgevaardigden van de Staten Generaal - onder wie Bartholt Cromhout, oud-burgemeester van Amsterdam, halfbroer van Saeckma's verwant Nicolaas Cromhout, met dr. Petrus Runia, raadsheer in het Hof van Friesland, en Hugo de Groot, voor Graaf en Ridderschap, en met dr. Gellius Hillema, raadsheer in het Hof van Friesland, evenals hijzelf voor de derde of huismansstand - was Saeckma daar begin september via Groningen en Delfzijl heen gereisd. (Vgl. ook het adres van de brief van Thomas Herbaius aan Saeckma d.d. 3-9-1611, afschrift Gabbema in PB Cod. FG f. 3r, no. II. In deze brief laat Herbaius zich met een groet bij Hugo de Groot aanbevelen.) De zeven "goede mannen" moesten de geschillen bijleggen tussen graaf Enno van Oost-Friesland en de Stenden, in het bijzonder de stad Emden. Zij deden 28 september 1611 aldaar uitspraak. Omdat de syndicus van de stad, Johannes Althusius (1557-1638), Saeckma in Emden niet lastig wilde vallen, schreef hij op 8 december 1611 naar Leeuwarden, waarheen Saeckma begin oktober was teruggekeerd (vgl. adres brief d.d. 7-10-1611 van Sixtus van Amama, syndicus (= secretaris) van (de huismansstand van) Oost-Friesland, aan Gellius Hillama en Johannes Saeckma, Codex Saeckma nr. 129).

De Friese 11 steden

Op bezoek bij de konvooimeester, d.i. ontvanger in- en uitvoerrechten van de Friese admiraliteit, Willem van Heteren in Dokkum was Saeckma rond 5 maart 1614 (volgens adres brief 30 in Codex Saeckma). · Deze was op 12 maart 1606 getrouwd met Saeckma's zus Romck(ien) en na haar overlijden (1611 volgens Codex Saeckma nr. 129) hertrouwd met Bauck van Arum: mogelijk was dit tweede huwelijk, dat bij het gerecht Dokkum geregistreerd staat in maart 1614, de aanleiding voor het bezoek. · In Sneek kwam hij meer dan eens, op doorreis naar Den Haag of om bijvoorbeeld oom Elardus Reinalda te bezoeken.

In Saeckma's tijd werden de nieuwe bestuurders van de Friese elf steden jaarlijks beëdigd door een raadsheer van het Hof van Friesland. In het begin van het jaar trok een raadsheer naar de acht steden Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward en Harlingen en een andere nam de eden af in Dokkum, Leeuwarden en Franeker (zie voor 1621 Archief van de Friese stadhouders, RA inv.nr. 266, 49). De jaarlijkse toerbeurt van de raadsheren/commissarissen in deze ging in principe volgens anciënniteit. Saeckma was als zodanig in 1618 en 1631 in Sneek (PB: Hs 1479, fol. 57 recto resp. 63 verso). In zekere zin heeft Saeckma dus een of meerdere malen een elfstedentocht gemaakt!

·Naar Franeker reisde Saeckma, zeker als curator van de hogeschool (1625-1636), geregeld. In de aan hem gerichte correspondentie is er bijvoorbeeld sprake van in 1617, toen hij in de universiteitsstad was "op de reeckeninge van jonge Keimpe Donia", d.w.z. om een testament op te maken, en in 1626 om de eenheid onder de professoren te herstellen; Codex Saeckma nr. 176 (brief van M. Lycklama) resp. brievencollectie Gabbema (brief van Sixtinus Amama).
Dokkum is hierboven al aan de orde gekomen.·

>> begin


Saeckma-huis

Op 4 april 1603 werd Saeckma raadsheer in het Hof van Friesland. Na drie aankondigingen in juli 1603 trouwden Johannes Suffridi Saeckma en Hylck Alberts Boner op 28 augustus van dat jaar te Leeuwarden.

gevelsteen: Op Haenenburch

Hylcks ouders bezaten sedert 1594 een dubbele woning aan de Huizumer Zuupmarkt, tegenwoordig Berlikumermarkt. Albert Everts Boner en zijn vrouw Jaycke Dircxdr. woonden daar al eerder voordat zij die twee panden en het achterhuis aan de Ossekop in 1594 kochten van Mr. Focke Rommarts. De twee woningen ten Noorden en de twee ten Zuiden hadden ook enige tijd één eigenaar: Bartelt van Gotha, 1583, resp. Hendrick Gerryts (Hanenburg), 1607.
Het huis Hanenburg, het eerste ten Zuiden van Boner, werd op 31-1-1632 verkocht aan Abbe Tyaerts; het tweede, Klein Hanenburg, op de hoek van de Uniabuurt, destijds de nieuwe straat "streckende naar de ontvanger Jan Hendricx" geheten, werd een maand later verkocht. Klein Hanenburg werd op 26 september 1642 weer verkocht en vervolgens afgebroken. In 1643 werd ter plekke nieuwbouw gepleegd; het huis werd voorzien van twee gevelstenen, één met een meet- en rekenkundig raadsel en één in de topgevel getiteld "Op Haenenburch 1643". Dat "op" betekent analoog aan Bergen op Zoom: vlakbij, naast; naast Hanenburg dus.
detail gevelsteen



Mogelijk zijn Johannes Saeckma en zijn vrouw na hun huwelijk gaan wonen in het zuidelijkste, het kleinste deel van de dubbele Bonerwoning, als huurders van zijn schoonouders resp. haar ouders. Albert Everts Boner overleed op 3 maart 1611, zijn vrouw in 1615. In de periode 1630-1635 adresseerde Daniël van Dam brieven aan Saeckma "residerende in sijn E. huisinge scheven over de Peperstraet tot Leuwerden" resp. "dichte bij de Oosterstraet"; Rijksarchief in Friesland, coll. van Breughel 16H.
·De "Beschrijving van het getal der schoorstenen te Leeuwarden in den jare 1606" vermeldt: "mijnheer Sackema - aant. sch. 9, totaal aangesl. 9, eigenaar en bewoner"; Tresoar/RA, arch. Rekenkamer, no. 14a, blz. 19: 246. Zoals uit de plattegrond van de omgeving blijkt, had het huis weinig "tuin". Volgens het groot consentboek van 1617 (22-8) bezat Saeckma echter een "hovinge" aan de Nieuwe Oosterstraat zuidzijde.·
Blijkens een brief uit Den Haag (8 augustus nieuwe stijl; Codex Saeckma nr. 179) van vriend Marcus Lycklama heeft Saeckma in 1618 laten vertimmeren. En volgens een andere brief d.d. 7-4-1624 n.s. (Codex Saeckma nr. 182) van dezelfde verhuurde ook Saeckma het zuidelijkste deel, indertijd aan een zekere Foppens. - Huurcontracten liepen tot Jacobi, 1 mei. - In 1632 bewoonde Lou Ruyrdts als huurder het zuidelijkste deel van het Saeckmahuis. Ritmeester Haren was in 1667 huurder. De ongehuwde dames Fedtie/Fedtke (1619 - na 1678) en Teetske/Tsjetske (1623-1669) Saeckma verkochten dat deel op 29 januari aan Horatius Wigeri, deurwaarder bij het Hof van Friesland. Fedtke en Tetske woonden toen in het achterhuis aan de Ossekop. Het noordelijke deel werd (met het achterhuis?) op 15 november 1678 door Fedcke verkocht aan Henricus van Wyckel, secretaris van de rekenkamer, vanaf 1679 secretaris van Gedeputeerde Staten, getrouwd met Doedtie van Lycklema, en Aurelia van Wyckel, echtgenote van Cornelis Bosman, de secretaris van Oostdongeradeel. ·Het zuidelijke deel kochten Hendrik van Wyckel en echtgenote in 1697 terug van Horatius Wigeri Vitringa; het huis had een eigen muuroog boven een gemeenschappelijke loden goot met Hanenburgh ten Zuiden.· Hendrik en Aurelia van Wyckel waren kinderen van Hans van Wyckel (overleden 1659) en Jaycke Saeckma (overleden 1671). Zodoende ·kwam opnieuw het gehele· huis in de familie.
omgeving Heerestraat · Jaycke Saeckma had op 15 februari 1668 haar "heerlijcke groote en wel gebouwde huisinge, achterhuisinge, keucken, plaets, put en bak, cum annexis" in de nabijgelegen Heerestraat verkocht: wellicht kwam zij toen (weer) in het ouderlijk huis te wonen. In haar huis aan de Heerestraat was in 1667 de bibliotheek van haar broer Theodorus (1610-1666) geveild. Haar buurman ten Westen was bakker Jan Hubert; de "doorgaenden" steeg ten Zuiden bestaat als zodanig niet meer. Haar oudere zuster Elizabeth woonde in 1675 als weduwe van kapitein Tjerk van Solcama, die 1665 was overleden, gehuurd aan de andere (oost)zijde van de Heerestraat; samen met haar man was zij als lidmaat in de Gereformeerde Gemeente van Leeuwarden (uit Tjerkgaast) ingekomen op 25 juli 1656.
Het eveneens dubbele huis aan de Huizumer Zuupmarkt op de hoek met de Oosterstraat werd lange tijd door chirurgijns bewoond: Hendrik Lautenbach resp. Roeloff Rouckema. Laatstgenoemde kocht het zuidelijke deel daarvan, dat met de loods uitging in de Oosterstraat, in 1715: Hendrik van Wyckel, oud-grietman van Gaasterland (1706-1710), was toen nog de zuiderbuur.·

Hendriks zoon Johannes Saeckma van Wyckel (1688-1775), secretaris van GS vanaf 1706, was de laatste "Saeckma" die het ·dubbele pand· aan de Berlikumermarkt en het achterhuis aan de Ossekop bezat en bewoonde. Volgens de boedelinventaris van 19-2-1776 werd de "huysinge en stallinge, bij de erfgenaamen van wijlen den heere J.S. van Wyckel wordende gebruykt" op f. 3590-:-: "getauxeert"; het totaal van de bezittingen op ruim 335.000. Het achterhuis was blijkbaar verbouwd tot stalling voor koetsen en paarden. Bij de boedelscheiding werd dit onroerend goed overgedragen aan Assuerus Regnerus van Wyckel, secretaris van Leeuwarderadeel, in 1740 geboren uit het derde huwelijk van Johannes Saeckma van Wyckel.
·Op 12 november 1779 verkocht A.R. van Wyckel het huis voor ruim 4500 goudguldens aan Schelto Hessel Roorda van Eysinga, grietman van Haskerland. In het Groot Consentboek van dat jaar staat het op folio 21 verso omschreven als "eene voortreffelijke heerenhuysinge [op] de Huisumer Suupmerk [over] de Waese, bestaande in een royaal voorhuis, in een gang naar de agterstraat tegenover de Gladde Gevel uitgaande en verscheidene kamers met een keuken sampt kelders, plaatsen, bakken, secreten en verdere gerievelijkheden", die door Wyckel tot die datum gebruikt zou worden.·
EysingahuisEysinga liet kort daarop ter plekke een nieuw huis bouwen, thans Berlikumermarkt 17; zie hierover Lieuwe Valk, 700 jaar bouwen in Leeuwarden, aflevering 163, in: Huis aan huis, 28 november 1990, en Open monumenten in Leeuwarden 1988 - Open monumentale woonhuizen in Leeuwarden, nr. 15, blz. 43-44: Berlikumermarkt 17. Leeuwarden-kenner Hendrik ten Hoeve informeerde mij over de aanwezigheid van drie tekeningen (nrs. 14249-14251) in de kaartencollectie van Tresoar/Rijksarchief: de voor- en de achtergevel van het nieuw gebouwde voorhuis en het aanzicht van het (oude) achterhuis. De tekeningen zijn in 1780 en 1781 gemaakt door G. v. Hoek. In plaats van het lage woonhuis dat aan de Ossekop al in de zeventiende eeuw stond als achterhuis van het pand aan de Huizumer Zuupmarkt / Berlikumermarkt, is in 1914 een pakhuis met twee verdiepingen gekomen; vgl. Tot berging van allerleije goederen: pakhuizen in Leeuwarden - Open Monumentendag 14 september 2002, nr. 2, blz. 20-21: Ossekop 4.

achterhuis aan de Ossekop in 1780

>> begin