Start Email Inhoud Resultaten

Start

 

De activiteiten van de Stichting Natuurverrijking hebben in de afgelopen jaren al het nodige resultaat opgeleverd:

Veel gemeenten zijn op aandringen van Natuurverrijking "gifvrij" onderhoud van het openbaar groen gaan toepassen. 

Zie daarvoor de lijst van groene gemeenten en onze groene lijst.

Verschillende misleidende reclame-uitingen van fabrikanten van bestrijdingsmiddelen zijn door acties van Natuurverrijking via de Reclame Code Commissie verboden. 

U kunt hierover ook lezen in onze persberichten.

 

Hieronder vindt u een resumé van de belangrijkste zaken die door de Stichting Natuurverrijking in de Reclame Code Commissie zijn ingebracht.


bezwaarschrift d.d. 19 juni 2002

 

Lekkerkerk, 19 juni 2002

Aan het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen

Geacht College,

Ter motivering van onze bezwaarschriften d.d. 24 april 2002 en 29 mei 2002, door u geregistreerd onder de nummers 2002-26 en 2002-35, hierbij het volgende:

 

Wij menen dat de besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen in strijd met de wettelijke bepalingen tot stand zijn gekomen, aangezien wij menen dat niet is vastgesteld dat onaanvaardbare neveneffecten bij gebruik niet zullen voorkomen.

Allereerst willen wij hierbij opmerken dat onze motivering nog niet volledig kan zijn, aangezien wij niet over alle achtergrondinformatie beschikken, waarnaar wij diverse malen gevraagd hebben (o.a. in ons vorige schrijven d.d. 29 mei j.l.). Bovendien maken wij er bezwaar tegen dat wij als betrokkenen bij de hoorprocedure niet in de gelegenheid gesteld zijn onze zienswijze kenbaar te maken. Wij menen bovendien dat informatie achtergehouden is door ons niet bij deze hoorprocedure te betrekken.

 

Nadere toelichting zal volgen als ook wij gelegenheid gehad hebben alle relevante stukken te bestuderen. Hierbij doen we opnieuw op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur een verzoek alle besluiten en conceptbesluiten van het CTB en alle overige achterliggende stukken ten aanzien van glyfosaat-bevattende middelen te ontvangen, waaronder onder meer:

-         Alle schriftelijke stukken en verslagen betreffende de aangegeven hoorprocedure

-         Collegestukken: C-97.3.12, C-111, C-113.3.3, C-91.6a

-         TNO-rapporten nr. 01-48-A-262/1,  99-063-C-262/2

-         RIVM-milieubeoordeling d.d. 13 augustus 2001

-         ECCO rapport 78, d.d. 15 juni 1999

-         EU-monograph glyfosaat.

-         Samenstelling van de beide middelen, incl. verontreinigingen

 

Hieronder volgt een voorlopige, beknopte, toelichting op onze bezwaarschriften:

 

Volksgezondheid: Residuen

Natuurverrijking meent dat als gevolg van toelating en gebruik van glyfosaat de toegestane residuen ervan in ons voedsel zodanig hoog zijn dat de volksgezondheid gevaar loopt. Aan de voortdurende stijging van de hoogten van toegestane maximale residuen in ons voedsel (zie de eerder overlegde uitgave “Round-up Glyfosaat –vervolg”, blz. 25 t/m 33) blijkt nog steeds geen einde te komen.   Na verschijning van genoemde uitgave volgden opnieuw diverse verhogingen van toegestane maximale residuen in o.a. olijven, peulvruchten, katoenzaad, mosterdzaad en sorghum.

De door het CTB aangehaalde ( zie Bijlage 1, d.d. 8 oktober 1999, van het Besluit tot verlenging van de toelatingen van glyfosaat) tabel T.3 Risicoschatting consument (Nederlands dieet) geeft een misleidende indruk van de mogelijke blootstelling aan glyfosaat via ons voedsel. Wij menen namelijk dat ter consumering aangeschaft voedsel ook geconsumeerd moet kunnen worden:

Iemand die kantarellen aanschaft zal ongeveer 200 gram per persoon (en geen 0,002 gram, zoals volgens de tabel) berekenen om te consumeren: een hoeveelheid die wettelijk 10 milligram glyfosaat mag bevatten. Dit is precies de hoeveelheid die een persoon die 100 kilo weegt maximaal zou mogen opnemen op basis van de thans in ons land geldende ADI.

Wie zijn kinderen dagelijks havermout geeft en denkt dat dit gezond is vergist zich wat betreft mogelijke belasting met glyfosaat. Twee ons havermout mag tot 4 milligram glyfosaat bevatten, de uit oogpunt van gezondheid maximale hoeveelheid voor een persoon van 40 kilo. Natuurverrijking meent dat niemand het “Nederlands dieet” eet. 0,002 gram paddestoel of 1,371 gram haver(mout) per dag zijn geen realistische hoeveelheden. Bij berekeningen met hoeveelheden voedsel die normaal geconsumeerd worden, mogen naar onze opvatting geen overschrijdingen van de ADI plaats vinden, zeker niet gezien het feit dat niet gewaarschuwd wordt voor mogelijke overschrijdingen van de ADI van glyfosaat bij consumering van producten die hoge residuen mogen bevatten.

Natuurverrijking is bezorgd over het feit dat uit de bijlage bij het besluit tot verlenging van de toelatingen niet blijkt dat Nederland binnen de EU  pleit voor handhaving van de sinds 1983 door het CTB gehanteerde ADI van 0,1 mg/kg lg. Deze norm is gebaseerd op chronisch onderzoek bij ratten waarbij 10 mg/kg lg als No-Effect Level werd gevonden. Natuurverrijking meent dat nieuw onderzoek nimmer mag leiden tot versoepeling van deze op basis van onderzoek vastgestelde norm. 

Hoewel ons door Nederlandse overheden geen details van het onderzoek verstrekt zijn waarop de in 1983 vastgestelde ADI is gebaseerd, vermoeden wij dat het een door Biodynamics verricht 3 generatie reproductie onderzoek bij ratten betreft; #77-20663; 3/31/81 & 7/6/82, waarvan de EPA ons op de hoogte stelde. Bij dit onderzoek veroorzaakte 10 mg/kg lg nog juist geen nierafwijkingen.

In Bijlage 1 van het huidige besluit van het CTB wordt onder Summary (Annex llA, point 5.10) als ADI 0,3 mg/kg bw/d genoemd. Volkomen onduidelijk is of de Nederlandse overheid nu ook de ADI verdrievoudigd heeft. Als de sinds 1983 in ons land gehanteerde ADI niet meer geldt zou tenminste een verantwoording van deze verhoging gegeven dienen te worden.

Natuurverrijking stelt juist een strengere ADI voor, omdat we in de praktijk met residuen van vele verschillende bestrijdingsmiddelen, die elkaars werking kunnen versterken, in aanraking komen. ( Zie ook eerder overlegde kopieen uit “Combinatietoxicologie van bestrijdingsmiddelen” van A. de Weerd).

 

Volksgezondheid: onbewust contact

Blootstellinggegevens als gevolg van onbewust contact met bespoten vegetatie ontbreken in de Bijlage van de Besluiten tot verlenging van de toelatingen.

Natuurverrijking meent dat toelating van glyfosaatbevattende middelen  voor toepassing in de woonomgeving leidt tot onwetend, onbewust en ongewenst contact met het middel, hetgeen nadelige gevolgen voor de gezondheid kan hebben. Om dergelijk ongewenst contact met name op openbaar toegankelijke plaatsen te voorkomen, pleiten wij voor een verbod van alle chemische middelen voor dergelijke toepassingen, of tenminste voor een verplichting tot het plaatsen van waarschuwingsborden, als op openbaar toegankelijke plaatsen is gespoten. In de VS bijvoorbeeld is dit wel wettelijk voorgeschreven.

 

Volksgezondheid: Neurotoxiciteit

Wij vragen ons af hoe het mogelijk is dat in Bijlage 1 van de Besluiten tot verlenging van de toelatingen aan neurotoxische effecten geen aandacht wordt besteed.  Het onderzoek naar neurotoxiciteit bij kippen, waarvan de EPA ons de resultaten beschikbaar stelde, gaf een NOEL van 7,5 mg/kg!

 

Volksgezondheid: Genotoxische en mutagene eigenschappen en effecten op de voortplanting

Wij maken er bezwaar tegen dat in Bijlage 1 geen enkele aandacht wordt besteed aan onderzoekgegevens die wel degelijk wijzen op dergelijke effecten. Zie de eerder overlegde uitgave van C. Cox, blz. 22-26.

 

Conclusie:

Gezien voorgaande overwegingen menen wij dat het onjuist is dat het CTB in haar conclusie stelt dat glyfosaat “…geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van degene die de middelen toepast, noch voor de volksgezondheid heeft”. Deze conclusie zou naar onze mening slechts gesteld mogen worden als tenminste ook onderzoek is verricht naar glyfosaatbelasting  in de mens, aangezien ook in dierproeven (zie o.a. C 88.3.5) is gebleken dat glyfosaat en AMPA aangetroffen worden in o.a. lever, nieren, botten en bloed.

 

Milieu: water

Grondwater: Natuurverrijking meent dat de toelatingen van glyfosaat niet verlengd mogen worden, omdat het middel evenals de metaboliet AMPA  in het grondwater geraken. Zie het eerder overlegde artikel: Roundup ender i grundvandet, VAF, 9 juni 1999

Oppervlaktewater: De gemiddelde glyfosaatconcentratie in diverse oppervlaktewaters is ongeveer 0,3 microgram per liter, lokaal vaak hoger. Hierdoor wordt volgens het KIWA het Nederlandse drinkwater bedreigd. Zie o.a. de KIWA-brochure “Glyfosaat: de stand van zaken”.

Informatie over het voorkomen van glyfosaat in regenwater ontbreekt.

 

Natuurverrijking meent dat het een tekortkoming is van het CTB, dat voor glyfosaat geen ecotoxicologische waarde voor waterorganismen is bepaald, zoals in de nota nr. 89.016a  “Kansen voor waterorganismen” van DBW/RIZA.

 

Veel toepassingen van zowel Roundup Dry als Roundup Ready to Use voldoen niet aan de criteria van het Besluit Milieutoelatingseisen  Bestrijdingsmiddelen, zoals wordt aangegeven op blz. 25 van RIVM Adviesrapport: 06058A00, een rapport dat in opdracht van het CTB werd samengesteld.

 

Milieu: lucht

Uit Bijlage 1 blijkt dat gegevens over het gedrag van het middel in de lucht niet beschikbaar zijn. Wij menen dat dit feit een ernstige tekortkoming van het CTB aangeeft en menen dat door het ontbreken van deze gegevens het CTB niet tot de conclusie had mogen komen dat de betreffende middelen geen voor het milieu onaanvaardbare effecten heeft.

Zie ook: “Schone lucht vraagt drastische aanpassing van gewasbescherming- Meer aandacht nodig voor effecten neerslag bestrijdingsmiddel”, H2O nr.3, 2000, blz. 11-13.

 

Milieu: Bodem

Resten van glyfosaat blijven aan bodemdeeltjes gebonden vele jaren aanwezig. Het is beslist nog niet bekend wat er gaat gebeuren als de bodem na vele tientallen jaren met het middel verzadigd is. Er zijn aanwijzingen dat de stof dan, ongewenst, opnieuw werkzaam kan worden.

Dat het middel ook kort na toepassing via de bodem werkzaam kan zijn blijkt o.m. uit gegevens van het Deense Ministerie van Landbouw, dat ervoor waarschuwt glyfosaat niet onder een aantal boomsoorten te spuiten, omdat ze er gevoelig voor zijn. (Zie de reeds eerder overlegde pagina’s uit “Ukrudsbekaempelse i havebrug og vedplantekulturer, Deense Ministerie van Landbouw).

Deze schadelijke werking voor planten welker instandhouding gewenst is krijgt in ons land ten onrechte geen enkele aandacht. Indien ook deze schadelijke werking niet leidt tot intrekking van de toelating menen wij dat gebruikers van het middel tenminste van deze werking op de hoogte gesteld dienen te worden.

 

Milieu: Algemeen

De ongewenste verspreiding van glyfosaat in het totale milieu blijkt uit de hoge gehalten van residuen glyfosaat die in wilde paddestoelen worden aangetroffen. Volgens onze opvatting zijn er wettelijk zelfs geen mogelijkheden om een dergelijk hoog residu in wilde paddestoelen toe te staan. Volgens Art. 1 van de Regeling residuen van bestrijdingsmiddelen worden de toelaatbare hoeveelheden immers bepaald uit oogpunt van volksgezondheid en goed landbouwkundig gebruik. Uit oogpunt van volksgezondheid is 50 mg glyfosaat per kilo voedsel veel te hoog. Goed landbouwkundig gebruik mag er toch niet toe leiden  dat extreem hoge gehalten glyfosaat worden toegestaan in een product of teelt waar glyfosaat in het geheel niet is toegelaten.

Glyfosaat in het milieu bedreigt het totale ecosysteem, waarin paddestoelen een belangrijke rol spelen. Zie ook C. Cox, blz. 43,44.

 

Conclusie Milieu:

Gezien voorgaande overwegingen menen wij dat het onjuist is dat het CTB in haar Conclusie stelt dat de betreffende middelen geen voor het milieu onaanvaardbare effecten heeft.

 

Niet-actieve bestanddelen:

Natuurverrijking maakt er bezwaar tegen dat wij en gebruikers niet mogen weten welke bestanddelen de handelsproducten bevatten. In feite weet niemand precies wat er gespoten wordt. Bij de toelating hebben verontreinigingen in het middel als nitroso-glyfosaat en 1,4-dioxaan kennelijk geen rol gespeeld, terwijl ook andere bestanddelen niet vermeld worden, waardoor milieueffecten van deze stoffen vrijwel onmogelijk onderzocht kunnen worden.

 

Onbedoelde effecten voor planten en dieren:

In Bijlage 1 worden voor het merendeel onderzoeken aangegeven waaruit weinig overschrijdingen van de normen worden geconstateerd. Helaas heeft het middel veel meer onbedoelde effecten voor planten en dieren dan uit de Bijlage blijkt. Wij verwijzen daarom hierbij naar de eerder overlegde uitgave “Glyfosaat (Roundup) Feiten” van C. Cox, blz. 36 t/m 44.

 

 

Naast de hiervoor aangegeven bezwaren tegen de verlenging van de toelatingen van beide middelen maken wij hierbij bovendien bezwaar tegen een aantal toepassingen die onnodig extra risico’s met zich meebrengen:

 

-  Alle toepassingen op reeds afgerijpte gewassen, zoals in B. Gebruiksaanwijzing aangegeven.

Ook zonder deze toepassingen kan goed geoogst worden. Door kort voor de oogst nog met glyfosaat te spuiten komen onnodig hoge residuen in de gewassen en in ons dagelijks brood. (Zie een eerder overlegd Deens artikel hierover). Het niet-verlengen van deze toepassingen is ook in het belang van de fabrikanten van glyfosaat, omdat daardoor negatieve publiciteit over glyfosaat voorkomen kan worden. Als algemeen bekend wordt dat graan kort voor de oogst nog met gif bespoten wordt zal de weerstand ertegen groot zijn. In Denemarken eisten meelproducenten en bakkers van de landbouw graan dat niet voor de oogst met glyfosaat bespoten is. Met ingang van 1999 wordt in Denemarken gegarandeerd dat voor brood alleen Deens of geïmporteerd graan gebruikt wordt dat niet voor de oogst met glyfosaat is bespoten. (Zie de reeds overlegde artikelen “Havnemoller kraever korn uden Roundup”, VAF, 29 juli 1998 en “Aftale om Roundup”, VAF, 8 augustus 1998) 

Wij menen bovendien dat deze in de Gebruiksaanwijzing aangegeven toepassing “Kort voor de oogst in afgerijpte graangewassen en droog te oogsten erwten en bonen” in strijd is met de volgens A. Wettelijk Gebruiksvoorschrift toegestane toepassingen. Daarom menen wij dat hetgeen hierover in de Gebruiksaanwijzing staat in strijd is met het Wettelijk Gebruiksvoorschrift. Daarom dringen wij er op aan de betreffende tekst uit B. Gebruiksaanwijzing te schrappen.

 

-  De toepassingen in weilanden, waarna het gras vervoederd mag worden.

De hoeveelheden glyfosaat op bespoten gras liggen boven het NOEL. Dieren die dit gras eten krijgen immers een verhoogd glyfosaat gehalte in de nieren. Uit Tabel T.1 (Bijlage 1, d.d. 8 oktober 1999) blijkt dat vleeskoeien meer glyfosaat opnemen  (10,71 mg/kg lg/dag), dan in chronisch onderzoek bij ratten waarin de NOAEL 10/mg lg/dag  bedroeg.

Wij kunnen ons niet voorstellen dat een boer z’n vee bespoten gras voert. Natuurverrijking pleit voor een verbod van het gebruik als voedsel van bespoten gras, zoals ook in andere EU landen het geval is.

Bovendien menen wij dat de betreffende toepassing in de broedtijd in strijd is met de Natuurbeschermingswet, aangezien het dan onmiskenbaar is dat broedsels van weidevogels verloren zullen gaan.

 

- Alle toepassingen op openbaar toegankelijke plaatsen.

Voor deze toepassingen zijn niet-chemische alternatieven.

Enkele honderden gemeenten en twee provincies tonen in de praktijk aan dat bestrating en groen zonder gif beheerd kunnen worden. Zie de laatste versie van de lijst met de namen van “Groene Gemeenten” op onze website: www.natuurverrijking.myweb.nl

 Al in 1984 werd aan alle gemeentebesturen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving een waarschuwend schrijven verzonden, vanuit de Regionale Inspecties van Volksgezondheid voor de Hygiëne van het Milieu. Aanbevolen werd o.m. om waarschuwingsborden te plaatsen. (Zie de eerder overlegde uitgave “Naar Natuurrijk Groen”, blz. 26 t/m 29) Natuurverrijking meent dat indien een middel toegelaten is op openbaar toegankelijke plaatsen er, net als in de VS, tenminste extra voorschriften moeten zijn om ongewenst contact zo veel mogelijk te voorkomen.

 

- Alle toepassingen dichter dan 10 meter bij water of een perceelgrens.

Hierbij maken wij bezwaar tegen het toelaten van deze toepassingen.

Het spuiten tot aan, soms zelfs voorbij, een perceelgrens veroorzaakt veel problemen, die voor een belangrijk deel voorkomen kunnen worden door te bepalen dat glyfosaat niet dichter dan 10 meter van een perceelgrens gebruikt mag worden. In bijvoorbeeld Denemarken bestaan reeds dergelijke bepalingen. Daar is het verboden dichter dan 10 meter bij enig water met glyfosaat te spuiten.

 

- Wat betreft slootbodems is Roundup Dry volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift uitsluitend toegestaan op droge slootbodems. Volgens B. Gebruiksaanwijzing zou ook in drassige slootbodems gespoten mogen worden. Daarom menen wij dat de Gebruiksaanwijzing aangepast dient te worden.

 

Tenslotte merken wij op dat als een bestrijdingsmiddel gebruikt wordt de voorschriften stipt opgevolgd dienen te worden. In de praktijk blijken de voorschriften van glyfosaatbevattende middelen echter veelal niet te worden opgevolgd, mede doordat gebruikers denken dat het middel onschadelijk of zelfs milieuvriendelijk is. Dit is mede een gevolg van misleidende reclame en voorlichting (Zie: “Round-up Glyfosaat – vervolg-“ , blz. 12 t/m 14 en 18 t/m 23, bijlage 4, blz. 24 en “Naar Natuurrijk Groen”, hoofdstuk 7).

Natuurverrijking meent dat het CTB tenminste medeverantwoordelijk is voor onwettig gebruik van het middel en voor misleidende reclame. Wij menen dat het ontbreken van een Andreaskruis op de verpakking ertoe bijdraagt dat gebruikers de risico’s onderschatten en zich niet aan de voorschriften houden. Bovendien worden al jarenlang geen maatregelen genomen tegen de misleidende vermelding “Biologisch Afbreekbaar” op de soms zelfs groen gekleurde verpakkingen van een aantal formuleringen. (Zie  Round-up Glyfosaat – vervolg- uitgave Natuurverrijking,  blz.18 t/m 22). Indien u de toelatingen van glyfosaat niet intrekt, verzoeken wij u dan ook op alle verpakkingen tenminste een Andreaskruis op te nemen, de groene kleur van verpakkingen te verbieden en te bevorderen dat maatregelen genomen worden tegen de vermelding “Biologisch afbreekbaar” op verpakkingen.

Verder maken wij er bezwaar tegen dat de verpakking van de betreffende middelen bij de verlenging van de toelating niet beoordeeld en goedgekeurd zijn, zoals bijvoorbeeld in Denemarken wel het geval is en dringen er hierbij op aan om controle van de verpakking tot een gebruikelijk onderdeel van de toelatingsprocedure te  maken.

 

Uit veel meer punten blijkt dat de voorgeschreven vermeldingen op de verpakking van Roundup Dry onjuistheden bevat, terwijl ook de vermeldingen op de verpakking van Roundup Ready to Use op veel punten verbeterd kan worden.

Het valt Natuurverrijking op dat het CTB op vele punten wel heel erg fabrikant-vriendelijk is.

Bijlage 1 geeft daarvan immers een groot aantal voorbeelden. Omdat wij twijfelen aan het nut van het aangeven van meer onjuistheden op de verpakking en punten ter verbetering ervan, willen wij hierbij  nog slechts opmerken dat het onzin is aan te geven dat het behandelde stro voor alle doeleinden gebruikt kan worden, zoals op de verpakking staat. In Denemarken wordt zelfs gewaarschuwd voor de kruidendodende werking van dit stro. Bij diverse zittingen van de Reclame Code Commissie werd zelfs door medewerkers van Monsanto deze werking erkend.

 

Bovendien menen wij dat de Veiligheidsinformatiebladen van de betreffende middelen, die volgens Richtlijn 93/112/EG dienen te worden opgesteld,  eveneens bij elke toelating of verlenging ervan openbaar moeten zijn en door het CTB dienen te zijn goedgekeurd. Wij maken dan ook bezwaar tegen het feit dat de Veiligheidsinformatiebladen ontbreken in de stukken die bij de (verlenging van) toelating openbaar zijn.

 

Met betrekking tot ons bezwaar tegen het besluit van het College, d.d. 26 april 2002, de toelating van Roundup Ready to Use te wijzigen vragen wij slechts om uitleg en duidelijkheid, aangezien wij uit ervaring weten dat Monsanto elke vermeende wijziging (verandering van de naam van een middel is al voldoende) zal aangrijpen om het middel in haar reclame bijvoorbeeld “nog vriendelijker en nog veiliger” te noemen.

Als het inderdaad geen werkelijke vermindering van het gehalte betreft, maar slechts een administratieve aanpassing, menen wij dat dit aangeeft dat het CTB kennelijk de samenstelling zelf niet goed kan interpreteren. Dit geeft dan nog eens extra aan dat het noodzakelijk is dat een einde gemaakt wordt aan het alleenrecht van het CTB kennis te mogen nemen van de samenstelling van bestrijdingsmiddelen.

 

Natuurverrijking vreest dat glyfosaat het DDT van de 21-ste eeuw zal worden als de toelatingen van de stof opnieuw verlengd worden:

-         evenals met DDT het geval was worden jaarlijks wereldwijd vele miljoenen kilo’s van het middel in het milieu gebracht door agrariërs, overheden en particulieren.

-         zoals DDT-ongevoelige insecten zijn ontstaan ontwikkelen momenteel glyfosaat-ongevoelige planten.

-         evenals bij DDT het geval is worden resten van glyfosaat, omzettingsproducten en verontreinigingen van het middel wereldwijd op vele plaatsen in het milieu, in planten en dieren aan getroffen. Onderzoek naar residuen van glyfosaat in de mens zal naar wij vrezen deze verontreiniging ook aantonen.

-         Evenals toepassers van DDT in het verleden, denken veel gebruikers van glyfosaat, dat het middel vrijwel geen nadelen heeft of zelfs milieuvriendelijk is.

We willen nogmaals benadrukken dat de hierbij gegeven toelichting slechts een voorlopige toelichting betreft die gebaseerd is op onvolledige gegevens. Daarom verzoeken wij u dan ook  na ontvangst en bestudering van de gevraagde stukken een meer gefundeerde toelichting te mogen geven.

Tenslotte delen wij u mede graag in de gelegenheid te worden gesteld ons bezwaarschrift ook  mondeling toe te lichten.

 

Hoogachtend,

 Kees Beaart (voorzitter)

 

 

bezwaarschrift d.d. 19 juni 2000

 

Beknopte toelichting dossier 1078/99.0159

College van Beroep, Stichting Reclame Code

Risico’s bestrijdingsmiddelen, glyfosaat

Onopgemerkt contact: 

-         voedsel: o.a. brood, soja, wilde paddestoelen (max. 50 mg/kg = 1000x norm 1982)

-          omgeving: contact met bespoten vegetatie, bestrating

-          water: drinkwater, baden en wassen

Verontreinigingen en niet-actieve bestanddelen geheim. Zie ontvangen kopie naar aanleiding Wob-procedure.

Contact als gevolg toepassing

Dodelijke hoeveelheid voor de mens is gemiddeld 200 ml, dus ongeveer 70 gram= 70.000 mg glyfosaat. Bij een gemiddeld gewicht van 70 kilo geeft dat dus een LD-50 waarde voor de mens van 1000 mg/kg lg. ADI 0,1 mg/kg lg.

Toepassing gebonden aan vele wettelijke voorschriften  De leveranciers van bestrijdingsmiddelen hebben zich een stuk zelfdiscipline opgelegd: De Product Stewardship Intentieverklaring van Nefyto. Volgens Art. 8 van deze Intentieverklaring  begeleiden  en ondersteunen de leveranciers het product zodanig dat de grootst mogelijke zekerheid wordt verkregen voor een toepassing van het middel volgens het wettelijk gebruiksvoorschrift. 

Volgens Art. 3 verplichten de leveranciers zich bij het ontwikkelen van bestrijdingsmiddelen gebruik te maken van grond- en hulpstoffen resp. te kiezen voor formulerings- en verpakkingsvormen, die zo min mogelijk belastend zijn voor mens dier en milieu.

Volgens Art. 4 verlenen de aangesloten leveranciers van bestrijdingsmiddelen zover dat in hun vermogen ligt medewerking aan projecten, die er op gericht zijn de belasting voor mens, dier en milieu als gevolg van omgaan met en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum te beperken.

Vgl. betreffende brochure met deze artikelen.

Reactie op verweerschrift Monsanto d.d. 17-2-2000:

Bezwaar Natuurverrijking was niet gericht op vergelijking van Roundup met Roundup Pro. Zie schrijven Natuurverrijking d.d. 3 maart 1999.  In de brochure wordt deze vergelijking niet steeds gemaakt bij het “Nog veiliger voor de gebruiker en nog minder milieubelastend” noemen van Roundup Pro. Het is Monsanto geweest die dit verband bij de behandeling gelegd heeft. Van uitbreiding van de klacht is dus geen sprake.

Bestudering van door Monsanto aangegeven EU-stukken heeft geen informatie opgeleverd over “gemiddelde EU-oog en huidirritatiescores”. EU-richtlijnen 91/414/EEG en 67/548/EEG desgewenst overleggen.

Het schrijven van het RIVM is overlegd, omdat daarin op het tweede blad wordt aangegeven welke vergiftigingsverschijnselen kunnen optreden na ingestie van Roundup, hetgeen een geheel ander beeld geeft dan in de brochure van Monsanto wordt gesuggereerd. Dat de veronderstelde blootstelling aan Roundup minder waarschijnlijk wordt gevonden doet daaraan niets af. Natuurverrijking heeft in haar schrijven d.d. 3 maart 1999 gesteld dat in de brochure wetenschappelijke gegevens zeer misleidend gebruikt worden, dus ook hier is van uitbreiding van de klacht geen sprake.

Het bevreemdt Natuurverrijking dat Monsanto bezwaar maakt tegen toezending van het CTB Besluit aangaande glyfosaat bevattende bestrijdingsmiddelen, zeker daar Monsanto zelf het betreffende stuk volledig heeft toegezonden en Monsanto bij voorgaande procedures ook nieuwe stukken inbracht, zoals het rapport over de afbreekbaarheid van glyfosaat dat Monsanto speciaal voor de beroepsprocedure liet opstellen.

Dat veiligheidsinformatiebladen volledig door EU-richtlijnen gedicteerd worden is onjuist. Richtlijn 93/112/EG, die overigens de tweede door Monsanto aangegeven Richtlijn 91/155/EEG vervangt, geeft zoals in de bijlage wordt vermeld slechts “Richtsnoeren voor de samenstelling van de kaarten met gegevens omtrent veiligheid”. 

Bij toelating moeten de soortgelijke gegevens als in de veiligheidsinformatiebladen vermeld voor ieder bestrijdingsmiddel aan de overheid worden verstrekt. Ondanks bestaande wetgeving aangaande openbaarheid van deze bij toelating overlegde gegevens (zie Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn Art. 14  en Regeling Toelating Bestrijdingsmiddelen 1995 Art. 27.lid 4.)  en herhaaldelijk door Natuurverrijking bij het CTB gedane verzoeken in het kader van de Wob, heeft het CTB deze bij toelating verstrekte gegevens niet willen overleggen, zodat van enige controle van de door Monsanto opgestelde informatiebladen geen sprake kan zijn. Zowel bij de hoorzitting van de adviescommissie voor de bezwaarschriften van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen over de toelating van glyfosaat d.d. 13 maart j.l. als bij de hoorzitting van dezelfde Commissie over openbaarheid van gegevens over glyfosaat d.d. 26 april j.l. heeft Natuurverrijking gepleit voor openbaarheid van o.m. deze gegevens.

M.b.t. “Veiliger voor het waterleven” en de deels wetenschappelijke gegevens daaronder:

De zin van deze informatie, afgezien van het feit dat Monsanto het bestaan van “EEG-normen” in deze niet heeft verklaard, ontgaat Natuurverrijking volledig. Het middel mag immers beslist niet in het water geraken, zelfs toepassing op sloottaluds is uitdrukkelijk niet toegestaan. 

CTB Besluit:

Natuurverrijking heeft beslist niet geknipt in het stuk. De omkaderde mededeling is pas later, onder grote druk van Monsanto, opgenomen.

Onze overheid laat, onder vele beperkende voorwaarden, vele bestrijdingsmiddelen toe voor gebruik in ons land. Dit kan alleen geschieden als de risico’s toelaatbaar beoordeeld worden. Dat in het CTB stuk een aantal positieve beoordelingen vermeld worden over glyfosaat is dus niet verwonderlijk. Het betreft immers een toegelaten middel. Dat het middel op basis van DT-50 waarden in het stuk goed afbreekbaar genoemd wordt is ook al door Natuurverrijking in haar beroepschrift aangegeven, terwijl op blz. 24 ook DT-50 waarden van 114 en 142 dagen vermeld worden. Dat Monsanto in het CTB-stuk een aantal betrekkelijk positieve uitspraken kan vinden is dus niet verwonderlijk. In ons land worden bijvoorbeeld geen middelen toegelaten waarvan de overheid erkend dat ze genotoxische, carcinogene of teratogene eigenschappen hebben. Opmerkelijk  is dat de overheid in het stuk voor het eerst concreet een groot aantal nadelige eigenschappen van glyfosaat en glyfosaat bevattende middelen, zoals Roundup Ultra (= Roundup Pro) aangeeft en het voornemen te kennen geeft i.v.m. risico’s een aantal toepassingen te verbieden. Als dit voornemen is gerealiseerd zullen veel van de in de brochure aangegeven  toepassingen van dit “nog veiligere en minder milieubelastende middel” verboden zijn. 

Eerdere uitspraken College van Beroep:

Dossier 653/6800, d.d. 26 maart 1991

Blijkens uw oordeel heeft u toen het volgende overwogen:

“Uit hetgeen door partijen naar voren is gebracht is aannemelijk geworden dat Roundup minder belastend is voor het milieu dan tal van andere chemische bestrijdingsmiddelen. Deze omstandigheid laat echter onverlet dat Roundup een giftig chemisch bestrijdingsmiddel is dat bijvoorbeeld niet in het oppervlaktewater terecht dient te komen.

De vraag die het College thans moet beantwoorden  is of laatstgenoemde eigenschap van Roundup in de advertentie voldoende tot uiting komt.

Het College beantwoordt deze vraag ontkennend.

De door de Code Commissie misleidend geachte elementen ( de kop “Care for the Environment”,  het groene vignet met vogel en  de zin “zijn zeer gewaardeerde ecologische eigenschappen en biologische afbreekbaarheid worden wereldwijd gevalideerd”) leiden er ook naar het oordeel van het College toe dat bij de lezer van de advertentie ten onrechte de indruk wordt gewekt dat Roundup geen enkele schade toebrengt aan het milieu. De uiting is daardoor in strijd met artikel 7 van de Reclamecode. De bestreden beslissing moet derhalve worden bevestigd.

College van Beroep, dossier 954/97.0173, d.d.25 november 1997:

5.4 Partijen verschillen van mening over de mate waarin (het in Roundup voorkomende bestrijdingsmiddel) glyfosaat biologisch wordt afgebroken. Onder verwijzing naar het door haar overlegde rapport van Ir. Ing. W.W.M. Brouwer is Monsanto van mening dat glyfosaat goed biologisch afbreekbaar is. Geïntimeerden verwerpen deze stelling op wetenschappelijke gronden 

5.5. Daargelaten de wetenschappelijke juistheid van Monsanto’s stelling dat glyfosaat (goed) “biologisch afbreekbaar” is, vast staat dat de daarvoor in de wetenschap gehanteerde (DT-50) waarde, waarmee de afbraaksnelheid wordt aangeduid, het aantal dagen aangeeft dat nodig is om 50% van het glyfosaat af te breken. Dat laat derhalve onverlet dat er residuen in de bodem achterblijven. De milieuclaim “biologisch afbreekbaar” is gelet op de betekenis die Monsanto daar in de reclame-uiting zelf aan geeft:”geen resten in de bodem” derhalve onjuist en misleidend en in strijd met de artikelen 2 en 3 van de Milieureclamecode.

Biologisch afbreekbaar: vrijwel iedereen zal van een biologisch afbreekbaar middel geen resten verwachten in bodem, planten, gewassen, milieu en water en in ons zelf . Op blz.2 van Bijlage 1 van het CTB Besluit wordt vermeld dat de hoogste concentraties worden gevonden in het bot, gevolgd door nier en lever. In weefsels kan beperkte accumulatie optreden.

Daarbij bevat Roundup ook andere stoffen dan glyfosaat, zoals verontreinigingen en niet-actieve bestanddelen, waarvan over de afbraak geen gegevens verstrekt zijn.

 

Zowel Roundup als Roundup Pro worden regelmatig in strijd met de wettelijke voorschriften toegepast:

  • Zonder geschikte handschoenen en beschermingsmiddel voor ogen

  •  Bespuiting bermen en sloottaluds

  • Belendende percelen worden meegespoten

  • Huisdieren en kinderen komen ongewenst met het middel in aanraking

  • Toepassers en voor toepassing verantwoordelijke bestuurders denken op basis van reclame veelal dat het middel volstrekt onschadelijk is. Raadsleden menen soms dat je het middel kunt drinken.

In 1999 is door onze overheid vastgesteld dat een aantal toepassingen van middelen op basis van glyfosaat een voor het milieu onaanvaardbaar effect hebben. Zie Conclusie Bijlage 1 Besluit van Ministerie LNV in overeenstemming met drie andere betrokken Ministeries, blz. 45. Het  voornemen tot beëindiging van een groot aantal toepassingen wordt aangekondigd; toepassingen, die volgens de brochure o.a.  “nog minder milieubelastend”,  “onschadelijk”,  “opvallend zacht” en “biologisch afbreekbaar” zijn.

Meer dan 200 gemeenten en enkele provincies tonen in de praktijk aan dat openbaar groen en bestrating zonder chemische middelen beheerd kunnen worden (zie: Groene Lijst, Natuurverrijking). 

In belang van gezondheid, natuur en milieu spreekt Natuurverrijking de hoop uit dat u haar bezwaren gegrond verklaart.


Bezwaarschrift d.d. 16 januari 2000

 

gericht aan het College van Beroep, Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam

 

Geachte leden van het College van Beroep,

Hierbij tekent de Stichting Natuurverrijking beroep aan tegen de beslissing van de Reclame Code Commissie d.d. 4 januari 2000, dossier 99.0159. De verschuldigde appelbijdrage is heden op uw postgirorekening nummer 5349417 overgemaakt.

Reeds in acht uitspraken beoordeelden uw College en de Reclame Code Commissie reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend. Desalniettemin baseert de Code Commissie haar jongste oordeel niet op eerdere uitspraken, maar uitsluitend op veiligheidsinformatiebladen van Monsanto zelf en op door Monsanto bekostigde  en geselecteerde rapporten. Zelfs de mededeling “goed biologisch afbreekbaar” wordt nu toelaatbaar geacht, hoewel  Monsanto hierover geen nieuwe gegevens verstrekte. Slechts het rapport “Biologische afbreekbaarheid van Glyfosaat” werd overlegd, dat Monsanto speciaal had laten maken ter ondersteuning van het door haar bij uw College ingediende beroep tegen de beslissing van de Reclame Code Commissie d.d. 24 juli 1997, dossier 97.0173.

Een kopie van uw beslissing d.d. 25 november 1997, dossier 954/97.0173 is hierbij ingesloten, evenals enkele van de reeds in 1997 overlegde stukken:

-         schrijven van prof. Dr. L. Reijnders d.d. 18 september 1997 met bijlagen

-         blz. 26 van Transgene Herbicideresistente Rassen, Min LNV, 1996

Uit deze stukken en recente onderzoeksresultaten uit Denemarken blijkt nogmaals de juistheid van uw beslissing in 1997. 

In Denemarken werden residuen van glyfosaat tot twintig maal de maximaal toegestane hoeveelheid aangetroffen op een diepte van 1,5 tot 5 meter. (zie bijlage: Roundup ender i grundvandet).

Dat een deel van de toegepaste hoeveelheid glyfosaat zelfs in brood achterblijft bleek uit onderzoek van de Deense Keuringsdienst van Waren. In 68 procent van het onderzochte brood werd glyfosaat aangetroffen (zie bijlage: Sprojtegift i brodkorn).

Volgens Monsanto slaat de mededeling “Nog veiliger voor de gebruiker, nog minder milieubelastend” op het feit dat Roundup Pro veiliger is dan het vorige Roundup produkt.

De omstreden reclamefolder vermeldt echter bovenaan de linker binnenpagina onder de kop "De moderne bi-activatoren”: “In 1972 werd de eerste herbicide gelanceerd, gekenmerkt door een uitzonderlijke doeltreffendheid tegen de meeste onkruiden, veiliger voor de gebruiker en minder milieubelastend: de Roundup van Monsanto.”

Volgens de Code Commissie heeft Monsanto aannemelijk gemaakt dat Roundup Pro geringere EU- oog – en huidirritatiescores en geringere giftigheid voor waterorganismen met zich meebrengt dan het gebruik van Roundup. Natuurverrijking zou graag vernemen wat deze EU- oog- en huidirritatiescores inhouden. 

Natuurverrijking meent dat het misleidend is naar aanleiding van een aantal laboratoriumproeven met dieren te beweren dat een middel onschadelijk of veiliger zou zijn. Dat een hogere LD-50 score een product veiliger maakt, zoals in de folder wordt beweerd is beslist onzin. De LD-50 van een stof zegt slechts iets over de hoeveelheid van een stof waarbij de helft van de proefdieren sterft. Er zijn overigens vele bestrijdingsmiddelen in de handel met een hogere LD-50 dan Roundup Pro. Het middel amitrol bijvoorbeeld heeft een LD-50 rat  tot 24600 mg/kg.

Dat Roundup niet zo onschadelijk is voor dieren als in de folder wordt gesteld blijkt onder meer uit het hierbij ingesloten schrijven van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

De door Monsanto in de folder aangegeven laboratoriumresultaten (waaronder de ongebruikelijke afkorting “ED 50”) en het overlegde onderzoek m.b.t. de invloed op het waterleven mogen wetenschappelijk gezien niet tot de conclusie leiden dat het middel “veiliger voor het waterleven is, weinig invloed op het waterleven heeft en als niet-giftig beschouwd kan worden voor vissen of voor ongewervelde organismen,” zoals in de folder wordt gesteld. Daartoe worden experimenten verricht waarbij bestrijdingsmiddelen in (semi)veldstudies zijn toegepast. Met behulp van dergelijke studies kan  de “no effect concentratie”(NOEC) voor ecosystemen worden bepaald. Uit het rapport “Ecologische risico’s van bestrijdingsmiddelen in zoetwater ecosystemen”van  Stowa , 1999, blijkt dat van Roundup geen geschikte studies gevonden zijn om het ecologische risico van het middel te bepalen (pagina 19 van genoemd rapport).

Op het moment dat de Reclame Code Commissie haar oordeel over reclame van Monsanto baseerde op de door het bedrijf zelf aangevoerde informatie, waaronder een zeer beperkt aantal door Monsanto geselecteerde onderzoekgegevens, beoordeelde het College voor de  Toelating van Bestrijdingsmiddelen de gehele dossiers van alle in ons land toegelaten glyfosaat-bevattende bestrijdingsmiddelen. Hierbij zenden wij u het d.d. 8 oktober 1999 door de Staatssecretaris van LNV genomen besluit aangaande de Toelating van Roundup Ultra (= Roundup Pro) met kopieen van de volgende pagina’s van bijlage 1 behorende bij dit besluit: 22, 23, 24, 31 t/m 49.

 

Uit de conclusies m.b.t. risicobeoordeling m.b.t. beroepsmatige toepassing (blz. 22) blijkt dat het optreden van nadelige systemische en nadelige lokale effecten op de gezondheid bij de toepassing van o.m. Roundup en Roundup Ultra niet worden uitgesloten.

De overheid acht glyfosaat op basis van DT-50 waarden goed afbreekbaar, hoewel ook DT-50 waarden van 114 en 142 dagen vermeld worden (blz. 24). Volgens Art. 5.1. van het Bmb mogen bestrijdingsmiddelen met een DT-50 van 90 dagen of meer niet worden toegelaten.

 

Uit de conclusie met betrekking tot milieu (blz. 43 t/m 49) blijkt onder meer dat:

  •  de metaboliet ml (=AMPA) vooralsnog niet voldoet aan de norm voor persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb)

  • diverse toepassingen op basis van glyfosaat (zowel Roundup als Roundup Ultra) niet voldoen aan de normen voor toxiciteit waterorganismen, zoals opgenomen in het Bmb

  • een tweetal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Ultra niet voldoen aan de normen voor vogels, zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB)

  • twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de norm voor zoogdieren, zoals opgenomen in de UB

  • twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de normen voor bijen en hommels, zoals opgenomen in de UB

  • Alle toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de norm voor niet-doelwit arthropoden, zoals opgenomen in de UB.

Mede in verband met genoemde conclusies heeft de overheid besloten een viertal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Pro met ingang van 1 april a.s. te beëindigen. 

Na effectuering van deze voorgenomen beëindigingen van toepassingen zal een groot deel van de in de folder aangegeven toepassingen verboden zijn. Overigens is het in de folder eerst genoemde voordeel van Roundup Pro “het mengen met diuron” reeds nu in strijd met de wet, want sinds vorig jaar is het gebruik van diuron in ons land niet meer toegestaan.

Tenslotte verzoeken wij u, om grondiger bestudering door zowel leden van uw College, Natuurverrijking als derden mogelijk te maken, het niet te accepteren dat Monsanto opnieuw stukken ter inzage geeft die niet gekopieerd mogen worden.

Stichting Natuurverrijking

Kees Beaart, voorzitter


Bezwaarschrift d.d. 3 maart 1999

 

Gericht aan de Stichting Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam

 

Geachte leden van de Reclame Code Commissie,

In het verleden heeft u diverse malen het “veilig”of “milieuvriendelijk” noemen van een bestrijdingsmiddel als misleidend beoordeeld. Reeds in acht uitspraken beoordeelde u en het College van Beroep reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.

Uit bijgaande brochure van Monsanto voor “Roundup Pro” blijkt dat uw uitspraken op reclame van dit bedrijf geen gewenst effect hebben.

Het middel dat  met een identieke samenstelling sinds 13 januari 1994 onder de naam “Roundup Ultra” is toegelaten, is nu zelfs “Nog veiliger voor de gebruiker, nog minder milieubelastend” en “goed biologisch afbreekbaar”.

Hoewel de samenstelling van Roundup, uitgezonderd de werkzame stof glyfosaat, geheim is, worden onbekende zogenaamde “bi-activoren” aangevoerd om de vriendelijke eigenschappen van het middel te verklaren.

Om “veiligheid” aan te tonen worden wetenschappelijke gegevens zeer misleidend gebruikt.

Helaas kunnen wij in de brochure slechts enkele kleine niet-misleidende passages  aantreffen.

Hierbij maakt de Stichting Natuurverrijking dan ook bezwaar tegen  de inhoud van de ingesloten brochure met reclame voor “Roundup Pro”. Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto  zo spoedig mogelijk  eindelijk eens reclame zal maken die niet misleidend is.

Stichting Natuurverrijking

Kees Beaart, voorzitter

 

Bijlagen:  

Brochure “Roundup Pro” 

“Round-up Glyfosaat –vervolg-“, waarin op blz. 12-14  een zeer beknopt overzicht is opgenomen van eerdere uitspraken van uw Commissie

Amsterdam, 23 november 1999

Beknopte toelichting dossier 99.0159

Reclame Code Commissie

Toelating bestrijdingsmiddelen. Niet alleen gunstige gevolgen voor teelt gewassen, maar gebruik ervan gevaren mens en milieu: bestrijdingsmiddelen giftige stoffen of preparaten met gevaarlijke werking (Toelichting Bestrijdingsmiddelenwet, vierde druk, blz. 192)

Vele voorwaarden aan toelating verbonden. Alleen gebruik volgens voorschriften toegestaan.

Onzinnig aan toelating te ontlenen dat een middel “veilig”, “veiliger”, “weinig milieubelastend”, “biologisch afbreekbaar”, o.i.d. zou zijn. Uiterst kleine hoeveelheden glyfosaat kunnen de gezondheid schaden. NOEL 10 mg/kg lg: ADI 0,1 mg/kg lg.

De Bestrijdingsmiddelenwet bevat helaas nog geen voorschriften voor reclame voor bestrijdingsmiddelen. Wel is volgens Art. 6. 6. Van de “Richtlijn inzake indeling, verpakking en kenmerken van gevaarlijke preparaten (bestrijdingsmiddelen) (78/631/EEG)” het volgende bepaald:

“- Opschriften zoals “niet giftig”, “niet schadelijk voor de gezondheid” of iedere andere  gelijkwaardige aanduiding mogen niet voorkomen op het etiket of op de verpakking van bestrijdingsmiddelen waarop deze richtlijn van toepassing is.”

Veel informatie over bestrijdingsmiddelen is geheim. 

Monsanto heeft een tipje van de sluier opgelicht en enkele onderzoeken uitgekozen om te laten zien, teneinde u van haar gelijk te overtuigen.

Volgens Art. 22. 1. Bestrijdingsmiddelenwet geldt de verplichting tot geheimhouding niet ten aanzien van die bestanddelen van een bestrijdingsmiddel, welke schadelijk zijn voor de mens , of voor dieren of planten, welker instandhouding gewenst is. Geheimhouding geldt dus niet voor glyfosaat.  8 oktober j.l. beslissing m.b.t. toelating van alle glyfosaatbevattende bestrijdingsmiddelen in ons land. Nadat eerst de toelatingshouders op de hoogte werden gesteld, kwam ook voor derden Bijlage 1 van de verlengingsbesluiten van de toelatingen beschikbaar.

Uiteraard heeft de overheid de gelegenheid gehad ook de niet-actieve bestanddelen van de diverse glyfosaatbevattende middelen te beoordelen. In de conclusies van deze bijlage, u eerder toezonden, blijkt nergens dat de overheid Roundup Ultra (= Roundup Pro) minder schadelijk  beoordeelt vergeleken met andere formuleringen met glyfosaat als werkzame stof.

Uit de conclusies m.b.t. risicobeoordeling m.b.t. beroepsmatige toepassing (blz. 22) blijkt dat het optreden van nadelige systemische en nadelige lokale effecten op de gezondheid bij de toepassing van o.m. Roundup en Roundup Ultra niet worden uitgesloten. 

 

Uit de conclusies m.b.t. het milieu  (blz. 43 t/m 49) blijkt onder meer dat:

  • de metaboliet ml (=AMPA) vooralsnog niet voldoet aan de norm voor persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb)

  • diverse toepassingen op basis van glyfosaat (zowel Roundup als Roundup Ultra) niet voldoen aan de normen voor toxiciteit waterorganismen zoals opgenomen in het Bmb

  • een tweetal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Ultra niet voldoen aan de normen voor vogels, zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen (UB)

  • twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de norm voor zoogdieren, zoals opgenomen in de UB

  • bijna alle toepassingen van  o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de normen voor bijen en hommels, zoals opgenomen in de UB

  • alle toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de norm voor niet-doelwit anthropoden, zoals opgenomen in de UB.

Mede in verband met genoemde conclusies heeft de overheid besloten een viertal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Pro met ingang van 1 april 2000 te beëindigen.

In de Bijlage worden wel enkele onderzoeken met Roundup Ultra genoemd die Monsanto u niet ter inzage gegeven heeft. Zo is het middel in de praktijkdosering o.m. dodelijk (100 % sterfte) voor de roofmijt Typhlodromus pyri en de sluipwesp Aphidius modalosiphi (blz. 33).

Op grond van het voorgaande en vroegere beslissingen van uw commissie meent Natuurverrijking dat het onjuist en misleidend is een glyfosaatbevattend middel “nog veiliger”, “nog minder milieubelastend”  of  “biologisch afbreekbaar” te noemen. Ook verzoeken wij u zich uit te spreken over de ons inziens misleidende wijze waarop in de folder wetenschappelijke gegevens worden gebruikt om “veiligheid” aan te tonen. LD-50  zegt slechts iets over sterven 50% van proefdieren: vgl. o.a. NOEL , ADI.

Uitspraak belangrijk om verkeerd gebruik te beperken en evenals de mogelijkheden tot onbewust contact in woonomgeving. 

Als Monsanto meent dat haar product “Veilig”, “Biologisch afbreekbaar” o.i.d. is moet het bedrijf bezwaar maken tegen de tekst van door het CTB vastgestelde Toelatingsbeschikkingen en verzoeken deze vermeldingen op te mogen nemen. Tot zes weken na 8 oktober j.l. kon Monsanto daartoe een bezwaarschrift  indienen bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 


Tekst van het bezwaarschrift d.d. 29 augustus 1999

 

Aan de Stichting Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam

 

Geachte leden van de Reclame Code Commissie,

In de Verenigde Staten werd Monsanto  door de rechter gedwongen erin toe te stemmen Roundup in reclame niet langer “veilig”, “milieuvriendelijk”, “biologisch afbreekbaar”, e.d. te noemen (zie bijlagen 1-blz. 24-, 2 en 3). Ondanks vele uitspraken van uw Commissie tracht Monsanto u in ons land er nog steeds van te overtuigen dat haar product dergelijke eigenschappen heeft. Nu worden zelfs enkele “geheime” onderzoeken ter inzage gegeven, die moeten aantonen dat als gevolg van  een eveneens “geheim” bestanddeel het nieuwe Roundup nog veiliger en nog milieuvriendelijker zou zijn dan het klassieke Roundup.

Wat zijn echter de “klassieke” Roundup en de “nieuwe” Roundup?

Onder de naam “Roundup” zijn in heden en verleden diverse verschillende formuleringen verkrijgbaar geweest. In 1985 bijvoorbeeld hadden in ons land  drie Toelatinghouders vier verschillende toelatingen voor  Roundup, allen met 360 gram glyfosaat per liter (bijlage 4). Voor  geen van deze middelen was een gevaarsymbool voorgeschreven. Welke  niet-actieve stoffen  deze verschillende “Roundups” bevatten is niet bekend. Wel bekend is dat  er veel verschillende formuleringen glyfosaat-bevattende bestrijdingsmiddelen zijn (bijlage 1, blz. 15 en 16). Momenteel zijn ongeveer dertig verschillende glyfosaat-bevattende bestrijdingsmiddelen in ons land toegelaten, waarvan in acht merknamen “Roundup” genoemd wordt (bijlage 5). Voor diverse van deze formuleringen zijn, net als voor zeer veel andere toegelaten bestrijdingsmiddelen, geen gevaarsymbolen voorgeschreven.

Is het wel redelijk om bij een wijziging van niet-actieve - geheime- bestanddelen een bestrijdingsmiddel “veiliger” of “nog minder milieubelastend” te noemen, in het bijzonder als het een merk betreft dat in de reclame al jarenlang als “veilig en milieuvriendelijk” gepresenteerd is. Natuurverrijking meent van niet: de bezwaren voor gezondheid en milieu van de actieve stof glyfosaat, het belangrijkste en enig bekende bestanddeel, blijven immers bestaan.

 

Enkele opmerkingen bij de ter inzage gelegde stukken:

  • Het is onduidelijk wat de exacte samenstelling van de “klassieke” Roundup is.

  • Het is onduidelijk  wat de uitvloeier is in de “nieuwe” Roundup. Het genoemde Dodigen 4022 is een merknaam. Wetenschappelijke naam en formule ontbreken.

  • De  “bi-activatoren” worden niet in de onderzoeken genoemd, laat staan dat de uitvloeier “gebreveteerd” zou zijn.

-         Monsanto geeft onderzoekgegevens ter inzage die niet goed vergelijkbaar zijn: Bijvoorbeeld acute toxiciteit Rainbow Trout, Study no. EV-85-048 betrof Salmo gairdneri, terwijl study no. TO-91-296, eveneens naar de acute toxiciteit van Rainbow Trout, zelfs een andere soort, de Oncorhynchus mykiss, betrof. Bovendien waren veel testomstandigheden verschillend.

-         Common Carp, study no. TO-91-298. Van deze soort  worden uitsluitend gegevens overlegd van onderzoek met  MON 52276 (volgens Monsanto gelijk aan Roundup PRO).

-   Onderzoek met Water Flea in 1980 (Study no. BN-80-181) was niet onder  “Flow-Through Test Conditions”, zoals in 1992 (Study no. TO-91-295) 

-   Veel waterplanten zullen veel gevoeliger zijn voor  Roundup dan de algensoort waarmee enkele proeven zijn uitgevoerd. Het gaat immers om een plantendodend middel. Overigens blijkt o.a. uit de Gebruiksaanwijzing van Roundup PRO dat diverse soorten planten minder gevoelig zijn en mossen niet bestreden worden. Dat een bepaalde algensoort wat minder gevoelig is, is dus niet zo verwonderlijk.

-   Huidirritatie: zowel bij proeven met Roundup in.1988 (Study no. BD-87-283), als met Roundup PRO in 1991 (Study no. BD-91-60) waren de zes proef-konijnen vrij van huidirritatie binnen 72 uur.

-  Voor de directe dodelijke giftigheid  oraal en dermaal van Roundup (BD-87-19) en  Roundup PRO (BD-91-60) worden vrijwel identieke waarden gegeven.

-   Resultaten van bijvoorbeeld onderzoek naar de gevolgen van inademing en van chronisch onderzoek  zijn niet overlegd.

-   De overlegde onderzoeken zijn niet specifiek verricht  met het doel de klassieke Roundup met Roundup PRO te vergelijken.

De door Monsanto overlegde onderzoeken en de wijze waarop in de reclame voor Roundup PRO naar deze onderzoeken wordt verwezen,  leiden de aandacht af van diverse bepalingen die op de verpakking moeten staan en die de toepasser volgens de geldende wettelijke bepalingen verplicht is op te volgen, zoals het dragen van geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen. Omdat glyfosaat beslist niet in het water mag geraken is behandeling van het talud  niet toegestaan. Genoemde bepalingen zijn te lezen in de door Monsanto overlegde Toelatingsbeschikking van Roundup PRO.

 

Reeds in 1982 werd het bedrijfsleven gewezen op de ongewenstheid van soortgelijke reclame voor Roundup (bijlage 6).

Naast direct gevaar tijdens toepassing (bijlage 1, blz. 25) schuilt het grootste gevaar van glyfosaat voor de bevolking in meestal onopgemerkte langdurige blootstelling aan kleine hoeveelheden van de stof.  De hoeveelheid glyfosaat die we volgens onze overheid maximaal per dag zouden mogen opnemen is 0,1 mg per kilo lichaamsgewicht (ADI). Deze  ADI-waarde in aanmerking genomen mag ons voedsel hoge gehalten glyfosaat bevatten. Mede doordat glyfosaat in gewassen bijna niet afbreekt mogen bijvoorbeeld gerst, haver en soja per kilo maximaal  20 mg glyfosaat bevatten. Voor consumptie bestemde wilde paddestoelen mogen zelfs tot 50 mg per kilo bevatten. Deze laatste waarde geeft aan hoezeer glyfosaat reeds ons milieu verontreinigt. De stof wordt  dan ook regelmatig aangetoond in oppervlaktewater en grondwater in hoeveelheden die ver liggen boven de wettelijke norm van 0,1 ug (een tienmiljoenste gram) (bijlage 1, blz. 29 en 30, bijlagen 7 en 8).

Contact met glyfosaat kan ook plaats vinden vlak voor de eigen deur,  als de gemeente bestrating of beplanting heeft bespoten, zeker als daarbij  nagelaten is de bewoners daarvoor te waarschuwen, zoals alle gemeentebesturen in ons land werd aanbevolen door de Inspectie van Volksgezondheid.

 

Mede door de reclame die nu ter discussie staat menen veel gemeentelijke bestuurders dat Roundup onschadelijk is en wordt het middel onnodig en onzorgvuldig gebruikt. 26 januari j.l. meende een raadslid in Heerjansdam zelfs dat je het middel zonder problemen zou kunnen drinken. Zoals eerder aangegeven is het drinken van een beker echter dodelijk.

Mede door nimmer gerectificeerde tientallen jaren voortdurende misleidende reclamecampagnes van Monsanto is glyfosaat het door gemeenten meest gebruikte bestrijdingsmiddel. (bijlage 9)

Zeer veel gemeenten en enkele provincies tonen in de praktijk aan dat groen en bestrating zonder gif onderhouden kunnen worden (bijlage 10). De landelijke overheid  streeft al vele jaren naar  vermindering van afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen en vermindering van het gebruik. Vanuit het Ministerie van LNV wordt het credo in de toekomst zelfs “nee, tenzij” (bijlage 11). Het zal u duidelijk zijn dat indien overheden of particulieren denken dat Roundup werkelijk zo vriendelijk is als Monsanto beweert er weinig motivatie zal  zijn om  te zoeken naar onderhoudsmethoden waarbij geen bestrijdingsmiddelen nodig zijn.   Er moet gesteld worden dat de betreffende reclameuitingen van Monsanto ook het streven van de overheid naar vermindering van het bestrijdingsmiddelengebruik tegenwerken.

 

Tenslotte willen wij opmerken dat bij elk gebruik van herbiciden als Roundup de Natuurbeschermingswet overtreden kan worden. Vaak zullen immers ook beschermde soorten planten en/of dieren op bespoten terreinen leven en meestal onopgemerkt sterven als gevolg van de toepassing (bijlage 1, blz.30 t/m 37). Mede door het gebruik van herbiciden als Roundup zijn vele in ons land voorkomende wilde planten en dieren de laatste decennia zeldzaam geworden of zelfs uitgestorven. Elk onnodig gebruik dient voorkomen te worden. Elke beperking van het gebruik komt ten goede aan natuur en milieu.

Naar aanleiding van klachten van Natuurverrijking beoordeelde u en het College van Beroep reeds in acht uitspraken  reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend. Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto ook in Nederland eindelijk eens reclame zal maken die niet misleidend is.

Stichting Natuurverrijking

Hoogachtend,

Kees Beaart, voorzitter


Beknopte toelichting dossier 99.0159, Roundup

 

Amsterdam, 27 juli 1999

 

In 1982 voor eerste maal toelichting gegeven bij klacht over reclame voor Roundup van Monsanto: in genoemd jaar in Nederland in de handel gebracht door Aagrunol B.V. te Groningen. 

U achtte de klacht gegrond. Citaat uit “Beslissing” dossier 3318:

“De Commissie stelt voorop dat zij het gebruik van kwalificaties als “milieuvriendelijk”en “veilig” in relatie tot bestrijdingsmiddelen reeds hierom onaanvaardbaar acht, omdat het een wezenskenmerk van deze  middelen is, dat zij bestemd zijn om organismen af te weren of te doden.”

De zaak van 1982 toont veel gelijkenis met die van vandaag: het middel zou nu zelfs nog veiliger, nog minder milieubelastend zijn. –gebruik vergrotende trap-

 

Opnieuw worden LD-50 waarden zeer misleidend gebruikt en opnieuw wordt gewezen op het ontbreken van een gevaarsymbool. Ook in 1982 werd al beweerd dat de stof niet kan uitspoelen en in korte tijd omgezet wordt tot stoffen die normaal in de natuur voorkomen.

Informatie betreffende  vermeende biologische afbreekbaarheid  van de Plantenziektenkundige  Dienst is al beoordeeld bij beslissing College van Beroep d.d. 25 november 1997, dossier 954/97.0173.

Na acht uitspraken van uw Commissie (inclusief  College van Beroep) blijkt er m.b.t. reclame van Monsanto voor Roundup niets te zijn verbeterd. In de nu ter discussie staande reclame voor Roundup Pro zijn slechts enkele niet-misleidende gedeelten aan te treffen.

 

Enkele voorbeelden van misleidende gedeelten:

“Moderne gebreveteerde moleculaire bi-activatoren”: informatie over “bi-activatoren”  niet controleerbaar. Natuurverrijking is het woord nergens in de literatuur tegengekomen. Het betreft het deel van de samenstelling die als geheim beschouwd wordt. Bij de behandeling tot heden geen verdere informatie over dit “gebreveteerde”deel van het middel.

Gegevens in de folder onder “Veiliger voor het waterleven”: Lang voor Roundup Pro met de “modernste  samenstellingstechnologie” ontwikkeld was, had het middel al dezelfde LD-50 waarden voor wilde eend en boomkwartel. (Pesticide Manual, 1987) Abusievelijk ED-50 in de folder. Wat hebben overigens boomkwartels met waterleven te maken?

De gehele opzet van de folder is om te misleiden. Met name gericht op bestuurlijk verantwoordelijken, mensen die  zelden of nooit de verpakking en het etiket zullen zien.  Beslissingen over al dan niet gebruik in de woonomgeving worden veelal op basis van dergelijke folders genomen. Tijdens een raadsvergadering te Heerjansdam d.d. 26 januari j.l. meende een raadslid zelfs dat Roundup zonder problemen gedronken zou kunnen worden.

Roundup is beslist niet het vriendelijke middel zoals wordt gesuggereerd:

  • huidirritatie na gebruik woonomgeving

  • verontreinigingen in het middel

  • giftige omzettingsprodukten

  • hoog percentage binding aan bodemdeeltjes, geen afbraak

  • rechtszaak Denemarken: wekt abortus op bij vee

  • residuen in oppervlakte- en grondwater

  • dodelijk voor vele boomsoorten

  • fraude bij toelatingsonderzoek

  • slechte afbraak in planten, toename in milieu

  • residu wilde paddestoelen

  • veel incidenten door onwettig gebruik

Misleidende reclame kan leiden tot niet-naleving van de voorschriften. Zie ook schrijven VROM d.d. 19 november 1982.

Natuurverrijking verzoekt u, alle eerdere beslissingen m.b.t. reclame voor Roundup bij uw oordeel te betrekken en in het belang van gezondheid, natuur en milieu maatregelen te nemen, waardoor Monsanto zal beseffen dat de wijze waarop het bedrijf tot heden reclame maakt in Nederland niet kan worden getolereerd.

Kees Beaart,  Stichting Natuurverrijking


Beknopte toelichting bezwaarschrift Glyfosaat

Den Haag, 15 juli 1999

 

Bij verlenging toelatingen mogelijkheid bezwaarschrift in te dienen. Bezwaarschift Natuurverrijking in behandeling genomen. Echter geen inhoudelijke reactie. 

Feitelijke onjuistheid m.b.t. Besluit toelating “Roundup ECON 400” d.d. 16 oktober 1998

D.d. 10 april 1995 was het middel niet onder deze naam, maar onder de misleidende naam “Roundup ECO 400’opgenomen. Natuurverrijking meent dat regels m.b.t. naam bestrijdingsmiddelen nodig zijn.

Mogelijke onjuistheid: Aanbeveling in de Gebruiksaanwijzing om bij behandeling van o.m. bestrating nieuwe kieming van onkruiden te voorkomen door te mengen met een daartoe toegelaten bodemherbicide. Natuurverrijking vraagt zich af of er nog wel een bodemherbicide hiertoe is toegelaten. Simazin en diuron  die eerder in de gebruiksaanwijzing genoemd werden in elk geval niet meer.

Veronderstelling van gebruikers dat het middel veilig, milieuvriendelijk is. Veel incidenten door verkeerd gebruik en gebruik op openbare plaatsen. Overheid mede verantwoordelijk voor incidenten  die mede een gevolg zijn van o.m. toestaan overbodige en gevaarlijke toepassingen, gebrekkige voorschriften op de verpakking en misleidende voorlichting en reclame. Zelfs “Biologisch afbreekbaar” op verpakkingen. Uitspraak hierover Reclame Code Commissie. Blijkens deze uitspraak d.d. 25 november 1997 (College van Beroep) is de conclusie van een rapport van de Plantenziektenkundige Dienst zelfs misleidend.

Natuurverrijking meent dat overheid plicht heeft verpakkingen met genoemde misleidende vermelding uit de handel te nemen.

Tenslotte verzoekt Natuurverrijking hierbij haar alsnog z.s.m. alle in de correspondentie genoemde stukken te overleggen. Dit o.m. ter voorbereiding van het bezwaarschrift volgend op de te verwachten verlengingen van de toelatingen. Wij doen hierbij een beroep op Art.7.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht.


bezwaarschrift d.d. 3 maart 1999 

Tekst van het bezwaarschrift ingediend bij de Stichting Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam

Geachte leden van de Reclame Code Commissie,

In het verleden heeft u diverse malen het “veilig”of “milieuvriendelijk” noemen van een bestrijdingsmiddel als misleidend beoordeeld. Reeds in acht uitspraken beoordeelde u en het College van Beroep reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.

Uit bijgaande brochure van Monsanto voor “Roundup Pro” blijkt dat uw uitspraken op reclame van dit bedrijf geen gewenst effect hebben.

Het middel dat  met een identieke samenstelling sinds 13 januari 1994 onder de naam “Roundup Ultra” is toegelaten, is nu zelfs “Nog veiliger voor de gebruiker, nog minder milieubelastend” en “goed biologisch afbreekbaar”.

Hoewel de samenstelling van Roundup, uitgezonderd de werkzame stof glyfosaat, geheim is, worden onbekende zogenaamde “bi-activoren” aangevoerd om de vriendelijke eigenschappen van het middel te verklaren.

Om “veiligheid” aan te tonen worden wetenschappelijke gegevens zeer misleidend gebruikt.

Helaas kunnen wij in de brochure slechts enkele kleine niet-misleidende passages  aantreffen.

Hierbij maakt de Stichting Natuurverrijking dan ook bezwaar tegen  de inhoud van de ingesloten brochure met reclame voor “Roundup Pro”. Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto  zo spoedig mogelijk  eindelijk eens reclame zal maken die niet misleidend is.

Stichting Natuurverrijking

Kees Beaart, voorzitter


Monsanto en de Reclame. 

 

De reclame van Monsanto voor Roundup is misleidend. Dat blijkt onder meer uit acht uitspraken van de Reclame Code Commissie naar aanleiding van klachten van de Stichting Natuurverrijking. Al in 1983 achtte de Commissie het misleidend Roundup "milieuvriendelijk" en "absoluut veilig voor mens, dier en milieu" te noemen. Later werden o.a. de volgende teksten in reclame voor Roundup als misleidend beoordeeld: "Roundup en de ecologie", "Rendement en ecologie gaan hand in hand" en "zeer gewaardeerde ecologische eigenschappen". Bovendien achtte de Reclame Code Commissie het gebruik van een groen vignet met een vogel en de slogan "Care for the environment" misleidend; een oordeel dat openbaar gemaakt werd.

Eind 1996 liet Monsanto de naam van het middel "Roundup 400" wijzigen in "Roundup ECO 400". In het Agrarisch Dagblad verschenen dit voorjaar paginagrote advertenties voor "de nieuwe Roundup: krachtiger dan ooit!: Roundup ECO 400".

 

De Stichting Natuurverrijking maakte met de Stichting Natuur en Milieu en de VPRO-radio bij de Reclame Code Commissie bezwaar tegen de vermelding "ECO" in de naam van het middel. Bij de behandeling van de klacht 23 juni 1997 haastten vertegenwoordigers van Monsanto zich te melden dat "ECO" niet staat voor "ecologisch"; gezien de zuinige aard van Nederlanders wil Monsanto met "ECO" aangeven dat gebruik van het middel "economisch" is. Na de zitting, tijdens een interview met de VPRO, volhardden de vertegenwoordigers van Monsanto in de opvatting dat "ECO" staat voor "economisch". Met een lach op het gezicht. Dat wel. Belgen blijven vrolijk, ook bij de handel in zich over de aarde verspreidend gif. Belgen zijn ook beslist niet dom, zoals Nederlanders wel beweren. Het gaat immers heel goed met de vanuit België geleide verkoop van Roundup in Nederland. Dat blijkt niet alleen uit de residuen van Roundup die op steeds meer plaatsen in zorgwekkende hoeveelheden worden aangetoond, maar ook uit de hoge verkoopcijfers van Roundup. Dit laatste is een knappe prestatie, zeker als bedacht wordt dat concurreren­de middelen goedkoper zijn, zoals bij de zitting van de Reclame Code Commissie bleek.

 

De Commissie besliste d.d. 24 juli 1997, dossier 97.0173, als volgt:

"Door de in een groen kader geplaatste aanduiding "ECO 400", waarin het publiek een verwijzing naar ecologie zal zien, wordt gesuggereerd dat het middel niet schadelijk is voor het milieu. Daarom is hier sprake van een milieuclaim als bedoeld in artikel 1 van de Milieureclamecode (MRC). Aangezien de juistheid van deze claim niet is aangetoond acht de Commissie de uiting in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC."

In dezelfde uitspraak besliste de Reclame Code Commissie dat het misleidend is Roundup "biologisch afbreekbaar" te noemen, een uitspraak die d.d. 25 november 1997 door het College van Beroep werd bevestigd.

27 november 1997 (dossier 97.0317) oordeelde de Reclame Code Commissie opnieuw over door VPRO, Natuur en Milieu en Natuurverrijking ingediende klachten. Nu betrof het een folder van Monsanto voor Roundup.

 

Hieronder volgt een gedeelte uit deze uitspraak, waarin de Code Commissie Roundup een milieuonvriendelijk product noemt:

"Om geen misverstand te laten bestaan omtrent de aard van het product en omtrent het belang en de noodzaak tot zorgvuldig gebruik dient in de folder duidelijk vermeld te worden hoe het product gebruikt dient te worden.

Dit geldt temeer daar niet is komen vast te staan dat het middel uitsluitend wordt gebruikt door professionele gebruikers die in het bezit zijn van een spuitlicentie.

In het licht van vorenstaande acht de Commissie de tekst onder het kopje "Gebruiksgemak" onvolledig, nu daarbij niet is vermeld dat bij het gebruik van het middel voorzogsmaat­regelen in acht dienen te worden genomen die niet met gebruiksgemak als in de advertentie vermeld te verenigen zijn."

Uit het voorgaande blijkt dat zelfs wilde paddestoelen hoge residuen glyfosaat kunnen bevatten. Glyfosaat-gevoelige soorten paddestoelen sterven al bij hoeveelheden die lager zijn dan het maximaal toegestane residu. Met de ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde glyfosaat-ongevoelige gewassen is het te verwachten dat het gebruik van glyfosaat zal toenemen. De toekomst zal uitwijzen of we glyfosaat-gevoelige plant- en diersoorten alleen nog kunnen bewonderen op film, zoals de National Geographic Video's, die met de spaarpunten bij "Roundup ECO 400" gratis verkrijgbaar zijn.

 

Wie zich bewust is van de risico's van giffen als Roundup, voor de eigen gezondheid en die van anderen en niet de eigen grond en het totale milieu wil verontreinigen, zal in elk geval zo zorgvuldig mogelijk te werk gaan en altijd trachten oplossingen te vinden waarbij geen gif nodig is.

COLLEGE voor de TOELATING van BESTRIJDINGSMIDDELEN

Hoewel het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) in ons land over het al of niet toelaten van bestrijdingsmiddelen beslist, geeft dit College vrijwel geen informatie over afzonderlijke bestrijdingsmiddelen. Doordat Natuurverrijking bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) bezwaar maakte tegen de verlenging van de Toelating van Roundup, binnen de daarvoor gestelde termijn, was het CTB genoodzaakt schriftelijk te reageren naar het Ministerie van LNV. Uit het betreffende stuk, gedateerd 2-8-1995, waarvan Natuurverrijking in 1996 een kopie ontving, blijken diverse onzorgvuldigheden/onjuistheden in het handelen van het CTB.:

- het CTB stelt dat er geen enkele aanwijzing is dat AMPA (een omzettingsproduct van glyfosaat) in voedingsmiddelen voorkomt.

Goed geïnformeerd is het CTB kennelijk niet, want volgens het Ministerie van Milieu in de Verenigde Staten (EPA) kan AMPA tot 28% van het totaal residu in de plant gevormd worden (EPA Pesticide Fact Sheets - Glyphosate, pag. 1, 5).

- het CTB merkt op dat de stof 1,4-dioxaan niet in het bestrijdingsmiddel voorkomt.

In tegenstelling tot deze opvatting van het CTB zijn er wel degelijk bewijzen dat 1,4-dioxaan in Roundup zit (o.a. Glyphosate, c. Cox, JPR/summer 1991, pag. 35 t/m 38).

Zelfs vertegenwoordigers van Monsanto erkenden bij de behandeling van diverse klachten over misleidende reclame voor Roundup het voorkomen van de stof in het middel.

- volgens het CTB wordt Roundup niet rechtstreeks op het gewas gebracht, hetgeen zou betekenen dat het onwaarschijnlijk  is dat maximale residugehaltes in de wer­kelijkheid zullen worden gehaald.

Het CTB is kennelijk niet op de hoogte van het door het College zelf goedgekeurde Toelatingsbesluit van Roundup, Toelatingsnummer 6483 N. Daaruit blijkt immers dat Roundup o.m. gebruikt mag worden in de teelt van graangewassen en droog te oogsten erwten en bonen, mits toegepast kort voor de oogst op een afgerijpt gewas.

- het CTB verzuimde tijdig de aanbeveling te schrappen in de Toela­tingsbeschikking Roundup om het middel voor toepassing op onbe­teelde terreinen te mengen met simazin. Dit gebeurde pas lang nadat het gebruik van simazin op onbeteelde terreinen i.v.m. schade aan het milieu niet meer was toegestaan en geruime tijd nadat Natuurverrijking de Minister op de onjuistheid attent gemaakt had.

Een attente lezer van de reactie van het CTB (zie bijlage 1) zal meerdere onjuistheden en speculatieve opmerkingen ten gunste van Monsanto kunnen opmerken, zoals de onvolledige opgave van residutoleranties, de opgave van de hoeveelheid N-nitrosoglyfosaat in g/l i.p.v. mg/l (0,36g/l lijkt minder dan 360mg/l), het voorbijgaan aan het feit dat N-nitrosoglyfosaat ook in de maag gevormd kan worden.

Uiteraard heeft Natuurverrijking schriftelijk bij de Minister gereageerd op de reactie van het CTB (bijlage 2) en gebruik gemaakt van de mogelijkheid toelichting te geven bij de hoorzitting d.d. 23-9-1996. Monsanto achtte het niet nodig bij de behandeling aanwezig te zijn. Het bedrijf meende kennelijk door de Nederlandse overheid al voldoende vertegenwoordigd te worden.

In 1997 ontving Natuurverrijking de beslissing op het bezwaarschrift van de Minister. 

Uit de uitspraak blijkt dat Natuurverrijking op diverse punten beter op de hoogte is dan het CTB, de instantie die over het al dan niet toelaten van bestrijdingsmiddelen beslist in ons land. De Minister erkent bijvoorbeeld dat de aanbeveling in de gebruiksaanwijzing van Roundup het middel te gebruiken in combinatie met simazin onjuist is. Ook blijkt uit de uitspraak dat 1,4-dioxaan in Roun­dup voorkomt, zoals Natuurverrijking in tegenstelling tot het CTB beweerde.

Gelet op het bovenstaande is het verbazend dat desondanks het bezwaar van Natuurverrijking ongegrond werd verklaard.

Hoewel niet naar voren gebracht bij de behandeling werd de afwijzing gebaseerd op "het oude recht" en meende de Mi­nister o.m. dat de aanvraag tot verlenging van de toelating niet getoetst dient te worden aan de in de wet genoemde criteria inzake uitspoeling naar het grondwater en persistentie in de bodem. 

MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST

De informatie die de Plantenziektenkundige Dienst verstrekt beperkt zich beslist niet tot het geven van informatie m.b.t. de behandeling van plantenziek­ten, zoals de naam van de tot het Ministerie van LNV behorende Dienst zou doen vermoe­den. Al vele jaren adviseert de Dienst o.a. partikulieren en gemeenten m.b.t. risico's en neveneffecten van bestrijdings­middelen. Samengevat kan over deze "voorlichting" gezegd worden dat de volgens deze overheidsinstantie toegelaten bestrijdingsmiddelen, bij voorgeschreven gebruik, geen gevaar opleveren en geen scha­de­lijke nevenwerkingen zullen optreden. Concrete voorbeelden van misleidende en onjuiste informa­tie die door de Plantenziektenkundige Dienst en Landbouwvoorlichtingsdiensten worden gegeven zijn opgenomen in "Naar Natuurrijk Groen" derde druk 1993.

In 1997 werd Natuurverrijking geconfronteerd met de Plantenziektenkundige Dienst, doordat bij de Reclame Code Commissie bezwaar was gemaakt tegen de vermelding "bio­logisch afbreekbaar" die Monsanto gebruikt in reclame voor Roundup en op verpakkingen. De Reclame Code Commissie besliste dat deze milieuclaim in strijd is met de Milieureclamecode en beval Monsanto aan zich voortaan te onthouden van een dergelijke wijze van reclame maken (dossier 97.0173, d.d. 24 juli 1997). Monsanto tekende beroep aan tegen deze beslissing, verzocht om uitstel van de behandeling van de zaak en gaf intussen de Plantenziektenkundige Dienst opdracht na te gaan in hoeverre glyfosaat biologisch afbreekbaar is in het milieu. Deze opdracht leidde tot het volgende rapport: 

"Biologische afbreekbaarheid van GLYFOSAAT"

Auteur: Ir.Ing. W.W.M. Brouwer

Plantenziektenkundige Dienst

Afdeling Fytofarmacie

Tel: 0317-496865 

11 september 1997

In het rapport speelt de DT-50, het aantal dagen dat nodig is om de helft van de stof te laten afbreken, een belangrijke rol. De eindconclusie luidt: "Glyfosaat is in bodem, bodemgrond suspensies en watersedimentsystemen "goed biologisch afbreekbaar".

Tijdens de behandeling bij het College van Beroep, d.d. 23 oktober 1997, bracht auteur dezes, namens Natuur en Milieu, VPRO en Natuurverrijking, o.m. gedocumenteerd het volgende naar voren:

"In het verleden werden vanuit de Plantenziektenkundige Dienst bestrijdingsmiddelen "veilig" en "niet giftig" genoemd op basis van LD-50 waarden: de hoeveelheid van een stof waarbij de helft van het aantal proefdieren sterft. Proefdieren met ernstige afwijkingen, die tijdens de proef nog juist in leven gebleven zijn hebben geen enkele invloed op de hoogte van de LD-50 waarde. 

De DT-50 waarde zegt slechts iets over de tijd  die nodig is voor 50% afbraak. De waarde zegt niets over verontreinigingen in het middel, de vorming van grondgebonden residu, vorming van metabolieten, residuen in planten. Gememoreerd werd dat vertegenwoordigers van Monsanto bij de behande­ling van de milieuclaim bij de Code Commissie d.d. 23 juni 1997 erkenden dat met Roundup bespoten plantendelen zelfs nog een plantendodende werking hebben.

De consument verwacht van een biologisch afbreekbaar product geen residuen in gewassen, bodem, water en milieu."

Monsanto liet zich bij het College van Beroep vertegenwoordigen door Mr. J.C.H. van Manen, van "De Brauw Blackstone Westbroek", advocaten & notarissen te Den Haag. De heer van Manen wees o.m. op de onafhankelijkheid en gerenommeerdheid van de Plantenziektenkundige Dienst en het feit dat de Reclame Code Commissie in haar uitspraak van 22 augustus 1996 (dossier 96.9243) geoordeeld heeft dat de aanduiding "biologisch afbreekbaar" in de reclame voor Roundup toelaatbaar is en een klacht ter zake werd afgewe­zen.

Het College van Beroep legde in haar uitspraak het rapport van de "gerenommeerde en onafhankelijke" Plantenziektenkundige Dienst met als eindconclusie dat glyfosaat "goed biologisch afbreekbaar" is, kennelijk naast zich neer.

25 november 1997 (dossier 954/97.0173) bevestigde het College van Beroep  de beslissing van de Reclame Code Commissie (dossier 97.0173):

"Daargelaten de wetenschappelijke juistheid van Monsanto's stelling dat glyfosaat (goed) biologisch afbreekbaar is, vast staat dat de daarvoor in de wetenschap gehanteerde (DT-50) waarde, waarmee de afbraaksnelheid wordt aangeduid,het aantal dagen dat nodig is om 50% van het glyfosaat af te breken. Dat laat derhalve onverlet dat er residuen in de bodem achterblijven. De milieuclaim "biologisch afbreek­baar" is gelet op de betekenis die Monsanto daar in de reclameuiting zelf aan geeft: "geen resten in de bodem" derhalve onjuist en misleidend en in strijd met de artikelen 2 en 3 van de Milieureclamecode."

In "Naar Natuurrijk Groen" (1993) staat letterlijk: "Medewerkers van Plantenziektenkundige Dienst, Consulentschappen e.d. zullen in de negentiger jaren hun informatie over de effecten van bestrijdingsmiddelen drastisch moeten aanpassen als zij hun geloofwaardigheid niet geheel willen verliezen."

Gelukkig heeft de Reclame Code Commissie zich niet laten misleiden door de Plantenziektenkundige Dienst. Anno 1998 moet geconstateerd worden dat het erop lijkt dat de Dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij nog steeds verder werkt aan het verliezen van geloofwaardigheid. Kennelijk loont het geven van misleidende, voor gifproducenten gunstige informatie. Aanwijzingen dat er nu eindelijk eens drastische maatregelen genomen zullen worden heeft Natuurverrijking helaas niet.