De activiteiten van de Stichting Natuurverrijking hebben in de
afgelopen jaren al het nodige resultaat opgeleverd:
Veel gemeenten zijn op aandringen van Natuurverrijking "gifvrij"
onderhoud van het openbaar groen gaan toepassen.
Zie daarvoor de lijst van
groene
gemeenten en onze groene lijst.
Verschillende misleidende reclame-uitingen van fabrikanten van
bestrijdingsmiddelen zijn door acties van Natuurverrijking via de Reclame
Code Commissie verboden.
U kunt hierover ook lezen in onze
persberichten.
Hieronder vindt u een resumé van de belangrijkste zaken die door de
Stichting Natuurverrijking in de
Reclame Code Commissie zijn ingebracht.
bezwaarschrift
d.d. 19 juni 2002
Lekkerkerk,
19 juni 2002
Aan het
College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen
Geacht College,
Ter motivering van onze bezwaarschriften d.d.
24 april 2002 en 29 mei 2002, door u geregistreerd onder de nummers 2002-26
en 2002-35, hierbij het volgende:
Wij menen dat de besluiten van het College
voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen in strijd met de wettelijke
bepalingen tot stand zijn gekomen, aangezien wij menen dat niet is
vastgesteld dat onaanvaardbare neveneffecten bij gebruik niet zullen
voorkomen.
Allereerst willen wij hierbij opmerken dat
onze motivering nog niet volledig kan zijn, aangezien wij niet over alle
achtergrondinformatie beschikken, waarnaar wij diverse malen gevraagd hebben
(o.a. in ons vorige schrijven d.d. 29 mei j.l.). Bovendien maken wij er
bezwaar tegen dat wij als betrokkenen bij de hoorprocedure niet in de
gelegenheid gesteld zijn onze zienswijze kenbaar te maken. Wij menen
bovendien dat informatie achtergehouden is door ons niet bij deze
hoorprocedure te betrekken.
Nadere toelichting zal volgen als ook wij
gelegenheid gehad hebben alle relevante stukken te bestuderen. Hierbij doen
we opnieuw op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur een verzoek alle
besluiten en conceptbesluiten van het CTB en alle overige achterliggende
stukken ten aanzien van glyfosaat-bevattende middelen te ontvangen,
waaronder onder meer:
-
Alle schriftelijke stukken en verslagen betreffende de aangegeven
hoorprocedure
-
Collegestukken: C-97.3.12, C-111, C-113.3.3, C-91.6a
-
TNO-rapporten nr. 01-48-A-262/1, 99-063-C-262/2
-
RIVM-milieubeoordeling d.d. 13 augustus 2001
-
ECCO rapport 78, d.d. 15 juni 1999
-
EU-monograph glyfosaat.
-
Samenstelling van de beide middelen, incl. verontreinigingen
Hieronder volgt een voorlopige, beknopte,
toelichting op onze bezwaarschriften:
Volksgezondheid:
Residuen
Natuurverrijking meent dat als gevolg van
toelating en gebruik van glyfosaat de toegestane residuen ervan in ons
voedsel zodanig hoog zijn dat de volksgezondheid gevaar loopt. Aan de
voortdurende stijging van de hoogten van toegestane maximale residuen in ons
voedsel (zie de eerder overlegde uitgave “Round-up Glyfosaat –vervolg”, blz.
25 t/m 33) blijkt nog steeds geen einde te komen. Na verschijning van
genoemde uitgave volgden opnieuw diverse verhogingen van toegestane maximale
residuen in o.a. olijven, peulvruchten, katoenzaad, mosterdzaad en sorghum.
De door het CTB aangehaalde ( zie Bijlage 1,
d.d. 8 oktober 1999, van het Besluit tot verlenging van de toelatingen van
glyfosaat) tabel T.3 Risicoschatting consument (Nederlands dieet) geeft een
misleidende indruk van de mogelijke blootstelling aan glyfosaat via ons
voedsel. Wij menen namelijk dat ter consumering aangeschaft voedsel ook
geconsumeerd moet kunnen worden:
Iemand die kantarellen aanschaft zal
ongeveer 200 gram per persoon (en geen 0,002 gram, zoals volgens de tabel)
berekenen om te consumeren: een hoeveelheid die wettelijk 10 milligram
glyfosaat mag bevatten. Dit is precies de hoeveelheid die een persoon die
100 kilo weegt maximaal zou mogen opnemen op basis van de thans in ons land
geldende ADI.
Wie zijn kinderen dagelijks havermout geeft
en denkt dat dit gezond is vergist zich wat betreft mogelijke belasting met
glyfosaat. Twee ons havermout mag tot 4 milligram glyfosaat bevatten, de uit
oogpunt van gezondheid maximale hoeveelheid voor een persoon van 40 kilo.
Natuurverrijking meent dat niemand het “Nederlands dieet” eet. 0,002 gram
paddestoel of 1,371 gram haver(mout) per dag zijn geen realistische
hoeveelheden. Bij berekeningen met hoeveelheden voedsel die normaal
geconsumeerd worden, mogen naar onze opvatting geen overschrijdingen van de
ADI plaats vinden, zeker niet gezien het feit dat niet gewaarschuwd wordt
voor mogelijke overschrijdingen van de ADI van glyfosaat bij consumering van
producten die hoge residuen mogen bevatten.
Natuurverrijking is bezorgd over het feit
dat uit de bijlage bij het besluit tot verlenging van de toelatingen niet
blijkt dat Nederland binnen de EU pleit voor handhaving van de sinds 1983
door het CTB gehanteerde ADI van 0,1 mg/kg lg. Deze norm is gebaseerd op
chronisch onderzoek bij ratten waarbij 10 mg/kg lg als No-Effect Level werd
gevonden. Natuurverrijking meent dat nieuw onderzoek nimmer mag leiden tot
versoepeling van deze op basis van onderzoek vastgestelde norm.
Hoewel ons door Nederlandse overheden geen
details van het onderzoek verstrekt zijn waarop de in 1983 vastgestelde ADI
is gebaseerd, vermoeden wij dat het een door Biodynamics verricht 3
generatie reproductie onderzoek bij ratten betreft; #77-20663; 3/31/81 &
7/6/82, waarvan de EPA ons op de hoogte stelde. Bij dit onderzoek
veroorzaakte 10 mg/kg lg nog juist geen nierafwijkingen.
In Bijlage 1 van het huidige besluit van het
CTB wordt onder Summary (Annex llA, point 5.10) als ADI 0,3 mg/kg bw/d
genoemd. Volkomen onduidelijk is of de Nederlandse overheid nu ook de ADI
verdrievoudigd heeft. Als de sinds 1983 in ons land gehanteerde ADI niet
meer geldt zou tenminste een verantwoording van deze verhoging gegeven
dienen te worden.
Natuurverrijking stelt juist een strengere
ADI voor, omdat we in de praktijk met residuen van vele verschillende
bestrijdingsmiddelen, die elkaars werking kunnen versterken, in aanraking
komen. ( Zie ook eerder overlegde kopieen uit “Combinatietoxicologie van
bestrijdingsmiddelen” van A. de Weerd).
Volksgezondheid:
onbewust contact
Blootstellinggegevens als gevolg van
onbewust contact met bespoten vegetatie ontbreken in de Bijlage van de
Besluiten tot verlenging van de toelatingen.
Natuurverrijking meent dat toelating van
glyfosaatbevattende middelen voor toepassing in de woonomgeving leidt tot
onwetend, onbewust en ongewenst contact met het middel, hetgeen nadelige
gevolgen voor de gezondheid kan hebben. Om dergelijk ongewenst contact met
name op openbaar toegankelijke plaatsen te voorkomen, pleiten wij voor een
verbod van alle chemische middelen voor dergelijke toepassingen, of
tenminste voor een verplichting tot het plaatsen van waarschuwingsborden,
als op openbaar toegankelijke plaatsen is gespoten. In de VS bijvoorbeeld is
dit wel wettelijk voorgeschreven.
Volksgezondheid:
Neurotoxiciteit
Wij vragen ons af hoe het mogelijk is dat in
Bijlage 1 van de Besluiten tot verlenging van de toelatingen aan
neurotoxische effecten geen aandacht wordt besteed. Het onderzoek naar
neurotoxiciteit bij kippen, waarvan de EPA ons de resultaten beschikbaar
stelde, gaf een NOEL van 7,5 mg/kg!
Volksgezondheid: Genotoxische en mutagene eigenschappen en effecten op de
voortplanting
Wij maken er bezwaar tegen dat in Bijlage 1
geen enkele aandacht wordt besteed aan onderzoekgegevens die wel degelijk
wijzen op dergelijke effecten. Zie de eerder overlegde uitgave van C. Cox,
blz. 22-26.
Conclusie:
Gezien voorgaande overwegingen menen wij dat
het onjuist is dat het CTB in haar conclusie stelt dat glyfosaat “…geen
schadelijke uitwerking op de gezondheid van degene die de middelen toepast,
noch voor de volksgezondheid heeft”. Deze conclusie zou naar onze mening
slechts gesteld mogen worden als tenminste ook onderzoek is verricht naar
glyfosaatbelasting in de mens, aangezien ook in dierproeven (zie o.a. C
88.3.5) is gebleken dat glyfosaat en AMPA aangetroffen worden in o.a. lever,
nieren, botten en bloed.
Milieu: water
Grondwater: Natuurverrijking meent dat de
toelatingen van glyfosaat niet verlengd mogen worden, omdat het middel
evenals de metaboliet AMPA in het grondwater geraken. Zie het eerder
overlegde artikel: Roundup ender i grundvandet, VAF, 9 juni 1999
Oppervlaktewater: De gemiddelde
glyfosaatconcentratie in diverse oppervlaktewaters is ongeveer 0,3 microgram
per liter, lokaal vaak hoger. Hierdoor wordt volgens het KIWA het
Nederlandse drinkwater bedreigd. Zie o.a. de KIWA-brochure “Glyfosaat: de
stand van zaken”.
Informatie over het voorkomen van glyfosaat
in regenwater ontbreekt.
Natuurverrijking meent dat het een
tekortkoming is van het CTB, dat voor glyfosaat geen ecotoxicologische
waarde voor waterorganismen is bepaald, zoals in de nota nr. 89.016a
“Kansen voor waterorganismen” van DBW/RIZA.
Veel toepassingen van zowel Roundup Dry als
Roundup Ready to Use voldoen niet aan de criteria van het Besluit
Milieutoelatingseisen Bestrijdingsmiddelen, zoals wordt aangegeven op blz.
25 van RIVM Adviesrapport: 06058A00, een rapport dat in opdracht van het CTB
werd samengesteld.
Milieu: lucht
Uit Bijlage 1 blijkt dat gegevens over het
gedrag van het middel in de lucht niet beschikbaar zijn. Wij menen dat dit
feit een ernstige tekortkoming van het CTB aangeeft en menen dat door het
ontbreken van deze gegevens het CTB niet tot de conclusie had mogen komen
dat de betreffende middelen geen voor het milieu onaanvaardbare effecten
heeft.
Zie ook: “Schone lucht vraagt drastische
aanpassing van gewasbescherming- Meer aandacht nodig voor effecten neerslag
bestrijdingsmiddel”, H2O nr.3, 2000, blz. 11-13.
Milieu: Bodem
Resten van glyfosaat blijven aan
bodemdeeltjes gebonden vele jaren aanwezig. Het is beslist nog niet bekend
wat er gaat gebeuren als de bodem na vele tientallen jaren met het middel
verzadigd is. Er zijn aanwijzingen dat de stof dan, ongewenst, opnieuw
werkzaam kan worden.
Dat het middel ook kort na toepassing via de
bodem werkzaam kan zijn blijkt o.m. uit gegevens van het Deense Ministerie
van Landbouw, dat ervoor waarschuwt glyfosaat niet onder een aantal
boomsoorten te spuiten, omdat ze er gevoelig voor zijn. (Zie de reeds eerder
overlegde pagina’s uit “Ukrudsbekaempelse i havebrug og vedplantekulturer,
Deense Ministerie van Landbouw).
Deze schadelijke werking voor planten welker
instandhouding gewenst is krijgt in ons land ten onrechte geen enkele
aandacht. Indien ook deze schadelijke werking niet leidt tot intrekking van
de toelating menen wij dat gebruikers van het middel tenminste van deze
werking op de hoogte gesteld dienen te worden.
Milieu: Algemeen
De ongewenste verspreiding van glyfosaat in
het totale milieu blijkt uit de hoge gehalten van residuen glyfosaat die in
wilde paddestoelen worden aangetroffen. Volgens onze opvatting zijn er
wettelijk zelfs geen mogelijkheden om een dergelijk hoog residu in wilde
paddestoelen toe te staan. Volgens Art. 1 van de Regeling residuen van
bestrijdingsmiddelen worden de toelaatbare hoeveelheden immers bepaald uit
oogpunt van volksgezondheid en goed landbouwkundig gebruik. Uit oogpunt van
volksgezondheid is 50 mg glyfosaat per kilo voedsel veel te hoog. Goed
landbouwkundig gebruik mag er toch niet toe leiden dat extreem hoge
gehalten glyfosaat worden toegestaan in een product of teelt waar glyfosaat
in het geheel niet is toegelaten.
Glyfosaat in het milieu bedreigt het totale
ecosysteem, waarin paddestoelen een belangrijke rol spelen. Zie ook C. Cox,
blz. 43,44.
Conclusie
Milieu:
Gezien voorgaande overwegingen menen wij dat
het onjuist is dat het CTB in haar Conclusie stelt dat de betreffende
middelen geen voor het milieu onaanvaardbare effecten heeft.
Niet-actieve
bestanddelen:
Natuurverrijking maakt er bezwaar tegen dat
wij en gebruikers niet mogen weten welke bestanddelen de handelsproducten
bevatten. In feite weet niemand precies wat er gespoten wordt. Bij de
toelating hebben verontreinigingen in het middel als nitroso-glyfosaat en
1,4-dioxaan kennelijk geen rol gespeeld, terwijl ook andere bestanddelen
niet vermeld worden, waardoor milieueffecten van deze stoffen vrijwel
onmogelijk onderzocht kunnen worden.
Onbedoelde
effecten voor planten en dieren:
In Bijlage 1 worden voor het merendeel
onderzoeken aangegeven waaruit weinig overschrijdingen van de normen worden
geconstateerd. Helaas heeft het middel veel meer onbedoelde effecten voor
planten en dieren dan uit de Bijlage blijkt. Wij verwijzen daarom hierbij
naar de eerder overlegde uitgave “Glyfosaat (Roundup) Feiten” van C. Cox,
blz. 36 t/m 44.
Naast de hiervoor aangegeven bezwaren tegen
de verlenging van de toelatingen van beide middelen maken wij hierbij
bovendien bezwaar tegen een aantal toepassingen die onnodig extra risico’s
met zich meebrengen:
- Alle toepassingen op reeds afgerijpte
gewassen, zoals in B. Gebruiksaanwijzing aangegeven.
Ook zonder deze toepassingen kan goed
geoogst worden. Door kort voor de oogst nog met glyfosaat te spuiten komen
onnodig hoge residuen in de gewassen en in ons dagelijks brood. (Zie een
eerder overlegd Deens artikel hierover). Het niet-verlengen van deze
toepassingen is ook in het belang van de fabrikanten van glyfosaat, omdat
daardoor negatieve publiciteit over glyfosaat voorkomen kan worden. Als
algemeen bekend wordt dat graan kort voor de oogst nog met gif bespoten
wordt zal de weerstand ertegen groot zijn. In Denemarken eisten
meelproducenten en bakkers van de landbouw graan dat niet voor de oogst met
glyfosaat bespoten is. Met ingang van 1999 wordt in Denemarken gegarandeerd
dat voor brood alleen Deens of geïmporteerd graan gebruikt wordt dat niet
voor de oogst met glyfosaat is bespoten. (Zie de reeds overlegde artikelen
“Havnemoller kraever korn uden Roundup”, VAF, 29 juli 1998 en “Aftale om
Roundup”, VAF, 8 augustus 1998)
Wij menen bovendien dat deze in de
Gebruiksaanwijzing aangegeven toepassing “Kort voor de oogst in afgerijpte
graangewassen en droog te oogsten erwten en bonen” in strijd is met de
volgens A. Wettelijk Gebruiksvoorschrift toegestane toepassingen. Daarom
menen wij dat hetgeen hierover in de Gebruiksaanwijzing staat in strijd is
met het Wettelijk Gebruiksvoorschrift. Daarom dringen wij er op aan de
betreffende tekst uit B. Gebruiksaanwijzing te schrappen.
- De toepassingen in weilanden, waarna het
gras vervoederd mag worden.
De hoeveelheden glyfosaat op bespoten gras
liggen boven het NOEL. Dieren die dit gras eten krijgen immers een verhoogd
glyfosaat gehalte in de nieren. Uit Tabel T.1 (Bijlage 1, d.d. 8 oktober
1999) blijkt dat vleeskoeien meer glyfosaat opnemen (10,71 mg/kg lg/dag),
dan in chronisch onderzoek bij ratten waarin de NOAEL 10/mg lg/dag bedroeg.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat een boer
z’n vee bespoten gras voert. Natuurverrijking pleit voor een verbod van het
gebruik als voedsel van bespoten gras, zoals ook in andere EU landen het
geval is.
Bovendien menen wij dat de betreffende
toepassing in de broedtijd in strijd is met de Natuurbeschermingswet,
aangezien het dan onmiskenbaar is dat broedsels van weidevogels verloren
zullen gaan.
- Alle toepassingen op openbaar
toegankelijke plaatsen.
Voor deze toepassingen zijn niet-chemische
alternatieven.
Enkele honderden gemeenten en twee
provincies tonen in de praktijk aan dat bestrating en groen zonder gif
beheerd kunnen worden. Zie de laatste versie van de lijst met de namen van
“Groene Gemeenten” op onze website:
www.natuurverrijking.myweb.nl
Al in 1984 werd aan alle gemeentebesturen
over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving een
waarschuwend schrijven verzonden, vanuit de Regionale Inspecties van
Volksgezondheid voor de Hygiëne van het Milieu. Aanbevolen werd o.m. om
waarschuwingsborden te plaatsen. (Zie de eerder overlegde uitgave “Naar
Natuurrijk Groen”, blz. 26 t/m 29) Natuurverrijking meent dat indien een
middel toegelaten is op openbaar toegankelijke plaatsen er, net als in de
VS, tenminste extra voorschriften moeten zijn om ongewenst contact zo veel
mogelijk te voorkomen.
- Alle toepassingen dichter dan 10 meter bij
water of een perceelgrens.
Hierbij maken wij bezwaar tegen het toelaten
van deze toepassingen.
Het spuiten tot aan, soms zelfs voorbij, een
perceelgrens veroorzaakt veel problemen, die voor een belangrijk deel
voorkomen kunnen worden door te bepalen dat glyfosaat niet dichter dan 10
meter van een perceelgrens gebruikt mag worden. In bijvoorbeeld Denemarken
bestaan reeds dergelijke bepalingen. Daar is het verboden dichter dan 10
meter bij enig water met glyfosaat te spuiten.
- Wat betreft slootbodems is Roundup Dry
volgens het Wettelijk Gebruiksvoorschrift uitsluitend toegestaan op droge
slootbodems. Volgens B. Gebruiksaanwijzing zou ook in drassige
slootbodems gespoten mogen worden. Daarom menen wij dat de
Gebruiksaanwijzing aangepast dient te worden.
Tenslotte merken wij op dat als een
bestrijdingsmiddel gebruikt wordt de voorschriften stipt opgevolgd dienen te
worden. In de praktijk blijken de voorschriften van glyfosaatbevattende
middelen echter veelal niet te worden opgevolgd, mede doordat gebruikers
denken dat het middel onschadelijk of zelfs milieuvriendelijk is. Dit is
mede een gevolg van misleidende reclame en voorlichting (Zie: “Round-up
Glyfosaat – vervolg-“ , blz. 12 t/m 14 en 18 t/m 23, bijlage 4, blz. 24 en
“Naar Natuurrijk Groen”, hoofdstuk 7).
Natuurverrijking meent dat het CTB tenminste
medeverantwoordelijk is voor onwettig gebruik van het middel en voor
misleidende reclame. Wij menen dat het ontbreken van een Andreaskruis op de
verpakking ertoe bijdraagt dat gebruikers de risico’s onderschatten en zich
niet aan de voorschriften houden. Bovendien worden al jarenlang geen
maatregelen genomen tegen de misleidende vermelding “Biologisch Afbreekbaar”
op de soms zelfs groen gekleurde verpakkingen van een aantal formuleringen.
(Zie Round-up Glyfosaat – vervolg- uitgave Natuurverrijking, blz.18 t/m
22). Indien u de toelatingen van glyfosaat niet intrekt, verzoeken wij u dan
ook op alle verpakkingen tenminste een Andreaskruis op te nemen, de groene
kleur van verpakkingen te verbieden en te bevorderen dat maatregelen genomen
worden tegen de vermelding “Biologisch afbreekbaar” op verpakkingen.
Verder maken wij er bezwaar tegen dat de
verpakking van de betreffende middelen bij de verlenging van de toelating
niet beoordeeld en goedgekeurd zijn, zoals bijvoorbeeld in Denemarken wel
het geval is en dringen er hierbij op aan om controle van de verpakking tot
een gebruikelijk onderdeel van de toelatingsprocedure te maken.
Uit veel meer punten blijkt dat de
voorgeschreven vermeldingen op de verpakking van Roundup Dry onjuistheden
bevat, terwijl ook de vermeldingen op de verpakking van Roundup Ready to Use
op veel punten verbeterd kan worden.
Het valt Natuurverrijking op dat het CTB op
vele punten wel heel erg fabrikant-vriendelijk is.
Bijlage 1 geeft daarvan immers een groot
aantal voorbeelden. Omdat wij twijfelen aan het nut van het aangeven van
meer onjuistheden op de verpakking en punten ter verbetering ervan, willen
wij hierbij nog slechts opmerken dat het onzin is aan te geven dat het
behandelde stro voor alle doeleinden gebruikt kan worden, zoals op de
verpakking staat. In Denemarken wordt zelfs gewaarschuwd voor de
kruidendodende werking van dit stro. Bij diverse zittingen van de Reclame
Code Commissie werd zelfs door medewerkers van Monsanto deze werking erkend.
Bovendien menen wij dat de
Veiligheidsinformatiebladen van de betreffende middelen, die volgens
Richtlijn 93/112/EG dienen te worden opgesteld, eveneens bij elke toelating
of verlenging ervan openbaar moeten zijn en door het CTB dienen te zijn
goedgekeurd. Wij maken dan ook bezwaar tegen het feit dat de
Veiligheidsinformatiebladen ontbreken in de stukken die bij de (verlenging
van) toelating openbaar zijn.
Met betrekking tot ons bezwaar tegen het
besluit van het College, d.d. 26 april 2002, de toelating van Roundup Ready
to Use te wijzigen vragen wij slechts om uitleg en duidelijkheid, aangezien
wij uit ervaring weten dat Monsanto elke vermeende wijziging (verandering
van de naam van een middel is al voldoende) zal aangrijpen om het middel in
haar reclame bijvoorbeeld “nog vriendelijker en nog veiliger” te noemen.
Als het inderdaad geen werkelijke
vermindering van het gehalte betreft, maar slechts een administratieve
aanpassing, menen wij dat dit aangeeft dat het CTB kennelijk de
samenstelling zelf niet goed kan interpreteren. Dit geeft dan nog eens extra
aan dat het noodzakelijk is dat een einde gemaakt wordt aan het alleenrecht
van het CTB kennis te mogen nemen van de samenstelling van
bestrijdingsmiddelen.
Natuurverrijking vreest dat glyfosaat het
DDT van de 21-ste eeuw zal worden als de toelatingen van de stof opnieuw
verlengd worden:
-
evenals met DDT het geval was worden jaarlijks wereldwijd vele
miljoenen kilo’s van het middel in het milieu gebracht door agrariërs,
overheden en particulieren.
-
zoals DDT-ongevoelige insecten zijn ontstaan ontwikkelen momenteel
glyfosaat-ongevoelige planten.
-
evenals bij DDT het geval is worden resten van glyfosaat,
omzettingsproducten en verontreinigingen van het middel wereldwijd op vele
plaatsen in het milieu, in planten en dieren aan getroffen. Onderzoek naar
residuen van glyfosaat in de mens zal naar wij vrezen deze verontreiniging
ook aantonen.
-
Evenals toepassers van DDT in het verleden, denken veel gebruikers
van glyfosaat, dat het middel vrijwel geen nadelen heeft of zelfs
milieuvriendelijk is.
We willen nogmaals benadrukken dat de
hierbij gegeven toelichting slechts een voorlopige toelichting betreft die
gebaseerd is op onvolledige gegevens. Daarom verzoeken wij u dan ook na
ontvangst en bestudering van de gevraagde stukken een meer gefundeerde
toelichting te mogen geven.
Tenslotte delen wij u mede graag in de
gelegenheid te worden gesteld ons bezwaarschrift ook mondeling toe te
lichten.
Hoogachtend,
Kees Beaart (voorzitter)
bezwaarschrift
d.d. 19 juni 2000
Beknopte toelichting dossier 1078/99.0159
College van Beroep, Stichting Reclame Code
Risico’s bestrijdingsmiddelen, glyfosaat
Onopgemerkt contact:
-
voedsel: o.a. brood, soja, wilde paddestoelen (max. 50 mg/kg = 1000x
norm 1982)
-
omgeving: contact met bespoten vegetatie, bestrating
-
water: drinkwater, baden en wassen
Verontreinigingen en niet-actieve bestanddelen geheim. Zie ontvangen
kopie naar aanleiding Wob-procedure.
Contact als gevolg toepassing
Dodelijke hoeveelheid voor de mens is gemiddeld 200 ml, dus ongeveer 70
gram= 70.000 mg glyfosaat. Bij een gemiddeld gewicht van 70 kilo geeft dat dus
een LD-50 waarde voor de mens van 1000 mg/kg lg. ADI 0,1 mg/kg lg.
Toepassing gebonden aan vele wettelijke voorschriften
De leveranciers van bestrijdingsmiddelen hebben zich een stuk
zelfdiscipline opgelegd: De Product Stewardship Intentieverklaring van Nefyto.
Volgens Art. 8 van deze Intentieverklaring
begeleiden en ondersteunen
de leveranciers het product zodanig dat de grootst mogelijke zekerheid wordt
verkregen voor een toepassing van het middel volgens het wettelijk
gebruiksvoorschrift.
Volgens Art. 3 verplichten de leveranciers zich bij het ontwikkelen van
bestrijdingsmiddelen gebruik te maken van grond- en hulpstoffen resp. te kiezen
voor formulerings- en verpakkingsvormen, die zo min mogelijk belastend zijn voor
mens dier en milieu.
Volgens Art. 4 verlenen de aangesloten leveranciers van
bestrijdingsmiddelen zover dat in hun vermogen ligt medewerking aan projecten,
die er op gericht zijn de belasting voor mens, dier en milieu als gevolg van
omgaan met en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum te
beperken.
Vgl. betreffende brochure met deze artikelen.
Reactie op verweerschrift Monsanto d.d. 17-2-2000:
Bezwaar Natuurverrijking was niet gericht op vergelijking van Roundup
met Roundup Pro. Zie schrijven Natuurverrijking d.d. 3 maart 1999.
In de brochure wordt deze vergelijking niet steeds gemaakt bij het “Nog
veiliger voor de gebruiker en nog minder milieubelastend” noemen van Roundup
Pro. Het is Monsanto geweest die dit verband bij de behandeling gelegd heeft.
Van uitbreiding van de klacht is dus geen sprake.
Bestudering van door Monsanto aangegeven EU-stukken heeft geen
informatie opgeleverd over “gemiddelde EU-oog en huidirritatiescores”.
EU-richtlijnen 91/414/EEG en 67/548/EEG desgewenst overleggen.
Het schrijven van het RIVM is overlegd, omdat daarin op het tweede blad
wordt aangegeven welke vergiftigingsverschijnselen kunnen optreden na ingestie
van Roundup, hetgeen een geheel ander beeld geeft dan in de brochure van
Monsanto wordt gesuggereerd. Dat de veronderstelde blootstelling aan Roundup
minder waarschijnlijk wordt gevonden doet daaraan niets af. Natuurverrijking
heeft in haar schrijven d.d. 3 maart 1999 gesteld dat in de brochure
wetenschappelijke gegevens zeer misleidend gebruikt worden, dus ook hier is van
uitbreiding van de klacht geen sprake.
Het bevreemdt Natuurverrijking dat Monsanto bezwaar maakt tegen
toezending van het CTB Besluit aangaande glyfosaat bevattende
bestrijdingsmiddelen, zeker daar Monsanto zelf het betreffende stuk volledig
heeft toegezonden en Monsanto bij voorgaande procedures ook nieuwe stukken
inbracht, zoals het rapport over de afbreekbaarheid van glyfosaat dat Monsanto
speciaal voor de beroepsprocedure liet opstellen.
Dat veiligheidsinformatiebladen volledig door EU-richtlijnen gedicteerd
worden is onjuist. Richtlijn 93/112/EG, die overigens de tweede door Monsanto
aangegeven Richtlijn 91/155/EEG vervangt, geeft zoals in de bijlage wordt
vermeld slechts “Richtsnoeren voor de samenstelling van de kaarten met
gegevens omtrent veiligheid”.
Bij toelating moeten de soortgelijke gegevens als in de
veiligheidsinformatiebladen vermeld voor ieder bestrijdingsmiddel aan de
overheid worden verstrekt. Ondanks bestaande wetgeving aangaande openbaarheid
van deze bij toelating overlegde gegevens (zie
Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn Art. 14
en Regeling Toelating Bestrijdingsmiddelen 1995 Art. 27.lid 4.)
en herhaaldelijk door Natuurverrijking bij het CTB gedane verzoeken in
het kader van de Wob, heeft het CTB deze bij toelating verstrekte gegevens niet
willen overleggen, zodat van enige controle van de door Monsanto opgestelde
informatiebladen geen sprake kan zijn. Zowel bij de hoorzitting van de
adviescommissie voor de bezwaarschriften van het College voor de Toelating van
Bestrijdingsmiddelen over de toelating van glyfosaat d.d. 13 maart j.l. als bij
de hoorzitting van dezelfde Commissie over openbaarheid van gegevens over
glyfosaat d.d. 26 april j.l. heeft Natuurverrijking gepleit voor openbaarheid
van o.m. deze gegevens.
M.b.t. “Veiliger voor het waterleven” en de deels wetenschappelijke
gegevens daaronder:
De zin van deze informatie, afgezien van het feit dat Monsanto het
bestaan van “EEG-normen” in deze niet heeft verklaard, ontgaat
Natuurverrijking volledig. Het middel mag immers beslist niet in het water
geraken, zelfs toepassing op sloottaluds is uitdrukkelijk niet toegestaan.
CTB Besluit:
Natuurverrijking heeft beslist niet geknipt in het stuk. De omkaderde
mededeling is pas later, onder grote druk van Monsanto, opgenomen.
Onze overheid laat, onder vele beperkende voorwaarden, vele
bestrijdingsmiddelen toe voor gebruik in ons land. Dit kan alleen geschieden als
de risico’s toelaatbaar beoordeeld worden. Dat in het CTB stuk een aantal
positieve beoordelingen vermeld worden over glyfosaat is dus niet verwonderlijk.
Het betreft immers een toegelaten middel. Dat het middel op basis van DT-50
waarden in het stuk goed afbreekbaar genoemd wordt is ook al door
Natuurverrijking in haar beroepschrift aangegeven, terwijl op blz. 24 ook DT-50
waarden van 114 en 142 dagen vermeld worden. Dat Monsanto in het CTB-stuk een
aantal betrekkelijk positieve uitspraken kan vinden is dus niet verwonderlijk.
In ons land worden bijvoorbeeld geen middelen toegelaten waarvan de overheid
erkend dat ze genotoxische, carcinogene of teratogene eigenschappen hebben.
Opmerkelijk is dat de overheid in
het stuk voor het eerst concreet een groot aantal nadelige eigenschappen van
glyfosaat en glyfosaat bevattende middelen, zoals Roundup Ultra (= Roundup Pro)
aangeeft en het voornemen te kennen geeft i.v.m. risico’s een aantal
toepassingen te verbieden. Als dit voornemen is gerealiseerd zullen veel van de
in de brochure aangegeven toepassingen
van dit “nog veiligere en minder milieubelastende middel” verboden zijn.
Eerdere uitspraken College van Beroep:
Dossier 653/6800, d.d. 26 maart 1991
Blijkens uw oordeel heeft u toen het volgende overwogen:
“Uit hetgeen door partijen naar voren is gebracht is aannemelijk
geworden dat Roundup minder belastend is voor het milieu dan tal van andere
chemische bestrijdingsmiddelen. Deze omstandigheid laat echter onverlet dat
Roundup een giftig chemisch bestrijdingsmiddel is dat bijvoorbeeld niet in het
oppervlaktewater terecht dient te komen.
De vraag die het College thans moet beantwoorden
is of laatstgenoemde eigenschap van Roundup in de advertentie voldoende
tot uiting komt.
Het College beantwoordt deze vraag ontkennend.
De door de Code Commissie misleidend geachte elementen (
de kop “Care for the Environment”,
het groene vignet met vogel en
de zin “zijn zeer gewaardeerde ecologische eigenschappen en
biologische afbreekbaarheid worden wereldwijd gevalideerd”) leiden er ook naar het oordeel van het College toe dat bij de lezer van
de advertentie ten onrechte de indruk wordt gewekt dat Roundup geen enkele
schade toebrengt aan het milieu. De uiting is daardoor in strijd met artikel 7
van de Reclamecode. De bestreden beslissing moet derhalve worden bevestigd.
College van Beroep, dossier 954/97.0173, d.d.25 november 1997:
5.4 Partijen verschillen van mening over de mate waarin (het in Roundup
voorkomende bestrijdingsmiddel) glyfosaat biologisch wordt afgebroken. Onder
verwijzing naar het door haar overlegde rapport van Ir. Ing. W.W.M. Brouwer is
Monsanto van mening dat glyfosaat goed biologisch afbreekbaar is. Geïntimeerden
verwerpen deze stelling op wetenschappelijke gronden
5.5. Daargelaten de wetenschappelijke juistheid van Monsanto’s
stelling dat glyfosaat (goed) “biologisch afbreekbaar” is, vast staat dat de
daarvoor in de wetenschap gehanteerde (DT-50) waarde, waarmee de afbraaksnelheid
wordt aangeduid, het aantal dagen aangeeft dat nodig is om 50% van het glyfosaat
af te breken. Dat laat derhalve onverlet dat er residuen in de bodem
achterblijven. De milieuclaim “biologisch afbreekbaar” is gelet op de
betekenis die Monsanto daar in de reclame-uiting zelf aan geeft:”geen resten
in de bodem” derhalve onjuist en misleidend en in strijd met de artikelen 2 en
3 van de Milieureclamecode.
Biologisch afbreekbaar: vrijwel iedereen zal van een biologisch
afbreekbaar middel geen resten verwachten in bodem, planten, gewassen, milieu en
water en in ons zelf . Op blz.2 van Bijlage 1 van het CTB Besluit wordt vermeld
dat de hoogste concentraties worden gevonden in het bot, gevolgd door nier en
lever. In weefsels kan beperkte accumulatie optreden.
Daarbij bevat Roundup ook andere stoffen dan glyfosaat, zoals
verontreinigingen en niet-actieve bestanddelen, waarvan over de afbraak geen
gegevens verstrekt zijn.
Zowel Roundup als Roundup Pro worden regelmatig in strijd met de
wettelijke voorschriften toegepast:
-
Zonder geschikte handschoenen en beschermingsmiddel voor ogen
-
Bespuiting bermen en sloottaluds
-
Belendende percelen worden meegespoten
-
Huisdieren en kinderen komen ongewenst met het middel in aanraking
-
Toepassers en voor toepassing verantwoordelijke bestuurders denken op
basis van reclame veelal dat het middel volstrekt onschadelijk is. Raadsleden
menen soms dat je het middel kunt drinken.
In 1999 is door onze overheid vastgesteld dat een aantal toepassingen
van middelen op basis van glyfosaat een voor het milieu onaanvaardbaar effect
hebben. Zie Conclusie Bijlage 1 Besluit van Ministerie LNV in overeenstemming
met drie andere betrokken Ministeries, blz. 45. Het voornemen tot beëindiging van een groot aantal toepassingen
wordt aangekondigd; toepassingen, die volgens de brochure o.a.
“nog minder milieubelastend”, “onschadelijk”, “opvallend zacht” en “biologisch afbreekbaar” zijn.
Meer dan 200 gemeenten en enkele provincies tonen in de praktijk aan dat
openbaar groen en bestrating zonder chemische middelen beheerd kunnen worden
(zie: Groene Lijst, Natuurverrijking).
In belang van gezondheid, natuur en milieu spreekt Natuurverrijking de
hoop uit dat u haar bezwaren gegrond verklaart.
Bezwaarschrift
d.d. 16 januari 2000
gericht
aan het College van Beroep, Paasheuvelweg 15, 1105
BE Amsterdam
Geachte
leden van het College van Beroep,
Hierbij tekent de Stichting Natuurverrijking beroep aan tegen de
beslissing van de Reclame Code Commissie d.d. 4 januari 2000, dossier 99.0159.
De verschuldigde appelbijdrage is heden op uw postgirorekening nummer 5349417
overgemaakt.
Reeds in acht uitspraken beoordeelden uw College en de Reclame Code
Commissie reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.
Desalniettemin baseert de Code Commissie haar jongste oordeel niet op eerdere
uitspraken, maar uitsluitend op veiligheidsinformatiebladen van Monsanto zelf en
op door Monsanto bekostigde en
geselecteerde rapporten. Zelfs de mededeling “goed biologisch afbreekbaar”
wordt nu toelaatbaar geacht, hoewel Monsanto
hierover geen nieuwe gegevens verstrekte. Slechts het rapport “Biologische
afbreekbaarheid van Glyfosaat” werd overlegd, dat Monsanto speciaal had laten
maken ter ondersteuning van het door haar bij uw College ingediende beroep tegen
de beslissing van de Reclame Code Commissie d.d. 24 juli 1997, dossier 97.0173.
Een kopie van uw beslissing d.d. 25 november 1997, dossier 954/97.0173
is hierbij ingesloten, evenals enkele van de reeds in 1997 overlegde stukken:
-
schrijven van prof. Dr. L. Reijnders d.d. 18 september 1997 met bijlagen
-
blz. 26 van Transgene Herbicideresistente Rassen, Min LNV, 1996
Uit deze stukken en recente onderzoeksresultaten uit Denemarken blijkt
nogmaals de juistheid van uw beslissing in 1997.
In Denemarken werden residuen van glyfosaat tot twintig maal de maximaal
toegestane hoeveelheid aangetroffen op een diepte van 1,5 tot 5 meter. (zie bijlage: Roundup ender i grundvandet).
Dat een deel van de toegepaste hoeveelheid glyfosaat zelfs in brood
achterblijft bleek uit onderzoek van de Deense Keuringsdienst van Waren. In 68
procent van het onderzochte brood werd glyfosaat aangetroffen (zie bijlage:
Sprojtegift i brodkorn).
Volgens Monsanto slaat de mededeling “Nog veiliger voor de gebruiker,
nog minder milieubelastend” op het feit dat Roundup Pro veiliger is dan het
vorige Roundup produkt.
De omstreden reclamefolder vermeldt echter bovenaan de linker
binnenpagina onder de kop "De moderne bi-activatoren”: “In 1972 werd de
eerste herbicide gelanceerd, gekenmerkt door een uitzonderlijke doeltreffendheid
tegen de meeste onkruiden, veiliger voor de gebruiker en minder milieubelastend:
de Roundup van Monsanto.”
Volgens de Code Commissie heeft Monsanto aannemelijk gemaakt dat Roundup
Pro geringere EU- oog – en huidirritatiescores en geringere giftigheid voor
waterorganismen met zich meebrengt dan het gebruik van Roundup. Natuurverrijking
zou graag vernemen wat deze EU- oog- en huidirritatiescores inhouden.
Natuurverrijking meent dat het misleidend is naar aanleiding van een
aantal laboratoriumproeven met dieren te beweren dat een middel onschadelijk of
veiliger zou zijn. Dat een hogere LD-50 score een product veiliger maakt, zoals
in de folder wordt beweerd is beslist onzin. De LD-50 van een stof zegt slechts
iets over de hoeveelheid van een stof waarbij de helft van de proefdieren
sterft. Er zijn overigens vele bestrijdingsmiddelen in de handel met een hogere
LD-50 dan Roundup Pro. Het middel amitrol bijvoorbeeld heeft een LD-50 rat
tot 24600 mg/kg.
Dat Roundup niet zo onschadelijk is voor dieren als in de folder wordt
gesteld blijkt onder meer uit het hierbij ingesloten schrijven van het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
De door Monsanto in de folder aangegeven laboratoriumresultaten
(waaronder de ongebruikelijke afkorting “ED 50”) en het overlegde onderzoek
m.b.t. de invloed op het waterleven mogen wetenschappelijk gezien niet tot de
conclusie leiden dat het middel “veiliger voor het waterleven is, weinig
invloed op het waterleven heeft en als niet-giftig beschouwd kan worden voor
vissen of voor ongewervelde organismen,” zoals in de folder wordt gesteld.
Daartoe worden experimenten verricht waarbij bestrijdingsmiddelen in (semi)veldstudies
zijn toegepast. Met behulp van dergelijke studies kan de “no effect concentratie”(NOEC) voor ecosystemen worden
bepaald. Uit het rapport “Ecologische risico’s van bestrijdingsmiddelen in
zoetwater ecosystemen”van Stowa ,
1999, blijkt dat van Roundup geen geschikte studies gevonden zijn om het
ecologische risico van het middel te bepalen (pagina 19 van genoemd rapport).
Op het moment dat de Reclame Code Commissie haar oordeel over reclame
van Monsanto baseerde op de door het bedrijf zelf aangevoerde informatie,
waaronder een zeer beperkt aantal door Monsanto geselecteerde onderzoekgegevens,
beoordeelde het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen de gehele dossiers van
alle in ons land toegelaten glyfosaat-bevattende bestrijdingsmiddelen. Hierbij
zenden wij u het d.d. 8 oktober 1999 door de Staatssecretaris van LNV genomen
besluit aangaande de Toelating van Roundup Ultra (= Roundup Pro) met kopieen van
de volgende pagina’s van bijlage 1 behorende bij dit besluit: 22, 23, 24, 31
t/m 49.
Uit de conclusies m.b.t. risicobeoordeling m.b.t. beroepsmatige
toepassing (blz. 22) blijkt dat het optreden van nadelige systemische en
nadelige lokale effecten op de gezondheid bij de toepassing van o.m. Roundup en
Roundup Ultra niet worden uitgesloten.
De overheid acht glyfosaat op basis van DT-50 waarden goed afbreekbaar,
hoewel ook DT-50 waarden van 114 en 142 dagen vermeld worden (blz. 24). Volgens
Art. 5.1. van het Bmb mogen bestrijdingsmiddelen met een DT-50 van 90 dagen of
meer niet worden toegelaten.
Uit de conclusie met betrekking tot milieu (blz. 43 t/m 49) blijkt onder
meer dat:
-
de metaboliet ml (=AMPA) vooralsnog niet voldoet aan de norm voor
persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen
bestrijdingsmiddelen (Bmb)
-
diverse toepassingen op basis van glyfosaat (zowel Roundup als Roundup
Ultra) niet voldoen aan de normen voor toxiciteit waterorganismen, zoals
opgenomen in het Bmb
-
een tweetal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Ultra niet
voldoen aan de normen voor vogels, zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen
(UB)
-
twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de
norm voor zoogdieren, zoals opgenomen in de UB
-
twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de
normen voor bijen en hommels, zoals opgenomen in de UB
-
Alle toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de
norm voor niet-doelwit arthropoden, zoals opgenomen in de UB.
Mede in verband met genoemde conclusies heeft de overheid besloten een
viertal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Pro met ingang van 1 april a.s.
te beëindigen.
Na effectuering van deze voorgenomen beëindigingen van toepassingen zal
een groot deel van de in de folder aangegeven toepassingen verboden zijn.
Overigens is het in de folder eerst genoemde voordeel van Roundup Pro “het
mengen met diuron” reeds nu in strijd met de wet, want sinds vorig jaar is het
gebruik van diuron in ons land niet meer toegestaan.
Tenslotte verzoeken wij u, om grondiger bestudering door zowel leden van
uw College, Natuurverrijking als derden mogelijk te maken, het niet te
accepteren dat Monsanto opnieuw stukken ter inzage geeft die niet gekopieerd
mogen worden.
Stichting Natuurverrijking
Kees Beaart, voorzitter
Bezwaarschrift
d.d. 3 maart 1999
Gericht
aan de Stichting Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105
BE Amsterdam
Geachte
leden van de Reclame Code Commissie,
In het verleden heeft u diverse malen het “veilig”of
“milieuvriendelijk” noemen van een bestrijdingsmiddel als misleidend
beoordeeld. Reeds in acht uitspraken beoordeelde u en het College van Beroep
reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.
Uit bijgaande brochure van Monsanto voor “Roundup Pro” blijkt dat uw
uitspraken op reclame van dit bedrijf geen gewenst effect hebben.
Het middel dat met een
identieke samenstelling sinds 13 januari 1994 onder de naam “Roundup Ultra”
is toegelaten, is nu zelfs “Nog veiliger voor de gebruiker, nog minder
milieubelastend” en “goed biologisch afbreekbaar”.
Hoewel de samenstelling van Roundup, uitgezonderd de werkzame stof
glyfosaat, geheim is, worden onbekende zogenaamde “bi-activoren” aangevoerd
om de vriendelijke eigenschappen van het middel te verklaren.
Om “veiligheid” aan te tonen worden wetenschappelijke gegevens zeer
misleidend gebruikt.
Helaas kunnen wij in de brochure slechts enkele kleine niet-misleidende
passages aantreffen.
Hierbij maakt de Stichting Natuurverrijking dan ook bezwaar tegen
de inhoud van de ingesloten brochure met reclame voor “Roundup Pro”.
Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto
zo spoedig mogelijk eindelijk
eens reclame zal maken die niet misleidend is.
Stichting Natuurverrijking
Kees Beaart, voorzitter
Bijlagen:
Brochure “Roundup Pro”
“Round-up Glyfosaat –vervolg-“, waarin op blz. 12-14
een zeer beknopt overzicht is opgenomen van eerdere uitspraken van uw
Commissie
Amsterdam, 23 november 1999
Beknopte toelichting dossier 99.0159
Reclame Code Commissie
Toelating bestrijdingsmiddelen. Niet alleen gunstige gevolgen voor teelt
gewassen, maar gebruik ervan gevaren mens en milieu: bestrijdingsmiddelen
giftige stoffen of preparaten met gevaarlijke werking (Toelichting
Bestrijdingsmiddelenwet, vierde druk, blz. 192)
Vele voorwaarden aan toelating verbonden. Alleen gebruik volgens
voorschriften toegestaan.
Onzinnig aan toelating te ontlenen dat een middel “veilig”,
“veiliger”, “weinig milieubelastend”, “biologisch afbreekbaar”, o.i.d.
zou zijn. Uiterst kleine hoeveelheden glyfosaat kunnen de gezondheid schaden. NOEL 10 mg/kg lg: ADI 0,1 mg/kg lg.
De Bestrijdingsmiddelenwet bevat helaas nog geen voorschriften voor
reclame voor bestrijdingsmiddelen. Wel is volgens Art. 6. 6. Van de “Richtlijn
inzake indeling, verpakking en kenmerken van gevaarlijke preparaten
(bestrijdingsmiddelen) (78/631/EEG)” het volgende bepaald:
“- Opschriften zoals “niet giftig”, “niet schadelijk voor de
gezondheid” of iedere andere gelijkwaardige
aanduiding mogen niet voorkomen op het etiket of op de verpakking van
bestrijdingsmiddelen waarop deze richtlijn van toepassing is.”
Veel informatie over bestrijdingsmiddelen is geheim.
Monsanto heeft een tipje van de sluier opgelicht en enkele onderzoeken
uitgekozen om te laten zien, teneinde u van haar gelijk te overtuigen.
Volgens Art. 22. 1. Bestrijdingsmiddelenwet geldt de verplichting tot
geheimhouding niet ten aanzien van die bestanddelen van een bestrijdingsmiddel,
welke schadelijk zijn voor de mens , of voor dieren of planten, welker
instandhouding gewenst is. Geheimhouding geldt dus niet voor glyfosaat.
8 oktober j.l. beslissing m.b.t. toelating van alle glyfosaatbevattende
bestrijdingsmiddelen in ons land. Nadat eerst de toelatingshouders op de hoogte
werden gesteld, kwam ook voor derden Bijlage 1 van de verlengingsbesluiten van
de toelatingen beschikbaar.
Uiteraard heeft de overheid de gelegenheid gehad ook de niet-actieve
bestanddelen van de diverse glyfosaatbevattende middelen te beoordelen. In de
conclusies van deze bijlage, u eerder toezonden, blijkt nergens dat de overheid
Roundup Ultra (= Roundup Pro) minder schadelijk beoordeelt vergeleken met andere formuleringen met glyfosaat
als werkzame stof.
Uit de conclusies m.b.t. risicobeoordeling m.b.t. beroepsmatige
toepassing (blz. 22) blijkt dat het optreden van nadelige systemische en
nadelige lokale effecten op de gezondheid bij de toepassing van o.m. Roundup en
Roundup Ultra niet worden uitgesloten.
Uit de conclusies m.b.t. het milieu
(blz. 43 t/m 49) blijkt onder meer dat:
-
de metaboliet ml (=AMPA) vooralsnog niet voldoet aan de norm voor
persistentie zoals opgenomen in het Besluit milieutoelatingseisen
bestrijdingsmiddelen (Bmb)
-
diverse toepassingen op basis van glyfosaat (zowel Roundup als Roundup
Ultra) niet voldoen aan de normen voor toxiciteit waterorganismen zoals
opgenomen in het Bmb
-
een tweetal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Ultra niet
voldoen aan de normen voor vogels, zoals opgenomen in de Uniforme Beginselen
(UB)
-
twee toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de
norm voor zoogdieren, zoals opgenomen in de UB
-
bijna alle toepassingen van o.a.
Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de normen voor bijen en hommels, zoals
opgenomen in de UB
-
alle toepassingen van o.a. Roundup en Roundup Ultra niet voldoen aan de
norm voor niet-doelwit anthropoden, zoals opgenomen in de UB.
Mede in verband met genoemde conclusies heeft de overheid besloten een
viertal toepassingen van zowel Roundup als Roundup Pro met ingang van 1 april
2000 te beëindigen.
In de Bijlage worden wel enkele onderzoeken met Roundup Ultra genoemd
die Monsanto u niet ter inzage gegeven heeft. Zo is het middel in de
praktijkdosering o.m. dodelijk (100 % sterfte) voor de roofmijt Typhlodromus
pyri en de sluipwesp Aphidius modalosiphi (blz. 33).
Op grond van het voorgaande en vroegere beslissingen van uw commissie
meent Natuurverrijking dat het onjuist en misleidend is een glyfosaatbevattend
middel “nog veiliger”, “nog minder milieubelastend” of “biologisch
afbreekbaar” te noemen. Ook verzoeken wij u zich uit te spreken over de ons
inziens misleidende wijze waarop in de folder wetenschappelijke gegevens worden
gebruikt om “veiligheid” aan te tonen. LD-50
zegt slechts iets over sterven 50% van proefdieren: vgl. o.a. NOEL , ADI.
Uitspraak belangrijk om verkeerd gebruik te beperken en evenals de
mogelijkheden tot onbewust contact in woonomgeving.
Als Monsanto meent dat haar product “Veilig”, “Biologisch
afbreekbaar” o.i.d. is moet het bedrijf bezwaar maken tegen de tekst van door
het CTB vastgestelde Toelatingsbeschikkingen en verzoeken deze vermeldingen op
te mogen nemen. Tot zes weken na 8 oktober j.l. kon Monsanto daartoe een
bezwaarschrift indienen bij de
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Tekst
van het bezwaarschrift d.d. 29 augustus 1999
Aan
de Stichting Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105
BE Amsterdam
Geachte
leden van de Reclame Code Commissie,
In de Verenigde Staten werd Monsanto
door de rechter gedwongen erin toe te stemmen Roundup in reclame niet
langer “veilig”, “milieuvriendelijk”, “biologisch afbreekbaar”, e.d.
te noemen (zie bijlagen 1-blz. 24-, 2 en 3). Ondanks vele uitspraken van uw
Commissie tracht Monsanto u in ons land er nog steeds van te overtuigen dat haar
product dergelijke eigenschappen heeft. Nu worden zelfs enkele “geheime”
onderzoeken ter inzage gegeven, die moeten aantonen dat als gevolg van
een eveneens “geheim” bestanddeel het nieuwe Roundup nog veiliger en
nog milieuvriendelijker zou zijn dan het klassieke Roundup.
Wat zijn echter de “klassieke” Roundup en de “nieuwe” Roundup?
Onder de naam “Roundup” zijn in heden en verleden diverse
verschillende formuleringen verkrijgbaar geweest. In 1985 bijvoorbeeld hadden in
ons land drie Toelatinghouders vier
verschillende toelatingen voor Roundup,
allen met 360 gram glyfosaat per liter (bijlage 4). Voor
geen van deze middelen was een gevaarsymbool voorgeschreven. Welke
niet-actieve stoffen deze
verschillende “Roundups” bevatten is niet bekend. Wel bekend is dat
er veel verschillende formuleringen glyfosaat-bevattende
bestrijdingsmiddelen zijn (bijlage 1, blz. 15 en 16). Momenteel zijn ongeveer
dertig verschillende glyfosaat-bevattende bestrijdingsmiddelen in ons land
toegelaten, waarvan in acht merknamen “Roundup” genoemd wordt (bijlage 5).
Voor diverse van deze formuleringen zijn, net als voor zeer veel andere
toegelaten bestrijdingsmiddelen, geen gevaarsymbolen voorgeschreven.
Is het wel redelijk om bij een wijziging van niet-actieve - geheime-
bestanddelen een bestrijdingsmiddel “veiliger” of “nog minder
milieubelastend” te noemen, in het bijzonder als het een merk betreft dat in
de reclame al jarenlang als “veilig en milieuvriendelijk” gepresenteerd is.
Natuurverrijking meent van niet: de bezwaren voor gezondheid en milieu van de
actieve stof glyfosaat, het belangrijkste en enig bekende bestanddeel, blijven
immers bestaan.
Enkele opmerkingen bij de ter inzage gelegde stukken:
-
Het is onduidelijk wat de exacte samenstelling van de “klassieke”
Roundup is.
-
Het is onduidelijk wat de
uitvloeier is in de “nieuwe” Roundup. Het genoemde Dodigen 4022 is een
merknaam. Wetenschappelijke naam en formule ontbreken.
-
De “bi-activatoren”
worden niet in de onderzoeken genoemd, laat staan dat de uitvloeier
“gebreveteerd” zou zijn.
-
Monsanto geeft onderzoekgegevens ter inzage die niet goed vergelijkbaar
zijn: Bijvoorbeeld acute toxiciteit Rainbow Trout,
Study no. EV-85-048 betrof Salmo gairdneri, terwijl study no. TO-91-296,
eveneens naar de acute toxiciteit van Rainbow Trout, zelfs een andere soort, de
Oncorhynchus mykiss, betrof. Bovendien waren veel testomstandigheden
verschillend.
-
Common Carp, study no. TO-91-298.
Van deze soort worden uitsluitend
gegevens overlegd van onderzoek met MON
52276 (volgens Monsanto gelijk aan Roundup PRO).
- Onderzoek met Water
Flea in 1980 (Study no. BN-80-181) was niet onder “Flow-Through Test
Conditions”, zoals in 1992 (Study no. TO-91-295)
- Veel waterplanten
zullen veel gevoeliger zijn voor Roundup
dan de algensoort waarmee enkele proeven zijn uitgevoerd. Het gaat immers om een
plantendodend middel. Overigens blijkt
o.a. uit de Gebruiksaanwijzing van Roundup PRO dat diverse soorten planten
minder gevoelig zijn en mossen niet bestreden worden. Dat een bepaalde
algensoort wat minder gevoelig is, is dus
niet zo verwonderlijk.
- Huidirritatie:
zowel bij proeven met Roundup in.1988 (Study no. BD-87-283), als met Roundup PRO in 1991 (Study no. BD-91-60) waren de zes proef-konijnen vrij van huidirritatie binnen 72 uur.
- Voor de directe dodelijke
giftigheid oraal en dermaal van
Roundup (BD-87-19) en Roundup PRO
(BD-91-60) worden vrijwel identieke waarden gegeven.
- Resultaten van
bijvoorbeeld onderzoek naar de gevolgen van inademing en van chronisch
onderzoek zijn niet
overlegd.
- De overlegde
onderzoeken zijn niet specifiek verricht met
het doel de klassieke Roundup met Roundup
PRO te vergelijken.
De door Monsanto overlegde onderzoeken en de wijze waarop in de reclame
voor Roundup PRO naar deze onderzoeken wordt verwezen,
leiden de aandacht af van diverse bepalingen die op de verpakking moeten
staan en die de toepasser volgens de geldende wettelijke bepalingen verplicht is
op te volgen, zoals het dragen van geschikte handschoenen en een
beschermingsmiddel voor de ogen. Omdat glyfosaat beslist niet in het water mag
geraken is behandeling van het talud niet
toegestaan. Genoemde bepalingen zijn te lezen in de door Monsanto overlegde
Toelatingsbeschikking van Roundup PRO.
Reeds in 1982 werd het bedrijfsleven gewezen op de ongewenstheid van
soortgelijke reclame voor Roundup (bijlage 6).
Naast direct gevaar tijdens toepassing (bijlage 1, blz. 25) schuilt het
grootste gevaar van glyfosaat voor de bevolking in meestal onopgemerkte
langdurige blootstelling aan kleine hoeveelheden van de stof.
De hoeveelheid glyfosaat die we volgens onze overheid maximaal per dag
zouden mogen opnemen is 0,1 mg per kilo lichaamsgewicht (ADI). Deze
ADI-waarde in aanmerking genomen mag ons voedsel hoge gehalten glyfosaat
bevatten. Mede doordat glyfosaat in gewassen bijna niet afbreekt mogen
bijvoorbeeld gerst, haver en soja per kilo maximaal
20 mg glyfosaat bevatten. Voor consumptie bestemde wilde paddestoelen
mogen zelfs tot 50 mg per kilo bevatten. Deze laatste waarde geeft aan hoezeer
glyfosaat reeds ons milieu verontreinigt. De stof wordt
dan ook regelmatig aangetoond in oppervlaktewater en grondwater in
hoeveelheden die ver liggen boven de wettelijke norm van 0,1 ug (een
tienmiljoenste gram) (bijlage 1, blz. 29 en 30, bijlagen 7 en 8).
Contact met glyfosaat kan ook plaats vinden vlak voor de eigen deur,
als de gemeente bestrating of beplanting heeft bespoten, zeker als
daarbij nagelaten is de bewoners
daarvoor te waarschuwen, zoals alle gemeentebesturen in ons land werd aanbevolen
door de Inspectie van Volksgezondheid.
Mede door de reclame die nu ter discussie staat menen veel gemeentelijke
bestuurders dat Roundup onschadelijk is en wordt het middel onnodig en
onzorgvuldig gebruikt. 26 januari j.l. meende een raadslid in Heerjansdam zelfs
dat je het middel zonder problemen zou kunnen drinken. Zoals eerder aangegeven
is het drinken van een beker echter dodelijk.
Mede door nimmer gerectificeerde tientallen jaren voortdurende
misleidende reclamecampagnes van Monsanto is glyfosaat het door gemeenten meest
gebruikte bestrijdingsmiddel. (bijlage 9)
Zeer veel gemeenten en enkele provincies tonen in de praktijk aan dat
groen en bestrating zonder gif onderhouden kunnen worden (bijlage 10). De
landelijke overheid streeft al vele
jaren naar vermindering van
afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen en vermindering van het
gebruik. Vanuit het Ministerie van LNV wordt het credo in de toekomst zelfs
“nee, tenzij” (bijlage 11). Het zal u duidelijk zijn dat indien overheden of
particulieren denken dat Roundup werkelijk zo vriendelijk is als Monsanto
beweert er weinig motivatie zal zijn
om te zoeken naar
onderhoudsmethoden waarbij geen bestrijdingsmiddelen nodig zijn.
Er moet gesteld worden dat de betreffende reclameuitingen van Monsanto
ook het streven van de overheid naar vermindering van het
bestrijdingsmiddelengebruik tegenwerken.
Tenslotte willen wij opmerken dat bij elk gebruik van herbiciden als
Roundup de Natuurbeschermingswet overtreden kan worden. Vaak zullen immers ook
beschermde soorten planten en/of dieren op bespoten terreinen leven en meestal
onopgemerkt sterven als gevolg van de toepassing (bijlage 1, blz.30 t/m 37).
Mede door het gebruik van herbiciden als Roundup zijn vele in ons land
voorkomende wilde planten en dieren de laatste decennia zeldzaam geworden of
zelfs uitgestorven. Elk onnodig gebruik dient voorkomen te worden. Elke
beperking van het gebruik komt ten goede aan natuur en milieu.
Naar aanleiding van klachten van Natuurverrijking beoordeelde u en het
College van Beroep reeds in acht uitspraken
reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.
Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto
ook in Nederland eindelijk eens reclame zal maken die niet misleidend is.
Stichting Natuurverrijking
Hoogachtend,
Kees Beaart, voorzitter
Beknopte toelichting dossier 99.0159, Roundup
Amsterdam, 27 juli 1999
In 1982 voor eerste maal toelichting gegeven bij klacht over reclame
voor Roundup van Monsanto: in genoemd jaar in Nederland in de handel gebracht
door Aagrunol B.V. te Groningen.
U achtte de klacht gegrond. Citaat uit “Beslissing” dossier 3318:
“De Commissie stelt voorop dat zij het gebruik van kwalificaties als
“milieuvriendelijk”en “veilig” in relatie tot bestrijdingsmiddelen reeds
hierom onaanvaardbaar acht, omdat het een wezenskenmerk van deze
middelen is, dat zij bestemd zijn om organismen af te weren of te
doden.”
De zaak van 1982 toont veel gelijkenis met die van vandaag: het middel
zou nu zelfs nog veiliger, nog minder milieubelastend zijn. –gebruik
vergrotende trap-
Opnieuw worden LD-50 waarden zeer misleidend gebruikt en opnieuw wordt
gewezen op het ontbreken van een gevaarsymbool. Ook in 1982 werd al beweerd dat
de stof niet kan uitspoelen en in korte tijd omgezet wordt tot stoffen die
normaal in de natuur voorkomen.
Informatie betreffende vermeende
biologische afbreekbaarheid van de
Plantenziektenkundige Dienst is al
beoordeeld bij beslissing College van Beroep d.d. 25 november 1997, dossier
954/97.0173.
Na acht uitspraken van uw Commissie (inclusief
College van Beroep) blijkt er m.b.t. reclame van Monsanto voor Roundup
niets te zijn verbeterd. In de nu ter discussie staande reclame voor Roundup Pro
zijn slechts enkele niet-misleidende gedeelten aan te treffen.
Enkele voorbeelden van misleidende gedeelten:
“Moderne gebreveteerde moleculaire bi-activatoren”: informatie over
“bi-activatoren” niet
controleerbaar. Natuurverrijking is het woord nergens in de literatuur
tegengekomen. Het betreft het deel van de samenstelling die als geheim beschouwd
wordt. Bij de behandeling tot heden geen verdere informatie over dit
“gebreveteerde”deel van het middel.
Gegevens in de folder onder “Veiliger voor het waterleven”: Lang
voor Roundup Pro met de “modernste samenstellingstechnologie”
ontwikkeld was, had het middel al dezelfde LD-50 waarden voor wilde eend en
boomkwartel. (Pesticide Manual, 1987) Abusievelijk ED-50 in de folder. Wat
hebben overigens boomkwartels met waterleven te maken?
De gehele opzet van de folder is om te misleiden. Met name gericht op
bestuurlijk verantwoordelijken, mensen die
zelden of nooit de verpakking en het etiket zullen zien.
Beslissingen over al dan niet gebruik in de woonomgeving worden veelal op
basis van dergelijke folders genomen. Tijdens een raadsvergadering te
Heerjansdam d.d. 26 januari j.l. meende een raadslid zelfs dat Roundup zonder
problemen gedronken zou kunnen worden.
Roundup is beslist niet het vriendelijke middel zoals wordt gesuggereerd:
-
huidirritatie
na gebruik woonomgeving
-
verontreinigingen in het middel
-
giftige omzettingsprodukten
-
hoog percentage binding aan bodemdeeltjes, geen afbraak
-
rechtszaak Denemarken: wekt abortus op bij vee
-
residuen in oppervlakte- en grondwater
-
dodelijk voor vele boomsoorten
-
fraude bij toelatingsonderzoek
-
slechte afbraak in planten, toename in milieu
-
residu wilde paddestoelen
-
veel incidenten door onwettig gebruik
Misleidende reclame kan leiden tot niet-naleving van de voorschriften.
Zie ook schrijven VROM d.d. 19 november 1982.
Natuurverrijking verzoekt u, alle eerdere beslissingen m.b.t. reclame
voor Roundup bij uw oordeel te betrekken en in het belang van gezondheid, natuur
en milieu maatregelen te nemen, waardoor Monsanto zal beseffen dat de wijze
waarop het bedrijf tot heden reclame maakt in Nederland niet kan worden
getolereerd.
Kees Beaart, Stichting
Natuurverrijking
Beknopte toelichting bezwaarschrift Glyfosaat
Den
Haag, 15 juli 1999
Bij verlenging toelatingen mogelijkheid bezwaarschrift in te dienen.
Bezwaarschift Natuurverrijking in behandeling genomen. Echter geen inhoudelijke
reactie.
Feitelijke onjuistheid m.b.t. Besluit toelating “Roundup ECON 400”
d.d. 16 oktober 1998
D.d. 10 april 1995 was het middel niet onder deze naam, maar onder de
misleidende naam “Roundup ECO 400’opgenomen. Natuurverrijking meent dat
regels m.b.t. naam bestrijdingsmiddelen nodig zijn.
Mogelijke onjuistheid: Aanbeveling in de Gebruiksaanwijzing om bij
behandeling van o.m. bestrating nieuwe kieming van onkruiden te voorkomen door
te mengen met een daartoe toegelaten bodemherbicide. Natuurverrijking vraagt
zich af of er nog wel een bodemherbicide hiertoe is toegelaten. Simazin en
diuron die eerder in de gebruiksaanwijzing genoemd werden in elk geval niet meer.
Veronderstelling van gebruikers dat het middel veilig, milieuvriendelijk
is. Veel incidenten door verkeerd gebruik en gebruik op openbare plaatsen.
Overheid mede verantwoordelijk voor incidenten
die mede een gevolg zijn van o.m. toestaan overbodige en gevaarlijke
toepassingen, gebrekkige voorschriften op de verpakking en misleidende
voorlichting en reclame. Zelfs “Biologisch afbreekbaar” op verpakkingen.
Uitspraak hierover Reclame Code Commissie. Blijkens deze uitspraak d.d. 25
november 1997 (College van Beroep) is de conclusie van een rapport van de
Plantenziektenkundige Dienst zelfs misleidend.
Natuurverrijking meent dat overheid plicht heeft verpakkingen met
genoemde misleidende vermelding uit de handel te nemen.
Tenslotte verzoekt Natuurverrijking hierbij haar alsnog z.s.m. alle in
de correspondentie genoemde stukken te overleggen. Dit o.m. ter voorbereiding
van het bezwaarschrift volgend op de te verwachten verlengingen van de
toelatingen. Wij doen hierbij een beroep op Art.7.4 van de Algemene Wet
Bestuursrecht.
bezwaarschrift d.d. 3 maart 1999
Tekst van het bezwaarschrift ingediend bij de Stichting
Reclame Code, Paasheuvelweg 15, 1105 BE Amsterdam
Geachte leden van de Reclame Code Commissie,
In het verleden heeft u diverse malen het “veilig”of
“milieuvriendelijk” noemen van een bestrijdingsmiddel als misleidend
beoordeeld. Reeds in acht uitspraken beoordeelde u en het College van Beroep
reclame voor “Roundup” van Monsanto op vele punten als misleidend.
Uit bijgaande brochure van Monsanto voor “Roundup Pro” blijkt dat uw
uitspraken op reclame van dit bedrijf geen gewenst effect hebben.
Het middel dat met een
identieke samenstelling sinds 13 januari 1994 onder de naam “Roundup Ultra”
is toegelaten, is nu zelfs “Nog veiliger voor de gebruiker, nog minder
milieubelastend” en “goed biologisch afbreekbaar”.
Hoewel de samenstelling van Roundup, uitgezonderd de werkzame stof
glyfosaat, geheim is, worden onbekende zogenaamde “bi-activoren” aangevoerd
om de vriendelijke eigenschappen van het middel te verklaren.
Om “veiligheid” aan te tonen worden wetenschappelijke gegevens zeer
misleidend gebruikt.
Helaas kunnen wij in de brochure slechts enkele kleine niet-misleidende
passages aantreffen.
Hierbij maakt de Stichting Natuurverrijking dan ook bezwaar tegen
de inhoud van de ingesloten brochure met reclame voor “Roundup Pro”.
Wij spreken de hoop uit dat u maatregelen zult kunnen nemen waardoor Monsanto
zo spoedig mogelijk eindelijk
eens reclame zal maken die niet misleidend is.
Stichting Natuurverrijking
Kees Beaart, voorzitter
Monsanto
en de Reclame.
De reclame van Monsanto voor Roundup is misleidend. Dat blijkt onder
meer uit acht uitspraken van de Reclame Code Commissie naar aanleiding van
klachten van de Stichting Natuurverrijking. Al in 1983 achtte de Commissie het
misleidend Roundup "milieuvriendelijk" en "absoluut veilig voor
mens, dier en milieu" te noemen. Later werden o.a. de volgende teksten in
reclame voor Roundup als misleidend beoordeeld: "Roundup en de
ecologie", "Rendement en ecologie gaan hand in hand" en
"zeer gewaardeerde ecologische eigenschappen". Bovendien achtte de
Reclame Code Commissie het gebruik van een groen vignet met een vogel en de
slogan "Care for the environment" misleidend; een oordeel dat openbaar
gemaakt werd.
Eind
1996 liet Monsanto de naam van het middel "Roundup 400" wijzigen in
"Roundup ECO 400". In het Agrarisch Dagblad verschenen dit voorjaar paginagrote
advertenties voor "de nieuwe Roundup: krachtiger dan ooit!: Roundup ECO
400".
De
Stichting Natuurverrijking maakte met de Stichting Natuur en Milieu en de
VPRO-radio bij de Reclame Code Commissie bezwaar tegen de vermelding "ECO"
in de naam van het middel. Bij de behandeling van de klacht 23 juni 1997
haastten vertegenwoordigers van Monsanto zich te melden dat "ECO" niet
staat voor "ecologisch"; gezien de zuinige aard van Nederlanders wil
Monsanto met "ECO" aangeven dat gebruik van het middel
"economisch" is. Na de zitting, tijdens een interview met de VPRO,
volhardden de vertegenwoordigers van Monsanto in de opvatting dat "ECO"
staat voor "economisch". Met een lach op het gezicht. Dat wel. Belgen
blijven vrolijk, ook bij de handel in zich over de aarde verspreidend gif.
Belgen zijn ook beslist niet dom, zoals Nederlanders wel beweren. Het gaat
immers heel goed met de vanuit België geleide verkoop van Roundup in Nederland.
Dat blijkt niet alleen uit de residuen van Roundup die op steeds meer plaatsen
in zorgwekkende hoeveelheden worden aangetoond, maar ook uit de hoge
verkoopcijfers van Roundup. Dit laatste is een knappe prestatie, zeker als
bedacht wordt dat concurrerende middelen goedkoper zijn, zoals bij de zitting
van de Reclame Code Commissie bleek.
De
Commissie besliste d.d. 24 juli 1997, dossier 97.0173, als volgt:
"Door
de in een groen kader geplaatste aanduiding "ECO 400", waarin het
publiek een verwijzing naar ecologie zal zien, wordt gesuggereerd dat het middel
niet schadelijk is voor het milieu. Daarom is hier sprake van een milieuclaim
als bedoeld in artikel 1 van de Milieureclamecode (MRC). Aangezien de juistheid
van deze claim niet is aangetoond acht de Commissie de uiting in strijd met de
artikelen 2 en 3 MRC."
In
dezelfde uitspraak besliste de Reclame Code Commissie dat het misleidend is
Roundup "biologisch afbreekbaar" te noemen, een uitspraak die d.d. 25
november 1997 door het College van Beroep werd bevestigd.
27
november 1997 (dossier 97.0317) oordeelde de Reclame Code Commissie opnieuw over
door VPRO, Natuur en Milieu en Natuurverrijking ingediende klachten. Nu betrof
het een folder van Monsanto voor Roundup.
Hieronder
volgt een gedeelte uit deze uitspraak, waarin de Code Commissie Roundup een
milieuonvriendelijk product noemt:
"Om
geen misverstand te laten bestaan omtrent de aard van het product en omtrent het
belang en de noodzaak tot zorgvuldig gebruik dient in de folder duidelijk
vermeld te worden hoe het product gebruikt dient te worden.
Dit
geldt temeer daar niet is komen vast te staan dat het middel uitsluitend wordt
gebruikt door professionele gebruikers die in het bezit zijn van een
spuitlicentie.
In
het licht van vorenstaande acht de Commissie de tekst onder het kopje
"Gebruiksgemak" onvolledig, nu daarbij niet is vermeld dat bij het
gebruik van het middel voorzogsmaatregelen in acht dienen te worden genomen
die niet met gebruiksgemak als in de advertentie vermeld te verenigen
zijn."
Uit
het voorgaande blijkt dat zelfs wilde paddestoelen hoge residuen glyfosaat
kunnen bevatten. Glyfosaat-gevoelige soorten paddestoelen sterven al bij
hoeveelheden die lager zijn dan het maximaal toegestane residu. Met de
ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde glyfosaat-ongevoelige gewassen is het
te verwachten dat het gebruik van glyfosaat zal toenemen. De toekomst zal
uitwijzen of we glyfosaat-gevoelige plant- en diersoorten alleen nog kunnen
bewonderen op film, zoals de National Geographic Video's, die met de spaarpunten
bij "Roundup ECO 400" gratis verkrijgbaar zijn.
Wie
zich bewust is van de risico's van giffen als Roundup, voor de eigen gezondheid
en die van anderen en niet de eigen grond en het totale milieu wil
verontreinigen, zal in elk geval zo zorgvuldig mogelijk te werk gaan en altijd
trachten oplossingen te vinden waarbij geen gif nodig is.
COLLEGE
voor de TOELATING van BESTRIJDINGSMIDDELEN
Hoewel
het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) in ons land over
het al of niet toelaten van bestrijdingsmiddelen beslist, geeft dit College
vrijwel geen informatie over afzonderlijke bestrijdingsmiddelen. Doordat
Natuurverrijking bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)
bezwaar maakte tegen de verlenging van de Toelating van Roundup, binnen de
daarvoor gestelde termijn, was het CTB genoodzaakt schriftelijk te reageren naar
het Ministerie van LNV. Uit het betreffende stuk, gedateerd 2-8-1995, waarvan
Natuurverrijking in 1996 een kopie ontving, blijken diverse
onzorgvuldigheden/onjuistheden in het handelen van het CTB.:
-
het CTB stelt dat er geen enkele aanwijzing is dat AMPA
(een omzettingsproduct van glyfosaat) in voedingsmiddelen voorkomt.
Goed
geïnformeerd is het CTB kennelijk niet, want volgens het Ministerie van Milieu
in de Verenigde Staten (EPA) kan AMPA tot 28% van het totaal residu in de plant
gevormd worden (EPA Pesticide Fact Sheets - Glyphosate, pag. 1, 5).
-
het CTB merkt op dat de stof 1,4-dioxaan niet in het
bestrijdingsmiddel voorkomt.
In
tegenstelling tot deze opvatting van het CTB zijn er wel degelijk bewijzen dat
1,4-dioxaan in Roundup zit (o.a. Glyphosate, c. Cox, JPR/summer 1991, pag. 35
t/m 38).
Zelfs
vertegenwoordigers van Monsanto erkenden bij de behandeling van diverse klachten
over misleidende reclame voor Roundup het voorkomen van de stof in het middel.
-
volgens het CTB wordt Roundup niet rechtstreeks op het gewas
gebracht, hetgeen zou betekenen dat het onwaarschijnlijk
is dat maximale residugehaltes in de werkelijkheid zullen worden
gehaald.
Het
CTB is kennelijk niet op de hoogte van het door het College zelf goedgekeurde
Toelatingsbesluit van Roundup, Toelatingsnummer 6483 N. Daaruit blijkt immers
dat Roundup o.m. gebruikt mag worden in de teelt van graangewassen en droog te
oogsten erwten en bonen, mits toegepast kort voor de oogst op een afgerijpt
gewas.
-
het CTB verzuimde tijdig de aanbeveling te schrappen in de Toelatingsbeschikking
Roundup om het middel voor toepassing op onbeteelde terreinen te mengen met
simazin. Dit gebeurde pas lang nadat het gebruik van simazin op onbeteelde
terreinen i.v.m. schade aan het milieu niet meer was toegestaan en geruime tijd
nadat Natuurverrijking de Minister op de onjuistheid attent gemaakt had.
Een
attente lezer van de reactie van het CTB (zie bijlage 1) zal meerdere
onjuistheden en speculatieve opmerkingen ten gunste van Monsanto kunnen
opmerken, zoals de onvolledige opgave van residutoleranties, de opgave van de
hoeveelheid N-nitrosoglyfosaat in g/l i.p.v. mg/l (0,36g/l lijkt minder dan
360mg/l), het voorbijgaan aan het feit dat N-nitrosoglyfosaat ook in de maag
gevormd kan worden.
Uiteraard
heeft Natuurverrijking schriftelijk bij de Minister gereageerd op de reactie van
het CTB (bijlage 2) en gebruik gemaakt van de mogelijkheid toelichting te geven
bij de hoorzitting d.d. 23-9-1996. Monsanto achtte het niet nodig bij de
behandeling aanwezig te zijn. Het bedrijf meende kennelijk door de Nederlandse
overheid al voldoende vertegenwoordigd te worden.
In
1997 ontving Natuurverrijking de beslissing op het bezwaarschrift van de
Minister.
Uit
de uitspraak blijkt dat Natuurverrijking op diverse punten beter op de hoogte is
dan het CTB, de instantie die over het al dan niet toelaten van
bestrijdingsmiddelen beslist in ons land. De Minister erkent bijvoorbeeld dat de
aanbeveling in de gebruiksaanwijzing van Roundup het middel te gebruiken in
combinatie met simazin onjuist is. Ook blijkt uit de uitspraak dat 1,4-dioxaan
in Roundup voorkomt, zoals Natuurverrijking in tegenstelling tot het CTB
beweerde.
Gelet
op het bovenstaande is het verbazend dat desondanks het bezwaar van
Natuurverrijking ongegrond werd verklaard.
Hoewel
niet naar voren gebracht bij de behandeling werd de afwijzing gebaseerd op
"het oude recht" en meende de Minister o.m. dat de aanvraag tot
verlenging van de toelating niet getoetst dient te worden aan de in de wet
genoemde criteria inzake uitspoeling naar het grondwater en persistentie in de
bodem.
MINISTERIE
VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ
PLANTENZIEKTENKUNDIGE
DIENST
De
informatie die de Plantenziektenkundige Dienst verstrekt beperkt zich beslist
niet tot het geven van informatie m.b.t. de behandeling van plantenziekten,
zoals de naam van de tot het Ministerie van LNV behorende Dienst zou doen vermoeden.
Al vele jaren adviseert de Dienst o.a. partikulieren en gemeenten m.b.t.
risico's en neveneffecten van bestrijdingsmiddelen. Samengevat kan over deze
"voorlichting" gezegd worden dat de volgens deze overheidsinstantie
toegelaten bestrijdingsmiddelen, bij voorgeschreven gebruik, geen gevaar
opleveren en geen schadelijke nevenwerkingen zullen optreden. Concrete
voorbeelden van misleidende en onjuiste informatie die door de
Plantenziektenkundige Dienst en Landbouwvoorlichtingsdiensten
worden gegeven zijn opgenomen in "Naar Natuurrijk Groen" derde druk
1993.
In
1997 werd Natuurverrijking geconfronteerd met de Plantenziektenkundige Dienst,
doordat bij de Reclame Code Commissie bezwaar was gemaakt tegen de vermelding
"biologisch afbreekbaar" die Monsanto gebruikt in reclame voor
Roundup en op verpakkingen. De Reclame Code Commissie besliste dat deze
milieuclaim in strijd is met de Milieureclamecode en beval Monsanto aan zich
voortaan te onthouden van een dergelijke wijze van reclame maken (dossier
97.0173, d.d. 24 juli 1997). Monsanto tekende beroep aan tegen deze beslissing,
verzocht om uitstel van de behandeling van de zaak en gaf intussen de
Plantenziektenkundige Dienst opdracht na te gaan in hoeverre glyfosaat
biologisch afbreekbaar is in het milieu. Deze opdracht leidde tot het volgende
rapport:
"Biologische
afbreekbaarheid van GLYFOSAAT"
Auteur:
Ir.Ing. W.W.M. Brouwer
Plantenziektenkundige
Dienst
Afdeling
Fytofarmacie
Tel:
0317-496865
11
september 1997
In
het rapport speelt de DT-50, het aantal dagen dat nodig is om de helft van de
stof te laten afbreken, een belangrijke rol. De eindconclusie luidt: "Glyfosaat
is in bodem, bodemgrond suspensies en watersedimentsystemen "goed
biologisch afbreekbaar".
Tijdens
de behandeling bij het College van Beroep, d.d. 23 oktober 1997, bracht auteur
dezes, namens Natuur en Milieu, VPRO en Natuurverrijking, o.m. gedocumenteerd
het volgende naar voren:
"In
het verleden werden vanuit de Plantenziektenkundige Dienst bestrijdingsmiddelen
"veilig" en "niet giftig" genoemd op basis van LD-50
waarden: de hoeveelheid van een stof waarbij de helft van het aantal proefdieren
sterft. Proefdieren met ernstige afwijkingen, die tijdens de proef nog juist in
leven gebleven zijn hebben geen enkele invloed op de hoogte van de LD-50 waarde.
De
DT-50 waarde zegt slechts iets over de tijd
die nodig is voor 50% afbraak. De waarde zegt niets over
verontreinigingen in het middel, de vorming van grondgebonden residu, vorming
van metabolieten, residuen in planten. Gememoreerd werd dat vertegenwoordigers
van Monsanto bij de behandeling van de milieuclaim bij de Code Commissie d.d.
23 juni 1997 erkenden dat met Roundup bespoten plantendelen zelfs nog een
plantendodende werking hebben.
De
consument verwacht van een biologisch afbreekbaar product geen residuen in
gewassen, bodem, water en milieu."
Monsanto
liet zich bij het College van Beroep vertegenwoordigen door Mr. J.C.H. van
Manen, van "De Brauw Blackstone Westbroek", advocaten & notarissen
te Den Haag. De heer van Manen wees o.m. op de onafhankelijkheid en
gerenommeerdheid van de Plantenziektenkundige Dienst en het feit dat de Reclame
Code Commissie in haar uitspraak van 22 augustus 1996 (dossier 96.9243)
geoordeeld heeft dat de aanduiding "biologisch afbreekbaar" in de
reclame voor Roundup toelaatbaar is en een klacht ter zake werd afgewezen.
Het
College van Beroep legde in haar uitspraak het rapport van de
"gerenommeerde en onafhankelijke" Plantenziektenkundige Dienst met als
eindconclusie dat glyfosaat "goed biologisch afbreekbaar" is,
kennelijk naast zich neer.
25
november 1997 (dossier 954/97.0173) bevestigde het College van Beroep
de beslissing van de Reclame Code Commissie (dossier 97.0173):
"Daargelaten
de wetenschappelijke juistheid van Monsanto's stelling dat glyfosaat (goed)
biologisch afbreekbaar is, vast staat dat de daarvoor in de wetenschap
gehanteerde (DT-50) waarde, waarmee de afbraaksnelheid wordt aangeduid,het
aantal dagen dat nodig is om 50% van het glyfosaat af te breken. Dat laat
derhalve onverlet dat er residuen in de bodem achterblijven. De milieuclaim
"biologisch afbreekbaar" is gelet op de betekenis die Monsanto daar
in de reclameuiting zelf aan geeft: "geen resten in de bodem" derhalve
onjuist en misleidend en in strijd met de artikelen 2 en 3 van de
Milieureclamecode."
In
"Naar Natuurrijk Groen" (1993) staat letterlijk: "Medewerkers van
Plantenziektenkundige Dienst, Consulentschappen e.d. zullen in de negentiger
jaren hun informatie over de effecten van bestrijdingsmiddelen drastisch moeten
aanpassen als zij hun geloofwaardigheid niet geheel willen verliezen."
Gelukkig
heeft de Reclame Code Commissie zich niet laten misleiden door de
Plantenziektenkundige Dienst. Anno 1998 moet geconstateerd worden dat het erop
lijkt dat de Dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
nog steeds verder werkt aan het verliezen van geloofwaardigheid. Kennelijk loont
het geven van misleidende, voor gifproducenten gunstige informatie. Aanwijzingen
dat er nu eindelijk eens drastische maatregelen genomen zullen worden heeft
Natuurverrijking helaas niet.
|