|
Op deze en volgende pagina's
staat de Nederlandse vertaling.
Voorwoord
De
eerste keer dat ik werd geattendeerd op de risico's van glyfosaat was aan het
begin van de jaren tachtig. Een Wageningse onderzoeker benaderde mij toen
uit ongerustheid over de afbreekbaarheid van deze stof. Hij stuurde mij een
aantal wetenschappelijke publicaties waaruit blijkt dat glyfosaat, wanneer het
eenmaal in een plant zit, zeer slecht afbreekt. Bij de toelating van glyfosaat
had men dat genegeerd, aldus de onderzoeker in kwestie. De toelatingsinstantie
hechtte volledig geloof aan de bewering van Monsanto dat het onder de merknaam
Roundup gefabriceerde glyfosaat goed en snel afbreekbaar is. Door de slechte
afbreekbaarheid in plantaardig materiaal bevatte stro destijds een hoog
gehalte Roundup. De gevolgen daarvan kwamen kort daarna op dramatische wijze
boven tafel door het gebruik van champost. Van stro vervaardigde champost werd
gebruikt bij de teelt van champignons. Afgedankte champost vond zijn weg
naar tuinen. En in die tuinen bleek dat Roundup nog alleszins intact was en
als alle plantendoder fungeerde.
Dit
incident zette de toon voor de discussie over glyfosaat tot nu toe. De
voornaamste fabrikant ervan, Monsanto houdt bij hoog en bij laag vol dat het
gaat om een mens- en milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel. Het zou niet
gevaarlijker zijn dan keukenzout, zo kan men op de Monsanto website lezen.
En bij verkooppraatjes wordt wel gezegd dat men er best een glas van kan
drinken. En bij de introductie van Roundup-resistente gentech soja door
Monsanto werd met droge ogen door deze firma volgehouden dat deze een grote
winst voor het milieu betrof. Bedrijven als Unilever papegaaiden dat na.
De
toelating van glyfosaat in Nederland berust nog altijd op het materiaal dat
Monsanto en andere fabrikanten van dit spul overleggen. Grotendeels gaat het
daarbij om onderzoek dat niet door de zeef van wetenschappelijke tijdschriften
is gegaan. Vanuit een oogpunt van betrouwbaarheid is deze informatie duidelijk
in het nadeel vergeleken bij publicaties in de wetenschappelijke literatuur.
Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) dat in Nederland
de toelating verzorgt trekt zich daar in de praktijk niets van aan.
Publicaties in wetenschappelijke tijdschriften die een minder florissant beeld
geven van glyfosaat worden door het CTB nog altijd grotendeels genegeerd. Deze
vorm van blindheid heeft ruime navolging. Het Centrum voor Landbouw en Milieu
vaart in zijn milieumeetlat eveneens blind op wat de fabrikanten ons willen
laten geloven. Het verzoek om onderzoeksmateriaal uit de wetenschappelijke
vakliteratuur serieus te nemen wordt daar sinds jaar en dag genegeerd. En heel
wat gemeentes en boeren die inmiddels aan glyfosaat verslaafd zijn geraakt
geloven de fabrikanten daarvan eveneens voetstoots.
Daarom
is het een goede zaak dat Natuurverrijking dit uitstekend gedocumenteerde
boekje van Caroline Cox uitgeeft. Het geeft een goed beeld van de huidige
wetenschappelijke kennis inzake glyfosaat. Het beeld dat daaruit oprijst is
zeer veel somberder dan wat de fabrikanten ons willen doen geloven. Voor het
CTB zou deze informatie ruimschoots voldoende moeten zijn om de toelating van
glyfosaat te beëindigen. Voor gemeentes en boeren is er, gezien wat
Caroline Cox ten berde brengt, alle reden om te stoppen met het gebruik van
glyfosaat. Natuurverrijking heeft bij de Reclame Code Commissie inmiddels acht
zaken over misleidende reclameteksten van Monsanto voor Roundup op vele punten
gewonnen.
Wie
dit boekje leest zal geen moeite hebben te begrijpen waarom.
Lucas
Reijnders
GLYFOSAAT
(Roundup)
Antwoord
aan een chemiereus
•
Door
Caroline Cox van de "Northwest
Coalition for Alternatives to Pesticides" (NCAP), Eugene, Oregon,
Verenigde Staten
|