Bij deze publicatie hoort de Groene Lijst van gemeenten. GROENE
GEMEENTEN GIFVRIJ ONDERHOUD VAN GROEN EN BESTRATING, TIPS VANUIT DE PRAKTIJK Inhoud Behandeling
Van Stobben Tegen Uitlopen Incidenteel
Selectieve Bestrijding In Het Plantsoen Ziekten
En Plagen In Het Plantsoen NUT
DER TUINEN Wy
beminnen van natuur de Vryheid, en veragten alles, wat eene omsluiting rondom
ons maakt. Den armen Stedeling, die door Muuren, Wallen en Gragten ingeslooten
zit, die in bekrompen' donkere Huizen woont, en die eene besmette vuile lucht
moet inademen, is deeze lieve Vryheid geweigerd. Aan alle kanten zit hy benaauwd,
en moet het oog met geweld dwingen, om zich te gewennen aan het eenvormig Gezigt
van Steenen, Glazen en Pannen der Huizen, eene vertooning, die nooit verandert,
en daarom verveelt - Dan de Vryheid op 't Land; het vermaak van het stille
leven; de uitgebreide uitzigten; en de verschillende, de telkens veranderende
Toonelen der Natuur in de Tuinen betoveren ons. In den stillen vryen Hof, waar
hy ook is, komt het denkbeeld der Vryheid het eerste tot ons weder; in eenen
Tuin komt ons hart, 't eerst, tot de lieve bedaardheid. Daar geniet de Staatsman,
de Geleerde, de Koopman, na lange inspanningen, de onschuldigste uitspanning:
daar ontvlugt en verdryft een verdrietige de smerten zyns gemoeds: daar ontlast
een bedroefde zyne bezwaarde ziel: daar ademt ieder eene frissche Lucht in,
die invloed heeft op het geheele lichaamsgestel, duidelyk genoeg te merken: daar
wordt het ongevoelig, onverschillig Hart aangedaan door de bekoorlyke
schilderyen der Natuur, die eene zagte opgewektheid, eene heldere levendigheid
in den doffen geest, eene zoete vrolykheid in het loom gemoed voortbrengen,
welke allen de gezondheid, meer dan men gelooft, bevorderen of bewaaren. Mogt de
woelagtige Waereld dit stil onschuldig vermaak beter kennen, en deszelfs
voordeelen regt leeren genieten! Waar gy ook met der tyd woonen, of wat gy
worden zult, leer de waarde der Tuinen kennen. J.F.
MARTINET (1729-1795) Sinds
1983 dringt de Stichting Natuurverrijking er bij gemeentebesturen op aan
het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving te beëindigen en het
openbaar groen zodanig te onderhouden dat de bewoners van 1 januari tot en met
31 december een zo groot mogelijke variatie planten en dieren kunnen waarnemen
en ervan genieten. Om
de bezwaren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de mogelijkheden het
groen "natuurrijk" te beheren zo bekend mogelijk te maken richtte de
Stichting zich bijna jaarlijks tot de gemeentebesturen. Alle Nederlandse
gemeenten ontvingen de afgelopen jaren onder meer de boekjes "Naar
Natuurrijk Groen", "Bestrijdingsmiddelen Wijzer" en "Round-up
Glyfosaat", de brochures "Bestrijdingsmiddelen Fabeltjeskrant",
"Gezondheidseffecten van Bestrijdingsmiddelen", "Milieuminister
Nijpels vertelt", "Gif uit 't Groen" en "Schone
Straten", diverse posters en kaarten en verschillende versies van de
"Groene Lijst" met de namen van gemeenten die (vrijwel) geen
bestrijdingsmiddelen gebruiken in het openbaar groen en/of op bestrating. In
1994 verzocht Natuurverrijking alle gemeenten het haar te melden als
bestrijdingsmiddelen nog slechts in een of enkele specifieke
uitzonderingssituaties worden gebruikt. Hierdoor konden deze probleemsituaties
worden geïnventariseerd en opgenomen in de achtste versie van de "Groene
Lijst" van mei 1995. Alle op deze "Groene Lijst" opgenomen
gemeenten en provincies werden in augustus 1995 door de Stichting
gecomplimenteerd met hun voortrekkersrol m.b.t. milieuvriendelijk beheer,
waarbij tevens verzocht werd hun ervaringen met niet-chemische oplossingen van
de op de "Groene Lijst" aangegeven probleemsituaties samen te vatten
en aan de Stichting te zenden. De Stichting Natuurverrijking wil hierbij de
gemeenten Achtkarspelen, Alphen aan den Rijn, Apeldoorn, Boxtel, Breda, Ede,
Enschede, Heemstede, Maassluis, Meppel, Mook en Middelaar, Nieuwerkerk aan den
IJssel, Opsterland, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorschoten, Zevenaar,
Zoetermeer, Zwolle en de provincie Noord-Brabant bijzonder hartelijk danken
voor hun reactie, waardoor deze uitgave tot stand kon komen. In
het belang van natuur, milieu en gezondheid spreekt de Stichting
Natuurverrijking hierbij de hoop uit dat de in deze uitgave aangegeven
praktische mogelijkheden groen en bestrating zonder gif te beheren nog meer
gemeenten en andere beheerders van groen en bestrating, de weg zal wijzen naar
natuur- en milieuvriendelijk beheer. Met
dank aan Ing. J. Hekman van de Vereniging Stadswerk Nederland, Ineke Tiggelaar
en Irma van Hoorik voor het geven van op- en aanmerkingen bij de totstandkoming
van deze uitgave en het Fonds Ondersteuning Groene Initiatieven (FOGI),
dat deze uitgave en de toezending ervan naar alle gemeenten financieel
mogelijk maakte. Steeds
meer gemeenten tonen in de praktijk aan dat het openbaar groen en de bestrating
(vrijwel) zonder gif onderhouden kunnen worden. Deze gemeenten worden vermeld op
de in deze uitgave opgenomen negende versie van de "Groene Lijst".
Als gemeenten de Stichting hebben medegedeeld in een of enkele concreet
aangegeven probleemsituaties nog wel bestrijdingsmiddelen te gebruiken, is dat
op de lijst aangegeven. Ook probleemsituaties waarvoor zelfs in milieubewuste
gemeenten gif gebruikt wordt, blijken echter in andere gemeenten zonder gif
opgelost te kunnen worden. De
Stichting Natuurverrijking is verheugd dat twintig gemeenten en een provincie
hun ervaring met niet-chemische oplossingen van de in de "Groene
Lijst" aangegeven probleemsituaties voor deze uitgave hebben willen
samenvatten. Na
enkele algemene aanwijzingen van een vijftal gemeenten, komen in afzonderlijke
hoofdstukken achtereenvolgens aan de orde: sportvelden, nieuwe plantvakken,
behandeling van stobben tegen uitlopen, incidenteel selectieve bestrijding in
het plantsoen, ziekten en plagen, begraafplaatsen en verhardingen. Per
onderdeel zijn de gegevens in alfabetische volgorde van de gemeentenaam
opgenomen. Na
deze hoofdstukken volgt een opgave van de respondenten en een literatuurlijst
voor degenen die zich verder in deze problematiek willen verdiepen. Tenslotte
is in een bijlage informatie opgenomen over het in 1995 toegelaten middel
"Top Gun". Voor
opvattingen van de Stichting Natuurverrijking met betrekking tot de in deze
uitgave behandelde problematiek verwijzen wij naar: "NAAR
NATUURRIJK GROEN, Handleiding op weg naar gifvrij beheer groen en
bestrating", derde herziene, uitgebreide druk (140 pagina's), Stichting
Natuurverrijking, Lekkerkerk, 1993, ISBN 90-71870-06-5 Essentieel
voor het slagen van de overgang naar natuurrijk beheer is aandacht,
waardering en zorg voor planten en dieren die in onze omgeving thuis horen.
Aandacht voor en waardering van natuur in de woonomgeving is zeker niet nieuw.
Daarvan getuigen de zowel voor- als achterin deze uitgave opgenomen citaten
"Nut der Tuinen" en "Onkruid" van onze in de achttiende eeuw
zeer bekende en gewaardeerde filosoof Johannes Florentius Martinet, uit "Katechismus
der Natuur", Amsterdam, 1780. GROENE
LIJST van GEMEENTEN en PROVINCIES die de STICHTING
NATUURVERRIJKING hebben medegedeeld geen chemische bestrijdingsmiddelen
te gebruiken in openbaar groen en/of op bestrating. De kruisjes geven aan wat
van toepassing is, het jaartal sinds wanneer. Sinds
1983 verzoekt de Stichting Natuurverrijking vrijwel jaarlijks alle Nederlandse
gemeenten om de Stichting op de hoogte te stellen als er in de gemeente geen
bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, of beperkt is tot een of enkele concreet
aangegeven uitzonderingssituaties. De reacties op deze verzoeken tot 1 januari
1996 zijn in deze negende versie van de Groene Lijst opgenomen. Tussen haakjes
worden de door de gemeenten aangegeven uitzonderingssituaties vermeld. De
betekenis van de noten is na de Lijst aangegeven. Op deze website is inmiddels de veertiende versie van de Groene Lijst beschikbaar.
Klik
hier om deze versie te bekijken. Breda "DE
GROTE PIMPERNEL" -terugdringen
gebruik chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in het openbaar groen c.a. INLEIDING Eind
1987 heeft de Bredase gemeenteraad het startsein gegeven voor het project
"De Grote Pimpernel". Doel hiervan is om per 1992 het gebruik van
chemische middelen in het openbaar groen tot nul terug te brengen. Sinds
de start zijn flinke resultaten bereikt. Het is inderdaad gelukt om het openbaar
groen in Breda vanaf 1992 geheel gifvrij te onderhouden. Overigens werden voor
die tijd al hele wijken zonder gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen
beheerd. DRIESPORENBELEID De
leidraad waarlangs het project is uitgewerkt is het zgn. driesporenbeleid. Dit
beleid houdt in: 1.
spoor 1: beheer. Breda vindt dat het stoppen met gif niet op zichzelf mag
staan. Aangepast beheer is noodzakelijk in de vorm van selectief wieden,
schoffelen en, waar nodig, ook selectief wilde planten laten staan. Vanwege de
minder goede bekendheid met vooral kiemvormen van deze vegetatie is een
opleidingsprogramma opgezet voor de eigen groenverzorgers. 2.
spoor 2: inrichting. Openbaar groen moet zodanig worden ingericht dat
gifvrij onderhoud ook bedrijfsmatig verantwoord kan gebeuren. Om die reden is
een herinrichtingsprogramma gemaakt waarbij vooral snippergroen wordt aangepakt.
Dit betekent of verkoop/verhuur van groen aan particulieren of herinrichting die
ander onderhoud beter mogelijk maakt. 3.
spoor 3: communicatie. Ander beheer leidt tot ander openbaar groen.
Zonder begrip bij bewoners is het risico groot dat druk op de politiek wordt
uitgeoefend om weer gif te gaan gebruiken. Goede communicatie helpt hierbij.
Bovendien kan de gemeente haar voorbeeldfunctie beter waarmaken en de
particulieren stimuleren om ook in hun eigen tuinen geen gif te gebruiken.
Daartoe is, naast uitgebreide publicaties in lokale media, een folder gemaakt
(zie bijlage). SLOT Terugblikkend
geeft een grootschalig onderzoek in Breda aan dat er een voldoende breed
draagvlak is voor milieuvriendelijk onderhoud. Daarbij moet de gemeente wel
aan drie voorwaarden voldoen. Als eerste dient het openbaar groen er gevarieerd
en voldoende aantrekkelijk uit te zien. Onderscheid tussen "cultuurlijk"
en "natuurlijk" uitziend groen maakt het publiek verrassenderwijs
nauwelijks. Ten tweede moet het groen vrij zijn van zwerfvuil en hondenpoep. Ten
derde moet men vooraf zijn geïnformeerd over het hoe en waarom van de
veranderingen in het beheer. Kennis en begrip zijn hierbij sleutelwoorden. Mook
en Middelaar Wat
betreft het groenbeheer in plantsoenen kunnen wij u melden dat er in de eerste
plaats veel wordt geschoffeld. Ten tweede vinden in onze gemeente projecten in
het kader van de "groenomvorming" plaats. Dat betekent dat de
plantsoenen een natuurlijker karakter krijgen door een diversiteit in de
beplanting te creëren en tevens sommige kruiden te tolereren. Verder planten
wij als preventieve maatregel bodembedekkers in plantsoenen, welke agressief
genoeg zijn om de groei van onkruiden te voorkomen. Een vierde maatregel die wij
nemen betreft de nieuwe plantvakken. De grond hiervan wordt één jaar van te
voren voorbereid, alvorens over te gaan tot inplanting. Onze ervaring is dat de
preventieve maatregelen tegen ziekten/plagen in plantsoenen zoals zorg voor
diversiteit in beplanting en een goede combinatie van plantsoorten, afdoende
zijn. Opsterland Omschakeling
van alternatief groenbeheer naar ecologisch groenbeheer Inleiding Sinds
1986 vindt het onderhoud van het openbaar groen plaats op basis van het
zogenaamde alternatief groenbeheersprogramma. Het
alternatief groenbeheersprogramma kenmerkt zich door een beheer zonder chemische
bestrijdingsmiddelen. Dit in tegenstelling tot het traditionele beheer, waarbij
wel chemische bestrijdingsmiddelen werden gebruikt. In
principe is het alternatief beheer duurder dan het traditioneel beheer; immers
door het achterwege laten van chemische bestrijdingsmiddelen moet er vaker
worden geschoffeld om het ongewenst kruid de baas te blijven. Dit is ook de
reden waarom er nog steeds gemeenten zijn die bestrijdingsmiddelen toepassen. In
Opsterland heeft de omschakeling van het traditionele beheer naar het
alternatieve beheer niet geleid tot kostenverhoging, maar zelfs tot enige
kostenverlaging. Deze
verlaging is mogelijk geworden door de opzet en samenstelling van het
alternatief beheer. De opzet kenmerkt zich door het indelen van het groen in
beheersklassen. De beheersklasse bepaalt de mate van het onderhoud. Zo zijn er
bijvoorbeeld vier beheersklassen voor bosplantsoen. Bosplantsoen in woonwijken,
parken, in dorpsbossen en op industrieterreinen. Bosplantsoen
in de woonwijk heeft een hogere onderhoudsnorm dan bosplantsoen op een
industrieterrein. De mate van onderhoud wordt ook bepaald door de soort
beplanting en de ligging ervan. Door deze gedifferentieerde aanpak wordt het
beheer op maat geleverd. Verder
vindt er toepassing van houtsnippers plaats, waardoor groei van ongewenst kruid
wordt tegengegaan. Ook heeft er een acceptabele normverlaging plaatsgevonden en
zijn er kleine hoekjes snippergroen verkocht. Al met al een maatregelenpakket,
dat geleid heeft tot bezuiniging op het onderhoudspakket. De
structuur en samenstelling van het openbaar groen heeft het mogelijk gemaakt dat
er een gemakkelijke omschakeling van traditioneel groenbeheer naar alternatief
groenbeheer mogelijk was. De
structuur en samenstelling van het Opsterlandse groen is afgeleid van het
landschappelijke beeld. Dit beeld kenmerkt zich door grotere grasoppervlaktes
(in het landschap de weilanden) met daaromheen bossages (in het landschap de
houtwallen/-singels). Bij dit sobere beeld past goed het hierboven geschetste
beheer. Een volgende ontwikkeling is het ecologisch natuurlijk groenbeheer wat
ook goed toepasbaar is in ons openbaar groen. Toekomstige
ontwikkeling Bij
de opzet van de nieuwe bestemmingsplannen wordt rekening gehouden met het fraaie
landschappelijke gegeven in onze gemeente. Dit past in de structuurvisie
van Opsterland, waarin aantrekkelijk wonen een centrale plaats heeft. Voor
de groenontwikkeling betekent dit, dat de groenstructuren binnen de
ontwikkelingen van de dorpsuitbreidingen een grootschalig, liefst aaneengesloten
karakter krijgen met verbindingen naar het buitengebied. Ook de bermen,
houtsingels, bossages en slootkanten zijn onderdeel van deze verbindingen. Zie
bijvoorbeeld de groenstructuren van Gorredijk, Wijnjewoude, Beetsterzwaag en
Ureterp. Ook
in het gemeentelijk milieubeleidsplan is deze ontwikkeling ten aanzien
van de groenstructuren aangegeven. De
aan te leggen groenstructuren hebben en krijgen een multifunctioneel karakter.
Ze dragen bij tot de verfraaiing van de woonomgeving. Ze zijn geschikt voor
alternatieve loop- en fietsroutes. Een
eveneens belangrijk aspect van deze grotere structuren is dat ze de mogelijkheid
bieden tot een ecologische ontwikkeling. Een
ecologische ontwikkeling is niet een doel op zich. Ecologische ontwikkeling moet
in een breder kader (nationaal en internationaal) gezien worden. Het milieubeleidsplan
van de rijksoverheid geeft aan dat, om tot een duurzame ontwikkeling en
instandhouding van de Nederlandse natuur te komen, ecologische verbindingszones
erg belangrijk zijn. Het rijksbeleid richt zich op het ontwikkelen van
ecologische hoofdstructuren binnen Nederland met verbindingen naar gebieden
buiten onze grenzen. In
het natuurbeleidsplan wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde natte en
droge verbindingszones. Het
basisconcept van een ecologische verbindingszone is vrij eenvoudig. Men probeert
bestaande natuurgebieden en/of waterlopen aan elkaar te koppelen. Een bestaand
natuurgebied heet dan een kerngebied. Aansluitend
aan het kerngebied kent men de zogenaamde natuurontwikkelingsgebieden; tussen de
kerngebieden en de natuurontwikkelingsgebieden creëert men de verbindingszones. Het
hoofddoel achter de ecologische hoofdstructuur is het veilig stellen en het
verder ontwikkelen van de Nederlandse natuur. Door de vervuiling, de
economische- en landbouwkundige ontwikkelingen etc. is er veel natuurgebied
verloren gegaan en is de kwaliteit verslechterd. In
het milieubeleidsplan zijn maatregelen aangegeven die de verslechtering van het
milieu een halt toe moeten roepen. Gelijktijdig wordt er gewerkt aan de
ontwikkeling van de natuur. Deze twee sporen moeten er uiteindelijk voor zorgen
dat Nederland leefbaar blijft. Voor Friesland hebben gedeputeerde staten van
Friesland het plan ecologische verbindingszones ontwikkeld. Dit plan kan worden
gezien als een detailvertaling van het nationaal plan. Ecologie
en ecologisch beheer is daarbij een belangrijk, zo niet het belangrijkste
proces. In dit verband wil ecologisch beheer zeggen: het scheppen van een
zodanig leefklimaat voor plant en dier dat deze zich kunnen ontwikkelen, instandhouden
en uitbreiden. Uit
deze begripsbepaling blijkt dat ecologie zich niet beperkt tot de ecologische
hoofdstructuur. Het moet zijn fijnmazige vertakkingen zo ver mogelijk
doorgevoerd krijgen. Opsterland is bij uitstek een gemeente, die zich ervoor
leent om hier extra aandacht aan te geven. Zo wordt er binnen de landinrichting
Midden Opsterland, in de westhoek van de gemeente, invulling gegeven aan een
stukje ecologische verbindingszone. Ook
het stroomdal van het Koningsdiep met de natuurgebieden en de bossen van
Bakkeveen, Wijnjewoude, Hemrik, Lippenhuizen en Beetsterzwaag lenen zich voor de
ontwikkeling van een ecologische structuur. Op
deze wat grootschaliger gebieden heeft de gemeente indirecte invloed. In het
kader van het ROM-project krijgt ook dit aspect de aandacht. Daar
waar de gemeente wel directe invloed heeft, wordt aan het aspect ecologie
aandacht besteed. Zo wordt binnenkort gestart met een ecologisch
bermbeheersprogramma en zijn er onderhandelingen met het waterschap
gaande over ecologisch oever- en waterbeheer. Ook zal een plan worden opgesteld
de landschappelijke beplanting langs wegen ecologisch te beheren en in te richten. Terug
naar het openbaar groen In
het meerjarenbeleidsplan 1993-1996 van de gemeente Opsterland is
aangegeven, dat de ingezette ontwikkelingen van grootschaliger groen met een
waar mogelijk ecologisch beheer zal worden voortgezet. Pas in 1995 is er geld
gereserveerd om te komen tot een opzet voor volledig ecologisch beheer. Thans
beperkt dit ecologisch beheer zich hoofdzakelijk tot het extensief maaien van
grasgedeeltes en het extensief beheer van sommige vijver- en slootranden. De
ontwikkelingen op het gebied van het ecologisch beheer staan echter niet stil.
Veel gemeenten werken aan een ecologisch beheersprogramma. Het zou jammer zijn
de jaren tussen 1993 en 1995 passief af te wachten. Omdat
veranderd beheer van invloed is op het beeld van het openbaar groen en zeker in
eerste instantie extra kosten door omvorming van bestaand plantsoen met zich
meebrengt, moet de verandering door de bevolking gedragen worden. Binnen
het eerder genoemd politieke uitgangspunt behoeven wij tot 1995 niet stil af te
wachten. Bij de opzet van nieuwe beplantingsplannen kan rekening worden gehouden
met ecologische voorwaarden. Concreet
houdt dit het volgende in: Bij
het aanleggen van bosplantsoen wordt een grotere diversiteit aan
beplantingsmateriaal toegepast. Grasstroken kunnen verschraald worden aangelegd
en extensief worden beheerd. Sloten en waterlopen kunnen zodanig worden
aangelegd, dat er overgangszones ontstaan van een nat naar een droog gebied,
waarop zich verschillende biotopen kunnen ontwikkelen. Binnen de
onderhoudsbegroting is beperkte ruimte om kleine hoeveelheden bosplantsoen om te
vormen. Het personeel krijgt scholing in andere beheerstechnieken. Het
starten met ecologisch beheer zou dus vanaf nu binnen de bestaande beleidsruimte
en met de bestaande financiële middelen op beperkte schaal aandacht kunnen
krijgen. Het
starten met een ecologisch proces is echter onomkeerbaar. Het
goed functioneren van een ecologisch systeem heeft tijd nodig. Wanneer een
proces door een andere beheersvorm weer zou worden afgebroken, dan is de eerste
inspanning voor niets geweest. Het
is dus van belang reeds in de beginfase afspraken te maken over waar, hoe en
waarom. Het ecologisch groenbeheer zal vooral plaatsvinden in de grotere
groenstructuren. Deze groenstructuren zijn opgebouwd uit gras, bosplantsoen en
waterpartijen (sloten en vijvers). Gras Daar
waar dit mogelijk is zal het gras extensief, dat wil zeggen twee keer per jaar
worden gemaaid en worden afgevoerd. Door het maaien en afvoeren verschraalt
(verarmt) de grond, waardoor het gras minder gaat groeien en opener wordt van
structuur, waardoor meer kruidachtigen en bloemsoorten kans krijgen zich te
ontwikkelen. De rijkere vegetatie (verscheidene soorten) trekt meer insecten
aan, waardoor de natuur ook op het gebied van de fauna wordt verrijkt. Langer
gras wordt nog door veel mensen als "slordig" ervaren; voorlichting is
daarom belangrijk. Ook is toepassing niet overal mogelijk. Dicht in de buurt van
woonhuizen en op plaatsen waar kinderen spelen, zal het gras op traditionele
wijze gemaaid worden, dat wil zeggen 20 tot 25 keer per jaar. Van
de ca. 40 hectare gazon die thans gemaaid wordt, zit ca. 7 hectare in het
extensief beheer. In de komende jaren zal het extensief te maaien hectares
oplopen tot ca. 10 hectare. Van de nieuw aan te leggen grasgebieden zal naar
verwachting ca. 60% extensief worden gemaaid. Bosplantsoen In
het openbaar groen zit ca. 30 hectare bosplantsoen (is 35 % van de totale
oppervlakte). Dit bosplantsoen is grotendeels in de jaren '70 - '80 aangelegd en
bestaat voor 80% uit boomvormers, zoals eik, berk, els. Deze boomvormers hebben
allemaal de neiging boom te worden. Dit kan alleen wanneer een groot deel van de
bomen zou worden gekapt. Omdat deze beplanting vaak een afschermende, dus dichte
functie heeft en vaak uit een vrij smalle strook bestaat, die bovendien ook nog
vrij dicht bij de woningen ligt, wordt dit type beplanting periodiek d.w.z. 1
keer per 8 jaar volledig gekapt. Door
deze kap krijgen de afgezaagde stobben weer jonge loten, waardoor de beplanting
laag en dicht blijft. Toch is deze periodieke velling vanuit ecologisch oogpunt,
maar ook vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst. De
"kaalslag" levert onbegrip bij de bevolking. De open structuur direct
na de kap geeft een explosie van ongewenst kruid. De
conclusie is dan ook dat naar huidige inzichten het bosplantsoen met name op
vrij smalle stroken nabij woningen en tuinen niet aan de huidige inzichten
voldoet. In
het kader van het ecologisch beheer zal dit bosplantsoen geleidelijk worden
omgevormd, dat wil zeggen dat boomvormers worden vervangen door struikvormers,
zoals hazelaar, krent, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, veldesdoorn etc. Dit
type beplanting heeft het voordeel dat het niet periodiek behoeft te worden
gekapt. Het
is ecologisch gezien interessanter door de grotere variëteit aan bes- en
vruchtdragende struiken die meer vogels aantrekken, en een overgang vormen van
boom naar struiklaag en kruidlaag. Naar
verwachting zal ca. 70% van het huidige bosplantsoen moeten worden omgevormd c.q.
worden aangepast. Deze omvorming zal ca. 10 jaar in beslag nemen. Hoewel de
omvorming op zich geld kost, verdient deze investering zich door minder
onderhoud op termijn zeker terug. Bosgebieden De
wat grotere bosgebieden, zoals bij Gorredijk en de gebieden van de dorpsbossen
bij Terwispel, Tijnje en Langezwaag, in totaal zo'n 30 hectare, worden ook met
"ecologische ogen" beheerd. Dit betekent dat er selectief wordt gekapt
en gedund. Daar
waar bomen zich goed ontwikkelen, worden deze "vrij" gesteld; op
andere plaatsen zal meer een aaneengesloten situatie worden nagestreefd, terwijl
op weer andere plaatsen juist open ruimten zullen ontstaan. Kortom er wordt
gestreefd naar een zo gevarieerd mogelijk bosbeeld, zowel wat de soorten
betreft, als de variatie in open, gesloten en half open. Bij het beheer blijven
de afgezaagde bomen en gesnoeide takken zoveel mogelijk in het bos achter om
hiermee ook een stukje kringloop tot stand te brengen. De samenstelling van de
bossen is zodanig dat hierin geen omvorming behoeft plaats te vinden. Het
beheer van de dorpsbossen is vanaf 1995 in de meerjarenbegroting opgenomen. Landschappelijke
beplanting Samen
met het ecologisch bermbeheer zal ook het beheer van de landschappelijke
beplantingen langs wegen vanuit ecologisch oogpunt beheerd worden. Dit betekent
dat ook hier de periodieke velling van hoofdzakelijk elzen één keer per 12
jaar, niet meer overal zal worden toegepast. De
landschappelijke beplanting wordt daar waar dit uit landschappelijke en
ecologische redenen verantwoord is aangevuld met struikvormig bosplantsoen zoals
sleedoorn, meidoorn, hazelaar, krent, vuilboom en hondsroos. Binnenkort zal
hiervoor het bestaande beheersplan worden aangepast. Oude
bomen langs wegen De
vervanging van oude bomen langs wegen baart ons zorgen. De kwaliteit van deze
bomen loopt zienderogen achteruit, waardoor het vervangingsschema van 40 jaar
moet worden aangepast om o.a. de verkeersveiligheid niet in gevaar te brengen.
Wij zijn al een aantal jaren bezig oude bomen te vervangen en op plaatsen langs
wegen waar geen bomen staan planten wij nieuwe bomen om de voor onze gemeente zo
kenmerkende laanstructuur zoveel mogelijk in stand te houden c.q. door nieuwe te
vervangen. Jaarlijks
worden er voor dit doel ca. 500 nieuwe bomen langs wegen geplant. Toch is het
nodig het beheersplan oude bomen opnieuw te bekijken. Sloten
en vijvers Sloten
die een afwaterende functie hebben, zullen in ieder geval tot en met het natte
profiel worden schoon gehouden. De "droge" taluds en oevers zullen
extensief, dat wil zeggen 1 à 2 keer per jaar worden gemaaid. Vijvers:
de begroeiing van vijvers zal niet meer jaarlijks worden verwijderd. Afhankelijk
van de soort beplanting zal worden nagegaan voor welk gedeelte de begroeiing
moet worden weggehaald. Wij
zullen onderzoeken of de modder in vijvers door middel van bacteriën kan worden
verminderd. De randen van vijvers worden, evenals de randen van sloten,
extensief beheerd. Om
vijvers ecologisch interessanter te maken moeten sommige vijvers, maar ook
sloten worden aangepast. Er zal daar waar dit mogelijk is, een flauwere
taludlijn aan de waterpartijen worden gemaakt, waardoor er een vanuit ecologisch
oogpunt interessante geleidelijke overgang van nat naar droog ontstaat. Bij
de nieuwe aanleg zal met bovengenoemde aspecten rekening worden gehouden. Voorlichting Zoals
al eerder is opgemerkt, kan er voorlopig slechts op beperkte schaal aandacht
worden besteed aan ecologisch beheer en omvorming van openbaar groen. Wij
vinden het belangrijk om deze "overgang" met een goede voorlichting
gepaard te laten gaan. Wanneer
er in een woonwijk een verandering plaatsvindt, dan willen wij dit met de buurt
bespreken en uitleggen. Ook de verenigingen voor Plaatselijk Belang zullen bij
het veranderingsproces worden betrokken. De Woudklank kan worden gebruikt om het
nieuwe beleid uit te leggen. Wij
zijn van plan om de ecologische processen met een diareportage vast te leggen.
Deze reportage kan ook als ondersteuning van het ingezette beleid en de
bewustwording van de inwoners van Opsterland dienen. Ecologisch
beheer is onomkeerbaar en wordt door continuïteit sterk. Zoetermeer In
Zoetermeer wordt getracht zoveel mogelijk de problematiek analytisch te
benaderen. De vraag "is het wel een probleem en waarom" staat daarbij
centraal. Dan blijkt dat er vaak geen sprake is van een constructief probleem,
doch dat een situatie niet beantwoordt aan een verwachtingspatroon. Een antwoord
wordt dan gezocht door in een discussie te stellen of het verwachte nagestreefd
moet worden of dat, wat er nu ligt of zich ontwikkelt, aanvaardbaar of zelfs
aantrekkelijk is, zij het met andere ogen bekeken. Oplossingen
die zich daarbij aandienden zijn dan acceptatie van de situatie, corrigerend
optreden of een nieuw uitgangspunt/situatie creëren. Wanneer
de schaal beperkt is en de locatie randvoorwaarden andere oplossingen in de weg
staan wordt in handkracht corrigerend opgetreden. Bij
het creëren van een nieuw uitgangspunt, wordt de situatie omgevormd naar een
andere voorziening, beeld of situatie, bijvoorbeeld een sierbeplanting die
herhaaldelijk overwoekerd met winde omvormen naar gras of gazon. Bovenstaande
werkwijze houdt in dat voor een problematiek niet één oplossingstip valt te
geven. Meerdere oplossingen zijn bijna altijd mogelijk. Lokale gegevenheden zijn
vaak bepalend voor de keuze hierin. Zwolle Om
over te gaan op natuurlijker/ecologischer beheer is een planmatige aanpak
essentieel. Het inrichten met natuurlijke soorten bevordert de ecologische
functies van het groen en voorkomt de "noodzaak" van het toepassen van
bestrijdingsmiddelen. Het maken van strategische keuzes en een goede
communicatie met de bevolking zijn enorm belangrijk voor succes op de langere
termijn. In
Zwolle is daarvoor gebruik gemaakt van het Groenstructuurplan ('84). In 1994 is
de uitvoering hiervan door externen geëvalueerd. Uit de evaluatie-rapporten
blijkt onder meer dat juist het gifvrije van ons beheer enorm veel waardering
heeft. Door voldoende draagvlak wordt enig onkruid in onder andere de
verhardingen geaccepteerd. De
onderdelen planmatigheid, betrokkenheid en communicatie mogen niet ontbreken
naast alle praktische onderhoudstips die in uw publicatie zullen worden vermeld. Alphen
aan den Rijn Alleen
de ergste plekken worden nog chemisch behandeld in de velden waarin voor de
bespeelbaarheid te veel kruiden groeien. Ede Op
alle sportvelden wordt niets gedaan aan kruidenbestrijding. Nieuwerkerk
aan den IJssel Bij
het onderhoud aan sportvelden kunnen twee volkomen verschillende
beleidsuitgangspunten worden gehanteerd: A.
Intensief jaarlijks onderhoud, waardoor periodiek groot onderhoud (renovatie
velden) achterwege blijft en vervangen wordt door periodiek extra minder
ingrijpend onderhoud waar de praktijk dit vergt. B.
Minimaal benodigd jaarlijks onderhoud, waarbij renovatie van velden periodiek
niet kan worden voorkomen. In
onze gemeente is gekozen voor optie A om reden dat in dat geval de
onderhoudsstaat van de velden optimaal is, de kosten weliswaar jaarlijks hoger
zijn dan in geval B, maar in totaliteit samen met het periodiek onderhoud lager
liggen. Door
te kiezen voor een intensief gedegen jaarlijks onderhoud met goede
bemestingsadviezen en met personeel met een praktische kennis van zaken wordt
automatisch voorkomen dat in de grasmat teveel ongewenst groen ontstaat. Chemische
behandeling van kruiden in sportvelden is in dat geval niet nodig. Momenteel
is geen halfverhard oefenveld aanwezig. Enkele jaren geleden wel. Dit
halfverhard veld werd op werkdagen dagelijks geëgaliseerd. Kleine moeite, neemt
weinig tijd, prettig voor het gebruik en geen groei van ongewenst groen. Ridderkerk Het
bestrijden van kruiden in sportvelden vindt uitsluitend plaats bij een te hoog
onkruidpercentage. Dan krijgt het grootste deel van het veld een behandeling.
Gemiddeld vindt dit eenmaal in de vijf jaar plaats. Incidentele kruidengroei met
rozetten wordt handmatig bestreden. Op
verharde handbalvelden wordt geen bestrijding uitgevoerd. De
perrons van zwembaden worden niet-chemisch schoongehouden. Zevenaar Tot
nu toe is het ons niet mogelijk gebleken de gazons van de sportvelden zonder
chemische bestrijdingsmiddelen te beheren. Alleen halfverharde terreinen
trachten we zonder bestrijdingsmiddelen te beheren door een deel van het
onderhoud door de club zelf te laten doen. De tijd zal moeten uitwijzen of dit
werkelijk functioneert. Zwolle Selectief
wordt ingegrepen met zgn. "contactmiddelen". Verharde
handbalvelden worden geveegd. Op
perrons van zwembaden wordt onkruid mechanisch verwijderd. Achtkarspelen Het
doden van kruiden in nieuwe plantvakken wordt mechanisch d.m.v. spitten met de
hydraulische kraan en het frezen voor het inplanten/inzaaien van het terrein
gedaan. In
het eerste jaar na aanleg worden kruiden pleksgewijs aangepakt, d.m.v. frezen en
schoffelen. Het afdekken van de grond met 15 cm bloemistenaarde voor
kruidenaanplant in stroken langs oudere inheemse beplanting. Braakliggende
terreinen worden na grondbewerking kruidenvrij gehouden d.m.v. rotoreggen,
frezen en schoffelen. Alphen
aan den Rijn Kruiden
in nieuwe plantvakken (voor aanplant) worden aangepakt door middel van frezen.
Bij kleinere plantvakken wordt ook wel geschoffeld. Apeldoorn Op
plekken waar bekend is dat veel wortelonkruiden voorkomen, wordt soms voor de
aanplant een chemische bestrijding toegepast. In
sommige gevallen worden vakken ingezaaid met Engels raaigras en een of enkele
jaren onderhouden als gazon. Boxtel Voor
aanplant wordt machinaal geschoffeld of gefreesd. In het eerste jaar van aanleg
wordt pleksgewijs handmatig geschoffeld of gefreesd. Braakliggend
terrein wordt na grondbewerking, d.m.v. machinaal schoffelen of frezen
kruidenvrij gehouden. Ede Het
doden van kruiden in nieuwe plantvakken vindt niet plaats. Tijdens
de aanleg wordt met de plantafstand tussen de rijen rekening gehouden, zodat de
eerste jaren met een schoffelmachine gewerkt kan worden. Tussen de rijen wordt
geschoffeld. Braakliggend
terrein wordt na grondbewerking kruidenvrij gehouden door middel van de frees of
een schoffelmachine. Enschede Geen
specifieke behandeling. Voor de aanplant wordt gespit en gefreesd. De onkruiden
worden er na de aanplant met een schoffelmachine uitgehaald en nadien met de
schoffel. Op een aantal plaatsen waar een meer natuurlijk beeld gewenst is
blijven de onkruiden staan en worden ze afgemaaid met een bosmaaier. Nieuwerkerk
aan den IJssel Direct
bij aanleg van nieuwe plantvakken wordt het mechanisch onderhoud met eigen
onderhoudsdienst of aannemer geregeld. De kosten hiervan komen meestal voor
rekening van het grondbedrijf waarvoor de aanleg plaatsvindt en zijn in de
grondprijs verwerkt. Braakliggende
terreinen worden niet onkruidvrij gehouden, maar enkele keren per jaar gemaaid.
Langdurig braakliggende terreinen worden door schapen van derden begraasd. Ridderkerk De
gemeente voert geen chemische bestrijding -meer- uit in het geval er sprake is
van nieuwe of gereconstrueerde plantvakken. Na
aanleg worden de kruiden uitsluitend handmatig of mechanisch bestreden. Braakliggende
terreinen worden als "ruwe" graspercelen onderhouden. Schiedam Mogelijke
oplossingen voor het doden van kruiden in nieuwe plantvakken, voor aanplant: -
Het onkruidvrij houden van het vak één seizoen voor aanplant door het vak
regelmatig te frezen. -
Het inzaaien van het vak met gras en beheren als gazon één seizoen voor
aanplant. De meeste onkruiden kunnen niet tegen regelmatig maaien en verdwijnen
zodoende. Zevenaar Er
worden proeven genomen om plantvakken een jaar lang middels een schoffel of
frees schoon te houden van ongewenste kruiden, alvorens deze vakken in te
planten. Deze stroken worden echter vaak in nieuwbouwwijken als stortplaats voor
grond gebruikt. Wanneer de grond vrij is van wortelonkruiden levert direct
inplanten geen problemen op. Wanneer de beplanting gemakkelijk te schoffelen is,
is het onkruidprobleem beheersbaar. Zwolle Voor
aanplant worden kruiden in nieuwe plantvakken verwijderd door handmatig
onderhoud (schoffelmachine, frezen, etc.). Het onderhoud in het eerste jaar van
aanleg geschiedt handmatig. Braakliggende
terreinen worden na grondbewerking geschoffeld of tijdelijk ingezaaid. BEHANDELING
VAN STOBBEN TEGEN UITLOPEN Achtkarspelen Indien
nodig wordt dit met de stick (Roundup) gedaan, zware stobben worden uitgefreesd. Alphen
aan den Rijn Stobben
worden weggefreesd. Apeldoorn Daar
waar uitlopen niet gewenst en agressieve hergroei te verwachten is, wordt
chemische behandeling toegepast. In sommige gevallen worden stobben afgedekt,
zodat geen lichttoevoer plaatsvindt. In andere gevallen wordt opslag met de
bosmaaier verwijderd. Boxtel Stobben
uitfrezen en uitlopers er regelmatig afsteken. Ede Stobben
in de rand van bosplantsoen worden zoveel mogelijk met een kraantje gerooid.
Uitlopers op de overige stobben worden met een spade afgestoken, met een finse
sikkel afgeslagen of met de bosmaaier afgemaaid. Opslag in het bosplantsoen
wordt zoveel mogelijk uitgetrokken of gestoken. Afknippen met een takkenschaar
is ook een mogelijkheid. Prunus
in de bossen wordt afgezaagd. Het
wegfrezen van stobben wordt bijna niet meer toegepast, omdat het pulp veel
verstoring veroorzaakt. Dit heeft weer veel brandnetels als gevolg. Enschede In
verband met iepziekte en zeer hinderlijke teruggroei van acacia in bosplantsoen
worden deze soorten aangestipt met Roundup. Op een paar plaatsen zijn graszoden
op de stammen gelegd om hergroei te voorkomen. Het effect was goed. Nieuwerkerk
aan den IJssel Na
het kappen van solitair of in rijen geplaatste bomen in de verhardingen of de
groenstroken worden de stobben met een frees tot ca. 30 cm onder het maaiveld
verwijderd. Na
het kappen, uitdunnen van bomen in bosplantsoen worden de stobben niet
verwijderd of behandeld. De
uitgelopen stobben worden in het jaarlijkse onderhoud meegenomen. Noord-Brabant Waar
mogelijk de stobben inclusief wortelaanloop m.b.v. een stobbenfrees, frezen tot
ca. 25-40 cm beneden maaiveld. De
bast van de stobben inclusief de wortelaanloop m.b.v. een schop of mechanisch
verwijderen. Ridderkerk Stobbenbehandeling
vindt in de gemeente plaats. Er is onlangs wel weer discussie over de hiervoor
te gebruiken middelen ontstaan. Overwogen moet worden om hier van af te zien en
bestrijding te beperken tot inzet van een stobbenfrees. Voorschoten Voor
het verwijderen van stobben zijn momenteel kleine zeer handzame stobbenfreesjes
in de handel die ook op moeilijk bereikbare plaatsen eenvoudig inzetbaar zijn. Zevenaar Stobben
die na dunningen van bosplantsoen weer uitlopen worden regelmatig met een
bosmaaier teruggezet. In sierplantsoen wordt het meeste gebruik gemaakt van
een kleine stobbenfrees. Wanneer het niet anders kan worden de stobben gerooid.
Alleen bij het tegengaan van het uitlopen van populieren- en iepenstobben
worden bestrijdingsmiddelen gebruikt. Zwolle Algemeen:
frezen Prunus-bestrijding
in bossen: uittrekken. Prunus-bestrijding
in bossen, grote exemplaren: op één meter afzagen en kaal houden (uitputten). Iepen:
frezen. Populieren:
frezen, ook wel op één meter afzagen en kaal houden. INCIDENTEEL
SELECTIEVE BESTRIJDING IN HET PLANTSOEN Achtkarspelen Zonodig
wordt dit chemisch gedaan. Distels
worden tijdens/voor de bloei gemaaid. Hardnekkige
kruidengroei in bodembedekkers: Maaien met bosmaaier zodra kruiden 20-30 cm
boven de bodembedekkers uitkomen, of zonodig plantsoen vervangen. Randen
van plantsoenstroken worden pleksgewijs uitgemaaid met de bosmaaier. Alphen
aan den Rijn Incidenteel
chemische bestrijding in plantsoen vindt niet plaats. Noodzakelijke bestrijding
gebeurt handmatig, als de situatie uit de hand dreigt te lopen. Kruiden als
distels en bereklauw worden niet handmatig, maar met behulp van een bosmaaier
aangepakt. Bereklauw
wordt bestreden als de planten nog jong zijn. Apeldoorn Met
name bij hardnekkige onkruidgroei in daarvoor gevoelige heesterbeplantingen
wordt pleksgewijs nog op beperkte schaal chemische bestrijding toegepast. Er is
verder onderscheid te maken in "slechtere" en "betere" jaren
(het voorkomen van langdurig natte perioden). Overigens
zijn veel onkruidgevoelige, bodembedekkende beplantingen reeds omgezet. Boxtel Winde:
Mechanische bestrijding d.m.v. schoffelen, wieden en plukken. Er voor zorgen dat
de wortel er zo veel mogelijk wordt uitgetrokken. Kweekgras:
Gedurende het hele jaar goed schoffelen, zodat de plant uitgeput raakt. Als het
een grote oppervlakte betreft kan ervoor gekozen worden om het plantsoen te
rooien en tijdelijk in te zaaien. Door te maaien verdwijnt de kweek op den duur.
Daarna mogelijk weer inplanten. Distels:
Plukken met wortel voor het uitzaaien. Brandnetels:
Overjarige brandnetel met wortel uitplukken. Ridderzuring
en berenklauw: Schoffelen voor het uitzaaien. Hardnekkige
kruidengroei in bodembedekkers: Bodembedekkers rooien en tijdelijk inzaaien met
gras, totdat de kruidengroei verdwenen is. Daarna mogelijk weer inplanten. Randen
van bosplantsoen worden pleksgewijs ingemaaid. Ede Winde
wordt uitgestoken of geschoffeld. Kweekgras
wordt geschoffeld of gewied. Distels
worden selectief gemaaid of bij kleinere hoeveelheden gewied. Brandnetels
worden geschoffeld of (in het vroege voorjaar, februari/maart) met een greep
verwijderd. Bij grotere hoeveelheden wordt gemaaid. Ridderzuring
wordt met de hand gewied of met de steekschop uitgestoken. Berenklauw
blijft op plaatsen waar dat verantwoord is staan. Anders uitsteken. In
bodembedekkers wordt na sluiting alleen nog gewied. Wanneer een plantvak niet
meer schoon te houden is wordt overwogen een andere beplanting aan te brengen. Randen
van sierplantsoen worden altijd geschoffeld. Randen van bosplantsoen worden
uitgemaaid of na enige tijd met kruiden ingezaaid. Enschede Winde:
Terugzetten plantsoen om de winde er beter met de hand uit te kunnen halen. Kweekgras
en hardnekkige kruidengroei in bodembedekkers: Is in gesloten beplanting niet te
verwijderen. Als de kwaliteit van het vak hierdoor te veel achteruit gaat wordt
het vak gerooid en voor een ander type beplanting gekozen waarin kweek wel is te
verwijderen. Distels,
brandnetels, ridderzuring en berenklauw: Worden afgemaaid met bosmaaier. De
randen tussen bosplantsoen en gazon (en vaak ook bij bestrating) worden één à
twee keer per jaar uitgemaaid met een bosmaaier. Nieuwerkerk
aan den IJssel Winde
en brandnetels worden in onze gemeente, indien dat handmatig te kostbaar wordt,
chemisch bestreden. Kweekgras,
distels en ridderzuring mechanisch. Bereklauw
komt in fijn groen niet voor. In
het groen met een natuurlijk groenbeheer wordt deze plant als een aangename
klant geaccepteerd. Hardnekkige
kruidengroei in bodembedekkers wordt handmatig aangepakt. Bij
aanplant dient direct het onderhoud intensiever te worden aangepakt dan het
gebruikelijke onderhoudsprogramma. De extra kosten worden later, indien het
plantsoen regelmatig is dichtgegroeid, terugverdiend. De
randen van plantsoenstroken (fijn plantsoen) worden handmatig geschoffeld. Bij
bosplantsoen wordt vanzelfsprekend kruidengroei geaccepteerd. Ridderkerk Winde:
Hiervoor wordt nog MCPA aangewend, de opzet is hiervan in 1997 af te zien. Kweekgras:
Geen chemische bestrijding meer. In sierplantsoenvakken verwijderd middels
schoffelen. Elders incidenteel (daar waar deze plant overlast geeft of
hinderlijk is voor gewenste beplanting) afmaaien. Distels:
Als kweekgras, waarbij zij opgemerkt dat in sommige gevallen de plant ruim
boven de grond wordt afgemaaid. In siervakken kan "trekken" ook een
maatregel zijn. Brandnetels:
Als kweekgras en distels. Ridderzuring:
Geen chemische bestrijding. Daar waar overlast is eventueel uitsteken. N.B.
komt niet veel in de gemeente voor. Berenklauw
wordt niet-chemisch bestreden. Bestrijding gebeurt uitsluitend maaiend of
schoffelend. In grovere beplanting wordt dit alleen langs de wandelpaden
gedaan. Hardnekkige
kruidengroei in bodembedekkers wordt handmatig bestreden, meestal via trekken
van kruiden. In incidentele gevallen kan een te hardnekkige kruidengroei tot
omvorming van het groen leiden. Randen
van de groenstroken worden voor wat het siergroen betreft geschoffeld. In de
andere gevallen wordt de bodem zo veel mogelijk met rust gelaten en de kruiden -incidenteel-
afgemaaid en geruimd. Schiedam Selektieve
bestrijding in plantsoen van woekerkruiden wordt gedaan met veel handmatig
wiedwerk. Soms worden ook vakken die overwoekerd worden gerooid en twee
seizoenen beheerd als gazon. Vlaardingen Vanaf
1974 worden in de openbare groenvoorzieningen van de gemeente Vlaardingen -
behoudens enkele hoge uitzonderingen - geen chemische bestrijdingsmiddelen
meer toegepast. Sinds 1984 worden deze in het geheel niet meer gebruikt. Ter
bestrijding van onkruid wordt geschoffeld en gebruik gemaakt van bosmaaiers. Voorschoten In
bijvoorbeeld rozenvakken worden kruidachtigen en woekerende vaste planten
toegepast. Een aantal soorten is hiervoor zeer bruikbaar gebleken,
bijvoorbeeld de dovenetel en hondsdraf. Bij
het bestrijden van bijvoorbeeld brandnetel in extensief beheerde bermen wordt
een goed resultaat verkregen als een aantal malen achtereen met een bosmaaier
wordt uitgemaaid. Zevenaar Alleen
kweek, brandnetels en winde worden deels chemisch bestreden. In
parken met bosplantsoen vindt geen bestrijding plaats. Brandnetels en kweek
worden tezamen met de overige vegetatie twee keer per jaar gemaaid. Winde
wordt hooguit handmatig verwijderd, maar zeker niet chemisch. Dit geldt echter
niet voor sierplantsoen. Kweek, brandnetels en winde worden zolang mogelijk
handmatig bestreden middels een schoffel of riek. Op
plaatsen waar de niet gewenste kruiden de sierbeplanting dreigen te gaan
overheersen wordt Roundup gebruikt. Op enkele plaatsen wordt geëxperimenteerd
met gewenste kruidachtigen die een woekerend karakter hebben. Dit geldt voor
diverse aardbeisoorten, gele dovenetel en geraniumsoorten. Doordat de bladkleur
van de ongewenste kruiden overeen komen met die van de gewenste kruiden zijn
deze niet als hinderlijk aan te merken. De resultaten zijn overwegend goed te
noemen. Echter een aantal soorten zijn afgelopen zomer vanwege de extreme
droogte deels doodgegaan. We zullen moeten afwachten wat er opnieuw van opkomt. Zwolle Incidentele,
selectieve bestrijding in het plantsoen geschiedt handmatig d.m.v. schoffelen,
wieden en steken (kweekgras met een riek, ridderzuring met een steekschop,
distels soms intensief maaien). ZIEKTEN
EN PLAGEN IN HET PLANTSOEN Achtkarspelen Ziekten
en plagen in het plantsoen worden niet bestreden. Rozen
worden in combinatie met lavendel toegepast. Alphen
aan den Rijn Incidenteel
selectieve chemische bestrijding van
ziekten en plagen in het plantsoen vindt niet plaats. Ziekten en plagen (zoals
luizen) worden niet bestreden. Apeldoorn De
laatste jaren is bij ziekten en plagen in de gemeentelijke plantsoenen geen
bestrijding toegepast. Boxtel Bij
met name bladluizen in linde en esdoorn is de inzet van lieveheersbeestjes
mogelijk. Er
wordt gekozen voor rozen die minder gevoelig zijn voor luis en meeldauw. Ede Ziekten
en plagen worden zo min mogelijk bestreden. Bestrijding
van dopluis in een buxushaag is uitgevoerd met "Savona". Dit is een
minerale olie. Enschede M.u.v.
het injecteren van een tiental linden tegen luis en ongeveer vijftien iepen
tegen de iepeziekte worden ziekten niet chemisch bestreden. Nieuwerkerk
aan den IJssel Er
vindt in deze gemeente geen chemische bestrijding plaats, tenzij de
volksgezondheid in het geding is. Ridderkerk Vrijwel
uitsluitend in de Hollandse linde worden de luizen bestreden. Hiervoor wordt de
injecteermethode toegepast. Komend seizoen volgt een pleksgewijze proef met
voedingsstoffen die het blad stugger maken. Bestrijding
van luizen en meeldauw in rozen vindt niet meer plaats. Het assortiment is in
het verleden aangepast. Plaagdierbestrijding
vindt in de gemeente plaats. Vrijwel uitsluitend worden wespennesten in
woningen, ratten en muizen bestreden. Rupsbestrijding in beplantingen vindt in
principe niet plaats. Zevenaar Wij
doen niets aan bestrijding van ziekten en plagen in het plantsoen, maar
accepteren ze als een gegeven welke bij de natuur hoort. Zwolle M.b.t.
ziekten en plagen wordt alleen op de kwekerij nog selectief gebruik gemaakt van
bestrijdingsmiddelen. Aan de rest wordt niets gedaan, rozen hebben we niet of
nauwelijks meer (dus feitelijk: inrichting aanpassen als oplossing). Alphen
aan den Rijn Alleen
de grafstenen en de grindgraven worden nog op chemische wijze algenvrij
gehouden. Zitbanken worden eenmaal per jaar met schoon water en een
hogedrukspuit algenvrij gespoten. Apeldoorn Paden
worden in combinatie branden/handmatige bestrijding onkruidvrij gehouden. Verder
vindt selectieve chemische onkruidbestrijding en algenbestrijding op
grafmonumenten plaats. Boxtel Grafstenen
worden afgespoten met hogedrukreiniger zonder reinigingsmiddel. Zitbanken:
één of twee maal per jaar afspuiten met hogedrukreiniger. Ede Grafstenen
worden incidenteel algenvrij gehouden met de hogedrukspuit en met een borstel. Grindgraven
worden handmatig geschoffeld. Grindpaden
worden met de schoffelmachine schoongehouden. Zitbanken
worden met de hogedrukspuit en met een borstel gereinigd. Ridderkerk Grafstenen
worden vrijgehouden met roloxith-10; de ervaringen zijn hier minder goed mee
dan met dimanin. Het aanwenden van alternatieve methoden is nog niet aan de orde
gesteld. Het
grind op de graven wordt handmatig schoongehouden; schoffelen en handmatig
verwijderen, harken. Als
padverharding komen meestal bitumum paden voor, die alleen op z'n tijd worden
geveegd. Op het gedeelte waar een grindpad ligt wordt nog diuron gebruikt. Met
ingang van 1996 wordt hier een brander ingezet. Op
baromix-wandelpaden, in het openbaar groen, wordt met een brandmachine gewerkt. Zitbanken
worden algenvrij gehouden door schoonmaken met water. Elk voorjaar worden de
banken gecontroleerd en waar nodig opnieuw geverfd. Schiedam Grafstenen
kunnen algenvrij gehouden worden door het onder druk afspuiten van de stenen met
warm water. Echter dit is erg duur. Zevenaar De
stenen en zitbanken worden met water en een borstel schoongemaakt indien dit
nodig is. Er komt geen grind voor op de begraafplaats. De paden zijn
geasfalteerd en er is veel gebruik gemaakt van gras. Dit maakt het gebruik van
chemische bestrijdingsmiddelen overbodig. Zwolle De
korstmossen op de grafstenen zijn juist mooi. Op halfverharding wordt soms
gebrand. Zitbanken worden met schoon water gereinigd; met hogedrukspuit en/of
borstel. Alphen
aan den Rijn Incidentele
chemische bestrijding op verhardingen vindt niet plaats. Bestrijding vindt
selectief plaats door middel van niet-chemische methoden. In 1993 is eerst
gestart met de borstelmethode. In 1994 is het onkruid op verhardingen alleen
handmatig verwijderd (krabben). In 1995 is het onkruid weer weggeborsteld. Bij
plaatsen die voor de borstelmachine moeilijk te bereiken zijn, wordt een
stokmaaier ingezet. Deze maaier werkt met behulp van nylon touwtjes, waardoor
het onkruid als het ware wordt weggeslagen. Apeldoorn Op
verhardingen vindt geen chemische bestrijding plaats. Er wordt gewerkt met
borstel/veegmachines en aanvullende handmatige bestrijding met krabbers. Omdat
bepaalde situaties (met name verkeersgeleiders e.d.) moeilijk schoon te houden
zijn, wordt momenteel overwogen het middel Top Gun proefgewijs toe te passen. Ede Alle
verhardingen worden met borstelmachines behandeld (incl. de vluchtheuvels). Er
wordt aan randdoorgroei bij asfaltwegen niets gedaan. Heemstede Ter
bestrijding van (on)kruiden op verhardingen is op 12 en 17 mei 1995 een proef
genomen met het systeem "Waipuna" waarmee met behulp van stoom de (on)kruiden
worden bestreden. Deze proef die beperkt van omvang was, is voor ons gelet op de
resultaten aanleiding aan de raad een voorstel te doen om in 1996 in Heemstede
of een belangrijk deel van Heemstede de kruidengroei op verhardingen met dit
systeem te bestrijden. Mocht de raad besluiten het systeem "Waipuna"
niet gelijk in heel Heemstede in te voeren dan zijn wij voornemens in de niet
behandelde gebieden alleen dan en op die plaatsen gebruik te maken van chemische
middelen waar sprake is van optredende gladheid, problemen met zichtbaarheid
en/of stremming van de afvoer van hemelwater. In het reguliere onderhoud worden,
zij het op kleine schaal, situaties aangepakt waar het (on)kruid overlast
veroorzaakt, zonder hierbij gebruik te maken van chemische middelen. Maassluis Onderstaande
probleemsituaties hebben onze bijzondere aandacht: -
Onkruid op vluchtheuvels, verkeersgeleiders en andere moeilijk
bereikbare/bewerkbare (sier)verhardingen. Onlangs
hebben wij ter voorkoming van (on)kruidbestrijding in de voegen van dit soort
verhardingen een voegmortel (merknaam Assis) toegepast. Dit middel wordt in de
voegen gewerkt waarna het verhardt en de voeg afsluit en uitvult, waardoor er
geen "zaaibed" meer aanwezig is waaruit (on)kruidgroei kan ontstaan.
Aankoop en toepassing van dit middel is weliswaar een kostbare zaak, echter bij
nieuwe aanleg en reconstructies kan deze kostenpost vanaf de
begrotingsraming/kredietaanvraag worden meegenomen, zodat het een vast onderdeel
van het totaalplan zou moeten worden. -
Bij aanleg van half-verharde wandelpaden passen we de laatste tijd vaak het
produkt Gralux toe. Dit oogt vriendelijk, is goed verwerkbaar, goed beloopbaar,
goed herstelbaar, terwijl de in-/doorgroei met (on)kruiden behoorlijk minder is
en trager verloopt dan bij andere halfverhardingen, bijvoorbeeld schelpen. Meppel Aan
randdoorgroei bij asfaltwegen wordt op dit moment nog niets gedaan. Mocht
bestrijding nodig zijn, dan zal met de borstelmachine het onkruid worden
weggehaald, ook al zal hier een gedeelte van de berm worden meegenomen. Onkruid
bij obstakels wordt doorgaans niet weggehaald. Een enkele keer wordt het
handmatig verwijderd. De
vluchtheuvels zijn bestraat en worden met de borstelmachine mechanisch
behandeld. Wanneer
de verkeersveiligheid voor medewerkers van de gemeente in het geding is, wordt
heel vroeg (vanaf 6.00 uur) gewerkt. Er
is één straat in onze gemeente waar de verkeersveiligheid voor weggebruikers
in het geding is door het groen uitslaan van klinkers. Op deze weg komt nieuwe
bestrating. Mook
en Middelaar De
bestratingen in onze gemeente worden éénmaal per jaar (in de maand september)
geborsteld. De sierbestratingen en de bestratingen in de centra van onze dorpen
worden tevens in de maand april geborsteld. Verder
wordt door de gemeente bij de bevolking gepromoot om in eigen beheer "de
stoep voor de eigen deur schoon te houden". De gemeentevoorlichting draagt
tevens zorg voor het scheppen van de nodige tolerantie ten aanzien van de
projecten in het kader van de "Groenomvorming" bij onze inwoners. Noord-Brabant Behandeling
verharding bij obstakels: -
Inzet van een bosmaaier uitgerust met een nylon draad.
Behandeling 2x - juni
- oktober/november -
Inzet van een handmatige stootbrander + bosmaaier uitgerust met nylondraad.
Behandeling 2x - mei
thermisch - oktober/november m.b.v. bosmaaier Behandeling
verharding van vluchtheuvels bij invalswegen en situaties waarbij de
verkeersveiligheid in het geding is: -
Bevordering verdichting verhardingen door:
- toepassing van grotere elementen;
- toepassing van gesloten verhardingen (beton of asfalt) met dichtzetting
van zaagvoegen (beton) en andere voegen d.m.v. voegenkit. -
Toepassing van alternatieve halfverhardingen bijvoorbeeld kalksteen
(korrelafmeting 14/20) of schelpenzand. -
Inzet van een bosmaaier uitgerust met een nylondraad of een handmatige
stootbrander. Behandeling
afhankelijk van de begroeiingsgraad, bijvoorbeeld bosmaaier: -
Behandeling 2x - juni - oktober/november Handmatige
stootbrander/bosmaaier uitgerust met nylondraad: -
Behandeling 2x - mei thermisch - oktober m.b.v. bosmaaier Ridderkerk Chemische
bestrijding op openbare verharding wordt niet uitgevoerd, ook niet incidenteel
en op bemoste stukken. Borstelen en incidenteel branden is de alternatieve
aanpak. Vluchtheuvels op middenbermpjes met steenslag worden gemaaid. De
frequentie is afhankelijk van de veiligheid (het uitzicht). Schiedam In
Schiedam wordt regelmatig geborsteld in combinatie met afmaaien en vegen.
Hiervoor is de NV ONS verantwoordelijk. Vlaardingen Van
de verhardingen zijn vanaf 1984 alleen de goten van de doorgaande wegen
behandeld met glufosinaat-ammonium in een lage concentratie. Met ingang van 1988
worden ook hier geen chemische middelen meer toegepast. Ter bestrijding van
onkruid op de verhardingen wordt alleen gebruik gemaakt van borstelmachines,
bosmaaiers en schoffelen (in beperkte mate). Voorschoten Bestrijden
van onkruid op verhardingen kan eenvoudig geschieden op mechanische wijze,
borstelen lijkt ons vooralsnog de meest effectieve methode. Zevenaar Alleen
in enkele gevallen waarbij de vegetatie door het asfalt groeide, is gebruik
gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Voor het overige wordt het onkruid
op de verharding middels een borstelmachine of handmatig middels een schoffel
verwijderd. Vluchtheuvels of verkeersgeleiders die afgewerkt zijn met een halfverharding en begroeid raken worden meegenomen in het maairegime. Zwolle Op
verharding geen gif meer. Randdoorgroei
bij asfaltwegen: borstelen en handmatig onkruid verwijderen. Bij obstakels:
idem. Vluchtheuvels
bij invalswegen: idem en naadvrij aanleggen. In
situaties waarbij de verkeersveiligheid in het geding is: maaien, handmatig
verwijderen. Opm.:
Onkruid in verharding is een prima indicator voor de mate van het gebruik van
die verharding. Dit kan aanleiding zijn om verharding te vervangen door
beplanting of gras. Achtkarspelen,
H.J. v.d. Velde Alphen
aan den Rijn, mevr. Stouten, taakgroep Milieu Apeldoorn,
ir. F.C. van Rooden, directeur van de dienst Groen, Natuur en Landschap
sportterreinen/begraafplaatsen: de heren L. Veldhuis of
R. Wisse
plantsoenen: de hr. H. Kuijpers
verhardingen: de hr. M. Legtenberg Boxtel,
K. Koppenaal, hoofd afdeling Openbare Werken Breda,
W. Kerkhoven Ede,
ing. A.H. Zwikker, directeur dienst Openbare Werken Enschede,
mevr. C. de Hamer, Milieudienst Heemstede,
de hr. Th. van der Wiel, hoofd afdeling Reiniging en Vervoer van de sector
Gemeentewerken Maassluis,
A.J.A. van Rijn, chef van de afdeling Groenvoorziening van de sector Stads- en
Milieubeheer Meppel,
Marjan Mulder, afd. Milieu en Reiniging Mook
en Middelaar, Burgemeester en Wethouders Nieuwerkerk
aan den IJssel, C.J.M. de Vries, hoofd van de afdeling Civiele Werken Noord-Brabant,
de hr. H. Hairwassers, afdeling Infrastructuur, bureau Bedrijfsbureau Opsterland,
Burgemeester en Wethouders,
Mr. J. van Bodegom, burgemeester Ridderkerk,
afdeling Groen van de gemeente Ridderkerk Schiedam,
Burgemeester en Wethouders, ir. J.C.D. Boeke, chef van de afdeling Ruimtelijke
Ontwikkeling en Stadsbeheer Vlaardingen,
R. Daemen, hoofd van de sector beheer, Dienst Milieu Voorschoten,
ir. J.F.D. Bonjer, directeur Openbare Werken Zevenaar,
D. Molema, Openbare Werken Zoetermeer,
R.M. Mulder, hoofd afdeling Groen en Openluchtrecreatie Zwolle,
de hr. H.H. Janssen, wethouder voor Groen
mevr. ir. M. Heijnis, wnd. directeur en hoofd van de afdeling Beleid en
Plannen van de sector G.S.R.
hr. J.E.C. Hiehle, hoofd afdeling Aanleg en Onderhoud van de sector
Hank Prinsen, voorlichter sector Groen, Sport en Recreatie Beaart,
Kees, Naar Natuurrijk Groen: handleiding op weg naar gifvrij beheer groen en
bestrating, derde herziene ,uitgebreide druk, Stichting Natuurverrijking, 1993 Beaart,
Kees, Round-up glyfosaat, Stichting Natuurverrijking, 1995 IKC-Kerngroep
MJP-G, Gewasbescherming en milieu, een overzicht, 1993 Koster,
Arie, Vademecum wilde planten, 1993 Landwehr,
J. en Sipkes, C., Wildeplantentuinen, Instituut voor Natuurbeschermingseducatie,
1974 Sluijsmans,
J.J.L., Reductieprogramma chemische onkruidbestrijdingsmiddelen bij gemeenten,
IBN-rapport 098, 1994 Sluijsmans,
J.J.L., en Spijker, J.H., Maatregelen om het gebruik van chemische middelen op
verhardingen in de gemeente Utrecht uit te sluiten, IBN-rapport 081, 1994 Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, Natuur in de stedelijke omgeving, 1981 Zonderwijk,
Dr.P., De bonte berm, 1979 Zandbergen,
L.H., en Heutink, K.H., Milieuvriendelijkere inrichting van de openbare ruimte,
verslag van twee studiebijeenkomsten, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij, Directie Oost, 1995 BEKNOPTE
INFORMATIE "TOP GUN tegen onkruid" (Toelatingsnummer
11572 N) In
1991 werd de toelating aangevraagd voor het plantendodende middel "Superfast
tegen onkruid", door Safer Ltd., Londen, Engeland. Het middel wordt
geproduceerd door Safer Ltd., Scarborough, Ontario, Canada. Sinds juni 1995 is
het middel onder de naam "Top Gun" in Nederland toegelaten. De
import en verkoop is in handen van ECOstyle/ Europlant BV, Appelscha. Samenstelling: Top
Gun bestaat voor 40% uit werkzame stoffen en voor 60% uit water. Van de 40%
werkzame stoffen bestaat 40% uit vetzuren (nonylzuur, caprylzuur en caprinezuur),
55% katoenzaadolie en 5% uitvloeiers (Atlox 3404, Atlox 3409F en Tween 80). De
vetzuren worden verkregen uit planten. Het proces vindt plaats in water, stoom,
onder hoge druk en hoge temperatuur om zo de vetten en oliën te hydrolyseren
tot vetzuren. Katoenzaadolie
kan "gossypol", een stof met een zaaddodende werking, bevatten. Op
basis van informatie van het College voor de Toelating van
Bestrijdingsmiddelen is over mogelijke verontreiniging van Top Gun met
gossypol bezorgdheid ontstaan. Recente onderzoekingen door Penta Manufacturing
Company, Livingston en de Rijksuniversiteit te Leiden wijzen uit dat Top Gun
geen meetbare hoeveelheid gossypol bevat. De
afbraak Op
basis van de op dit moment beschikbare informatie mag verondersteld worden dat
de vetzuren die uit planten voortkomen geen problemen bij de afbraak zullen
geven. Katoenzaadolie breekt vermoedelijk slecht af. Over
de fabrikage en de afbraak van de uitvloeiers zijn momenteel vrijwel geen
gegevens beschikbaar. Bij
toepassing van bestrijdingsmiddelen op bestrating moet er, gezien de aard van
deze toepassing, altijd van uitgegaan worden dat een belangrijk deel van het
middel, met name via het rioolstelsel, het oppervlaktewater zal
verontreinigen. Risico's
voor de Gezondheid De
Stichting Natuurverrijking beschikt momenteel niet over resultaten van
toxicologisch onderzoek. De verpakking maakt echter duidelijk dat ook met Top
Gun voorzichtig moet worden omgegaan. Verpakking: Op
de verpakking van Top Gun moet een "Andreaskruis" worden
opgenomen met als onderschrift "Irriterend". Onder
"Veiligheidsaanbevelingen" moet onder meer worden vermeld: -
Aanraking met de ogen en de huid vermijden. -
Draag geschikte handschoenen. Onder
"Bijzondere gevaren" moet op het etiket staan: -
Irriterend voor de ogen. -
Irriterend voor de huid. -
Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Effecten
op flora en fauna: Bij
het spuiten met plantendodende middelen bestaat altijd het gevaar dat gewenste
soorten getroffen worden en schade aan de flora wordt veroorzaakt. Bij
het plantsoenbeheer behoort gestreefd te worden naar de ontwikkeling van een
gewenste kruidenlaag. Een breedwerkend bestrijdingsmiddel als Top Gun past bij
deze beheersvorm niet. Het doden van kruiden in een plantsoen heeft
catastrofale gevolgen voor vele kleine en grotere dieren die niet kunnen leven
zonder kruiden. De
bezwaren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het plantsoen en de wijze
waarop een gewenste kruidenlaag ontwikkeld kan worden, wordt beschreven in
"Naar Natuurrijk Groen", een uitgave van Natuurverrijking (140 pagina's). De
Stichting Natuurverrijking is verheugd, dat Ecostyle, mede na overleg met de
Stichting Natuurverrijking, vanuit de biologische gedachte waaruit het bedrijf
werkt, het gebruik van Top Gun in plantsoenen etc. afraadt: "Hier bestaat namelijk het gevaar dat gewenste elementen
van flora en fauna getroffen worden en de kruidenlaag wordt aangetast."
(citaat Ecostyle, d.d. 18 oktober 1995) In
januari 1996 verscheen het KIWA rapport, KOA 96017: "Risicoanalyse voor
de toepassing van het herbicide Top Gun bij onkruidbestrijding." Het
rapport werd gemaakt in opdracht van de VEWIN, door H.M.J. Janssen, J. Spijker,
L.M. Puijker en W.D. Denneman. Hieronder
volgen letterlijk de conclusies van deze risico-analyse: -
Er is nog te weinig wetenschappelijk onderbouwde informatie om Top Gun
veilig voor de drinkwatervoorziening te kunnen noemen. -
Voor Top Gun is geen milieu-evaluatie door de CTB uitgevoerd. -
De werkzame stoffen, C8-C10-vetzuur, breken waarschijnlijk snel af in
het milieu en zijn niet giftig voor zoogdieren. -
Er zijn geen wetenschappelijke gegevens over de afbraak en de mobiliteit
van katoenzaadolie beschikbaar. Op basis van de structuur wordt er vanuit gegaan
dat katoenzaadolie slecht
afbreekbaar is en een geringe mobiliteit heeft. -
Top Gun is een weinig effectief middel en door het gebruik van Top Gun
komen grote hoeveelheden van de componenten in het milieu. Er bestaat gerede
kans dat restanten na de toepassing op verharde oppervlakken in het riool
terecht komen en daarna in het oppervlaktewater in een concentratie boven 0,1 ug/l (de norm voor bestrijdingsmiddelen uit het Waterleidingbesluit) aanwezig
zijn. -
Bij afspoeling van grote hoeveelheden vetzuren via het riool naar de
rioolwaterzuiveringsinstallatie ontstaat het risico van verminderde anaërobe
afbraak. -
De exacte formulering van de surfactanten is niet bekend, waardoor een
gedetailleerde risicoanalyse niet mogelijk is voor deze componenten. -
De surfactanten Tween 80, Atlox 3404 en Atlox 3409 F zijn goed
wateroplosbaar en mogelijk slecht afbreekbaar, waardoor ze in verband met een
overschrijding van de norm uit het Waterleidingbesluit van 200 ug/l voor oppervlakte
aktieve componenten een probleem kunnen vormen voor de drinkwatervoorziening. -
Tween 80 is weinig toxisch voor zoogdieren, maar er zijn aanwijzingen
voor effecten op de reproductie, tumorindicatie en mutageniteit. -
Van Atlox 3404 en Atlox 3409 F zijn geen exacte toxiciteitsgegevens
beschikbaar. Structuur verwante lineaire alkylbenzeensulfonaten (LAS) zijn
weinig giftig en breken snel af. De afbraaksnelheid, mobiliteit en giftigheid
zijn sterk afhankelijk van de mate van vertakking van de alkylbenzeensulfonaten
en deze mate van vertakking is voor Atlox onbekend. -
De werkzame stoffen in Top Gun breken sneller af dan de herbiciden diuron en glyfosaat. Nader vergelijkend praktijkonderzoek
moet bevestigen of het gebruik van Top Gun minder milieuonvriendelijk is dan
andere herbiciden. -
Er is (nog) geen Uniform Beoordelings Systeem (UBS) bij het RIVM
beschikbaar voor de middelen die in het openbaar groen worden toegepast. Een
dergelijke methode zou in dit geval, naast praktijkonderzoek, uitsluitsel over
een vergelijking van middelen moeten geven. -
Door het ontbreken van sluitende, wetenschappelijk onderbouwde gegevens
voor een aantal componenten blijft het wieden, schoffelen en branden het beste
alternatief voor een milieuvriendelijke onkruidbestrijding in het openbaar
groen. ONKRUID Hebben
wel alle Planten, die men met den onwaardigen naam van Onkruid betytelt,
denzelven verdiend? Zult gy er de Klaproos, (Papaver rhaeas) zulk een uitmuntend
geneesmiddel, het fraaie blaauwe Koornbloempje (Centaurea cyanus), de Dolyk,
(Lolium temulentum) de wilde Gierst en zo veele anderen onder tellen? Is 't
geene groote Wysheid, dat zy onder en by andere zwakke Planten willen groeien,
om die op te beuren, te ondersteunen, te bedekken, en ons in ziekte te geneezen?
Wat houdt het neerbuigend Koorn, by een Onweder of Dwarlwind, beter op dan 't
Onkruid? Hadden
eenige braave Mannen hunne onvermoeide proeven agtergelaaten, zouden ze dan ter
eere van den God der Natuur, deeze uitmuntende waarheid geleerd hebben, dat,
naamelyk, de Planten de Lucht of den Dampkring van schaadelyke en besmettende
uitwaasemingen zuiveren; en dat, hoe meer deeze besmet schynt, hoe sterker
geenen groeien, of hoe meer zy dezelve zuiveren? Gewassen, die men met voeten
treedt, en naauwlyks aanziet, of op welken men, als of dat nog niet genoeg ware,
met bedilzieke redenen aanvalt, en voor onnut scheldt, doen dikwerf aan ons
zulke alleruitneemendste diensten. J.F. MARTINET (1729-1795) GROENE
GEMEENTEN -
GIFVRIJ ONDERHOUD VAN GROEN EN BESTRATING, TIPS VANUIT DE PRAKTIJK - tekst:
zie RESPONDENTEN
Voorwoord, Inleiding en Bijlage: Kees Beaart
"Nut der Tuinen" en "Onkruid": J.F. Martinet
(1729-1795) redactie:
Kees Beaart omslag
en vormgeving: Fred Teunissen uitgave: Stichting Natuurverrijking
Opperduit 362
2941 AR Lekkerkerk ISBN
90 71870 09 X |
|
|