Start Omhoog Email Inhoud Groene gemeenten

Start
Omhoog

 

 

Redactie: Kees Beaart

Omslag en vormgeving:

Fred Teunissen

 

Bij deze publicatie hoort de Groene Lijst van gemeenten.

GROENE GEMEENTEN

 

GIFVRIJ ONDERHOUD VAN GROEN EN BESTRATING, TIPS VANUIT DE PRAKTIJK

 

Inhoud

Voorwoord

Inleiding

Algemene Aanwijzingen

Sportvelden

Nieuwe Plantvakken

Behandeling Van Stobben Tegen Uitlopen

Incidenteel Selectieve Bestrijding In Het Plantsoen

Ziekten En Plagen In Het Plantsoen

Begraafplaatsen

Verhardingen

Respondenten

Meer Informatie

Bijlage: Informatie “Top Gun”

Colofon

 

NUT DER TUINEN

 

Wy beminnen van natuur de Vryheid, en veragten alles, wat eene omsluiting rondom ons maakt. Den armen Stedeling, die door Muuren, Wallen en Gragten ingeslooten zit, die in bekrompen' donkere Huizen woont, en die eene besmette vuile lucht moet inademen, is deeze lieve Vryheid geweigerd. Aan alle kanten zit hy benaauwd, en moet het oog met geweld dwingen, om zich te gewennen aan het eenvormig Gezigt van Steenen, Glazen en Pannen der Huizen, eene vertooning, die nooit verandert, en daarom verveelt - Dan de Vryheid op 't Land; het vermaak van het stille leven; de uitgebreide uitzigten; en de verschillende, de telkens veran­derende Toonelen der Natuur in de Tuinen betoveren ons. In den stillen vryen Hof, waar hy ook is, komt het denkbeeld der Vryheid het eerste tot ons weder; in eenen Tuin komt ons hart, 't eerst, tot de lieve bedaardheid. Daar geniet de Staats­man, de Geleerde, de Koopman, na lange inspanningen, de onschuldigste uitspanning: daar ontvlugt en verdryft een verdrietige de smerten zyns gemoeds: daar ontlast een be­droefde zyne bezwaarde ziel: daar ademt ieder eene frissche Lucht in, die invloed heeft op het geheele lichaamsgestel, duidelyk genoeg te merken: daar wordt het ongevoelig, onverschillig Hart aangedaan door de bekoorlyke schilderyen der Natuur, die eene zagte opgewektheid, eene heldere levendigheid in den doffen geest, eene zoete vrolykheid in het loom gemoed voortbrengen, welke allen de gezondheid, meer dan men gelooft, bevorderen of bewaaren. Mogt de woelagtige Waereld dit stil onschuldig vermaak beter kennen, en deszelfs voordeelen regt leeren genieten! Waar gy ook met der tyd woonen, of wat gy worden zult, leer de waarde der Tuinen kennen.

 

J.F. MARTINET (1729-1795)

 

VOORWOORD

 

Sinds 1983 dringt de Stichting Natuurverrijking er bij gemeentebesturen op aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving te beëindigen en het openbaar groen zodanig te onderhouden dat de bewoners van 1 januari tot en met 31 december een zo groot mogelijke variatie planten en dieren kunnen waarnemen en ervan genieten.

Om de bezwaren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de mogelijkheden het groen "natuurrijk" te beheren zo bekend mogelijk te maken richtte de Stichting zich bijna jaarlijks tot de gemeentebesturen. Alle Nederlandse gemeenten ontvingen de afgelopen jaren onder meer de boekjes "Naar Natuurrijk Groen", "Bestrijdingsmiddelen Wijzer" en "Round-up Glyfosaat", de brochures "Bestrijdingsmiddelen Fabeltjeskrant", "Gezondheidseffecten van Bestrijdingsmiddelen", "Milieuminister Nijpels vertelt", "Gif uit 't Groen" en "Schone Straten", diverse posters en kaarten en verschillende versies van de "Groene Lijst" met de namen van gemeenten die (vrijwel) geen bestrijdingsmiddelen gebruiken in het openbaar groen en/of op bestrating.

In 1994 verzocht Natuurverrijking alle gemeenten het haar te melden als bestrijdingsmiddelen nog slechts in een of enkele specifieke uitzonderingssituaties worden gebruikt. Hierdoor konden deze probleemsituaties worden geïnventariseerd en opgenomen in de achtste versie van de "Groene Lijst" van mei 1995. Alle op deze "Groene Lijst" opgenomen gemeenten en provincies werden in augustus 1995 door de Stichting gecomplimenteerd met hun voortrekkersrol m.b.t. milieuvriendelijk beheer, waarbij tevens verzocht werd hun erva­ringen met niet-chemische oplossingen van de op de "Groene Lijst" aangegeven probleemsituaties samen te vatten en aan de Stichting te zenden. De Stichting Natuurverrijking wil hierbij de gemeenten Achtkarspelen, Alphen aan den Rijn, Apeldoorn, Boxtel, Breda, Ede, Enschede, Heemstede, Maas­sluis, Meppel, Mook en Middelaar, Nieuwerkerk aan den IJssel, Opsterland, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorschoten, Zevenaar, Zoetermeer, Zwolle en de provincie Noord-Brabant bijzonder hartelijk danken voor hun reactie, waardoor deze uitgave tot stand kon komen.

 

In het belang van natuur, milieu en gezondheid spreekt de Stichting Natuurverrijking hierbij de hoop uit dat de in deze uitgave aangegeven praktische mogelijkheden groen en bestrating zonder gif te beheren nog meer gemeenten en andere beheerders van groen en bestrating, de weg zal wijzen naar natuur- en milieuvriendelijk beheer.

 

Met dank aan Ing. J. Hekman van de Vereniging Stadswerk Nederland, Ineke Tiggelaar en Irma van Hoorik voor het geven van op- en aanmerkingen bij de totstandkoming van deze uitgave en het Fonds Ondersteuning Groene Initiatieven (FOGI), dat deze uitgave en de toezending ervan naar alle gemeenten financieel mogelijk maakte.

 

INLEIDING

 

Steeds meer gemeenten tonen in de praktijk aan dat het openbaar groen en de bestrating (vrijwel) zonder gif onderhouden kunnen worden. Deze gemeenten worden vermeld op de in deze uitgave opgenomen negende versie van de "Groene Lijst". Als gemeenten de Stichting hebben medegedeeld in een of enkele concreet aangegeven probleemsituaties nog wel bestrijdingsmiddelen te gebruiken, is dat op de lijst aangegeven. Ook probleemsituaties waarvoor zelfs in milieubewuste gemeenten gif gebruikt wordt, blijken echter in andere gemeenten zonder gif opgelost te kunnen worden.

De Stichting Natuurverrijking is verheugd dat twintig gemeenten en een provincie hun ervaring met niet-chemische oplossingen van de in de "Groene Lijst" aangegeven probleemsituaties voor deze uitgave hebben willen samenvatten.

 

Na enkele algemene aanwijzingen van een vijftal gemeenten, komen in afzonderlijke hoofdstukken achtereenvolgens aan de orde: sportvelden, nieuwe plantvakken, behandeling van stobben tegen uitlopen, inci­denteel selectieve bestrijding in het plantsoen, ziekten en plagen, begraafplaatsen en verhar­dingen. Per onderdeel zijn de gegevens in alfabetische volg­orde van de gemeentenaam opgenomen.

Na deze hoofdstukken volgt een opgave van de respondenten en een literatuurlijst voor degenen die zich verder in deze pro­blematiek willen verdiepen.

Tenslotte is in een bijlage informatie opgenomen over het in 1995 toegelaten middel "Top Gun".

 

Voor opvattingen van de Stichting Natuurverrijking met betrekking tot de in deze uitgave behandelde problematiek verwijzen wij naar:

"NAAR NATUURRIJK GROEN, Handleiding op weg naar gifvrij beheer groen en bestrating", derde herziene, uitge­brei­de druk (140 pagina's), Stichting Natuurverrijking, Lekkerkerk, 1993, ISBN 90-71870-06-5

 

Essentieel voor het slagen van de overgang naar natuurrijk beheer is aandacht, waardering en zorg voor planten en dieren die in onze omgeving thuis horen. Aandacht voor en waardering van natuur in de woonomgeving is zeker niet nieuw. Daarvan getuigen de zowel voor- als achterin deze uitgave opgenomen citaten "Nut der Tuinen" en "Onkruid" van onze in de achttiende eeuw zeer bekende en gewaardeer­de filosoof Johannes Florentius Martinet, uit "Katechismus der Natuur", Amsterdam, 1780.

 

GROENE LIJST van GEMEENTEN en PROVINCIES die de STICHTING NATUURVERRIJKING hebben medegedeeld geen chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken in openbaar groen en/of op bestra­ting. De kruisjes geven aan wat van toepassing is, het jaartal sinds wanneer.

 

Sinds 1983 verzoekt de Stichting Natuurverrijking vrijwel jaarlijks alle Nederlandse gemeenten om de Stichting op de hoogte te stellen als er in de gemeente geen bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, of beperkt is tot een of enkele concreet aangegeven uitzonderingssituaties. De reacties op deze verzoeken tot 1 januari 1996 zijn in deze negende versie van de Groene Lijst opgenomen. Tussen haakjes worden de door de gemeenten aangegeven uitzonderingssituaties vermeld.

De betekenis van de noten is na de Lijst aangegeven.

 

Op deze website is inmiddels de veertiende versie van de Groene Lijst beschikbaar. 

Klik hier om deze versie te bekijken.

 

ALGEMENE AANWIJZINGEN

 

Breda

 

"DE GROTE PIMPERNEL"

-terugdringen gebruik chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in het openbaar groen c.a.

 

INLEIDING

Eind 1987 heeft de Bredase gemeenteraad het startsein gegeven voor het project "De Grote Pimpernel". Doel hiervan is om per 1992 het gebruik van chemische middelen in het openbaar groen tot nul terug te brengen.

 

Sinds de start zijn flinke resultaten bereikt. Het is inderdaad gelukt om het openbaar groen in Breda vanaf 1992 geheel gifvrij te onderhouden. Overigens werden voor die tijd al hele wijken zonder gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen beheerd.

 

DRIESPORENBELEID

De leidraad waarlangs het project is uitgewerkt is het zgn. driesporenbeleid. Dit beleid houdt in:

1. spoor 1: beheer. Breda vindt dat het stoppen met gif niet op zichzelf mag staan. Aangepast beheer is noodzakelijk in de vorm van selectief wieden, schoffelen en, waar nodig, ook selectief wilde planten laten staan. Vanwege de minder goede bekendheid met vooral kiemvormen van deze vegetatie is een opleidingsprogramma opgezet voor de eigen groenverzorgers.

2. spoor 2: inrichting. Openbaar groen moet zodanig worden ingericht dat gifvrij onderhoud ook bedrijfsmatig verantwoord kan gebeuren. Om die reden is een herinrichtingsprogramma gemaakt waarbij vooral snippergroen wordt aangepakt. Dit betekent of verkoop/verhuur van groen aan particulieren of herinrichting die ander onderhoud beter mogelijk maakt.

3. spoor 3: communicatie. Ander beheer leidt tot ander openbaar groen. Zonder begrip bij bewoners is het risico groot dat druk op de politiek wordt uitgeoefend om weer gif te gaan gebruiken. Goede communicatie helpt hierbij. Bovendien kan de gemeente haar voorbeeldfunctie beter waarmaken en de particulieren stimuleren om ook in hun eigen tuinen geen gif te gebruiken. Daartoe is, naast uitgebreide publicaties in lokale media, een folder gemaakt (zie bijlage).

 

SLOT

Terugblikkend geeft een grootschalig onderzoek in Breda aan dat er een voldoende breed draagvlak is voor milieuvriende­lijk onderhoud. Daarbij moet de gemeente wel aan drie voorwaarden voldoen. Als eerste dient het openbaar groen er gevarieerd en voldoende aantrekkelijk uit te zien. Onderscheid tussen "cultuurlijk" en "natuurlijk" uitziend groen maakt het publiek verrassenderwijs nauwelijks. Ten tweede moet het groen vrij zijn van zwerfvuil en hondenpoep. Ten derde moet men vooraf zijn geïnformeerd over het hoe en waarom van de veranderingen in het beheer. Kennis en begrip zijn hierbij sleutelwoorden.

 

Mook en Middelaar

 

Wat betreft het groenbeheer in plantsoenen kunnen wij u melden dat er in de eerste plaats veel wordt geschoffeld. Ten tweede vinden in onze gemeente projecten in het kader van de "groenomvorming" plaats. Dat betekent dat de plantsoenen een natuurlijker karakter krijgen door een diversiteit in de beplanting te creëren en tevens sommige kruiden te tolereren. Verder planten wij als preventieve maatregel bodembedekkers in plantsoenen, welke agressief genoeg zijn om de groei van onkruiden te voorkomen. Een vierde maatregel die wij nemen betreft de nieuwe plantvakken. De grond hiervan wordt één jaar van te voren voorbereid, alvorens over te gaan tot inplanting. Onze ervaring is dat de preventieve maatregelen tegen ziekten/plagen in plantsoenen zoals zorg voor diversiteit in beplanting en een goede combinatie van plantsoorten, afdoende zijn.

 

Opsterland

 

Omschakeling van alternatief groenbeheer naar ecologisch groenbeheer

 

Inleiding

Sinds 1986 vindt het onderhoud van het openbaar groen plaats op basis van het zogenaamde alternatief groenbeheersprogramma.

Het alternatief groenbeheersprogramma kenmerkt zich door een beheer zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Dit in tegenstelling tot het traditionele beheer, waarbij wel chemi­sche bestrijdingsmiddelen werden gebruikt.

In principe is het alternatief beheer duurder dan het traditioneel beheer; immers door het achterwege laten van chemische bestrijdingsmiddelen moet er vaker worden geschoffeld om het ongewenst kruid de baas te blijven. Dit is ook de reden waarom er nog steeds gemeenten zijn die bestrijdingsmiddelen toepassen.

 

In Opsterland heeft de omschakeling van het traditionele beheer naar het alternatieve beheer niet geleid tot kostenverhoging, maar zelfs tot enige kostenverlaging.

Deze verlaging is mogelijk geworden door de opzet en samenstelling van het alternatief beheer. De opzet kenmerkt zich door het indelen van het groen in beheersklassen. De beheersklasse bepaalt de mate van het onderhoud. Zo zijn er bijvoorbeeld vier beheersklassen voor bosplantsoen. Bosplantsoen in woonwijken, parken, in dorpsbossen en op industrieterreinen.

Bosplantsoen in de woonwijk heeft een hogere onderhoudsnorm dan bosplantsoen op een industrieterrein. De mate van onderhoud wordt ook bepaald door de soort beplanting en de ligging ervan. Door deze gedifferentieerde aanpak wordt het beheer op maat geleverd.

Verder vindt er toepassing van houtsnippers plaats, waardoor groei van ongewenst kruid wordt tegengegaan. Ook heeft er een acceptabele normverlaging plaatsgevonden en zijn er kleine hoekjes snippergroen verkocht. Al met al een maatregelenpakket, dat geleid heeft tot bezuiniging op het onderhoudspakket.

De structuur en samenstelling van het openbaar groen heeft het mogelijk gemaakt dat er een gemakkelijke omschakeling van traditioneel groenbeheer naar alternatief groenbeheer mogelijk was.

De structuur en samenstelling van het Opsterlandse groen is afgeleid van het landschappelijke beeld. Dit beeld kenmerkt zich door grotere grasoppervlaktes (in het landschap de weilanden) met daaromheen bossages (in het landschap de houtwallen/-singels). Bij dit sobere beeld past goed het hierboven geschetste beheer. Een volgende ontwikkeling is het ecologisch natuurlijk groenbeheer wat ook goed toepas­baar is in ons openbaar groen.

 

Toekomstige ontwikkeling

Bij de opzet van de nieuwe bestemmingsplannen wordt rekening gehouden met het fraaie landschappelijke gegeven in onze gemeente. Dit past in de structuurvisie van Opsterland, waarin aantrekkelijk wonen een centrale plaats heeft.

Voor de groenontwikkeling betekent dit, dat de groenstructu­ren binnen de ontwikkelingen van de dorpsuitbreidingen een grootschalig, liefst aaneengesloten karakter krijgen met verbindingen naar het buitengebied. Ook de bermen, houtsingels, bossages en slootkanten zijn onderdeel van deze ver­bindingen. Zie bijvoorbeeld de groenstructuren van Gorredijk, Wijnjewoude, Beetsterzwaag en Ureterp.

Ook in het gemeentelijk milieubeleidsplan is deze ontwikkeling ten aanzien van de groenstructuren aangegeven.

 

De aan te leggen groenstructuren hebben en krijgen een multifunctioneel karakter. Ze dragen bij tot de verfraaiing van de woonomgeving. Ze zijn geschikt voor alternatieve loop- en fietsroutes.

Een eveneens belangrijk aspect van deze grotere structuren is dat ze de mogelijkheid bieden tot een ecologische ontwikkeling.

Een ecologische ontwikkeling is niet een doel op zich. Ecologische ontwikkeling moet in een breder kader (nationaal en internationaal) gezien worden. Het milieubeleidsplan van de rijksoverheid geeft aan dat, om tot een duurzame ontwikkeling en instandhouding van de Nederlandse natuur te komen, ecologische verbindingszones erg belangrijk zijn. Het rijks­beleid richt zich op het ontwikkelen van ecologische hoofdstructuren binnen Nederland met verbindingen naar gebieden buiten onze grenzen.

In het natuurbeleidsplan wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde natte en droge verbindingszones.

Het basisconcept van een ecologische verbindingszone is vrij eenvoudig. Men probeert bestaande natuurgebieden en/of waterlopen aan elkaar te koppelen. Een bestaand natuurgebied heet dan een kerngebied.

Aansluitend aan het kerngebied kent men de zogenaamde natuurontwikkelingsgebieden; tussen de kerngebieden en de natuurontwikkelingsgebieden creëert men de verbindingszones.

Het hoofddoel achter de ecologische hoofdstructuur is het veilig stellen en het verder ontwikkelen van de Nederlandse natuur. Door de vervuiling, de economische- en landbouwkundige ontwikkelingen etc. is er veel natuurgebied verloren gegaan en is de kwaliteit verslechterd.

In het milieubeleidsplan zijn maatregelen aangegeven die de verslechtering van het milieu een halt toe moeten roepen. Gelijktijdig wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van de natuur. Deze twee sporen moeten er uiteindelijk voor zorgen dat Nederland leefbaar blijft. Voor Friesland hebben gedeputeerde staten van Friesland het plan ecologische verbindingszones ontwikkeld. Dit plan kan worden gezien als een detail­vertaling van het nationaal plan.

Ecologie en ecologisch beheer is daarbij een belangrijk, zo niet het belangrijkste proces. In dit verband wil ecologisch beheer zeggen: het scheppen van een zodanig leefklimaat voor plant en dier dat deze zich kunnen ontwikkelen, in­standhouden en uitbreiden.

Uit deze begripsbepaling blijkt dat ecologie zich niet beperkt tot de ecologische hoofdstructuur. Het moet zijn fijnmazige vertakkingen zo ver mogelijk doorgevoerd krijgen. Opsterland is bij uitstek een gemeente, die zich ervoor leent om hier extra aandacht aan te geven. Zo wordt er binnen de landinrichting Midden Opsterland, in de westhoek van de gemeente, invulling gegeven aan een stukje ecologische verbindingszone.

Ook het stroomdal van het Koningsdiep met de natuurgebieden en de bossen van Bakkeveen, Wijnjewoude, Hemrik, Lippenhuizen en Beetsterzwaag lenen zich voor de ontwikkeling van een ecologische structuur.

Op deze wat grootschaliger gebieden heeft de gemeente indirecte invloed. In het kader van het ROM-project krijgt ook dit aspect de aandacht.

Daar waar de gemeente wel directe invloed heeft, wordt aan het aspect ecologie aandacht besteed. Zo wordt binnenkort gestart met een ecologisch bermbeheersprogramma en zijn er onderhandelingen met het waterschap gaande over ecologisch oever- en waterbeheer. Ook zal een plan worden opgesteld de landschappelijke beplanting langs wegen ecologisch te beheren en in te richten.

 

Terug naar het openbaar groen

In het meerjarenbeleidsplan 1993-1996 van de gemeente Opsterland is aangegeven, dat de ingezette ontwikkelingen van grootschaliger groen met een waar mogelijk ecologisch beheer zal worden voortgezet. Pas in 1995 is er geld gereserveerd om te komen tot een opzet voor volledig ecologisch beheer. Thans beperkt dit ecologisch beheer zich hoofdzakelijk tot het extensief maaien van grasgedeeltes en het exten­sief beheer van sommige vijver- en slootranden.

De ontwikkelingen op het gebied van het ecologisch beheer staan echter niet stil. Veel gemeenten werken aan een ecologisch beheersprogramma. Het zou jammer zijn de jaren tussen 1993 en 1995 passief af te wachten.

Omdat veranderd beheer van invloed is op het beeld van het openbaar groen en zeker in eerste instantie extra kosten door omvorming van bestaand plantsoen met zich meebrengt, moet de verandering door de bevolking gedragen worden.

Binnen het eerder genoemd politieke uitgangspunt behoeven wij tot 1995 niet stil af te wachten. Bij de opzet van nieuwe beplantingsplannen kan rekening worden gehouden met ecologische voorwaarden.

Concreet houdt dit het volgende in:

Bij het aanleggen van bosplantsoen wordt een grotere diversiteit aan beplantingsmateriaal toegepast. Grasstroken kunnen verschraald worden aangelegd en extensief worden beheerd. Sloten en waterlopen kunnen zodanig worden aangelegd, dat er overgangszones ontstaan van een nat naar een droog gebied, waarop zich verschillende biotopen kunnen ontwikkelen. Binnen de onderhoudsbegroting is beperkte ruimte om kleine hoeveelheden bosplantsoen om te vormen. Het personeel krijgt scholing in andere beheerstechnieken.

Het starten met ecologisch beheer zou dus vanaf nu binnen de bestaande beleidsruimte en met de bestaande financiële middelen op beperkte schaal aandacht kunnen krijgen.

Het starten met een ecologisch proces is echter onomkeerbaar.

Het goed functioneren van een ecologisch systeem heeft tijd nodig. Wanneer een proces door een andere beheersvorm weer zou worden afgebroken, dan is de eerste inspanning voor niets geweest.

 

Het is dus van belang reeds in de beginfase afspraken te maken over waar, hoe en waarom. Het ecologisch groenbeheer zal vooral plaatsvinden in de grotere groenstructuren. Deze groenstructuren zijn opgebouwd uit gras, bosplantsoen en waterpartijen (sloten en vijvers).

 

Gras

Daar waar dit mogelijk is zal het gras extensief, dat wil zeggen twee keer per jaar worden gemaaid en worden afgevoerd. Door het maaien en afvoeren verschraalt (verarmt) de grond, waardoor het gras minder gaat groeien en opener wordt van structuur, waardoor meer kruidachtigen en bloem­soorten kans krijgen zich te ontwikkelen. De rijkere vegetatie (verscheidene soorten) trekt meer insecten aan, waardoor de natuur ook op het gebied van de fauna wordt verrijkt. Langer gras wordt nog door veel mensen als "slordig" ervaren; voorlichting is daarom belangrijk. Ook is toepassing niet overal mogelijk. Dicht in de buurt van woonhuizen en op plaatsen waar kinderen spelen, zal het gras op traditionele wijze gemaaid worden, dat wil zeggen 20 tot 25 keer per jaar.

Van de ca. 40 hectare gazon die thans gemaaid wordt, zit ca. 7 hectare in het extensief beheer. In de komende jaren zal het extensief te maaien hectares oplopen tot ca. 10 hectare. Van de nieuw aan te leggen grasgebieden zal naar verwachting ca. 60% extensief worden gemaaid.

 

Bosplantsoen

In het openbaar groen zit ca. 30 hectare bosplantsoen (is 35 % van de totale oppervlakte). Dit bosplantsoen is grotendeels in de jaren '70 - '80 aangelegd en bestaat voor 80% uit boomvormers, zoals eik, berk, els. Deze boomvormers hebben allemaal de neiging boom te worden. Dit kan alleen wanneer een groot deel van de bomen zou worden gekapt. Omdat deze beplanting vaak een afschermende, dus dichte functie heeft en vaak uit een vrij smalle strook bestaat, die bovendien ook nog vrij dicht bij de woningen ligt, wordt dit type beplanting periodiek d.w.z. 1 keer per 8 jaar volledig gekapt.

Door deze kap krijgen de afgezaagde stobben weer jonge loten, waardoor de beplanting laag en dicht blijft. Toch is deze periodieke velling vanuit ecologisch oogpunt, maar ook vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst.

De "kaalslag" levert onbegrip bij de bevolking. De open structuur direct na de kap geeft een explosie van ongewenst kruid.

De conclusie is dan ook dat naar huidige inzichten het bosplantsoen met name op vrij smalle stroken nabij woningen en tuinen niet aan de huidige inzichten voldoet.

In het kader van het ecologisch beheer zal dit bosplantsoen geleidelijk worden omgevormd, dat wil zeggen dat boomvormers worden vervangen door struikvormers, zoals hazelaar, krent, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, veldesdoorn etc.

Dit type beplanting heeft het voordeel dat het niet periodiek behoeft te worden gekapt.

Het is ecologisch gezien interessanter door de grotere variëteit aan bes- en vruchtdragende struiken die meer vogels aantrekken, en een overgang vormen van boom naar struiklaag en kruidlaag.

 

Naar verwachting zal ca. 70% van het huidige bosplantsoen moeten worden omgevormd c.q. worden aangepast. Deze omvorming zal ca. 10 jaar in beslag nemen. Hoewel de omvorming op zich geld kost, verdient deze investering zich door minder onderhoud op termijn zeker terug.

 

Bosgebieden

De wat grotere bosgebieden, zoals bij Gorredijk en de gebieden van de dorpsbossen bij Terwispel, Tijnje en Langezwaag, in totaal zo'n 30 hectare, worden ook met "ecologische ogen" beheerd. Dit betekent dat er selectief wordt gekapt en gedund.

Daar waar bomen zich goed ontwikkelen, worden deze "vrij" gesteld; op andere plaatsen zal meer een aaneengesloten situatie worden nagestreefd, terwijl op weer andere plaatsen juist open ruimten zullen ontstaan. Kortom er wordt gestreefd naar een zo gevarieerd mogelijk bosbeeld, zowel wat de soorten betreft, als de variatie in open, gesloten en half open. Bij het beheer blijven de afgezaagde bomen en gesnoeide takken zoveel mogelijk in het bos achter om hiermee ook een stukje kringloop tot stand te brengen. De samenstelling van de bossen is zodanig dat hierin geen omvorming behoeft plaats te vinden.

Het beheer van de dorpsbossen is vanaf 1995 in de meerjarenbegroting opgenomen.

 

Landschappelijke beplanting

Samen met het ecologisch bermbeheer zal ook het beheer van de landschappelijke beplantingen langs wegen vanuit ecologisch oogpunt beheerd worden. Dit betekent dat ook hier de periodieke velling van hoofdzakelijk elzen één keer per 12 jaar, niet meer overal zal worden toegepast.

De landschappelijke beplanting wordt daar waar dit uit landschappelijke en ecologische redenen verantwoord is aangevuld met struikvormig bosplantsoen zoals sleedoorn, meidoorn, hazelaar, krent, vuilboom en hondsroos. Binnenkort zal hiervoor het bestaande beheersplan worden aangepast.

 

Oude bomen langs wegen

De vervanging van oude bomen langs wegen baart ons zorgen. De kwaliteit van deze bomen loopt zienderogen achteruit, waardoor het vervangingsschema van 40 jaar moet worden aangepast om o.a. de verkeersveiligheid niet in gevaar te brengen. Wij zijn al een aantal jaren bezig oude bomen te vervangen en op plaatsen langs wegen waar geen bomen staan planten wij nieuwe bomen om de voor onze gemeente zo kenmerkende laanstructuur zoveel mogelijk in stand te houden c.q. door nieuwe te vervangen.

Jaarlijks worden er voor dit doel ca. 500 nieuwe bomen langs wegen geplant. Toch is het nodig het beheersplan oude bomen opnieuw te bekijken.

 

Sloten en vijvers

Sloten die een afwaterende functie hebben, zullen in ieder geval tot en met het natte profiel worden schoon gehouden. De "droge" taluds en oevers zullen extensief, dat wil zeggen 1 à 2 keer per jaar worden gemaaid.

Vijvers: de begroeiing van vijvers zal niet meer jaarlijks worden verwijderd. Afhankelijk van de soort beplanting zal worden nagegaan voor welk gedeelte de begroeiing moet worden weggehaald.

Wij zullen onderzoeken of de modder in vijvers door middel van bacteriën kan worden verminderd. De randen van vijvers worden, evenals de randen van sloten, extensief beheerd.

Om vijvers ecologisch interessanter te maken moeten sommige vijvers, maar ook sloten worden aangepast. Er zal daar waar dit mogelijk is, een flauwere taludlijn aan de waterpartijen worden gemaakt, waardoor er een vanuit ecologisch oogpunt interessante geleidelijke overgang van nat naar droog ontstaat.

Bij de nieuwe aanleg zal met bovengenoemde aspecten rekening worden gehouden.

 

Voorlichting

Zoals al eerder is opgemerkt, kan er voorlopig slechts op beperkte schaal aandacht worden besteed aan ecologisch beheer en omvorming van openbaar groen.

Wij vinden het belangrijk om deze "overgang" met een goede voorlichting gepaard te laten gaan.

Wanneer er in een woonwijk een verandering plaatsvindt, dan willen wij dit met de buurt bespreken en uitleggen. Ook de verenigingen voor Plaatselijk Belang zullen bij het veranderingsproces worden betrokken. De Woudklank kan worden gebruikt om het nieuwe beleid uit te leggen.

 

Wij zijn van plan om de ecologische processen met een diareportage vast te leggen. Deze reportage kan ook als ondersteuning van het ingezette beleid en de bewustwording van de inwoners van Opsterland dienen.

 

Ecologisch beheer is onomkeerbaar en wordt door continuïteit sterk.

 

Zoetermeer

 

In Zoetermeer wordt getracht zoveel mogelijk de problema­tiek analytisch te benaderen. De vraag "is het wel een probleem en waarom" staat daarbij centraal. Dan blijkt dat er vaak geen sprake is van een constructief probleem, doch dat een situatie niet beantwoordt aan een verwachtingspatroon. Een antwoord wordt dan gezocht door in een discussie te stellen of het verwachte nagestreefd moet worden of dat, wat er nu ligt of zich ontwikkelt, aanvaardbaar of zelfs aantrekkelijk is, zij het met andere ogen bekeken.

Oplossingen die zich daarbij aandienden zijn dan acceptatie van de situatie, corrigerend optreden of een nieuw uitgangs­punt/situatie creëren.

Wanneer de schaal beperkt is en de locatie randvoorwaarden andere oplossingen in de weg staan wordt in handkracht corrigerend opgetreden.

 

Bij het creëren van een nieuw uitgangspunt, wordt de situatie omgevormd naar een andere voorziening, beeld of situatie, bijvoorbeeld een sierbeplanting die herhaaldelijk overwoekerd met winde omvormen naar gras of gazon.

Bovenstaande werkwijze houdt in dat voor een problematiek niet één oplossingstip valt te geven. Meerdere oplossingen zijn bijna altijd mogelijk. Lokale gegevenheden zijn vaak bepalend voor de keuze hierin.

 

Zwolle

 

Om over te gaan op natuurlijker/ecologischer beheer is een planmatige aanpak essentieel. Het inrichten met natuurlijke soorten bevordert de ecologische functies van het groen en voorkomt de "noodzaak" van het toepassen van bestrijdings­middelen. Het maken van strategische keuzes en een goede communicatie met de bevolking zijn enorm belangrijk voor succes op de langere termijn.

In Zwolle is daarvoor gebruik gemaakt van het Groenstructuurplan ('84). In 1994 is de uitvoering hiervan door externen geëvalueerd. Uit de evaluatie-rapporten blijkt onder meer dat juist het gifvrije van ons beheer enorm veel waardering heeft. Door voldoende draagvlak wordt enig onkruid in onder andere de verhardingen geaccepteerd.

De onderdelen planmatigheid, betrokkenheid en communicatie mogen niet ontbreken naast alle praktische onderhoudstips die in uw publicatie zullen worden vermeld.

 

SPORTVELDEN

 

Alphen aan den Rijn

Alleen de ergste plekken worden nog chemisch behandeld in de velden waarin voor de bespeelbaarheid te veel kruiden groeien.

 

Ede

Op alle sportvelden wordt niets gedaan aan kruidenbestrijding.

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Bij het onderhoud aan sportvelden kunnen twee volkomen verschillende beleidsuitgangspunten worden gehanteerd:

A. Intensief jaarlijks onderhoud, waardoor periodiek groot onderhoud (renovatie velden) achterwege blijft en vervangen wordt door periodiek extra minder ingrijpend onderhoud waar de praktijk dit vergt.

B. Minimaal benodigd jaarlijks onderhoud, waarbij renovatie van velden periodiek niet kan worden voorkomen.

In onze gemeente is gekozen voor optie A om reden dat in dat geval de onderhoudsstaat van de velden optimaal is, de kosten weliswaar jaarlijks hoger zijn dan in geval B, maar in totaliteit samen met het periodiek onderhoud lager liggen.

Door te kiezen voor een intensief gedegen jaarlijks onderhoud met goede bemestingsadviezen en met personeel met een praktische kennis van zaken wordt automatisch voorkomen dat in de grasmat teveel ongewenst groen ontstaat.

Chemische behandeling van kruiden in sportvelden is in dat geval niet nodig.

 

Momenteel is geen halfverhard oefenveld aanwezig. Enkele jaren geleden wel. Dit halfverhard veld werd op werkdagen dagelijks geëgaliseerd. Kleine moeite, neemt weinig tijd, prettig voor het gebruik en geen groei van ongewenst groen.

 

Ridderkerk

Het bestrijden van kruiden in sportvelden vindt uitsluitend plaats bij een te hoog onkruidpercentage. Dan krijgt het grootste deel van het veld een behandeling. Gemiddeld vindt dit eenmaal in de vijf jaar plaats. Incidentele kruidengroei met rozetten wordt handmatig bestreden.

Op verharde handbalvelden wordt geen bestrijding uitgevoerd.

De perrons van zwembaden worden niet-chemisch schoongehouden.

 

Zevenaar

Tot nu toe is het ons niet mogelijk gebleken de gazons van de sportvelden zonder chemische bestrijdingsmiddelen te beheren. Alleen halfverharde terreinen trachten we zonder bestrijdingsmiddelen te beheren door een deel van het onderhoud door de club zelf te laten doen. De tijd zal moeten uitwijzen of dit werkelijk functioneert.

 

Zwolle

Selectief wordt ingegrepen met zgn. "contactmiddelen".

Verharde handbalvelden worden geveegd.

Op perrons van zwembaden wordt onkruid mechanisch verwijderd.

 

NIEUWE PLANTVAKKEN

 

Achtkarspelen

Het doden van kruiden in nieuwe plantvakken wordt mechanisch d.m.v. spitten met de hydraulische kraan en het frezen voor het inplanten/inzaaien van het terrein gedaan.

In het eerste jaar na aanleg worden kruiden pleksgewijs aangepakt, d.m.v. frezen en schoffelen. Het afdekken van de grond met 15 cm bloemistenaarde voor kruidenaanplant in stroken langs oudere inheemse beplanting.

Braakliggende terreinen worden na grondbewerking kruidenvrij gehouden d.m.v. rotoreggen, frezen en schoffelen.

 

Alphen aan den Rijn

Kruiden in nieuwe plantvakken (voor aanplant) worden aangepakt door middel van frezen. Bij kleinere plantvakken wordt ook wel geschoffeld.

 

Apeldoorn

Op plekken waar bekend is dat veel wortelonkruiden voorkomen, wordt soms voor de aanplant een chemische bestrijding toegepast.

In sommige gevallen worden vakken ingezaaid met Engels raaigras en een of enkele jaren onderhouden als gazon.

 

Boxtel

Voor aanplant wordt machinaal geschoffeld of gefreesd. In het eerste jaar van aanleg wordt pleksgewijs handmatig geschoffeld of gefreesd.

Braakliggend terrein wordt na grondbewerking, d.m.v. ma­chinaal schoffelen of frezen kruidenvrij gehouden.

 

Ede

Het doden van kruiden in nieuwe plantvakken vindt niet plaats.

Tijdens de aanleg wordt met de plantafstand tussen de rijen rekening gehouden, zodat de eerste jaren met een schoffelmachine gewerkt kan worden. Tussen de rijen wordt geschoffeld.

Braakliggend terrein wordt na grondbewerking kruidenvrij gehouden door middel van de frees of een schoffelmachine.

 

Enschede

Geen specifieke behandeling. Voor de aanplant wordt gespit en gefreesd. De onkruiden worden er na de aanplant met een schoffelmachine uitgehaald en nadien met de schoffel. Op een aantal plaatsen waar een meer natuurlijk beeld gewenst is blijven de onkruiden staan en worden ze afgemaaid met een bosmaaier.

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Direct bij aanleg van nieuwe plantvakken wordt het mecha­nisch onderhoud met eigen onderhoudsdienst of aannemer geregeld. De kosten hiervan komen meestal voor rekening van het grondbedrijf waarvoor de aanleg plaatsvindt en zijn in de grondprijs verwerkt.

Braakliggende terreinen worden niet onkruidvrij gehouden, maar enkele keren per jaar gemaaid. Langdurig braakliggende terreinen worden door schapen van derden begraasd.

 

Ridderkerk

De gemeente voert geen chemische bestrijding -meer- uit in het geval er sprake is van nieuwe of gereconstrueerde plantvakken.

Na aanleg worden de kruiden uitsluitend handmatig of mechanisch bestreden.

Braakliggende terreinen worden als "ruwe" graspercelen onderhouden.

 

Schiedam

Mogelijke oplossingen voor het doden van kruiden in nieuwe plantvakken, voor aanplant:

- Het onkruidvrij houden van het vak één seizoen voor aanplant door het vak regelmatig te frezen.

- Het inzaaien van het vak met gras en beheren als gazon één seizoen voor aanplant. De meeste onkruiden kunnen niet tegen regelmatig maaien en verdwijnen zodoende.

 

Zevenaar

Er worden proeven genomen om plantvakken een jaar lang middels een schoffel of frees schoon te houden van ongewenste kruiden, alvorens deze vakken in te planten. Deze stroken worden echter vaak in nieuwbouwwijken als stortplaats voor grond gebruikt. Wanneer de grond vrij is van wortelonkruiden levert direct inplanten geen problemen op. Wanneer de beplanting gemakkelijk te schoffelen is, is het onkruidprobleem beheersbaar.

 

Zwolle

Voor aanplant worden kruiden in nieuwe plantvakken verwijderd door handmatig onderhoud (schoffelmachine, frezen, etc.). Het onderhoud in het eerste jaar van aanleg geschiedt handmatig.

Braakliggende terreinen worden na grondbewerking geschoffeld of tijdelijk ingezaaid.

 

BEHANDELING VAN STOBBEN TEGEN UITLOPEN

 

Achtkarspelen

Indien nodig wordt dit met de stick (Roundup) gedaan, zware stobben worden uitgefreesd.

 

Alphen aan den Rijn

Stobben worden weggefreesd.

 

Apeldoorn

Daar waar uitlopen niet gewenst en agressieve hergroei te verwachten is, wordt chemische behandeling toegepast. In sommige gevallen worden stobben afgedekt, zodat geen lichttoevoer plaatsvindt. In andere gevallen wordt opslag met de bosmaaier verwijderd.

 

Boxtel

Stobben uitfrezen en uitlopers er regelmatig afsteken.

 

Ede

Stobben in de rand van bosplantsoen worden zoveel mogelijk met een kraantje gerooid. Uitlopers op de overige stobben worden met een spade afgestoken, met een finse sikkel afgeslagen of met de bosmaaier afgemaaid. Opslag in het bosplantsoen wordt zoveel mogelijk uitgetrokken of gestoken. Afknippen met een takkenschaar is ook een mogelijkheid.

Prunus in de bossen wordt afgezaagd.

 

Het wegfrezen van stobben wordt bijna niet meer toegepast, omdat het pulp veel verstoring veroorzaakt. Dit heeft weer veel brandnetels als gevolg.

 

Enschede

In verband met iepziekte en zeer hinderlijke teruggroei van acacia in bosplantsoen worden deze soorten aangestipt met Roundup. Op een paar plaatsen zijn graszoden op de stammen gelegd om hergroei te voorkomen. Het effect was goed.

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Na het kappen van solitair of in rijen geplaatste bomen in de verhardingen of de groenstroken worden de stobben met een frees tot ca. 30 cm onder het maaiveld verwijderd.

Na het kappen, uitdunnen van bomen in bosplantsoen worden de stobben niet verwijderd of behandeld.

De uitgelopen stobben worden in het jaarlijkse onderhoud meegenomen.

 

Noord-Brabant

Waar mogelijk de stobben inclusief wortelaanloop m.b.v. een stobbenfrees, frezen tot ca. 25-40 cm beneden maaiveld.

De bast van de stobben inclusief de wortelaanloop m.b.v. een schop of mechanisch verwijderen.

 

Ridderkerk

Stobbenbehandeling vindt in de gemeente plaats. Er is on­langs wel weer discussie over de hiervoor te gebruiken middelen ontstaan. Overwogen moet worden om hier van af te zien en bestrijding te beperken tot inzet van een stobbenfrees.

 

Voorschoten

Voor het verwijderen van stobben zijn momenteel kleine zeer handzame stobbenfreesjes in de handel die ook op moeilijk bereikbare plaatsen eenvoudig inzetbaar zijn.

 

Zevenaar

Stobben die na dunningen van bosplantsoen weer uitlopen worden regelmatig met een bosmaaier teruggezet. In sier­plantsoen wordt het meeste gebruik gemaakt van een kleine stobbenfrees. Wanneer het niet anders kan worden de stobben gerooid. Alleen bij het tegengaan van het uitlopen van popu­lieren- en iepenstobben worden bestrijdingsmiddelen ge­bruikt.

 

Zwolle

Algemeen: frezen

Prunus-bestrijding in bossen: uittrekken.

Prunus-bestrijding in bossen, grote exemplaren: op één meter afzagen en kaal houden (uitputten).

Iepen: frezen.

Populieren: frezen, ook wel op één meter afzagen en kaal houden.

 

INCIDENTEEL SELECTIEVE BESTRIJDING IN HET PLANTSOEN

 

Achtkarspelen

Zonodig wordt dit chemisch gedaan.

Distels worden tijdens/voor de bloei gemaaid.

Hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers: Maaien met bosmaaier zodra kruiden 20-30 cm boven de bodembedekkers uitkomen, of zonodig plantsoen vervangen.

Randen van plantsoenstroken worden pleksgewijs uitgemaaid met de bosmaaier.

 

Alphen aan den Rijn

Incidenteel chemische bestrijding in plantsoen vindt niet plaats. Noodzakelijke bestrijding gebeurt handmatig, als de situatie uit de hand dreigt te lopen. Kruiden als distels en bereklauw worden niet handmatig, maar met behulp van een bosmaaier aangepakt.

Bereklauw wordt bestreden als de planten nog jong zijn.

 

Apeldoorn

Met name bij hardnekkige onkruidgroei in daarvoor gevoeli­ge heesterbeplantingen wordt pleksgewijs nog op beperkte schaal chemische bestrijding toegepast. Er is verder onderscheid te maken in "slechtere" en "betere" jaren (het voorko­men van langdurig natte perioden).

Overigens zijn veel onkruidgevoelige, bodembedekkende beplantingen reeds omgezet.

 

Boxtel

Winde: Mechanische bestrijding d.m.v. schoffelen, wieden en plukken. Er voor zorgen dat de wortel er zo veel mogelijk wordt uitgetrokken.

Kweekgras: Gedurende het hele jaar goed schoffelen, zodat de plant uitgeput raakt. Als het een grote oppervlakte betreft kan ervoor gekozen worden om het plantsoen te rooien en tijdelijk in te zaaien. Door te maaien verdwijnt de kweek op den duur. Daarna mogelijk weer inplanten.

Distels: Plukken met wortel voor het uitzaaien.

Brandnetels: Overjarige brandnetel met wortel uitplukken.

Ridderzuring en berenklauw: Schoffelen voor het uitzaaien.

Hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers: Bodembedekkers rooien en tijdelijk inzaaien met gras, totdat de kruiden­groei verdwenen is. Daarna mogelijk weer inplanten.

Randen van bosplantsoen worden pleksgewijs ingemaaid.

 

Ede

Winde wordt uitgestoken of geschoffeld.

Kweekgras wordt geschoffeld of gewied.

Distels worden selectief gemaaid of bij kleinere hoeveelhe­den gewied.

Brandnetels worden geschoffeld of (in het vroege voorjaar, februari/maart) met een greep verwijderd. Bij grotere hoeveelheden wordt gemaaid.

Ridderzuring wordt met de hand gewied of met de steekschop uitgestoken.

Berenklauw blijft op plaatsen waar dat verantwoord is staan. Anders uitsteken.

In bodembedekkers wordt na sluiting alleen nog gewied. Wanneer een plantvak niet meer schoon te houden is wordt overwogen een andere beplanting aan te brengen.

Randen van sierplantsoen worden altijd geschoffeld. Randen van bosplantsoen worden uitgemaaid of na enige tijd met kruiden ingezaaid.

 

Enschede

Winde: Terugzetten plantsoen om de winde er beter met de hand uit te kunnen halen.

Kweekgras en hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers: Is in gesloten beplanting niet te verwijderen. Als de kwaliteit van het vak hierdoor te veel achteruit gaat wordt het vak gerooid en voor een ander type beplanting gekozen waarin kweek wel is te verwijderen.

Distels, brandnetels, ridderzuring en berenklauw: Worden afgemaaid met bosmaaier.

De randen tussen bosplantsoen en gazon (en vaak ook bij bestrating) worden één à twee keer per jaar uitgemaaid met een bosmaaier.

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Winde en brandnetels worden in onze gemeente, indien dat handmatig te kostbaar wordt, chemisch bestreden.

Kweekgras, distels en ridderzuring mechanisch.

Bereklauw komt in fijn groen niet voor.

In het groen met een natuurlijk groenbeheer wordt deze plant als een aangename klant geaccepteerd.

Hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers wordt hand­matig aangepakt.

Bij aanplant dient direct het onderhoud intensiever te worden aangepakt dan het gebruikelijke onderhoudsprogramma. De extra kosten worden later, indien het plantsoen regelmatig is dichtgegroeid, terugverdiend.

De randen van plantsoenstroken (fijn plantsoen) worden handmatig geschoffeld.

Bij bosplantsoen wordt vanzelfsprekend kruidengroei geac­cepteerd.

 

Ridderkerk

Winde: Hiervoor wordt nog MCPA aangewend, de opzet is hiervan in 1997 af te zien.

Kweekgras: Geen chemische bestrijding meer. In sierplantsoenvakken verwijderd middels schoffelen. Elders incidenteel (daar waar deze plant overlast geeft of hinderlijk is voor gewenste beplanting) afmaaien.

Distels: Als kweekgras, waarbij zij opgemerkt dat in sommi­ge gevallen de plant ruim boven de grond wordt afgemaaid. In siervakken kan "trekken" ook een maatregel zijn.

Brandnetels: Als kweekgras en distels.

Ridderzuring: Geen chemische bestrijding. Daar waar over­last is eventueel uitsteken. N.B. komt niet veel in de gemeente voor.

Berenklauw wordt niet-chemisch bestreden. Bestrijding ge­beurt uitsluitend maaiend of schoffelend. In grovere beplanting wordt dit alleen langs de wandelpaden gedaan.

Hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers wordt handmatig bestreden, meestal via trekken van kruiden. In inciden­tele gevallen kan een te hardnekkige kruidengroei tot omvorming van het groen leiden.

Randen van de groenstroken worden voor wat het siergroen betreft geschoffeld. In de andere gevallen wordt de bodem zo veel mogelijk met rust gelaten en de kruiden -incidenteel- afgemaaid en geruimd.

 

Schiedam

Selektieve bestrijding in plantsoen van woekerkruiden wordt gedaan met veel handmatig wiedwerk. Soms worden ook vakken die overwoekerd worden gerooid en twee seizoenen beheerd als gazon.

 

Vlaardingen

Vanaf 1974 worden in de openbare groenvoorzieningen van de gemeente Vlaardingen - behoudens enkele hoge uitzonderingen - geen chemische bestrijdingsmiddelen meer toege­past. Sinds 1984 worden deze in het geheel niet meer gebruikt. Ter bestrijding van onkruid wordt geschoffeld en gebruik gemaakt van bosmaaiers.

 

Voorschoten

In bijvoorbeeld rozenvakken worden kruidachtigen en woekerende vaste planten toegepast. Een aantal soorten is hiervoor zeer bruikbaar gebleken, bijvoorbeeld de dovenetel en hondsdraf.

Bij het bestrijden van bijvoorbeeld brandnetel in extensief beheerde bermen wordt een goed resultaat verkregen als een aantal malen achtereen met een bosmaaier wordt uitgemaaid.

 

Zevenaar

Alleen kweek, brandnetels en winde worden deels chemisch bestreden.

In parken met bosplantsoen vindt geen bestrijding plaats. Brandnetels en kweek worden tezamen met de overige vegetatie twee keer per jaar gemaaid. Winde wordt hooguit handmatig verwijderd, maar zeker niet chemisch. Dit geldt echter niet voor sierplantsoen. Kweek, brandnetels en winde worden zolang mogelijk handmatig bestreden middels een schoffel of riek.

Op plaatsen waar de niet gewenste kruiden de sierbeplanting dreigen te gaan overheersen wordt Roundup gebruikt. Op enkele plaatsen wordt geëxperimenteerd met gewenste kruidachtigen die een woekerend karakter hebben. Dit geldt voor diverse aardbeisoorten, gele dovenetel en geraniumsoorten. Doordat de bladkleur van de ongewenste kruiden overeen komen met die van de gewenste kruiden zijn deze niet als hinderlijk aan te merken. De resultaten zijn overwegend goed te noemen. Echter een aantal soorten zijn afgelopen zomer vanwege de extreme droogte deels doodgegaan. We zullen moeten afwachten wat er opnieuw van opkomt.

 

Zwolle

Incidentele, selectieve bestrijding in het plantsoen geschiedt handmatig d.m.v. schoffelen, wieden en steken (kweekgras met een riek, ridderzuring met een steekschop, distels soms intensief maaien).

 

ZIEKTEN EN PLAGEN IN HET PLANTSOEN

 

Achtkarspelen

Ziekten en plagen in het plantsoen worden niet bestreden.

Ro­zen worden in combinatie met lavendel toegepast.

 

Alphen aan den Rijn

Incidenteel selectieve chemische bestrijding  van ziekten en plagen in het plantsoen vindt niet plaats. Ziekten en plagen (zoals luizen) worden niet bestreden.

 

Apeldoorn

De laatste jaren is bij ziekten en plagen in de gemeentelijke plantsoenen geen bestrijding toegepast.

 

Boxtel

Bij met name bladluizen in linde en esdoorn is de inzet van lieveheersbeestjes mogelijk.

Er wordt gekozen voor rozen die minder gevoelig zijn voor luis en meeldauw.

 

Ede

Ziekten en plagen worden zo min mogelijk bestreden.

Bestrijding van dopluis in een buxushaag is uitgevoerd met "Savona". Dit is een minerale olie.

 

Enschede

M.u.v. het injecteren van een tiental linden tegen luis en ongeveer vijftien iepen tegen de iepeziekte worden ziekten niet che­misch bestreden.

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Er vindt in deze gemeente geen chemische bestrijding plaats, tenzij de volksgezondheid in het geding is.

 

Ridderkerk

Vrijwel uitsluitend in de Hollandse linde worden de luizen bestreden. Hiervoor wordt de injecteermethode toegepast. Komend seizoen volgt een pleksgewijze proef met voedingsstoffen die het blad stugger maken.

Bestrijding van luizen en meeldauw in rozen vindt niet meer plaats. Het assortiment is in het verleden aangepast.

Plaagdierbestrijding vindt in de gemeente plaats. Vrijwel uitsluitend worden wespennesten in woningen, ratten en muizen bestreden. Rupsbestrijding in beplantingen vindt in principe niet plaats.

 

Zevenaar

Wij doen niets aan bestrijding van ziekten en plagen in het plantsoen, maar accepteren ze als een gegeven welke bij de natuur hoort.

 

Zwolle

M.b.t. ziekten en plagen wordt alleen op de kwekerij nog selectief gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Aan de rest wordt niets gedaan, rozen hebben we niet of nauwelijks meer (dus feitelijk: inrichting aanpassen als oplossing).

 

BEGRAAFPLAATSEN

 

Alphen aan den Rijn

Alleen de grafstenen en de grindgraven worden nog op chemische wijze algenvrij gehouden. Zitbanken worden eenmaal per jaar met schoon water en een hogedrukspuit algenvrij gespoten.

 

Apeldoorn

Paden worden in combinatie branden/handmatige bestrijding onkruidvrij gehouden. Verder vindt selectieve chemische onkruidbestrijding en algenbestrijding op grafmonumenten plaats.

 

Boxtel

Grafstenen worden afgespoten met hogedrukreiniger zonder reinigingsmiddel.

Zitbanken: één of twee maal per jaar afspuiten met hoge­drukreiniger.

 

Ede

Grafstenen worden incidenteel algenvrij gehouden met de hogedrukspuit en met een borstel.

Grindgraven worden handmatig geschoffeld.

Grindpaden worden met de schoffelmachine schoongehouden.

Zitbanken worden met de hogedrukspuit en met een borstel gereinigd.

 

Ridderkerk

Grafstenen worden vrijgehouden met roloxith-10; de erva­ringen zijn hier minder goed mee dan met dimanin. Het aanwenden van alternatieve methoden is nog niet aan de orde gesteld.

Het grind op de graven wordt handmatig schoongehouden; schoffelen en handmatig verwijderen, harken.

Als padverharding komen meestal bitumum paden voor, die alleen op z'n tijd worden geveegd. Op het gedeelte waar een grindpad ligt wordt nog diuron gebruikt. Met ingang van 1996 wordt hier een brander ingezet.

Op baromix-wandelpaden, in het openbaar groen, wordt met een brandmachine gewerkt.

Zitbanken worden algenvrij gehouden door schoonmaken met water. Elk voorjaar worden de banken gecontroleerd en waar nodig opnieuw geverfd.

 

Schiedam

Grafstenen kunnen algenvrij gehouden worden door het onder druk afspuiten van de stenen met warm water. Echter dit is erg duur.

 

Zevenaar

De stenen en zitbanken worden met water en een borstel schoongemaakt indien dit nodig is. Er komt geen grind voor op de begraafplaats. De paden zijn geasfalteerd en er is veel gebruik gemaakt van gras. Dit maakt het gebruik van chemi­sche bestrijdingsmiddelen overbodig.

 

Zwolle

De korstmossen op de grafstenen zijn juist mooi. Op halfverharding wordt soms gebrand. Zitbanken worden met schoon water gereinigd; met hogedrukspuit en/of borstel.

 

VERHARDINGEN

 

Alphen aan den Rijn

Incidentele chemische bestrijding op verhardingen vindt niet plaats. Bestrijding vindt selectief plaats door middel van niet-chemische methoden. In 1993 is eerst gestart met de borstelmethode. In 1994 is het onkruid op verhardingen alleen handmatig verwijderd (krabben). In 1995 is het on­kruid weer weggeborsteld. Bij plaatsen die voor de borstelmachine moeilijk te bereiken zijn, wordt een stokmaaier ingezet. Deze maaier werkt met behulp van nylon touwtjes, waardoor het onkruid als het ware wordt weggeslagen.

 

Apeldoorn

Op verhardingen vindt geen chemische bestrijding plaats. Er wordt gewerkt met borstel/veegmachines en aanvullende handmatige bestrijding met krabbers.

Omdat bepaalde situaties (met name verkeersgeleiders e.d.) moeilijk schoon te houden zijn, wordt momenteel overwogen het middel Top Gun proefgewijs toe te passen.

 

Ede

Alle verhardingen worden met borstelmachines behandeld (incl. de vluchtheuvels). Er wordt aan randdoorgroei bij asfaltwegen niets gedaan.

 

Heemstede

Ter bestrijding van (on)kruiden op verhardingen is op 12 en 17 mei 1995 een proef genomen met het systeem "Waipuna" waarmee met behulp van stoom de (on)kruiden worden bestreden. Deze proef die beperkt van omvang was, is voor ons gelet op de resultaten aanleiding aan de raad een voorstel te doen om in 1996 in Heemstede of een belangrijk deel van Heemstede de kruidengroei op verhardingen met dit systeem te bestrijden. Mocht de raad besluiten het systeem "Waipuna" niet gelijk in heel Heemstede in te voeren dan zijn wij voor­nemens in de niet behandelde gebieden alleen dan en op die plaatsen gebruik te maken van chemische middelen waar sprake is van optredende gladheid, problemen met zichtbaar­heid en/of stremming van de afvoer van hemelwater. In het reguliere onderhoud worden, zij het op kleine schaal, situaties aangepakt waar het (on)kruid overlast veroorzaakt, zonder hierbij gebruik te maken van chemische middelen.

 

Maassluis

Onderstaande probleemsituaties hebben onze bijzondere aandacht:

- Onkruid op vluchtheuvels, verkeersgeleiders en andere moeilijk bereikbare/bewerkbare (sier)verhardingen.

Onlangs hebben wij ter voorkoming van (on)kruidbestrijding in de voegen van dit soort verhardingen een voegmortel (merknaam Assis) toegepast. Dit middel wordt in de voegen gewerkt waarna het verhardt en de voeg afsluit en uitvult, waardoor er geen "zaaibed" meer aanwezig is waaruit (on)kruidgroei kan ontstaan. Aankoop en toepassing van dit middel is weliswaar een kostbare zaak, echter bij nieuwe aanleg en reconstructies kan deze kostenpost vanaf de begrotingsraming/kredietaanvraag worden meegenomen, zodat het een vast onderdeel van het totaalplan zou moeten worden.

- Bij aanleg van half-verharde wandelpaden passen we de laatste tijd vaak het produkt Gralux toe. Dit oogt vriendelijk, is goed verwerkbaar, goed beloopbaar, goed herstelbaar, terwijl de in-/doorgroei met (on)kruiden behoorlijk minder is en trager verloopt dan bij andere halfverhardingen, bijvoorbeeld schelpen.

 

Meppel

Aan randdoorgroei bij asfaltwegen wordt op dit moment nog niets gedaan. Mocht bestrijding nodig zijn, dan zal met de borstelmachine het onkruid worden weggehaald, ook al zal hier een gedeelte van de berm worden meegenomen.

Onkruid bij obstakels wordt doorgaans niet weggehaald. Een enkele keer wordt het handmatig verwijderd.

De vluchtheuvels zijn bestraat en worden met de borstelmachine mechanisch behandeld.

Wanneer de verkeersveiligheid voor medewerkers van de gemeente in het geding is, wordt heel vroeg (vanaf 6.00 uur) gewerkt.

Er is één straat in onze gemeente waar de verkeersveiligheid voor weggebruikers in het geding is door het groen uitslaan van klinkers. Op deze weg komt nieuwe bestrating.

 

Mook en Middelaar

De bestratingen in onze gemeente worden éénmaal per jaar (in de maand september) geborsteld. De sierbestratingen en de bestratingen in de centra van onze dorpen worden tevens in de maand april geborsteld.

Verder wordt door de gemeente bij de bevolking gepromoot om in eigen beheer "de stoep voor de eigen deur schoon te houden". De gemeentevoorlichting draagt tevens zorg voor het scheppen van de nodige tolerantie ten aanzien van de projecten in het kader van de "Groenomvorming" bij onze inwoners.

 

Noord-Brabant

Behandeling verharding bij obstakels:

- Inzet van een bosmaaier uitgerust met een nylon draad.

  Behandeling 2x   - juni - oktober/november

- Inzet van een handmatige stootbrander + bosmaaier uitge­rust met nylondraad.

  Behandeling 2x   - mei thermisch - oktober/november m.b.v. bosmaaier

Behandeling verharding van vluchtheuvels bij invalswegen en situaties waarbij de verkeersveiligheid in het geding is:

- Bevordering verdichting verhardingen door:

  - toepassing van grotere elementen;

  - toepassing van gesloten verhardingen (beton of asfalt) met dichtzetting van zaagvoegen (beton) en andere voegen d.m.v. voegenkit.

- Toepassing van alternatieve halfverhardingen bijvoorbeeld kalksteen (korrelafmeting 14/20) of schelpenzand.

- Inzet van een bosmaaier uitgerust met een nylondraad of een handmatige stootbrander.

Behandeling afhankelijk van de begroeiingsgraad, bijvoor­beeld bosmaaier:

- Behandeling 2x   - juni - oktober/november

Handmatige stootbrander/bosmaaier uitgerust met nylondraad:

- Behandeling 2x   - mei thermisch - oktober m.b.v. bosmaaier

 

Ridderkerk

Chemische bestrijding op openbare verharding wordt niet uitgevoerd, ook niet incidenteel en op bemoste stukken. Borstelen en incidenteel branden is de alternatieve aanpak. Vluchtheuvels op middenbermpjes met steenslag worden gemaaid. De frequentie is afhankelijk van de veiligheid (het uitzicht).

 

Schiedam

In Schiedam wordt regelmatig geborsteld in combinatie met afmaaien en vegen. Hiervoor is de NV ONS verantwoorde­lijk.

 

Vlaardingen

Van de verhardingen zijn vanaf 1984 alleen de goten van de doorgaande wegen behandeld met glufosinaat-ammonium in een lage concentratie. Met ingang van 1988 worden ook hier geen chemische middelen meer toegepast. Ter bestrijding van onkruid op de verhardingen wordt alleen gebruik gemaakt van borstelmachines, bosmaaiers en schoffelen (in beperkte mate).

 

Voorschoten

Bestrijden van onkruid op verhardingen kan eenvoudig geschieden op mechanische wijze, borstelen lijkt ons vooralsnog de meest effectieve methode.

 

Zevenaar

Alleen in enkele gevallen waarbij de vegetatie door het asfalt groeide, is gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Voor het overige wordt het onkruid op de verharding middels een borstelmachine of handmatig middels een schoffel verwijderd. Vluchtheuvels of verkeersgeleiders die afgewerkt zijn met een halfverharding en begroeid raken worden meegenomen in het maairegime.

 

Zwolle

Op verharding geen gif meer.

Randdoorgroei bij asfaltwegen: borstelen en handmatig onkruid verwijderen. Bij obstakels: idem.

Vluchtheuvels bij invalswegen: idem en naadvrij aanleggen.

In situaties waarbij de verkeersveiligheid in het geding is: maaien, handmatig verwijderen.

Opm.: Onkruid in verharding is een prima indicator voor de mate van het gebruik van die verharding. Dit kan aanleiding zijn om verharding te vervangen door beplanting of gras.

 

RESPONDENTEN

 

Achtkarspelen, H.J. v.d. Velde

Alphen aan den Rijn, mevr. Stouten, taakgroep Milieu

Apeldoorn, ir. F.C. van Rooden, directeur van de dienst Groen, Natuur en Landschap

  sportterreinen/begraafplaatsen: de heren L. Veldhuis of

  R. Wisse

  plantsoenen: de hr. H. Kuijpers

  verhardingen: de hr. M. Legtenberg

Boxtel, K. Koppenaal, hoofd afdeling Openbare Werken

Breda, W. Kerkhoven

Ede, ing. A.H. Zwikker, directeur dienst Openbare Werken

Enschede, mevr. C. de Hamer, Milieudienst

Heemstede, de hr. Th. van der Wiel, hoofd afdeling Reiniging en Vervoer van de sector Gemeentewerken

Maassluis, A.J.A. van Rijn, chef van de afdeling Groenvoorziening van de sector Stads- en Milieubeheer

Meppel, Marjan Mulder, afd. Milieu en Reiniging

Mook en Middelaar, Burgemeester en Wethouders

Nieuwerkerk aan den IJssel, C.J.M. de Vries, hoofd van de afdeling Civiele Werken

Noord-Brabant, de hr. H. Hairwassers, afdeling Infrastructuur, bureau Bedrijfsbureau

Opsterland, Burgemeester en Wethouders,

  Mr. J. van Bodegom, burgemeester

Ridderkerk, afdeling Groen van de gemeente Ridderkerk

Schiedam, Burgemeester en Wethouders, ir. J.C.D. Boeke, chef van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Stadsbeheer

Vlaardingen, R. Daemen, hoofd van de sector beheer, Dienst Milieu

Voorschoten, ir. J.F.D. Bonjer, directeur Openbare Werken

Zevenaar, D. Molema, Openbare Werken

Zoetermeer, R.M. Mulder, hoofd afdeling Groen en Openluchtrecreatie

Zwolle, de hr. H.H. Janssen, wethouder voor Groen

  mevr. ir. M. Heijnis, wnd. directeur en hoofd van de afdeling Beleid en Plannen van de sector G.S.R.

  hr. J.E.C. Hiehle, hoofd afdeling Aanleg en Onderhoud van de sector

  Hank Prinsen, voorlichter sector Groen, Sport en Recreatie

 

MEER INFORMATIE

 

Beaart, Kees, Naar Natuurrijk Groen: handleiding op weg naar gifvrij beheer groen en bestrating, derde herziene ,uitgebreide druk, Stichting Natuurverrijking, 1993

 

Beaart, Kees, Round-up glyfosaat, Stichting Natuurverrijking, 1995

 

IKC-Kerngroep MJP-G, Gewasbescherming en milieu, een overzicht, 1993

 

Koster, Arie, Vademecum wilde planten, 1993

 

Landwehr, J. en Sipkes, C., Wildeplantentuinen, Instituut voor Natuurbeschermingseducatie, 1974

 

Sluijsmans, J.J.L., Reductieprogramma chemische onkruidbe­strijdingsmiddelen bij gemeenten, IBN-rapport 098, 1994

 

Sluijsmans, J.J.L., en Spijker, J.H., Maatregelen om het gebruik van chemische middelen op verhardingen in de gemeente Utrecht uit te sluiten, IBN-rapport 081, 1994

 

Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Natuur in de stede­lijke omgeving, 1981

 

Zonderwijk, Dr.P., De bonte berm, 1979

 

Zandbergen, L.H., en Heutink, K.H., Milieuvriendelijkere inrichting van de openbare ruimte, verslag van twee studie­bijeenkomsten, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Oost, 1995

 

Bijlage:

 

BEKNOPTE INFORMATIE "TOP GUN tegen onkruid" (Toelatingsnummer 11572 N)

 

In 1991 werd de toelating aangevraagd voor het plantendo­dende middel "Superfast tegen onkruid", door Safer Ltd., Londen, Engeland. Het middel wordt geproduceerd door Safer Ltd., Scarbo­rough, Ontario, Canada. Sinds juni 1995 is het middel onder de naam "Top Gun" in Nederland toegela­ten. De import en verkoop is in handen van ECOstyle/ Euro­plant BV, Appelscha.

 

Samenstelling:

Top Gun bestaat voor 40% uit werkzame stoffen en voor 60% uit water. Van de 40% werkzame stoffen bestaat 40% uit vetzuren (nonylzuur, caprylzuur en caprinezuur), 55% katoenzaadolie en 5% uitvloeiers (Atlox 3404, Atlox 3409F en Tween 80).

De vetzuren worden verkregen uit planten. Het proces vindt plaats in water, stoom, onder hoge druk en hoge temperatuur om zo de vetten en oliën te hydrolyseren tot vetzuren.

 

Katoenzaadolie kan "gossypol", een stof met een zaaddoden­de werking, bevatten. Op basis van informatie van het Colle­ge voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen is over moge­lijke verontreiniging van Top Gun met gossypol bezorgdheid ontstaan. Recente onderzoekingen door Penta Manufac­turing Company, Livingston en de Rijksuniversiteit te Leiden wij­zen uit dat Top Gun geen meetbare hoeveelheid gossypol bevat.

 

De afbraak

Op basis van de op dit moment beschikbare informatie mag verondersteld worden dat de vetzuren die uit planten voortkomen geen problemen bij de afbraak zullen geven. Katoen­zaadolie breekt vermoedelijk slecht af.

Over de fabrikage en de afbraak van de uitvloeiers zijn momenteel vrijwel geen gegevens beschikbaar.

Bij toepassing van bestrijdingsmiddelen op bestrating moet er, gezien de aard van deze toepassing, altijd van uitge­gaan worden dat een belangrijk deel van het middel, met name via het riool­stelsel, het oppervlaktewater zal verontreinigen.

 

Risico's voor de Gezondheid

De Stichting Natuurverrijking beschikt momenteel niet over resultaten van toxicologisch onderzoek. De verpakking maakt echter duidelijk dat ook met Top Gun voorzichtig moet worden omgegaan.

 

Verpakking:

Op de verpakking van Top Gun moet een "Andreaskruis" worden opgenomen met als onderschrift "Irriterend".

Onder "Veiligheidsaanbevelingen" moet onder meer worden vermeld:

- Aanraking met de ogen en de huid vermijden.

- Draag geschikte handschoenen.

Onder "Bijzondere gevaren" moet op het etiket staan:

- Irriterend voor de ogen.

- Irriterend voor de huid.

- Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

 

Effecten op flora en fauna:

Bij het spuiten met plantendodende middelen bestaat altijd het gevaar dat gewenste soorten getroffen worden en schade aan de flora wordt veroorzaakt.

Bij het plantsoenbeheer behoort gestreefd te worden naar de ontwikkeling van een gewenste kruidenlaag. Een breedwerkend bestrijdingsmiddel als Top Gun past bij deze beheers­vorm niet. Het doden van kruiden in een plantsoen heeft catastrofale gevolgen voor vele kleine en grotere dieren die niet kunnen leven zonder kruiden.

De bezwaren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het plantsoen en de wijze waarop een gewenste kruidenlaag ontwikkeld kan worden, wordt beschreven in "Naar Natuur­rijk Groen", een uitgave van Natuurverrijking (140 pagi­na's).

 

De Stichting Natuurverrijking is verheugd, dat Ecostyle, mede na overleg met de Stichting Natuurverrijking, vanuit de biologische gedachte waaruit het bedrijf werkt, het gebruik van Top Gun in plantsoenen etc. afraadt:

 "Hier bestaat namelijk het gevaar dat gewenste elementen van flora en fauna getroffen worden en de kruidenlaag wordt aangetast." (citaat Ecostyle, d.d. 18 oktober 1995)

 

In januari 1996 verscheen het KIWA rapport, KOA 96017: "Risicoanalyse voor de toepassing van het herbicide Top Gun bij onkruidbestrijding."

Het rapport werd gemaakt in opdracht van de VEWIN, door H.M.J. Janssen, J. Spijker, L.M. Puijker en W.D. Denneman.   Hieronder volgen letterlijk de conclusies van deze risico-analyse:

 

CONCLUSIES

 

-  Er is nog te weinig wetenschappelijk onderbouwde infor­matie om Top Gun veilig voor de drinkwatervoorziening te kunnen noemen.

 

-  Voor Top Gun is geen milieu-evaluatie door de CTB uitgevoerd.

 

-  De werkzame stoffen, C8-C10-vetzuur, breken waar­schijnlijk snel af in het milieu en zijn niet giftig voor zoog­dieren.

 

-  Er zijn geen wetenschappelijke gegevens over de afbraak en de mobiliteit van katoenzaadolie beschikbaar. Op basis van de structuur wordt er vanuit gegaan dat katoenzaadolie     slecht afbreekbaar is en een geringe mobiliteit heeft.

 

-  Top Gun is een weinig effectief middel en door het gebruik van Top Gun komen grote hoeveelheden van de componenten in het milieu. Er bestaat gerede kans dat restanten na de toepassing op verharde oppervlakken in het riool terecht komen en daarna in het oppervlaktewater in een concentratie boven 0,1 ug/l (de norm voor bestrijdingsmidde­len uit het Waterleidingbesluit) aanwezig zijn.

 

-  Bij afspoeling van grote hoeveelheden vetzuren via het riool naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie ontstaat het risico van verminderde anaërobe afbraak.

 

-  De exacte formulering van de surfactanten is niet bekend, waardoor een gedetailleerde risicoanalyse niet mogelijk is voor deze componenten.

 

-  De surfactanten Tween 80, Atlox 3404 en Atlox 3409 F zijn goed wateroplosbaar en mogelijk slecht afbreekbaar, waardoor ze in verband met een overschrijding van de norm uit het Waterleidingbesluit van 200 ug/l voor opper­vlakte aktieve componenten een probleem kunnen vor­men voor de drinkwatervoorziening.

-  Tween 80 is weinig toxisch voor zoogdieren, maar er zijn aanwijzingen voor effecten op de reproductie, tumorindicatie en mutageniteit.

 

-  Van Atlox 3404 en Atlox 3409 F zijn geen exacte toxici­teitsgegevens beschikbaar. Structuur verwante lineaire alkyl­benzeensulfonaten (LAS) zijn weinig giftig en breken snel af. De afbraaksnelheid, mobiliteit en giftigheid zijn sterk afhankelijk van de mate van vertakking van de alkylbenzeen­sulfonaten en deze mate van vertakking is voor Atlox onbekend.

 

-  De werkzame stoffen in Top Gun breken sneller af dan de  herbiciden diuron en glyfosaat. Nader vergelijkend praktijkonderzoek moet bevestigen of het gebruik van Top Gun minder milieuonvriendelijk is dan andere herbiciden.

 

-  Er is (nog) geen Uniform Beoordelings Systeem (UBS) bij het RIVM beschikbaar voor de middelen die in het openbaar groen worden toegepast. Een dergelijke methode zou in dit geval, naast praktijkonderzoek, uitsluitsel over een vergelijking van middelen moeten geven.

 

-  Door het ontbreken van sluitende, wetenschappelijk on­derbouwde gegevens voor een aantal componenten blijft het wieden, schoffelen en branden het beste alternatief voor een milieuvriendelijke onkruidbestrijding in het openbaar groen.

 

ONKRUID

 

Hebben wel alle Planten, die men met den onwaardigen naam van Onkruid betytelt, denzelven verdiend? Zult gy er de Klaproos, (Papaver rhaeas) zulk een uitmuntend genees­middel, het fraaie blaauwe Koornbloempje (Centaurea cya­nus), de Dolyk, (Loli­um temulentum) de wilde Gierst en zo veele anderen onder tellen? Is 't geene groote Wysheid, dat zy onder en by andere zwakke Planten willen groeien, om die op te beuren, te ondersteunen, te bedekken, en ons in ziekte te geneezen? Wat houdt het neerbuigend Koorn, by een Onweder of Dwarlwind, beter op dan 't Onkruid?

Hadden eenige braave Mannen hunne onvermoeide proeven agtergelaaten, zouden ze dan ter eere van den God der Na­tuur, deeze uitmuntende waarheid geleerd hebben, dat, naam­elyk, de Planten de Lucht of den Dampkring van schaadelyke en besmettende uitwaasemingen zuiveren; en dat, hoe meer deeze besmet schynt, hoe sterker geenen groeien, of hoe meer zy dezelve zuiveren? Gewassen, die men met voeten treedt, en naauwlyks aanziet, of op welken men, als of dat nog niet genoeg ware, met bedilzieke redenen aanvalt, en voor onnut scheldt, doen dikwerf aan ons zulke alleruitneemendste diensten.

 

J.F. MARTINET (1729-1795)

 

COLOFON

 

GROENE GEMEENTEN

- GIFVRIJ ONDERHOUD VAN GROEN EN BESTRA­TING, TIPS VANUIT DE PRAKTIJK -

 

tekst: zie RESPONDENTEN

  Voorwoord, Inleiding en Bijlage: Kees Beaart

  "Nut der Tuinen" en "Onkruid": J.F. Martinet (1729-1795)

 

redactie: Kees Beaart

 

omslag en vormgeving: Fred Teunissen

 

uitgave:           Stichting Natuurverrijking

                        Opperduit 362

                        2941 AR Lekkerkerk

 

ISBN 90 71870 09 X