INHOUD Glyfosaat
in de bodem Glyfosaat
in ons eten Glyfosaat in het water Op
straat en plantsoen HOGE
VERKOOPCIJFERS DOOR MISLEIDING Het
gebruik van het plantendodende middel glyfosaat, meer bekend onder de merknaam
"Roundup" neemt de laatste jaren sterk toe. Nadat de bezwaren van
diuron en eerder van het middel simazin bekend werden, kozen veel gemeenten,
agrariërs en particulieren voor het als "vriendelijk" beschouwde
middel glyfosaat. Deze brochure belicht de gevaren voor gezondheid en milieu
van bestrijdingsmiddelen die glyfosaat bevatten. Glyfosaat
wordt als weinig giftig voor mensen en dieren beschouwd. Deze opvatting is dan
gebaseerd op LD-50 onderzoek bij proefdieren; onderzoek waarbij bepaald wordt
bij welke hoeveelheid van een stof de helft van de proefdieren sterft. De
gevonden giftigheidwaarde wordt met name in reclamefolders vergeleken met
die van keukenzout of andere stoffen in ons voedsel. De LD-50 waarde geeft
echter alleen aan bij welke hoeveelheid 50 procent van de proefdieren (binnen
de gestelde proefduur) sterft. Dieren waarvan organen worden aangetast, of die
bijvoorbeeld verlamd of blind worden, hebben geen enkele invloed op de gevonden
LD-50 waarde, evenals chronische vergiftigingsverschijnselen, die nog lang
na de proef kunnen optreden. Blootstelling
aan veel geringere hoeveelheden dan de LD-50 waarde van glyfosaat veroorzaakte
bij proefdieren onder meer aantasting van lever en nieren, irritatie van huid,
ogen en ademhalingswegen. Onderzoek waarbij de hoeveelheid van een stof
bepaald wordt die geen direct effect heeft op proefdieren, wordt zelden
verricht en gepubliceerd. Een stof lijkt dan veel giftiger, hetgeen natuurlijk
ook zo is. De
giftigheid van Roundup is niet gelijk aan die van glyfosaat. Roundup bevat ook
"niet-werkzame" bestanddelen, waaronder polyethyleenamine (POEA).
Het is onze overheid bekend dat in Roundup tot 3% verontreinigingen voorkomen,
waaronder de vermoedelijk kankerverwekkende stoffen 1,4 dioxaan en
N-nitrosoglyfosaat. Een
rapport van de EPA, het Ministerie voor Milieu en Volksgezondheid van de VS,
beschrijft meer dan 100 vergiftigingen, ontstaan door het gebruik van Roundup.
Volgens een EPA-medewerker is dit slechts het topje van de ijsberg. In de meeste
gevallen gaat het om oog-, huid- en inwendige aandoeningen. In situaties
waarbij het middel als gevolg van kleine verwondingen door distels of
doornstruiken in de bloedbaan geraakte, waren de symptomen zo heftig, dat directe
plaatsing op een intensive care afdeling van een ziekenhuis noodzakelijk was. Japanse
artsen die 56 gevallen van voornamelijk opzettelijke Roundup-vergiftiging
bestudeerden, waarvan 9 met dodelijke afloop, berekenden dat inname van ongeveer
200 milliliter, één beker, Roundup dodelijk is. Dit wijten zij met name aan
het niet-actieve bestanddeel POEA, dat drie maal meer acuut giftig zou zijn dan
de werkzame stof glyfosaat. Sommige
mensen vertonen allergische reacties als gevolg van contact met Roundup. De
medisch-milieukundige H.W.A. Jans, werkzaam bij de GGD van het Stadsgewest
Breda, rapporteerde dat een aantal kinderen, na gespeeld te hebben in een park,
waar korte tijd tevoren glyfosaat was gebruikt, na enige tijd huidirritatie
met jeuk kreeg. Het
voorgaande maakt het niet verwonderlijk dat op de verpakking van Roundup voor
diverse risico's wordt gewaarschuwd en dat bij het werken met Roundup vele
voorschriften moeten worden opgevolgd. Op
de verpakking moet als gevaarsymbool worden aangebracht: een Andreaskruis
met als onderschrift: "Irriterend". Letterlijk en zonder enige
aanvulling moet worden vermeld: -
Bijzondere gevaren:
Irriterend voor de ogen en de huid. -
Veiligheidsaanbevelingen:
Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel
voor de ogen. In
de V.S. moet op de verpakking ook worden aangegeven ervoor te zorgen dat
kinderen en huisdieren niet in contact kunnen komen met nog natte, bespoten
vegetatie. In
Denemarken zijn veel strengere voorschriften van kracht dan in ons land met
betrekking tot persoonlijke bescherming, eerste hulp bij inademing, huidcontact en bij brand. Volgens het Deense etiket ontstaan bij brand giftige
dampen en moet de omgeving, politie en brandweer hiervoor gewaarschuwd
worden. Naast
direct merkbare of acute vergiftigingsverschijnselen kunnen bestrijdingsmiddelen
ook nog lang na contact ermee ziekteverschijnselen veroorzaken: chronische
vergiftigingsverschijnselen. Het
meeste onderzoek naar chronische vergiftigingsverschijnselen, dat voor de toelating van bestrijdingsmiddelen vereist is, is verricht met glyfosaat en
niet met de handelsformulering. Herhaaldelijk is met de resultaten van
onderzoek met glyfosaat gefraudeerd, zoals onder meer bleek bij de veroordeling
van de eigenaar en veertien voormalige medewerkers van Craven Laboratories in
Austin in 1994. De EPA rapporteert herhaaldelijk dat delen van het
toelatingsonderzoek van Roundup over moeten worden gedaan en nieuwe testen
vereist zijn. Desondanks
zijn experimenten bekend, waarbij inname van geringe hoeveelheden glyfosaat
verhoging van het aantal tumoren aan de alvleesklier veroorzaakte bij mannelijke
proefdieren en meer tumoren aan de schildklier bij vrouwtjes (EPA, 1991). Blootstelling
aan glyfosaat veroorzaakte ook vermindering van spermaproductie bij proefdieren. De
hoeveelheid glyfosaat, die nog net geen nierafwijkingen veroorzaakte in een
drie generatie experiment met ratten, was 10 mg of 0,01 gram glyfosaat,
omgerekend per kilo rat per dag. De No-Effect Level (NOEL) van glyfosaat is in
dit onderzoek dus 10 mg/kg/dag. (EPA File No. 661 A Glyphosate, Updated 04/08/86). Op
basis van dit onderzoek stelt de EPA, met een veiligheidsfactor van 1000, de
ADI-waarde van glyfosaat op 0,01 mg/kg/dag. ADI staat voor Acceptable Daily
Intake. De
hoeveelheid glyfosaat die we in ons leven per dag hoogstens zouden mogen opnemen
is volgens deze gegevens van de EPA dus 0,01 mg per kilo lichaamsgewicht.
Glyfosaat
in de bodem De
afbraak van glyfosaat is beslist niet zo volledig en milieuvriendelijk als
veelal wordt verondersteld. Hoewel de resultaten van onderzoek verschillen, is
het duidelijk dat in elk geval een belangrijk deel van het glyfosaat, tot
ongeveer 35%, aan bodemdeeltjes wordt gebonden. Wat er met dit grondgebonden
residu in de toekomst gebeurt, is onbekend en kan een ernstig probleem worden
als na jarenlange herhaalde toepassing de bodem met glyfosaat verzadigd is. De
vermoedelijk kankerverwekkende stof N-nitrosoglyfosaat, reeds genoemd als verontreiniging
in Roundup, kan ook in de bodem gevormd worden, als omzettingsproduct van glyfosaat.
Dit betreft slechts een klein deel van de toegepaste hoeveelheid. Een veel
groter deel van de toegepaste hoeveelheid, tot bijna 30%, wordt omgezet in aminomethylfosfonylzuur (AMPA). Glyfosaat
in ons eten Aangezien
glyfosaat een systemisch middel is, dat werkt via de gehele plant, is het niet
verwonderlijk dat de stof ook in de plant achterblijft. Afbraak in planten is
gering, daarom werd de in ons voedsel maximaal toegestane hoeveelheid glyfosaat
door de overheid de afgelopen jaren tot het 1000-voudige verhoogd. Opvallend
hoge hoeveelheden glyfosaat zijn sinds 1994 toegestaan in voor consumptie
bestemde wilde paddestoelen (50 mg/kg), diverse granen (tot 20 mg/kg) en runder-
en schapennieren (2 mg/kg). Uit
deze residuwaarden blijkt weer eens (zie hierover de publicaties
"Giffraude" en "Bestrijdingsmiddelen Wijzer" van de
Stichting Natuurverrijking) dat de door onze overheid toegestane hoeveelheden
gif in ons voedsel extreem hoog zijn. Op basis van de hiervoor aangegeven
ADI-waarde van de EPA is de maximaal toelaatbare inname (MPI: Maximum
Permissible Intake) voor iemand die 60 kilo weegt 0,6 mg per dag. Eén ons wilde
paddestoelen mag al bijna 10 maal deze MPI-waarde bevatten. Eén ons havermout
mag 2 mg glyfosaat bevatten, of ruim drie maal de MPI voor iemand die 60 kilo
weegt. Anders
dan in de Verenigde Staten worden in Nederland zelden dergelijke
TMRC-berekenigen gemaakt (TMRC: Theoretical Maximum Residue Contribution). Mensen
die in ons land verantwoordelijk zijn voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
en de vaststelling van de in voedsel toegestane residuen menen dat je dergelijke
berekeningen niet zou moeten maken. In
december 1994 publiceerde de Rijksuniversiteit Groningen, naar aanleiding van
vragen van de Stichting Natuurverrijking, het rapport :
"Bestrijdingsmiddelen in voedsel en de gezondheidsrisico's voor
kinderen". Naar aanleiding van de uiteenzetting hiervoor zal het niemand
verbazen dat de eerste zin van de slotconclusie in genoemd rapport van de Rijksuniversiteit
luidt: "De Nederlandse overheid stelt residutoleranties vast die de
algemeen erkende ADI-normen vele malen kunnen overschrijden." Een
aantal jaren geleden is de residubeschikking zodanig gewijzigd dat momenteel
voor omzettingsproducten van glyfosaat in ons voedsel geen beperkingen meer
gelden. Dit is uitermate verontrustend, want uit gegevens van de EPA blijkt dat
AMPA ook in planten gevormd wordt. AMPA kan zelfs tot 28% van het totaal residu
in de plant gevormd worden. Bovendien vormt, door bacteriële afbraak, een deel
van de AMPA de stof sarcosine. Sarcosine wordt in bepaalde omstandigheden
omgezet tot de waarschijnlijk kankerverwekkende stof N-nitrososarcosine. Glyfosaat
in het water Het
is al jarenlang bekend dat een deel van de gebruikte hoeveelheid glyfosaat in
ons vochtige klimaat, als gevolg van dauw en regen, terecht komt in grond- en
oppervlaktewater. Volgens
een bericht in H2O (Tijdschrift voor watervoorziening en
afvalwaterbehandeling), 24-11-1994, vormt glyfosaat een bedreiging voor de
drinkwatervoorziening. Bij een oriënterend onderzoek door Kiwa werden zowel
glyfosaat als AMPA in de Rijn en de Maas aangetoffen in hoeveelheden tussen
0,1 ug (één tienmiljoenste gram, de drinkwaternorm) en 1,5 ug (15 maal de
maximaal in drinkwater toegestane hoeveelheid). Wereldwijd
oefent de chemie op overheden druk uit om de drinkwaternorm te versoepelen.
Uit "gezondheidsoverwegingen" zou water hogere hoeveelheden gif
mogen bevatten. Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ondersteunt inmiddels
deze opvatting van de gifproducenten. Vergeten wordt dan echter dat
bestrijdingsmiddelen ook door de huid in ons lichaam geraken, bijvoorbeeld als
we ons wassen. Bovendien is leidingwater na gebruik afvalwater, dat via het
riool de kringloop in het milieu weer voortzet. De 0,1 ug norm voor bestrijdingsmiddelen
is al onvoldoende voor de bescherming van veel in het water thuishorende organismen.
Versoepeling van de drinkwaternorm zou dan ook een catastrofe voor het milieu,
en dus ook de mens, betekenen. PROBLEMEN
MET ROUNDUP OP STRAAT EN IN PLANTSOEN Het
voorgaande maakt duidelijk dat Roundup niet de vriendelijke vervanger van diuron is. Hieronder volgt een beknopte opsomming van de te verwachten
problemen: -
Het risico voor mensen en dieren, die onbewust en ongewenst op openbaar
toegankelijke plaatsen in aanraking met bespoten vegetatie komen. Reeds in 1984
ontvingen alle gemeentebesturen in Nederland hierover een waarschuwend
schrijven van de Regionale Inspecties van Volksgezondheid. -
De toepassing van Roundup in de woonomgeving leidt met name door af- en uitspoeling
tot concentraties glyfosaat en AMPA in het oppervlaktewater, die de
drinkwaternorm ver te boven gaan. In de nabije toekomst zullen de waterleidingbedrijven
hierover meer informatie verschaffen. Kosten van extra zuivering zullen,
gezien de huidige wetgeving, niet door de producent van het gif, Monsanto,
gedragen worden, maar door de gemeenschap. -
Het middel draagt bij aan een ernstiger verontreiniging van de reeds
verontreinigde waterbodems. -
De met Roundup bespoten, afgestorven en daarna verwijderde plantenresten
bevatten hoge gehalten residuen van Roundup. Wat hiervan de gevolgen zijn bij compostering
is vrijwel niet onderzocht. Er is een geval bekend waarbij met Roundup behandeld
stro als strooisel gebruikt werd onder tomatenplanten, hetgeen fatale gevolgen
had voor de tomatenplanten. -
In de praktijk blijkt het vaak voor te komen dat juist gewenste planten, bomen
en struiken sterven door de toepassing van Roundup. Dit niet alleen als gevolg
van verwaaiing of wortelcontact met behandelde bomen en struiken. Het middel
is, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, ook via de bodem werkzaam.
Daarom adviseert de Deense overheid glyfosaat niet te gebruiken onder diverse
soorten naaldbomen, berken, els, iep, lijsterbes, sering en meidoorn. -
De keuze voor Roundup is veelal mede gebaseerd geweest op misleidende
voorlichting en reclame voor het middel. Hoewel de Reclame Code Commissie naar
aanleiding van klachten van de Stichting Natuurverrijking de fabrikant Monsanto
vijf maal bevolen heeft niet meer op een dergelijke misleidende wijze reclame te
maken, is de reclame voor het middel niet wezenlijk veranderd. Wezenlijke
veranderingen geschieden wel binnen het gemeentelijk beleid. De achtste versie
van de Groene Lijst van de Stichting Natuurverrijking bevat bijna 200 namen van
gemeenten en provincies, die in de praktijk aantonen, dat groen en bestrating
(vrijwel) zonder gif beheerd kunnen worden.
Hoewel
het gebruik van glyfosaat op straat met de daaropvolgende uitspoeling zeer
waarschijnlijk de voornaamste oorzaak is van het voorkomen van de stof en
het omzettingsprodukt AMPA in sloten en rivieren in ons land, zijn gemeenten
beslist niet de enige gebruikers van het gif. Ook in de land- en tuinbouw is het
een veel gebruikt middel. Volgens Monsanto werd Roundup in 1993 zelfs
wereldwijd op meer dan 50 miljoen hectare toegepast en zal het gebruik binnen
enkele jaren toenemen tot meer dan 80 miljoen hectare. Zoals
reeds aangegeven leidt het gebruik in de graanteelt tot hoge residuen in
graan. Wat dit betreft is het opvallend dat de toelating van toepassing in de
graanteelt en de verhoging van de maximale residuen in granen in ons land
plaatsvond op een tijdstip, dat in de Verenigde Staten bleek, dat bij veel
toelatingsonderzoek van het middel was gefraudeerd. Duizenden studies
verricht door een van de grootste laboratoria ter wereld, Industrial Bio-Test
Laboratory, waaronder rapporten die ook in ons land een rol speelden bij de
toelating van glyfosaat, bleken onbetrouwbaar. Het laboratorium werd zelfs
wegens fraude gesloten. Een
toepassing die extra risico geeft voor verontreiniging van oppervlaktewater,
is het gebruik van het middel in weilanden. Steeds meer veehouders denken dat
het hen winst oplevert, als ze hun bestaande gras dood spuiten en nieuw gras
inzaaien. Omdat de weilanden in ons land bijna altijd in zeer waterrijke
streken liggen, met om de tien tot twintig meter een sloot of waterafvoerende
greppel, is het onvermijdelijk dat een belangrijk deel van het middel in het
water terecht komt. Hoewel behandeling van het talud wettelijk niet is toegestaan,
kan ieder die daar attent op is, in ons landschap helaas steeds vaker geelbruin,
tot in de slootkant doodgespoten grasland zien. Het bespoten gras mag van onze
wetgever na vijf dagen zelfs gevoerd worden. Veel Deense boeren menen echter
dat hun vee na een dergelijke "smulpartij" moeilijk of niet meer
drachtig wordt. Uit de uitspraak van een rechtszaak in Denemarken blijkt dat
het middel abortus kan opwekken. Hoewel
Roundup van de glyfosaatbevattende middelen het meest gebruikte en bekendste
merk is, zijn er diverse andere merken die glyfosaat bevatten, zoals Sting,
Sphinx, Touchdown, Agrichem Glyfosaat en Imex Glyfosaat. Voor particulieren
is het middel in kleinverpakking te koop, met merknamen als AAWiedex en
Roundup huis en tuin. Volgens
de president van Monsanto, Hendrik A. Verfaillie, is het bedrijf wat betreft de
omzet van bestrijdingsmiddelen het vijfde bedrijf ter wereld, maar nummer één
wat betreft winst. Dit komt vooral door de verkoop van Roundup, het eerste
miljard dollar product van de industrie. HOGE
VERKOOPCIJFERS DOOR MISLEIDING De
meeste gebruikers van Roundup en andere glyfosaat-bevattende middelen denken dat
het middel vrijwel geen kwaad kan of zelfs milieuvriendelijk is. Dat is een direct
gevolg van onjuiste en misleidende reclame, terwijl ook een aantal
"voorlichters" dezelfde misleidende zaken beweren als in de reclame.
Concrete voorbeelden van misleidende voorlichting door de Plantenziektenkundige Dienst en de Consulentschappen worden gegeven in
"Naar Natuurrijk Groen" (derde druk, 1993), een uitgave van de
Stichting Natuurverrijking. Hoewel
Monsanto ongestraft wereldwijd miljoenen mensen onjuist en misleidend
"informeert", moet de Stichting Natuurverrijking zeer zorgvuldig te
werk gaan bij het samenstellen van haar publicaties over bestrijdingsmiddelen.
Dat de reclame voor Roundup misleidend is blijkt onder meer uit een vijftal
beslissingen van de Reclame Code Commissie, naar aanleiding van klachten van
de Stichting: Misleidend
achtte de Reclame Code Commissie in 1983 (dossier 3318) de kwalificaties van
het bestrijdingsmiddel "Roundup": "milieuvriendelijk"
en "absoluut veilig voor mens, dier en milieu." In
1990 oordeelde de Code Commissie (dossier 6800) o.a.: "De
mededeling "Care for the environment" in combinatie met een groen
vignet met vogel bij de aanprijzing van het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup
waarvan voorts onder meer gezegd wordt dat het beschikt over "zeer
gewaardeerde ecologische eigenschappen" doen de uiting misleidend zijn
aangezien daardoor ten onrechte de indruk wordt gewekt dat Roundup
milieuvriendelijk is, terwijl het daarentegen een wezenskenmerk van Roundup is
om organismen te bestrijden." In
1991 (dossier 653/6800) bevestigde
het College van Beroep deze uitspraak, omdat ook naar het oordeel van dit
College "bij de lezer van de advertentie ten onrechte de indruk wordt
gewekt dat Roundup geen enkele schade toebrengt aan het milieu." In
1992 (dossier 91.7157) oordeelde de Reclame Code Commissie o.m.: "De
kop "Roundup en de ecologie" in combinatie met de daarop volgende
tekst suggereert een positieve invloed van Roundup op flora, fauna en
leefomgeving van de mens en wekt ten onrechte de indruk dat Roundup geen enkele
schade toebrengt aan het milieu, terwijl vaststaat dat het een giftig chemisch
middel is, dat organismen bestrijdt c.q. doodt. De reclameuiting is op dit
onderdeel misleidend." "Ook
de claim "snelle en volledige afbraak tot natuurlijke elementen en niet
persistent" acht de Commissie te vergaand en misleidend, omdat als
onvoldoende weersproken vaststaat dat na gebruik van Roundup giftige residuen in
de bodem achterblijven." Eveneens
in 1992 (dossier DM 91.7127) achtte de Commissie een reclame-uiting
misleidend, omdat de verpakking van Roundup was afgebeeld zonder dat daarop het
wettelijk voorgeschreven gevarensymbool of andere veiligheidsvermeldingen
zichtbaar waren. In
hetzelfde dossier wordt ook de volgende tekst als misleidend beoordeeld: "Maar
wie de natuur als grondstof beschouwt, is ook begaan met het milieu" in
samenhang met "Rendement en ecologie gaan hand in hand." De
dossiers met bij de Reclame Code Commissie ingediende en behandelde klachten
over Roundup, bevatten inmiddels honderden pagina's. In alle uitspraken
beval de Commissie de adverteerder aan, voortaan niet meer op een dergelijke
wijze reclame te maken. Zoals reeds vermeld, is de reclame echter vrijwel niet
veranderd. In 1995 werd het glyfosaat bevattende middel AAWiedex, waarvan
Monsanto al jarenlang toelatinghouder is, op de Jaarbeurs in Utrecht zelfs
gepresenteerd alsof het een nieuw product was. Het middel kreeg een "tuinpluimnominatie"
en in de folder voor de verkiezing van de publieksprijs stond over AAWiedex als
vanouds: "Dit product tegen alle soorten onkruiden is milieuvriendelijk
en wordt snel afgebroken in de grond." Veel
soorten van nature in ons land voorkomende planten en dieren worden door het
gebruik van bestrijdingsmiddelen ernstig bedreigd. Door het gebruik van
herbiciden als glyfosaat moeten we constateren dat "onkruid" niet
meer bestaat; het zijn in onze "moderne" tijd immers zeldzame planten
geworden. Het aloude spreekwoord zou nu veel beter kunnen luiden: "Misleidende gifreclame vergaat niet."
Volgens
de president van Monsanto, Hendrik A. Verfaillie, heeft Roundup meerdere levens.
Na de introductie in 1974 zou Roundup nu in het derde leven zijn. Het vierde
leven start bij de introductie van genetisch gemanipuleerde variëteiten van
graan en andere gewassen met een ingebouwde ongevoeligheid voor Roundup.
Monsanto hoopt de eerste Roundup Ready variëteiten van sojabonen te
introduceren in de Verenigde Staten en Canada in 1996. Een dergelijke
ontwikkeling zal de afhankelijkheid van gif en daarmee het gifgebruik en de
verontreiniging van de aarde sterk doen toenemen. Wij
hebben maar één leven. Het is te hopen dat overheden wereldwijd dat
spoedig beseffen. Dan kan de Roundup (in de betekenis van het woord:
omsingeling, opruiming) van Roundup aanvangen. Beaart,
Kees, Bestrijdingsmiddelen Wijzer, Stichting Natuurverrijking, Lekkerkerk,
1992 Beaart,
Kees, Naar Natuurrijk Groen, Stichting Natuurverrijking, Lekkerkerk, 1993 Bestrijdingsmiddelenwet, diverse uitgaven Brien, Mary O', Roundup, Vision, POEA, and 1,4-Dioxane:
Why Full Formulations are the Problem, Journal of Pesticide Reform, winter 1990 Cox, Caroline, Glyphosate, Journal of Pesticide Reform,
summer 1991 Environmental Protection Agency, U.S., Fact Sheet- Glyphosate, no. 173, June 1986 Environmental Protection Agency, U.S., Tox. Chem. No.
661 A Glyphosate, 04/08/86 Jans,
H.W.A., Openbaar Groen met of zonder vergif(t)? Nederlands Instituut voor
praeventieve gezondheidszorg/ TNO, Leiden, 1989 Kiwa,
Nieuwe analysemethode voor Glyfosaat en AMPA getest op Rijn- en Maaswater, H2O,
24 november 1994 Landbrugsministeriet,
Statens Planteavlforsog, Ukrudtsbekaempelse i Vedplantekulturer 1990,
Denemarken, 1990 Reclame
Code Commissie, dossier 3318, 6800, 653/6800, 91.7157 en DM 91.7127 Rijn,
drs. J.P. van, e.a., Handboek Bestrijdingsmiddelen gebruik en milieueffecten,
VU Uitgeverij, Amsterdam 1995 Sine, C. e.a., The top 10 Agrochemical Companies, Farm
Chemicals International, summer 1994 Vries,
A. de, e.a., Bestrijdingsmiddelen in voedsel en de gezondheidsrisico's voor
kinderen, Rijksuniversiteit Groningen, december 1994 COLOFON ROUND-UP GLYFOSAAT tekst:
Kees Beaart omslag
en vormgeving: Fred Teunissen uitgave:
Stichting Natuurverrijking
Opperduit 362
2941 AR Lekkerkerk Lekkerkerk,
1995 ISBN
90
71870 08 1 Met
dank aan de EPA, het Ministerie voor Milieu en Volksgezondheid van de VS, voor
het beschikbaar stellen van toxiciteitgegevens, die de Nederlandse overheid
niet openbaar wenst te maken. Deze
uitgave en de toezending ervan, met de achtste versie van de "Groene
Lijst", naar alle Nederlandse gemeenten, werd mogelijk gemaakt door financiële
bijdragen van donateurs van de Stichting Natuurverrijking en FOGI. "ROUND-UP GLYFOSAAT" is
te bestellen door overmaking van f 6,85 op postgiro 5492641 t.n.v. Stichting
Natuurverrijking, Lekkerkerk |
|
|